facebook     twitter2  

 

door Lei Haesen

Het is de lezer waarschijnlijk al opgevallen, dat veel berichten in de Limburg Koerier zo'n 100 jaar geleden tegenwoordig geen nieuws meer zouden zijn. Hoewel de toenmalige krant, met uitzondering van de zaterdag-editie, slechts enkele pagina's telde, vond men het verrmeldingswaard om bijv. het stelen van een kip of het breken van een been door een val van de trap als nieuws op te nemen.

Feesten
6 en 13 augustus 1898

Hoewel het feest enkele malen onderbroken moest worden vanwege onweer, vergezeld van regen en hagelbuien, konden alle wedstrijden uitgespeeld worden. De vier wedstrijden voor handboogschutterijen bestonden, naast het gebruikelijke concours tussen de deellnemende verenigingen, uit een wedstrijd tussen de presidenten, tussen de koningsschutters (voor Amicitia was dat J. Vliegen) van elke vereniging en een 'personeel concours'.

 

Verdronken in waterpoel
10 januari 1899
De 75-jarige weduwe Barbara Pimaij, die het avondlof van de H. Familie had bijgewoond, geraakte op weg naar haar woning door de dichte duisternis in een langs de weg gelegen poel. "Eer de vlak bijwonende buren met licht, haken, enz. gereed waren, was zoo veel tijd verloopen, dat men haar slechts als lijk kon ophalen".
Noot: Maria Barbara Walraven, geboren op 27 januari 1822, was in 1851 gehuwd met de bijna twintig jaar oudere Lambert Pirnaij. Zij verdronk op 4 januari 1899.

Kroningsfeesten
27 augustus 1898 en 3 september 1898
De kroning van Koningin Wilhelmina ging ook in ons dorp niet onopgemerkt voorbij. Voor de organisatie van het op donderdag 8 september gehouden feest was een week eerder een commissie benoemd onder voorzitterschap van Sebastiaan van de Ven (hoofd van de school). De gemeente trok voor deze gebeurtenis 100 gulden uit, met welk bedrag met name de schooljeugd getrakteerd werd. Van de verlichte eeuwenoude linde bij de kerk werd een spruit als "Wilhellmina-boom" geplant. Het officiele gedeelte werd 's avonds afgesloten met een optocht, waar aile verenigingen uit ons dorp aan deelnamen.

Advertentie in de Lmburger Koerier van 3 september 1898

St. Blasiusfeesten
11 februari 1899
"De St. Blasius-feesten alhier hadden dit jaar naar gewoonte weder een zeer drukken toeloop, waaruit blijkt dat men de voorspraak van dezen grooten Heilige nog algemeen ter afwering van verschillende keelziekten zeer op prijs stelt. De bij die gelegenheid gehouden kermis is, in weerwil der groote drukte, in de beste orde afgeloopen. Het voornaamste feest dier dagen was voorzeker het concert met toneelvoorstellingen door het St. Caeciliakoor met enige dilettanten op touw gezet. .. "
N.B.: Dilettanten zijn personen die uit liefhebberij een bepaalde kunstvorm of een wetenschap beoefenen.

Eerste toneelvoorstelling Amicitia
1 februari 1900
"Men verwacht hier veel van de a.s. Zaterdag (St. Blasius-avond) te geven tooneelvoorstellingen. Een eigenlijk drama is hier nog niet vertoond, terwijl nu juist een zeer schoon aangrijpend stuk De Wees uit het gebergte voor het voetlicht zal komen. Voorwaar een flink begin met de 1e voorstelling die Amicitia geeft. Men verwacht te 5 ure eene drukke opkomst".
Noot: Leden van de handboogschutterij Amicitia voerden vanaf dat jaar rond 2 februari in de toenmalige school (nu Keerhoes) een toneelstuk op. Het programma van zo'n avond bestond verder uit optredens van andere personen en gezelschappen uit de omgeving. Zo werd op deze avond o.a. ook het blijspel Joost Uilenspiegel gespeeld door een gezelschap uit Gulpen en vonden er voordrachten plaats door een zekere A.K. uit Borgharen.
Ook vóór 1900 werden er tijdens de St. Blasiusfeesten toneelvoorstellingen georganiseerd in de school (zie o.a. de advertentie in Oud nieuws 5). Dat gebeurde toen door het Caeciliakoor (kerkkoor) met medewerking van leden van Amicitia.

Val uit raam
14 februari 1901
"Een treurig ongeluk overkwam eene weduwe van hier, die al lang te Luik dienende, daar uit het raam eener hooge etage op de straatstenen viel met het ongelukkige gevolg dat zij beide armen en benen brak en daarbij nog emstig aan het hoofd gewond werd. Zij is aan de gevolgen overleden".
Noot: We hebben (no g) niet kunnen achterhalen welke weduwe het hier betreft.

Mishandeling
23 februari, 26 februari, 9 maart, 14 maart en 30 maart 1901
Op 18 februari (vastenavond) werd een aantal jongemannen uit met name Reijmerstok, die terugkeerden van de Marottenfeesten in Sitttard, op de Rijksweg ter hoogte van de smederij door jongemannen uit Keer aangevallen en mishandeld, ogenschijnlijk zonder reden. De 21-jarige Jaminon uit Reijmerstok werd met ijzeren staven ernstig aan het hoofd verwond. In café Wetzels werd hij door dr. Nijst onderzocht en naar Calvarieberg overgebracht. Tot de slachtoffers behoorden ook ene Van W. uit Margraten en de heer Nahon, hoofd der school te Reijmerstok. Na een eerste onderzoek door de justitie werd T.E. geboeid naar Maastricht overgebracht. Enkele dagen later werden nog twee Keerdenaren door de marechausse gearresteerd.

Kort na het bekend worden van het nieuws over de massale vechtpartij ging het gerucht, dat zich in Margraten een aantal jongelui verzamelde, die met gaffels, rieken en andere 'wapens' naar Keer wilden trekken om de aanval op hun vrienden te wreken. Het bericht eindigt met "Gelukkig maar, dat het zooverre niet kwam". Dit feit overigens werd drie dagen later via een ingezonden brief van een inwoner uit Margraten ontkend.
Op 9 maart verschijnt het volgende bericht in de krant: "Tegen de vermoedelijke drie daders van de zware mishandeling alhier op zeekeren J. gepleegd, wiens hersenkas gedeeltelijk vemietigd werd, is rechtsingang met bevel tot gevangenhouding verleend".
Op 14 maart wordt gemeld, dat de heer Jaminon het gesticht Calvarieberg heeft verlaten, omdat het levensgevaar geweken is.
Op 30 maart verschijnt het bericht dat de drie verdachten uit Keer op vrije voeten zijn gesteld.

Aan de dood ontsnapt
20 maart 1902
"Heden nacht (15 maart!) woedde hier een hevige storm, waardoor een der groote olmen langs den rijksweg omsloeg en wel midden op eene woning, die dan ook bijna geheel vernield werd. De bewoner J.F., als timmerman te Maastricht werkzaam, was afwezig daar hij dien nacht moest doorwerken, doch zijne vrouw en kindertjes lagen rustig te slapen. Als door een wonder bleven zij gespaard; de boom die recht boven het bed viel, bleef er een halven meter boven hanngen, steunende op een zeer stevigen tak, die alzoo de oorzaak van hun behoud was. Ook was het zeer toevallig dat de belendende wooningen geen schade bekwamen, want de vernielde woning had maar weinig breedte".
Noot: De aan de dood ontsnapte bewoners waren de echtgenote en kinderen van Johannes Hubertus Fievez (1871-1949). Hij was in 1896 hier getrouwd met Barbara Bisscheroux (1875-1949). Hun later afgebroken woning lag op 't Indsje. De buurman richting Marrgraten was winkelier en herbergier Hubert Wetzels, getrouwd met Maria Gertrude Cerfontaine (nu Eetcafe op 't Insje)

Verboden voor liedjeszangers en harmonicaspelers
Advertentie 25 januari 1902

advertentie

Bedreiging met een vuurwapen
9 mei 1902
J.B., dagloner te Cadier en Keer, staat terecht wegens het bedreigen van J.M. met een vuurwapen. Hij had op 3 maart j.l. in de richting van J.M. geschoten. Er wordt 3 maanden gevangenisstraf geeist.
Noot: Uit de gerechtelijke archieven van het arrondissement Maastricht blijkt de schutter Johannes Wilhelmus Hubertus Bessems te zijn, geboren op 16 april 1877 uit het huwelijk van Petrus Hubertus Bessems en Maria Agnes Hubertina Pinckers. Het 'slachtoffer' was Jan Moonen, gehuwd met Helena Hubertina Huijnen (een volle nicht van de dader).
Kort na zijn vrijlating verviel de schutter in herhaling. Eerst mishandelde hij op 30 juli van dat jaar een zoontje van de eerder geenoemde Jan Moonen en vier dagen later loste hij een schot in de richting van zijn nicht Catharina Huijnen. Met haar had hij enige tijd verkering gehad. Deze Catharina was weer een zus van de vrouw van Jan Moonen. Catharina zelf was in mei bevallen van een onwettige dochter; het kind overleed in juli van dat jaar. Zeer waarschijnlijk was de schutter de natuurlijke vader. De dader werd nu veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf maanden.

Pastoor Waelbers
Tussen 18 augustus en 2 september 1902 verschijnt een aantal berichten over de ziekte, het overlijden en de uitvaart van pastoor Andreas Hubertus Jacobus Waelbers, evenals enkele advertenties betreffende de openbare verkoop van de inboedel in zijn woning (pastorie) .
Noot: Deze berichten worden verwerkt in een afzonderlijk artikel over pastoor Waelbers in de eerstvolgende Keerder Kroniek .

Lasterpraatjes
15 juli 1902
In een ingezonden brief protesteert burgemeester M. Thomassen tegen de lasterpraatjes die sinds de benoeming op 9 september 1900 van Johannes Hubertus Leijsen uit Heer tot hoofd van de school over hem rondgestrooid worden. Veelzeggend is zijn opmerking: "Wij, die weten van wie ze uitgaan, kunnen ze aan niets anders dan jalouzie de métier toeschrijven."
Openlijk brengt hij hulde aan meester Leijsen "die door zijn voorbeeldigen ijver, stalen wilskracht en grondige kennis van zaken onze school minstens 70% in degelijkheid heeft doen stijgen."
Noot: 'Leijseke' was de opvolger van Sebastiaan van de Ven. De ingezonden brief is het zoveelste bewijs dat het leefklimaat in die jaren in ons dorp verziekt werd door de voor- en tegenstanders van resp. de burgemeester en het oud-hoofd der school. Hiervan werd 'Leijseke' ongewild en zeer waarschijnlijk ook onterecht één van de slachtoffers.
De burgemeester, in dit geval niet bóven de partijen staande maar juist partij zijnde, moet geweten hebben dat deze ingezonden brief niet zou bijdragen aan het verbeteren van de sfeer, integendeel, de onderlinge verhoudingen eerder nog zou verslechteren.
In een afzonderlijk artikel zal een overzicht gegeven worden van de gebeurtenissen in die tijd in ons dorp die een gevolg waren van deze tweespalt en tevens geprobeerd worden de aanleiding of oorzaak van het conflict te achterhalen.

(wordt vervolgd)