facebook     twitter2  

 

Het verenigingsleven

Oprichting en lotgevallen in de eerste decennia
door Lei Haesen †

De oudste nog bestaande vereniging in ons dorp is de handboogschutterij, opgericht in 1893. De vereniging vervulde daarnaast nog andere functies binnen de dorpsgemeenschap. De schutterij was zelfs politiek actief. Om die redenen is het hoog tijd in onze Kroniek aandacht te besteden aan de nu ruim 113-jarige.
Het accent zal liggen op het ontstaan en de lotgevallen van Amicitia in de eerste periode van haar bestaan. Slechts summier zullen gebeurtenissen uit latere tijden aangehaald worden. Wij verwijzen voor die zaken naar de jubileumboekjes van de vereniging, uitgegeven bij het 75-jarig en 100-jarig bestaan in respectievelijk 1968 en 1993.

De boeken van Amicitia uit de eerste decennia van het bestaan (1893-1923) zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog verloren gegaan. Tevens zijn bijna alle trofeeën van vóór de oorlog, onder meer door de verzamelwoede van de Amerikaanse bevrijders, verdwenen. Vooral dankzij een ongepubliceerde familiekroniek van Johan van de Ven, de oudste zoon van (mede)oprichter Sebastiaan van de Ven, én artikelen en advertenties van en over Amicitia in de Limburger Koerier (een voorganger van het huidige dagblad De Lim¬burger) kan niettemin een goed beeld gegeven worden van het ontstaan van de schutterij en de voornaamste gebeurtenissen in bovengenoemde periode.


Oprichting
Sebastiaan van de Ven (1848-1919) werd in 1886 benoemd als hoofd van de school in ons dorp. Hier leerde hij al spoedig Clara Hubertina Mingels (1860-1942) kennen met wie hij in 1888 zou huwen. Het gezin werd gezegend met tien kinderen (allen jongens!), van wie er twee jong overleden. In zijn geboorteplaats Aalst (Noord-Brabant) had Sebastiaan kennis gemaakt met de handboogsport. Voor zijn ontspanning legde hij in de tuin van de onderwijzerswoning bij de school (Keerhoes) een schietbaan aan. Aan enkele geïnteresseerde jongemannen gaf hij het eerste onderricht in zijn geliefde sport. In de derde week van januari 1893 richtte het groepje enthousiastelingen de huidige vereniging op. In de Limburger Koerier van 23 januari van dat jaar, wordt van deze oprichting kort melding gemaakt: "Deze week is alhier eene nieuwe handboogschutterij opgericht onder den naam Amicitia. Wij wenschen het jeugdig gezelschap een genoeglijk bestaan".

 

Amicitia in 1952 tijdens het koningschieten bij de verenigingsbaan bij Daemen (va Pietsje) (nu Kerkstraat 65).
Geknield van links naar rechts: Jean Geelen en Jean Bessems.
Zittend: Pie Bisscheroux, Rie van de Ven (voorzitter), Pierre Geelen en Sjeng Schillings.

Staand: Sef Vaessens, Wiel Bessems, Juup Nederlands, Sjiel Keulen, Lem Tillie, Giel Bessems, Pieke Brouwers, Kolla Essers, Sander Daemen en voor hem Sjeng Daemen, Pierre Daemen jr., Pierre Daemen sr., Jo Spronck, Sjang Schoenmakers, Nand Haesen en Nol Eijssen.

In de tuin van een dorpscafé, vermoedelijk bij het voormalig café Sebastopol, werd eveneens een schietbaan aangelegd. Hier was na de hoogmis op zondag het groepje te vinden. "Erg serieus ging het er niet aan toe. Men beschouwde het als een welkom tijdverdrijf, meer plagerij dan serieuze sportbeoefening", aldus de kroniekschrijver. Maar zoals elk zichzelf respecterende sportvereniging ging de jonge schutterij ook haar krachten meten met verenigingen in de regio. Op zondag 11 augustus 1895 organiseerde Amicitia voor het eerst een groot nationaal concours. De schutterij zorgde zelfs voor een geregelde wagendienst van het station Maastricht naar Cadier en Keer en terug voor het vervoer van de deelnemers van de verschillende zusterverenigingen. Werd hiervoor een koets gebruikt? Waarschijnlijker is, dat een door paarden getrokken (en tot huifkar omgebouwde?) boerenwagen voor het transport werd ingezet.

Sportieve successen
Op sportief vlak bleven successen niet uit. Tijdens een groot internationaal concours van boogschutters te Maastricht in augustus 1896 won Amicitia een aantal prijzen. In de tweede afdeling werd de tweede prijs behaald. Tevens won Amicitia de 'rozenprijs' met vier rozen en eindigde in het individueel klassement boogschutter Sjang Vliegen op de eerste plaats. Sjang Vliegen - tussen 1896 en 1915 gemeentesecretaris van Cadier en Keer - was, gelet op de resultaten, in de beginjaren waarschijnlijk de beste schutter van Amicitia.
Tijdens het derde concours van 'Ons Genoegen' uit Maastricht in 1898 ging opnieuw de rozenmedaille naar Keer. Een eerste prijs werd behaald tijdens het op 5 augustus 1900 in Borgharen gehouden Bondsconcours. Het erekruis (voor het hoogste aantal punten) mocht opnieuw Sjang Vliegen in ontvangst nemen.
Ook in het tweede decennium konden verschillende overwinningen gevierd worden. Zo won in 1907 op een internationaal schuttersfeest in Spekholzerheide Sjeng Geelen de koningsprijs en in 1910 werd de eerste prijs behaald in Maarland. Op 26 juli 1904 organiseerde de vereniging een groot internationaal concours te Cadier en Keer, toen onder meer gestreden werd om het kampioenschap van Limburg. De twee beste schutters van elke vereniging mochten hieraan deelnemen. De harmonie van Gronsveld luisterde in de feestweide de wedstrijden op.

Inzinking en opleving
Nadat enkele schutters verhuisd waren en een paar anderen bedankten als lid, kwam de nog jonge vereniging in een diep dal en de schietbaan bij het café verdween. Bovendien richtten enkele inwoners op initiatief van burgemeester Thomassen omstreeks 1912 een tweede vereniging op onder de naam Wilhelmina. Sebastiaan van de Ven, in 1900 eervol ontslagen als hoofd van de lagere school, verhuisde in dat jaar met zijn gezin van de onderwijzerswoning bij de school naar het statige herenhuis aan de Rijksweg (tegenwoordig nr. 34). Hier legde hij in de huisweide een nieuwe baan aan en bleef met enkele getrouwen (Mathieu en Jan Schoenmaekers en Juup Bisscheroux) de sport beoefenen. Ook zijn zoons Johan en Jep wist hij voor zijn sport te interesseren. Nadat nog enkele jongelui zich bij de groep aansloten, kon door het beste zestal weer worden deelgenomen aan concoursen. Goede resultaten werden bij terugkeer in Keer luid van de daken gezongen: "Hier heb je Amicitia van Keer, die heeft de eerste (tweede, derde) prijs alweer". Deze om het hardst gezongen tekst was vermoedelijk vooral bestemd voor de leden van Wilhelmina.



Amicitia in 1927 met twee zestallen op concours
Staand v.l.n.r.: Giel Brouwers (va Wöllemke), Pierre Geelen, Pierre Daemen, Sjeng Bessems (de Wiette), Sjeng Moonen, Sjeng Schoenmakers, onbekend, Jan Lardenoije (de Stjek), Sjeng Keulen en Lambert Keulen.
In de bus: onbekend, Juup Bisscheroux, Walterus Pirnaij en Jo van de Ven.

Toen op een nacht het doel in de wei van het gezin van Van de Ven in vlammen opging, werd de brandstichting dan ook aan de jaloerse rivalen toegeschreven.
Toen enkele goede schutters van Wilhelmina zich aansloten bij Amicitia brak voor de vereniging weer een bloeiperiode aan. Door de groei van het ledental werd in de huisweide een tweede baan aangelegd. Op zondag was het hier een drukte van belang. De tweestrijd tussen beide verenigingen in het dorp eindigde, omdat Wilhelmina ter ziele ging.
Successen bleven niet uit. Een van eikenhout gemaakte prijzenkast - door het ontbreken van een verenigingslokaal opgehangen in de grote kamer van het gezin Van de Ven - bleek al spoedig te klein en een tweede moest gemaakt worden om alle behaalde trofeeën te kunnen etaleren.

Onmisbaar tijdens het schieten was de pijlenjongen, die uit veiligheidsoverwegingen achter een houten schot stond. Hij had niet alleen tot taak de pijlen vakkundig uit het blazoen (schietschijf) te verwijderen en naar de schutter terug te brengen, maar ook om de score aan de schutter toe te roepen. Het blazoen bestond uit concentrische cirkels met een puntentelling van 1 tot en met 6. De niet-ingewijde toeschouwer zou uit de mond van de pijlenjongen een cijfer van 1 tot en met 6 verwachten of eventueel 0 bij een misser. Maar de schutters kenden een eigen vakjargon: boemba (6), rosa (5), zona (4), een goeie (3), zwaantje (2), eentje (1) en loemele of klatsj (bij een misser).

De reis naar concoursen werd aanvankelijk te voet, met de fiets en een enkele keer per boerenwagen gemaakt; voor grotere afstanden huurde men een bus of ging men met de trein. De onkosten bestreed men destijds uit de opbrengst van de verkoop van erelidkaarten en het jaarlijkse nieuwjaarsbal.

Na het overlijden van Sebastiaan van de Ven (1919) werden achtereenvolgens op verschillende locaties in het dorp banen aangelegd, zoals vóór de oorlog bij café Souren aan de Rijksweg en ná de oorlog op terreinen van Juup Nederlands, Egidius Keulen, Pierre Geelen en bij het (inmiddels gesloopte) café van Leike Bessems (nu parkeerplaats Jumbo). Tevens werd in de mergelgrotten bij Egidius Keulen aan de Keerderberg (naast het voormalig klooster) een onderaardse baan aangelegd om in de wintermaanden te kunnen trainen.
Na vader Sebastiaan van de Ven hanteerde zijn zoon Johan (1919-1923) de voorzittershamer. Op zijn beurt zou deze weer door zijn broers Toni (1924-1955) en Rie van de Ven (1955-1959) opgevolgd worden. Ook nu bleven sportieve successen niet uit. Wij memoreren slechts enkele. In 1932 werd Pierre Geelen de schutter met de hoogste score van de Zuid Limburgse Handboogbond en in 1935 behaalde het zestal van Amicitia het landskampioenschap. Pierre Geelen en Colla Spronck verdedigden respectievelijk vier en één keer in het nationaal veertiental de Nederlandse driekleur tegen België.

Het 75-jarig jubileum van de handboogschutterij in 1968.
Vlnr: Pierre Geelen 50 jaar lid, Sjeng Schoenmakers 60 jaar lid, Pie Bisscheroux 45 jaar lid, Pierre Daemen 60 jaar lid, Colla Essers 40 jaar lid

Toneel
In de wintermaanden kon de handboogsport niet beoefend worden. Verschillende leden hadden, naast schuttersbloed, blijkbaar ook toneelbloed in hun aderen stromen. In de beginjaren vonden de repetities plaats in één van de lokalen van de school (Keerhoes). Ook de uitvoeringen werden hier gehouden. Van de twee grootste lokalen werd het tussenschot verwijderd, het derde lokaal diende als kleed- en grimeerkamer en als opslagplaats voor het schoolmeubilair. Als scène werd een plankenvloer over enkele banken gelegd.
Zeker is dat de vereniging vanaf 1900, rond het feest van St. Blasius (3 februari), jaarlijks een toneelstuk opvoerde. In een artikel in de Limburger Koerier van dat jaar staat namelijk dat "een zeer schoon aangrijpend stuk 'De Wees uit het gebergte' voor het voetlicht zal komen. Voorwaar een flink begin met de 1e voorstelling die Amicitia geeft." Tien leden van de schutterij vervulden de verschillende rollen. Onder hen enkelen die voor het eerst op de planken stonden.
Ook vóór 1900 werden er tijdens de St. Blasiusfeesten toneelvoorstellingen gehouden in het schoolgebouw (zie o.a. de advertentie in Oud nieuws (5): Keerder Kroniek jg. 8, p.47). De organisatie was toen in handen van het Caeciliakoor (kerkkoor) met medewerking van leden van Amicitia.

Het programma van zo'n avond bestond niet alleen uit het opvoeren van een toneelspel. In het eerder aangehaald krantenartikel uit 1900 lezen wij dat o.a. ook het blijspel Joost Uilenspiegel gespeeld werd door een gezelschap uit Gulpen en dat er voordrachten plaatsvonden door een zekere A.K. uit Borgharen.

Van emancipatie was in die tijd nog nauwelijks sprake, want ook de vrouwenrollen moesten door mannen gespeeld worden. De vertolkers van de damesrollen waren ook tijdens de repetities gekleed in vrouwenkleding. De kapelaan, een groot bewaker van de toen geldende fatsoensnormen, hoorde tijdens een repetitie van het spel Dokter tege wil en daank - een werk van de Maastrichtse dichter/schrijver Fons Olterdissen - veel gelach in het schoolgebouw. Nieuwsgierig gluurde hij door het raam, zag enkele meisjes onder de spelers, schrok, sloeg een kruis, prevelde 'hemelse goedheid' en haastte zich naar de voorzitter van Amicitia voor tekst en uitleg. Na een korte verklaring van de laatste ging de kapelaan met een beteuterd gezicht er maar snel van door.

Het gemis van een goede accommodatie werd opgelost door de bouw van een dans- en toneelzaal bij café Spronck (Kerkplein, het huidige café Awwe Toeën), een jaar later gevolgd door een tweede (voormalig café Souren aan de Rijksweg). Door het succes werd de toneelclub een onderafdeling van Amicitia. Men ging zelfs buiten het dorp spelen. Tot de bekendste stukken behoorden Wat niet sterven kan ... en Neo, de martelaar van de catacomben. Toneelspelers uit de oude glorietijd waren onder andere de broers Van de Ven, Pierre Geelen, T. Pirnay, B. Daemen, J. Fraats, J. Bessems, J. Spronck en J.Hensen (Sjang van Henseke).

Na de bronkprocessie in 1992.
Twee leden van Amicitia, Jo Simons (l) en Wiel Indebraek, en twee leden van het processiecomité, Louis Wijnen en Harry Beckers.

Andere activiteiten
Enkele jaren na de Eerste Wereldoorlog werd vanuit België actie gevoerd om onze provincie bij dat land te voegen. De reacties bleven uiteraard niet uit. Ook Amicitia nam deel aan protestacties tegen deze beweging. Met een speciaal voor dit doel ontworpen praalwagen en met opschriften als 'Limburg bij Nederland' en 'Aanhankelijkheid aan Koningin en Oranjehuis' trok men door Cadier en Keer. De wagen werd zelfs uitgeleend aan actievoerders uit omliggende dorpen (o.a. Sint Geertruid).
Dat de leden een sterke binding hadden met het Koningshuis, was al eerder gebleken. Zo was de vereniging betrokken bij de kroningsfeesten van Wilhelmina in 1898. Tijdens de onafhankelijkheidsfeesten in 1913 (100 jaar Oranje) organiseerde de schutterij een optocht door het dorp met aansluitend atletiekwedstrijden in de feestweide. De Limburger Koerier van 23 augustus van dat jaar besteedde hier uitgebreid aandacht aan. Het artikel eindigde met de zin: "Het feest had een aangenaam en ordelijk verloop, niet de minste wanklank werd vernomen en zooals alle feesten van Amicitia liep ook dit in de beste orde ten einde".
Voor deze en andere festiviteiten in die dagen, zoals bijvoorbeeld bij de organisatie van de jaarlijkse processie, werden door het ontbreken van een eigen muziekkorps - fanfare St. Blasius werd eerst in 1921 opgericht – voor de muzikale opluistering gezelschappen uit omliggende plaatsen uitgenodigd, zoals harmonie Amicitia uit Banholt-Mheer, Heer Vooruit en de harmonie van Gronsveld.

Literatuur:
Ven, Joh. van de : Wij in ons oude dorpje, 1960-1961 (niet gepubliceerd)
Jubileumboekje 75 jaar handboogschutterij Amicitia, 1968
Jubileumboekje 100 jaar handboogschutterij Amicitia, 1993
Limburger Koerier.