facebook     twitter2  

 

door drs. Harry H.M. Beckers

In het eerste deel van ons artikel hebben wij stil gestaan bij de persoon van de stichter pater Kusters. Wij hebben zijn leven geschetst in dienst van de medemens (vooral de jongere) en hoe bij hem het idee ontstond tot het oprichten van een voogdijgesticht. Vervolgens kwam aan de orde het zoeken naar een geschikt bouwterrein en het eerste deel werd afgesloten met het schetsen van de bouw van het voogdijgesticht. In dit tweede en laatste deel wordt vooral aandacht besteed aan de jongeren, die Huize St Joseph bevolkten. Wat was hun achtergrond en waarop was hun leerproces gericht? Daarna komt de ontwikkeling vanaf de tweede wereldoorlog aan de orde. Het artikel sluit af met een korte schets van het huidige St Joseph.

Politieke perikelen
Het besluit van de gemeenteraad van Heer om het terrein te verkopen voor de bouw van een voogdij gesticht, was met de kleinst mogelijke meerderheid genomen: vier stemmen voor en drie tegen. Daarbij speelde de rivaliteit tussen de plaatselijke harmonieën een grote rol. Dankzij de invloed van de harmonie 'van boven' oftewel Heer Vooruit was de meerderheid in de Raad voor. De vlam sloeg in de pan toen de Limburger Koerier een ingezonden brief publiceerde van één van de wethouders. In die brief kwamen nogal wat insinuaties voor in de richting van de voorstemmers en de burgemeester (E. van Oppen). Deze laatste zou de verkoop hebben doorgezet omdat hem bij een vermeerdering van het aantal inwoners een salarisverhoging wachtte. Gevolg was een proces tegen de wethouder wegens smaad.

Maar dat was nog niet alles. In 1911 hadden ook gemeenteraadsverkiezingen plaats en in Heer kreeg een zgn. onafhankelijke partij de meerderheid. De goede bedoelingen van de paters werden in twijfel getrokken. De raadsmeerderheid besloot om een rechtszaak tegen de paters te starten om de verlegging van de weg ongedaan te maken. De paters besloten tot het doen van een tegenzet: alle bouwwerkzaamheden aan het gesticht werden stop gezet. Dat bracht met zich mee dat ongeveer een 60-tal werknemers uit Heer werkloos werden. Spoedig daarna ging de gemeenteraad door de knieën: het besluit om te procederen werd ingetrokken. De bouw kon daarna met kracht worden voortgezet.

 Ingebruikname
Het nieuwe gebouw werd in mei 1912 voor het eerst in gebruik genomen. Het betrof de linkervleugel met corresponderende werkplaatsen. Pater Kusters trok er met enkele van zijn medepaters in, tezamen met een zestal pupillen. In oktober 1913 - een jaar voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog - was het gehele bouwwerk klaar en konden de overige pupillen ontvangen worden. Deze kwamen uit de Rijksopvoedingsgestichten van Avereerst, Doetinchem en Alkmaar.

Spoedig groeide het aantal bewoners uit tot ongeveer 250.

jrg7blz165

Luchtopname van Huize St. Joseph

De bewoners
De Kinderwetten van 1901 maakten onderscheid tussen 'voogdijkinderen' en 'regeringskinderen'. Tot de voogdijkinderen behoorden wezen en kinderen die door de rechter aan de ouderlijke macht waren onttrokken. Dat gebeurde in het geval de ouders hun opvoeding verwaarloosden (materiële verwaarlozing) of omdat zij niet bij machte waren hun kinderen behoorlijk op te voeden (pedagogische onmacht). De rechter droeg de voogdij van de onder toezicht gestelden kinderen op aan een voogdij voerende vereniging; deze plaatste de kinderen in particuliere gestichten of in geschikte gezinnen.

Kinderen die voor de kinderrechter moesten verschijnen, maar waaraan geen straf was opgelegd, konden door de rechter ter beschikking van de regering (t.b.r.) worden gesteld. Zij werden aangeduid als 'regeeringskinderen'. In een dergelijk geval kreeg het gezin pedagogische begeleiding van een maatschappelijk werker. Weigerden de ouders hun medewerking of bleef het kind zich misdragen, dan werd overgegaan tot plaatsing in een opvoedingsgesticht. Dat kon een Rijksopvoedingsgesticht zijn of een gesticht dat toebehoorde aan een vereniging, die door het Rijk was goedgekeurd. In 1946 werd nog een jongetje van 9 jaar wegens straatschenderij met t.b.r. op Huize St. Joseph ondergebracht. Het 'ter beschikking van de regering stellen' komt heden ten dage uitsluitend nog voor bij volwassenen.
In het voogdij gesticht St. Joseph waren beide groepen vertegenwoordigd. Hun leeftijd varieerde van 7 tot 21 jaar; een groot deel van de kinderen was wees.

Tucht en discipline
Werden wezen door de buitenwereld nog met een zeker medelijden bejegend, dat gold niet voor de 'regeringskinderen'. Deze voogdijkinderen werden veelal gezien als 'gestichtsboefjes' die als zodanig ook behandeld dienden te worden. Vergeten werd dat een deel van deze kinderen buiten hun schuld in een dergelijke situatie verzeild geraakt waren. Daarbij kwam dat de voogdijkinderen voor de buitenwacht gemakkelijk herkenbaar waren. Dat gold niet alleen voor de uniforme kleding die zij droegen, maar ook door de praktisch geheel kaal geschoren hoofden.

De pedagogische aanpak in de voogdij gestichten was gebaseerd op militaire principes. Orde, tucht en netheid, behoorden tot de eerste beginselen die de kinderen werden bijgebracht. Discipline was uitermate belangrijk en straffen bij overtreding van de regels waren niet mals. Op ontvluchting stond veertien dagen cachot met om de andere dag water en brood. Als bijkomende sancties gold dat een half jaar geen bezoek mocht worden ontvangen en dat er niet mocht worden deelgenomen aan de zondagse wandelingen. Als klap op de vuurpijl kwam nog de corveedienst; die bestond uit het schrobben van de gangen.

Ontvluchtingen waren niet gunstig voor het gesticht. De kwaliteit van de inrichting werd onder meer beoordeeld aan de hand van het aantal ontvluchtingen. Hoe minder ontvluchtingen, hoe beter het gesticht! Er werd dan ook alles aan gedaan om weglopen te voorkomen.

De strenge methodes die toentertijd werden gehanteerd, botsten met het ideaal van pater Kusters. Hij was een gevoelsmens hetgeen somtijds tot gevolg had dat hij de regels ruim interpreteerde en genade voor recht liet gelden. Toch is het niet verwonderlijk dat de jongens het gesticht vaak maar niks vonden. De aanpak door de broeders was hard, de straffen waren zwaar en er werden drilmethodes gebruikt. Verder werd er reglementair veel gebeden van 's-ochtends vroeg tot 's-avonds laat. Het behoeft geen betoog dat dit laatste vooral vervelend was voor de jongens uit niet-godsdienstige gezinnen.

jrg7blz167

De klompenmakerij

Onderwijs
Officieel werd op 1 mei 1914 met het geven van lager onderwijs gestart. Voor ongeveer 240 kinderen stond een personeelsformatie beschikbaar bestaande uit zes paters, een priesterstudent (frater), negen broeders en twaalf leken (tien werkmeesters en twee onderwijzers).
De pupillen (uitsluitend jongens) ontvingen zowel vak- als gewoon onderwijs. Het vakonderwijs was oorspronkelijk uitsluitend praktijkgericht. Het theoretisch vakonderwijs was in het begin uiterst pover.
Het praktijkgerichte onderwijs vond plaats in werkplaatsen waar de jongens een vak konden leren, zoals kleermaker, schoenmaker, mandenvlechter, land- en tuinbouw er, schilder, timmerman, smid of metselaar.

De gelden die van het Rijk werden ontvangen om de inrichting te exploiteren waren niet voldoende. Naarstig werd er gezocht om de precaire financiële situatie van de inrichting te verbeteren. Al gauw kwam daarbij de gedachte op om opdrachten van het bedrijfsleven te accepteren. Dat nam alras een zodanige omvang aan, dat soms in ploegendiensten (dag en nacht) gewerkt werd om de opdrachten af te werken. De kroon werd daarbij gespannen door de manden-, kisten- en klompenafdeling. Dat een en ander ten koste ging van het onderwijs was een nadeel dat men op de koop toenam.

De directie van Huize St. Joseph streefde ernaar om de leerlingen met een landelijk erkend vakdiploma het voogdij gesticht te laten verlaten.
Hiervoor was een officiële erkenning van het vakonderwijs bij Huize St. Joseph door het Rijk noodzakelijk. Aan die voorwaarde werd op 1 juli 1927 voldaan en kon de Ambachtsschool St. Joseph van start.
Sindsdien hebben velen die school bezocht, waaronder ook nietvoogdijkinderen uit de naaste omgeving, ook uit Cadier en Keer. Als gevolg van een vernieuwing van de onderwijswetgeving is de ambachtsschool later 'omgezet' in een lagere technische school (l.t.s.).

Eerste Wereldoorlog
Op 4 augustus 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit. Huize St. Joseph was nog maar net geopend. Spoedig kwamen de eerste Belgische vluchtelingen in groten getale de grens met Nederlands Limburg over. Deze mensen werden veelal ondergebracht in scholen en andere door de overheid gevorderde gebouwen. Ook het voogdij complex diende een bijdrage in de huisvestingsproblematiek te leveren.
Ongeveer 200 vluchtelingen vonden hier onderdak, voor het grootste deel in Huize St. Gerlach (zie: Keerder Kroniek, jaargang 4, pag. 128 e.v.). Voor Huize St. Joseph was het een moeilijke periode. Er was gebrek aan van alles, zoals textiel voor kleding van de jongens, brood, aardappelen en brandstof voor de verwarming.

jrg7blz169

De mandenvlechterij

Periode 1914-1940
Huize St. Joseph ontwikkelde zich in deze periode gestaag. Vele zaken werden verder geprofessionaliseerd, met name het pedagogische aspect. Het huishoudelijk werk kwam geleidelijk in handen van Duitse Franciscanessen; hun aantal werd uitgebreid tot negentien. Zij waren gehuisvest in Villa Carl aan de Oude Molenweg; zij zouden aan Huize St. Joseph verbonden blijven tot 1965.

Voor de pupillen werden tal van initiatieven ondernomen om te zorgen voor de noodzakelijke ontspanning. Er kwamen bootreisjes, een wandelclub (De Globetrotters) en een harmonie.
Voetbal was een vanzelfsprekendheid. In het begin gebeurde dat met een papieren bal. Rubberen ballen liepen te snel leeg en een leren bal was niet te betalen. Het voetbal op het internaat liep zo goed dat in 1935 de club RKVVV werd opgericht, die in de Limburgse voetbalcompetitie meespeelde. De laatste V stond daarbij niet voor Voogdij maar voor Victoria: de Rooms-Katholieke Voetbal Vereniging Victoria.

Er werd een begin gemaakt naar meer openheid, waarbij er ook meer contacten werden gelegd met personen en instanties buiten het eigen gesticht. Aan vernieuwing van de opvoedkundige elementen werd meer aandacht besteed: het autocratische bewind vlakte duidelijk af.

De Tweede Wereldoorlog
Vanwege de oorlogsdreiging was gezorgd voor schuilgelegenheden tegen luchtaanvallen. Deze werden gevonden in de nabij gelegen mergelgroeve. De eerste nachten na de Duitse inval in mei 1940 werden door de hele gemeenschap van Huize St. Joseph doorgebracht in deze groeve, waarin geslapen werd op stro, dat op de grond uitgespreid was. Ook voor burgers uit de omgeving bood de groeve een goede schuilgelegenheid. Van directe oorlogshandeling in de onmiddellijke omgeving was echter geen sprake, ondanks het feit dat in het weiland bij café Bogman en de 'kiezelkoel' enkele stukken Duits geschut opgesteld stonden.

De Duitsers ondernamen na de bezetting van Nederland al spoedig pogingen om de jongens van Huize St. Joseph te ronselen voor dienstneming bij de S.S. Enkele jongens meldden zich - tegen het advies van de leiding - inderdaad aan en werden in het Oostfront ingezet. Niet iedereen keerde daarvan levend terug.

Juli 1942 werd het hele complex van Huize St. Joseph door de Duitsers gevorderd vanwege de anti-Duitse gezindheid. De religieuzen (met uitzondering van enkele broeders die de boerderij runden en de zusters) werden in twee overvalwagens geladen en naar het station in Maastricht gebracht met de mededeling dat zij verder hun plan maar moesten trekken. Daarna werden alle jongens en hun begeleiders op transport gesteld. De regeringsjongens gingen naar Stokershorst (Midden-Limburg), de 'onder toezicht gestelden' gingen naar Sittard (Missiehuis Leyenbroek) en de lagere schooljongens vonden ook onderdak in Sittard (Watersleij).

Periode na 1945
Nadat de oorlogshandelingen in deze streek in september 1944 beëindigd waren, was een snelle terugkeer naar Huize St. Joseph niet mogelijk. Het gebouw was na de Duitse aftocht in gebruik genomen als Amerikaans militair hospitaal en vervolgens werd het gebruikt voor de opvang van repatrianten uit Duitsland. Het duurde tot juli 1945 voordat de terugkeer naar Heer een feit werd.

Het onderwijs aan de jongens kon worden hervat in september 1945. Ook de sportactiviteiten werden weer opgepakt. Er kwam een tweede voetbalterrein en een eigen zwembad; de harmonie werd nieuw leven ingeblazen. Het was ook de tijd waarin de roemruchte wandelclub De Globetrotters van de rijzige broeder Modestus het leven zag.
Te memoreren is dat op 12 september 1948 op de plaats waar in 1944 daags voor de bevrijding elf Belgische verzetstrijders en een onbekende Pool of Rus (zie Keerder Kroniek, jaargang 1, pag. 159 e.v.) door de Duitsers werden gefusilleerd, door baron van Verwilghen, de Gouverneur van Belgisch Limburg, een monument werd onthuld. Dit monument vormt - dankzij de Stichting Herdenking Belgisch Monument - tot op de dag van vandaag de centrale plek voor de jaarlijkse herdenking van de toen gevallenen.

Het is ook in die tijd dat de benaming Voogdij gesticht St Joseph geleidelijk aan verdween. De strategie was er op gericht om een andere minder beladen - aanduiding te gebruiken voor het gebouwen haar bewoners in de Keerderberg. De naam Huize St. Joseph werd gelanceerd. Het voorgaande neemt overigens niet weg dat iedereen in ons dorp weet waar 't gestiech te vinden is.

In de tweede helft van de jaren vijftig van de vorige eeuw werd het gebouw grondig gerenoveerd. Enerzijds was dat noodzakelijk omdat de bewoning door de gerepatrieerden de nodige sporen had achtergelaten, maar ook omdat het gebouw vanwege het gebruik van de (zachte) mergel en de daarop aangebrachte graffiti nogal te lijden had gehad. Architect Swinkels uit Maastricht bracht de nu nog aanwezige manshoge onderbouw van Kunradersteen aan en verbouwde de ingangspartij. De oorspronkelijk aanwezige trappen, die vanaf het bordes aan twee zijden langs de voorgevel omlaag liepen, werden vervangen door de thans aanwezige entree die naar voren werd verlegd. De gevelversiering boven de voordeur is van de hand van Piet Killaars. Het stelt St. Joseph voor, naar wie het gesticht is genoemd.

jrg7blz172

De hoofdingang van Huize St. Joseph na de renovatie.

Stichting Jeugdzorg St Joseph
Deze stichting is in 1982 ontstaan, toen de vereniging werd veranderd in een Stichting. De van origine rooms-katholieke instelling voor jeugdzorg stelt zich thans ook open voor jongeren met een andere godsdienst of levensovertuiging. Steeds meer jongeren uit andere culturen zijn tot de populatie gaan behoren. Het betekende ook dat de geestelijken uit St. Joseph verdwenen en zich terugtrokken in het aangrenzende Huize St. Gerlach. De opvang van de jongeren kwam vanaf toen in handen van professionele leken.

De Stichting Jeugdzorg St. Joseph is een organisatie voor jeugdhulpverlening, jeugdbescherming en onderwijs. Zij kent een vijftal geledingen. De meest bekende daarvan zijn Huize St. Joseph (een internaat voor geïntegreerde hulpverlening) en Het Keerpunt.
Dit laatste betreft een justitiële jeugdinrichting voor het gehele land, dat fungeert als opvang- en behandelingscentrum. Momenteel (2004) bestaan er van rijkswege plannen om Het Keerpunt uit te breiden waardoor ook meisjes hier geplaatst kunnen worden.

Daarnaast wordt er onder de paraplu van de Stichting Jeugdzorg St. Joseph ook onderwijs verzorgd. Het betreft een School voor Speciaal en Voortgezet Speciaal Onderwijs (S.O / V.S.O.) en de Technische School St. Joseph voor voorbereidend beroepsonderwijs. Op beide scholen volgen zowel interne en externe leerlingen het onderwijs.

Nog steeds is de doelstelling van de Stichting gericht op het verzorgen, opvoeden, begeleiden en behandelen van normaal begaafde jongeren, die in een probleemsituatie verkeren. Daarnaast biedt de Stichting ook een gedifferentieerd onderwijspakket aan. De doelgroep bestaat uit jongeren in de leeftijd van 6 tot 23 jaar. Het accent wordt vooral gelegd op het vergroten van de ontplooiingsmogelijkheden van de jongeren, het versterken van de individuele en sociale redzaarnheid en het leren rekening houden met de ander.

Tot slot
Huize St. Joseph en haar bewoners hebben niet echt deel uitgemaakt van onze dorpsgemeenschap: ze lagen daarvoor 'te achteraf'. Dat neemt echter niet weg dat Huize St. Joseph voor een aantal dorpsgenoten belangrijk is geweest. Sommigen genoten er onderwijs en anderen vonden er een werkplek. Daarenboven is er - vaak onder moeilijke omstandigheden - getracht met de beperkte middelen van destijds, vele jongeren op het rechte pad te brengen en te houden en hen een degelijk vak te leren zodat zij een toekomst zouden hebben. 
Pater Kusters en de vele priesters en leken die zich voor de bewoners hebben ingezet, verdienen daarvoor ons respect en waardering.

Stichting Jeugdzorg St Joseph Deze stichting is in 1982 ontstaan, toen de vereniging werd veranderd in een Stichting. De van origine rooms-katholieke instelling voor jeugdzorg stelt zich thans ook open voor jongeren met een andere godsdienst of levensovertuiging. Steeds meer jongeren uit andere culturen zijn tot de populatie gaan behoren. Het betekende ook dat de geestelijken uit St. Joseph verdwenen en zich terugtrokken in het aangrenzende Huize St. Gerlach. De opvang van de jongeren kwam vanaf toen in handen van professionele leken.

Geraadpleegde literatuur:
- De Nedermaas,jaargang 16 (1938/1939), blz. 84 e.v.
- Goud, feestuitgave door de Priesters van het H. Hart van Jezus, ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan (1928), blz. 39 e.v.
- J.M. van de Venne: Geschiedenis van Heer, 1957.
- Huize St Joseph 1911-1986, uitgegeven bij het 75-jarig bestaansfeest, 1986.
- Informatiebrochures Stichting Jeugdzorg St. Joseph.
- Bergop voetballen bij Huize St Joseph, artikel in De Limburger van 2 augustus 2003.
 
N.B. Ansichtkaarten afkomstig uit de verzameling van de schrijver.