facebook     twitter2  

 

Door Jo Purnot

In een vorig artikel van de Keerder Kroniek zijn de hoeve en de eigenaren in de zeventiende en achttiende eeuw beschreven. In dit artikel willen we de latere eigenaren en een aantal pachters de revue laten passeren. Maar eerst nog iets over de plaats waar de hoeve staat.

jrg3blz114    Dat de familie Meusens hun hof bij de kerk bouwde, is niet vreemd, want kerken gaven vaak de aanzet tot het ontstaan van de dorpskern. Tot begin jaren dertig van de vorige eeuw was de kern van ons dorp een typisch voorbeeld van plattelandsarchitectuur. Het middelpunt vormde de uit mergel opgetrokken kerk met zijn dertiende eeuwse toren. Aan de noordzijde (straatkant) en westzijde van de kerk lag het ommuurde kerkhof, waar eeuwenlang de Keerdenaren ten grave werden gedragen. Vlakbij de kerkhofmuur stond de waterput waar vrouwen en kinderen dagelijks hun water haalden. Tevens was het een ontmoetingsplaats waar men de tijd nam om te barebeende (nieuwtjes uitwisselen). Voor de kerk stonden lindebomen, waarvan er één (de auw lin) honderden jaren oud was. Onder deze boom hadden de schout en schepenen eeuwenlang hun scherpe oordelen geveld. Aan de westkant lag een grote drinkpoel waar het vee uit dronk voordat het met de sjiêper (schaapherder) of de koohèrd (koeherder) het dorp uittrok. Verder stond er nog een zestal boerderijen en zoals overal in het Limburgse land lag er tegenover de kerk een aantal cafés.

 


Maar de tijd schreed voort. De poel werd overbodig. Een aantal boerderijen moest plaatsmaken voor nieuwbouw en parkeergelegenheid. De oude kerk raakte door slecht onderhoud slooprijp. De waterleiding maakte de waterput overbodig. Het kerkhof werd te klein en – na de bouw van de nieuwe kerk – verplaatst. Alleen de toren, de cafés en een paar boerderijen wisten zich te handhaven. Eén van de boerderijen die gespaard bleef, is de Meusenhof, tegenwoordig bewoond door Sjef, Lily en Wiel Vaessen.

 jrg3blz115

Meusenhof

1. Eigenaren
De laatste eigenaar met de naam Meusens was Gerard Meusens gehuwd met Maria Johanna van Neven. Het gezin bleef kinderloos. Na hun overlijden ging de Meusenhof over naar de kinderen van een zuster van Gerard, Maria Agnes Meusens, die gehuwd was met de Maastrichtse medicus Petrus Henricus Machuré.

Maria Isabella Machuré
Toen de kinderen van het bovengenoemde echtpaar Machuré-Meusens de erfenis verdeelden, kreeg Isabella Machuré een groot gedeelte van de Meusenhof, ruim 29 bunder. Hieronder was ook het woonhuis, erf, tuin en huisweide. Het overige bleef in handen van haar broers en zusters. Isabella was rentenierster en woonde in de Kleine Staat. Zij bleef ongehuwd en overleed op 22 februari 1808, 75 jaar oud. Isabella bepaalde dat “ter lafenis van mijne siele 2000 leesmissen”  moesten worden opgedragen. Verder erfden de koetsier, de dienstmeiden en een aantal van haar bekenden een som geld. Maar een aanzienlijk deel van haar erfenis, waaronder de Meusenhof, ging naar Toussaint Ruth, gewezen kanunnik van de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Maastricht.

Abraham Gadiot
Blijkbaar wilde Toussaint Ruth de erfenis die hij in zijn schoot geworpen kreeg zo snel mogelijk te gelde maken. Want enkele maanden later (14 juli 1808) verkocht hij reeds zijn erfenis aan de rentenier Abraham Gadiot, gehuwd met Anna Marguerita Caubergh. De prijs was 55.000 francs voor alle eigendommen die in Heer, Keer, Cadier en Gronsveld lagen, totaal 44 hectaren. Abraham woonde te Maastricht in de Papenstraat, waar hij 25 juni 1835 op 78-jarige leeftijd overleed. Zijn weduwe overleed zeventien jaar later op 20 juli 1852, 73 jaar oud. Het echtpaar voelde als stedelingen toch een bepaalde binding met ons dorp, want hun grafsteen vindt U op het grasveld voor de kerktoren, aan de westelijke muur. Het echtpaar had twee kinderen Abraham Stephanus, advocaat te Luik, en Maria Guillemine. Deze laatste erfde de Meusenhof.

Maria Guillemine Gadiot
Guillemine huwde te Maastricht in 1825 op 23-jarige leeftijd met baron Wilhelmus Mattheus Franciscus Xaverius Theodorus de Crassier. Deze was vijftien jaar ouder dan zijn echtgenote. De baron overleed 19 december 1862, op 76-jarige leeftijd, in zijn woning in de Breedestraat te Maastricht. Onze pastoor Göbbels schreef in het overlijdensregister dat hij de baron drie dagen na zijn overlijden met toestemming van pastoor Lebens van de Onze-Lieve-Vrouwe parochie hier plechtig begraven had. Ook zijn echtgenote werd tien jaar later begraven. Hun namen staan op dezelfde grafsteen als die van hun (schoon)ouders. Uit hun huwelijk werd een dochter geboren: Maria Guillemine Pauline Sophie Barones de Crassier.

Maria Guillemine Pauline Sophie Barones de Crassier
Zij werd geboren in Maastricht op 31 juli 1827 en huwde op 30-jarige leeftijd met de weduwnaar Jhr. Mr. Pieter Joseph August Marie van der Does de Willebois, geboren in Den Bosch en elf jaar ouder. Hij, Pieter, was gouverneur van Limburg en weduwnaar toen hij Guillemine Crassier ten huwelijk vroeg. Petrus Regout schijnt als postillon d’amour gefungeerd te hebben. Hij maakte de gouverneur op de gefortuneerde jongedame attent. Het fortuin van Guillemine zal wel een rol hebben gespeeld bij het tot stand  komen van het huwelijk. Volgens de overlevering had Guillemine een zeer onaantrekkelijk uiterlijk. Haar echtgenoot werd naderhand minister van Buitenlandse Zaken en minister van Staat. Hij overleed op 15 december 1892 in ’s-Gravenhage. De barones overleed in diezelfde plaats op 29 oktober 1910. In de oude parochiekerk bevond zich in de zuiderkapel een glasraam met de wapens van de echtelieden Van der Does de Willebois-Crassier. Na afbraak van de oude kerk, vond bouwpastoor Frissen het niet nodig ze in de nieuwe kerk terug te plaatsen………..

2. De pachters
Zoals u in het eerdere artikel hebt kunnen lezen, was de Meusenhof een winhof. Dat betekende, dat de eigenaren hun hoeve verpachtten. Een pachtcontract ging men aan voor één of meerdere tousje. Zo ‘ne tousj was drie jaar of een veelvoud daarvan, en ging in maart of april in. Na afloop van de pacht trok men dan weer verder naar een nieuwe boerenhof. Die verplaatsingen (bageere) van hof naar hof kostten geld, want een oud gezegde luidt: “Dréi-j kier verhuize is ins aafbranne.”
We hebben nog niet alle negentiende eeuwse pachters kunnen achterhalen. Vooral over het begin van de negentiende eeuw zijn nog onvoldoende gegevens bekend.
a. Johan Peter Römers, gehuwd met Catharina Vaassen.
Hij pachtte vanaf maart 1794 de Meusenhof. Hun vorige “standplaats” was Hooge Cruijs (Hoogcruts) behorende bij Slenaken. Johan was een gedeelte van de Franse tijd (rond 1800) burgemeester van Cadier.
b. Simon van Aubel, gehuwd met Catharina Flamand.
Hij pachtte de hoeve vóór 1844. Het pachtersgezin was afkomstig uit Moelingen. De pachter overleed in 1856, zijn vrouw Catharina een jaar later. Hun zoons Hendrik en Jacob zetten de pacht door. In 1869 vonden zij het welletjes en gingen voor de rest van hun leven aan de overkant van de straat, tegenover de kerk wonen. 
jrg3blz118
Boerenverhuizing (bageere)
 
c. Jan Joseph Hubert Vorage, gehuwd met Catharina Breuer,
kwam in maart 1869 van Bergenhausen (Duitsland) naar de Meusenhof. In 1876 sloeg in hun gezin het noodlot toe, want enkele dagen nadat hun tien maanden oud zoontje overleed, stierf ook de 34-jarige Catharina. Maar een jaar later was het weer feest op de Meusenhof, want de pachter hertrouwde met de Keerse Gertrudis Paulissen. Hun eerste kindje, een meisje, werd in het voorjaar van 1878 doodgeboren. In maart 1881 keerde het gezin terug naar ’t Pruusjes (Duitsland).
jrg3blz119d. Op 15 april 1881 betrokken Petrus Hubertus Huls en Maria Anna Pinckaers
met hun gezin de Meusenhof. Zij kwamen uit Eben Emael. Toen in 1884 de 46-jarige Maria Anna overleed, bleef haar man met twaalf thuiswonende kinderen achter, waarvan de oudsten al volwassen waren. Een jaar later overleed ook dochter Johanna, 24 jaar oud. In 1887 werd het pachtcontract niet meer verlengd. Waarschijnlijk stonden de meubelen en ander gerei al ingepakt om te verhuizen naar Oost-Eijsden toen de Meusenhof opnieuw in rouw werd gedompeld, omdat de 23-jarige Hubertina overleed.

 Verder huwde zoon Mathijs (Teis) met de Keerse Helena Spronck. Zij gingen wonen waar nu restaurant de Pastorije gevestigd is. Dochter Aleida huwde met Egidius Geelen en ging ook in de Dorpsstraat wonen. Mettertijd kwam weer een aantal afstammelingen terug naar Keer. Op dit moment heeft Petrus Hubertus Huls nog zo een dertig nazaten hier wonen met namen als Oostenbach, Geelen, Janssen, Souren, Pirnay, Vliegen, Tillie, Jongen en Habets.

e. Na het vertrek van de familie Huls kwam de ons reeds bekende Joseph Vorage met zijn vrouw Gertrudis Paulissen het roer weer overnemen. Het gezin telde inmiddels elf kinderen. Deze keer bleven zij drie tousje, dus tot 1896.
f. Zij werden opgevolgd door Jan Willem Cals, zijn vrouw Paulina Maria Elisabeth Delahaije en twee broers van hem. Zij kwamen uit de omgeving van Kerkrade. De Cals’en bleven tot maart 1908 en vertrokken toen naar Vaals. De overlevering vertelt dat deze pachtersfamilie niet erg geliefd was in Keer en daarom te maken kreeg met pesterijen.
g. Het tegenovergestelde was het geval met Hubert Leonard Lanckohr en zijn vrouw Maria Elisabeth Bours. Zij werden met vlag en wimpel vanuit Vaals het dorp ingehaald. Hadden ze misschien geruild met de vorige pachter? Jup Bisscheroux, bij vele Keerdenaren bekend, bracht de eerste jaren van zijn arbeidzaam leven als pierdsjong (paardenknecht) bij de Lanckohrs door. Het was er hard werken, zeven dagen per week. Veertien paarden, zonder de veulens, moest hij verzorgen. Zij waren de laatste pachters. In 1926 vertrokken ze naar Sint-Geertruid en werd de hoeve verkocht.

Limburger Koerier 21 juni 1924:
Notaris E. Meeuwissen te Meerssen zal op dinsdag 15 juli 1924 namiddag 1 uur ten koffiehuize “Victoria Tavern”  te Wijk-Maastricht publiek verkoopen de vruchtbare, in goede toestand verkeerende pachthoeve “Meussenhof” onder Cadier en Keer en Gronsveld tot 14 maart 1926 in huur bij de heer Lanckohr.
De hoeve is groot 50.40.19 hectaren, de gebouwen liggen naast de kerk te Cadier en Keer, en ruim 11 hectaren boomgaard in de kom van het dorp, op een uur afstand van Maastricht, nabij de in aanleg zijnde tramlijn Maastricht-Gulpen-Vaals. Te veilen in ondermassa en diverse perceelen en in generale massa nader omschreven bij biljetten, die evenals alle verdere inlichtingen ten kantore van de notaris verkrijgbaar zijn
.

De kopers waren Mathias Joseph Vaessen en Anna Maria Catharina Daemen. Op 18 maart 1926 betrokken zij de Meusenhof

jrg3blz121a

Mathias Joseph Vaessen (1878-1943) en echtgenote Anna Maria Catharina Daemen (1881-1942)
jrg3blz121b
Zoon Jacques Vaessen (1908-1985) en echtgenote Maria Hubertina Gilissen (1905-1983)