facebook     twitter2  

 

 Door Fons Meijers

 

Honthem behoort van oudsher tot de parochie Cadier (sinds 1805 parochie Cadier en Keer). Honthemenaren zijn daarom door de eeuwen heen in Cadier gedoopt en begraven. Toch heeft Honthem een historie die sterk afwijkt van die van Cadier. Dat komt doordat Honthem waarschijnlijk vanuit Gronsveld is gesticht en (tot 1982) bestuurlijk bij Gronsveld heeft behoord. De historie van Honthem wordt daarom sterk bepaald door de historie van Gronsveld. De ‘voorgeschiedenis' van Honthem ligt bij de geschiedenis van Gronsveld. Daarom wordt eerst kort ingegaan op de ontstaansgeschiedenis van Gronsveld.

I. De voorgeschiedenis
Volgens sommige geschiedschrijvers (o.a. Jenniskens) zou Gronsveld zijn ontstaan uit een oud Koningsdomein in de Merovingische of Karolingische tijd (van ongeveer 450 tot 1000).
Gelet op de periode waarin, volgens onderzoekers als Hartmann en Renes, andere dorpen in het Maasdal als Breust en Eijsden zijn gesticht (9e/10e eeuw) lijkt het niet waarschijnlijk dat Gronsveld al in de tijd van de Merovingen (5e tot in de 8e eeuw) is gesticht. Het is aannemelijker dat dit ook in de 9e of 10e eeuw is gebeurd. Toen immers groeide de behoefte aan nieuwe nederzettingen en nieuwe landbouwgronden vanwege de groei van de welvaart en van de bevolking in die tijd. De makkelijk bereikbare en vruchtbare, meestal nog woeste of beboste, gebieden in het Maasdal kwamen het eerst (9e/10e eeuw) in aanmerking voor ontginning. Later (11e/12e eeuw) kwamen gebieden op het plateau aan de beurt.

Het gebied waar Gronsveld en later ook Honthem is gesticht, lag in het begin van de negende eeuw in het Frankische Rijk van keizer Karel de Grote en zijn opvolger Lodewijk de Vrome. In 843, na de dood van Lodewijk de Vrome, werd de macht over het Frankische Rijk verdeeld over zijn drie zonen. Zijn zoon Lotharius werd keizer van het Middenrijk dat zich uitstrekte van de Noordzee tot de Middellandse Zee. Het gebied waar Gronsveld en Honthem zijn gesticht lag toen in dit Middenrijk.

Toen Lotharius in 855 door ziekte werd gedwongen om zijn Middenrijk ook weer te verdelen over zijn zonen, kwam het gebied Gronsveld-Honthem bij het deel dat Lotharius II had geërfd en dat naar hem Lotharingen is genoemd.
Tussen 855 en 925 zijn er heel wat familievetes uitgevochten over wie in welk gebied de macht kreeg, waarbij Lotharingen een aantal keren is verdeeld en herverdeeld. De Duitse koning Hendrik I de Vogelaar maakte in 925 een einde aan de voortdurende machtstrijd door geheel Lotharingen bij zijn Rijk in te lijven. Het gebied Gronsveld/Honthem kwam toen onder het Duitse Rijk te vallen. In 959 werd Lotharingen gesplitst in de hertogdommen Opper- en Neder-Lotharingen, maar beide bleven vazalstaten van het Duitse Rijk.

In de tijd van Karel de Grote en van Lodewijk de Vrome was de behoefte aan nieuwe landbouwgronden in onze streken nog niet zo groot. Daarom zullen deze beide vorsten niet de behoefte hebben gehad om een nieuwe nederzetting Gronsveld te stichten. Ook de vorsten Lotharius I van het Middenrijk en Lotharius II van Lotharingen hadden andere zaken aan hun hoofd. De keizer van het Middenrijk had te maken met voortdurende invallen van de Noormannen. Bovendien hadden zowel hij als Lotharius II en zijn directe opvolgers hun handen vol met het beslechten van de familievetes. Het is daarom niet aannemelijk dat in deze periode een van deze vorsten het nodig vond om het gebied Gronsveld te ontginnen voor nieuwe landbouwgronden. Daarvoor was in die tijd de druk van de groeiende bevolking ook nog niet groot genoeg.

Karel de Grote had zijn grote rijk verdeeld in gouwen (soort provincies). Het gebied Gronsveld behoorde tot de Luihgouw. Die omvatte het gebied op de rechteroever van de Maas ten zuiden van Maastricht tot bij Aken (de stad Luik op de linker Maasoever hoorde er niet bij). Zo een gouw werd aanvankelijk namens de vorst van het Frankische Rijk bestuurd door een gouwgraaf. Maar doordat de Lotharingse vorsten meer bezig waren met hun onderlinge machtsstrijd dan met het besturen van hun rijk, gingen de gouwgraven zich alle rechten in hun gebied toe-eigenen. Vooral in de loop van de tiende eeuw werden veel gouwgraven ‘baas in eigen huis'.

Het is daarom ook heel goed mogelijk dat het de gouwgraven zijn geweest die het initiatief hebben genomen voor nieuwe landbouwgebieden en nederzettingen voor de groeiende bevolking. Vooral vanaf 950 werd die behoefte manifest.

Rond 950 was de graaf van Henegouwen, Reinier III (920-973), tevens gouwgraaf van de Luihgouw. Het zou deze Reinier III geweest kunnen zijn die het besluit heeft genomen om de nieuwe nederzetting Gronsveld te stichten.
Reinier III was er de man niet naar om zich door een hogere vorst de wet te laten voorschrijven Integendeel: hij was eerst al in 944 en later opnieuw in 957 in opstand gekomen tegen de toenmalige keizer van het Heilig Romeinse Rijk, Otto I de Grote. De laatste keer overspeelde hij zijn hand, waardoor hij werd verbannen naar Bohemen.
Overigens bestaat over de stichting van Gronsveld geen enkel bewijsstuk. Het eerste ‘bewijs' van het bestaan van Gronsveld is de vermelding in een oorkonde uit 1063, waarin sprake is van Grueles (het Franse woord voor Gronsveld). Ook de oudste vermelding van de familienaam ‘Van Gronsveld' is uit 1063. In een acte uit dat jaar wordt gesproken over ‘Herman de Grueles' en zijn broer 'Cono'.

Ofschoon er geen verband lijkt te bestaan met de stichting van Cadier, moet wel worden vermeld dat deze oudst bekende heren van Gronsveld familie waren van de graven van der Ahr-Hochstaden, die graaf van Daelhem waren, waartoe Cadier behoorde. Het kringetje waaruit de heren van Heerlijkheden in die tijd werden benoemd was kennelijk klein.

De opvolger van Herman de Grueles was Giselbertus de Grules (1103-1135). In een geschrift van 1145 duikt weer een Van Gronsveld op. Het is Winand von Houffalize (geboren 1128) die zowel heer van Houffalize als heer van Gronsveld was. Hij was alleen ondergeschikt aan de koning van het Duitse Rijk (later het Heilig Romeinse Rijk).

II. De geschiedenis van Honthem

Twaalfde eeuw
In de elfde en twaalfde eeuw zette de groei van de welvaart en van de bevolking in onze streken zich versterkt door. De behoefte aan nieuwe landbouwgronden nam daardoor ook sterk toe. Omdat er in het Maasdal niet genoeg geproduceerd werd, moest voor de productie van voedsel worden uitgeweken naar plekken op het plateau. De boeren uit dorpen in het Maasdal hadden intussen ook meer vrijheid gekregen en waren daardoor voldoende gemotiveerd om woeste gronden op het plateau geschikt te maken voor de landbouw.

Uit onderzoek van Hartmann weten we dat, waarschijnlijk in de twaalfde eeuw, vanuit Gronsveld het bosgebied Eckelrade is ontgonnen. Het is aannemelijk dat, na Eckelrade, het gebied Honthem snel aan de beurt is geweest om te worden ontgonnen. In de eerste plaats omdat het gebied Honthem in een 'dal' op het plateau lag, waardoor er, behalve in droge tijden, meer water was dan op andere plekken op het plateau en in de tweede plaats omdat het gebied Honthem aan twee belangrijke wegen lag die ook als ontginningsweg gebruikt konden worden. De heren van Gronsveld zullen graag gebruik hebben gemaakt van beide wegen.

Deze twee wegen waren: de Limburgerstraat, die een vroegere Romeinse weg was, die vanuit Maastricht via Cadier, Honthem, Terlinden, Hoogcruts, Henri Chapelle en Limbourg naar Trier liep en de Valkenburgerweg (nu veldweg) die Valkenburg met Daelhem (bij Visé) verbond.

Indien het besluit tot ontginning van het gebied Honthem rond 1150 is genomen, zou het Winand van Gronsveld kunnen zijn geweest die daarvoor verantwoordelijk was. Dat past ook bij de persoon Winand die waarschijnlijk de meest ambitieuze en strijdvaardige van de heren van Gronsveld is geweest. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat hij het was die zich, ook rond 1150, Heugem heeft toegeëigend. Het is goed mogelijk dat hij kort daarna opdracht heeft gegeven tot de ontginning van gebieden op het plateau als Eckelrade en Honthem.

Overigens is van Heugem pas voor het eerst melding gemaakt in 1157; bijna honderd jaar nadat Grueles al in een oorkonde was genoemd. In een bul van paus Adriaan IV, legde deze vast dat parochie en kerk van Heugem tot de bezittingen behoorden van het kapittel van Onze Lieve Vrouw van Maastricht, dat tot het bisdom Luik behoorde.

Honthem zal zijn gesticht als een ‘buurtschap' van Gronsveld, zoals Keer is gesticht als een buurtschap van Heer. Het is ook aannemelijk dat het boeren uit Gronsveld zijn geweest die het gebied Honthem, in opdracht van de Heer van Gronsveld, hebben ontgonnen. Het gebied dat deze boeren hebben ontgonnen moet klein zijn geweest. Dat kan worden afgeleid uit de naam Honthem. Deze naam is namelijk een samenvoeging van de woorden ‘hont' en ‘heim'. Een ‘hont' is een oude oppervlaktemaat (waarschijnlijk gelijk aan een roede). ‘Heim' staat voor woning(en) en is een naamdeel dat bij veel plaatsen uit de Middeleeuwen is gebruikt. Toen het werd gesticht zal Honthem dus niet groter zijn geweest dan een stuk grond ter grootte van een roede, met een of hooguit twee boerderijen. Waarschijnlijk is Honthem ook nog lang een heel kleine buurtschap gebleven. Dat zou ook de reden kunnen zijn waarom Honthem eerst in 1421 als ‘Huncum' in een geschrift is vermeld. Volgens Jenniskens zijn er sterke aanwijzingen dat het aaneengesloten gebied van Heugem, Cadier en Honthem oorspronkelijk één parochie heeft gevormd; met Heugem als moederkerk, Cadier als hulpkerk en Honthem als hulpkapel. Dat Honthem bij de parochie Heugem kwam, was een besluit van de rechters van het bisdom Luik. Zij namen dit besluit omdat de kerk in Gronsveld een zogenaamde eigenkerk bezat, waarvan de heer van Gronsveld de eigenaar was en waarin de pastoor door de wereldlijke heer werd benoemd. Door dit besluit van de Luikse rechters kwam het zogenaamde patronaatsrecht, dit is het recht om de pastoor te benoemen, bij het Onze Lieve Vrouwekapittel van Maastricht te liggen en dus niet bij de Heer van Gronsveld.

 

1 juli 1266
Op 1 juli 1266 werd Cadier, vanwege de te grote afstand naar de parochiekerk van Heugem een zelfstandige parochie. Ofschoon in de stichtingsakte van de parochie Cadier alleen over de kapel van Cadier wordt gesproken, zou toch mogen worden aangenomen, dat vanaf deze dag ook de inwoners van Honthem tot de nieuwe parochie behoorden.
De parochie Cadier, waaronder de Honthemse parochianen, viel ook onder het kapittel van Onze Lieve Vrouw van Maastricht en het bisdom Luik.
1370 De familie Van Gronsveld was in deze tijd een vermogende familie met veel bezittingen op beide oevers van de Maas, in het Rijngebied en in het Hertogdom Limburg. Dat ze rijk waren, blijkt ook uit het feit dat Johan II, tussen 1350 en 1386 heer van Gronsveld, in 1370 de heerlijke rechten van Cadier en van Eijsden voor 5500 guldens in pand verwierf van Hertogin Johanna van Brabant.
Het gevolg van deze actie van Johan II was dat Honthem en Cadier niet alleen tot dezelfde parochie behoorden, maar ook tot dezelfde heerlijkheid. De inwoners van Honthem en van Cadier hadden nu zowel één pastoor als één heer.
25 augustus 1386 Johan II van Gronsfeld werd op 25 augustus 1386 in Aken vermoord. Aangezien hij géén erfgenamen achterliet, zouden Cadier (en Eijsden), volgens een, bij akte vastgelegde afspraak, weer aan Brabant teruggegeven moeten worden. Maar van Hertogin Johanna van Brabant hoefde dat niet. Van haar mochten de weduwe en de broer van Johan II van Gronsfeld beide dorpen in pand blijven houden. Honthem en Cadier behielden daardoor dezelfde heer.
1444
In 1444 kwam er een einde aan de ‘heerschappij' van de familie Van Gronsveld over de Heerlijkheid Gronsveld. Doordat Catharina van Gronsveld in 1425 huwde met Dirk van Bronkhorst, erfde deze laatste in 1444 de heerlijkheid Gronsveld.
Honthem valt dan onder de heerlijkheid Gronsveld, die rechtstreeks onder de koning van het Duitse Rijk viel. Dat is een belangrijk verschil met Cadier, dat weliswaar een eigen heer had, maar die was ondergeschikt aan de graaf van het Graafschap Daelhem, dat deel uitmaakte van de landen van Overmaas, die weer tot het Bourgondische Rijk behoorden.
1495 Vanaf 1495 viel Honthem onder de Niederreinisch-Westfalische Kreits. Dat gebeurde op grond van een besluit van Koning Maximiliaan I tot hervorming van het Duitse Rijk (regeerperiode 1493-1519). Hij verdeelde het Rijk in zogenaamde Kreitsen en stelde de Reichstag (parlement) in.
24 juni 1498 De heerlijkheid Gronsveld, waarvan Honthem nog steeds deel uitmaakte, werd door keizer Maximiliaan I tot Vrije Rijksheerlijkheid van het Keizerrijk verheven. Dirk van Bronkhorst was de eerste Vrije Rijksvorst of Baron.
1519 Maximiliaan I die de inwoners van Honthem al sedert 1493 als hun keizer kenden, werd in dit jaar ook de keizer voor de inwoners van Cadier.
26 juni 1548 Op 26 juni 1548 gaat Cadier deel uitmaken van de Zeventien Provinciën der Nederlanden. De eerste kennismaking met de Nederlanden zal voor de inwoners van Honthem nog enkele eeuwen op zich laten wachten.
De Zeventien Provinciën blijven overigens als Bourgondische Kreits met het Heilig Romeinse Rijk verbonden.
1559 Honthem komt voor het eerst voor in de stukken van de parochie Cadier. Daarin worden Cadier en Honthem als één parochie genoemd.
1579
Honthem heeft gedurende de 80-jarige oorlog (1568-1648), net als andere plaatsen in onze streken, te maken gehad met soldaten die plunderend door de streek trokken, woningen in brand staken en landerijen verwoestten.
Het beleg van Maastricht door Parma in 1579 had voor de streek vreselijke gevolgen. Vanuit het gebied Gronsveld waren veel boeren naar de stad gevlucht. Zij hielpen (tevergeefs) mee de stad te verdedigen. Zij verrichtten graafwerk, waar de Maastrichtenaren de neus voor ophaalden.
1586 Het gebied Gronsveld met Honthem werd in dit jaar door keizer Rudolph II (1576-1612) van het Heilig Romeinse Rijk tot Rijksgraafschap verheven. Josse van Bronckhorst (1563-1588) werd de eerste graaf van Gronsveld. Het Rijksgraafschap Gronsveld was een van de vijftig staten van de Kreits van de Niederrreinisch-Westfalische Kreits van het keizerrijk. Andere staten van deze Kreits waren rijkssteden als Aken, Keulen en Dortmund, het hertogdom Gulik en het prinsbisdom Luik. In vergelijking hiermee was Gronsveld een dwergstaatje.
Of de inwoners van Honthem er blij mee waren dat ze in een Graafschap woonden dat zo een directe band met de keizer had, valt te betwijfelen. Wat zij er vooral van merkten was dat zij moesten meebetalen aan de rijkskas en aan het leger van de keizer. Hierop werd toegezien door de schepenbank van Honthem, die namens de eigenaar niet alleen de belastingen inde maar ook administratieve en rechterlijke taken had. De schepenbank bestond uit een schout en zeven schepenen. Deze kwamen meestal niet uit Honthem zelf, maar waren notabelen uit Maastricht.
1619 Justus-Maximiliaan van Bronchorst, vanaf 1619 heer van Gronsveld, begon al in 1619 met de bouw van de windmolen aan de Molenweg. De inwoners van het graafschap, ook die uit Honthem, werden verplicht hun graan tegen betaling in deze molen te laten malen.
1648 Einde van de 80-jarige oorlog. Bij de vrede van Munster worden de Zuidelijke Nederlanden gevormd, die grotendeels in Spaans bezit blijven. Honthem blijft bij het Rijksgraafschap Gronsveld en het Duitse keizerrijk.
1 mei 1662 Als gevolg van het partagetractaat van 1661 was Cadier in bezit gekomen van de (protestantse) Staten Generaal. Op 1 mei 1662 ondervonden ook de inwoners van Honthem de gevolgen hiervan. Als parochianen van Cadier kregen ze te maken met het verbod dat de Staten Generaal afkondigden op de uitoefening van het katholieke geloof in de Staatse gebieden (waaronder Cadier). De pastoor van Cadier werd het verblijf in zijn parochie ontzegd en inwoners van Cadier die gingen trouwen werden verplicht om hun huwelijk voor de predikant in Valkenburg of Gulpen te laten registreren. Omdat Honthem bij het Rijksgraafschap Gronsveld en bij het Duitse Rijk behoorde, hadden de Staatsen in Honthem niets te vertellen. Daarom werd in Honthem een schuur tot kapel ingericht, waar de parochianen uit Honthem en ook die uit Cadier hun kerkelijke plichten konden vervullen.
1680-1740
Tussen 1680 en 1740 was er een periode van stilstand voor plattelandsgebieden als Honthem. Doordat de bevolking in deze tijd nauwelijks groeide, hadden ook de boeren het moeilijk. Er kwamen ook geen nieuwe boerderijen bij.
De stilstand in de groei van de welvaart en bevolking zal ook hebben bijgedragen tot het besluit om de schepenbank van Honthem aan het eind van de 17e eeuw samen te voegen met die van Gronsveld en Heugem.
1719 Einde van het bewind van de familie Van Bronckhorst over het graafschap Gronsveld. Jan-Frans van Bronckhorst overlijdt in dat jaar en laat het graafschap na aan zijn tweede vrouw, Marie-Anna de Törring-Jettenbach. Marie-Anna hertrouwt met Claude Nicolas, graaf d'Arberg en Valengin. Hun dochter Maria Josephine trouwde in 1746 met haar neef Maximiliaan van Törring-Jettenbach (waardoor deze Gronsveld verkreeg, dat toen bestond uit Gronsveld, Honthem en een gedeelte van Eckelrade. De familie Törring-Jettenbach heeft Gronsveld, met Honthem, in bezit gehad tot ze in 1801 door de Fransen werden onteigend.
1788
In het reglement van de schutterij van Gronsveld (opgericht in 1619) uit 1788 wordt uitdrukkelijk vermeld dat ook de inwoners van Honthem, Rijckholt, Eckelrade en Heugem recht hebben om op ‘de vogel te schieten'.
1795-1801
Nadat Cadier in 1795 door de Fransen was veroverd, duurde het nog tot 1801 voordat het graafschap Gronsveld met Honthem werd ingelijfd. De inwoners van Honthem woonden in deze periode in een parochie die zich moest onderwerpen aan de strenge regels van de Fransen. Zo moesten zij voor een kerkelijk huwelijk toestemming vragen aan instanties van het Franse regime. Hun pastoor (Jaspers) in Cadier werd verplicht de eed af te leggen, waarin hij bezwoer trouw te zijn aan de Republiek en aan de Grondwet en zijn haat betuigde tegen het koningschap. Of deze pastoor dat ook daadwerkelijk heeft gedaan, weten we niet. Al met al verkeerden de Honthemenaren in deze zes jaar in een bijzondere situatie; Als parochianen van Cadier waren ze ondergeschikt aan de Franse Staat, maar als inwoners van het Graafschap Gronsveld waren ze vrije burgers van het Duitse Rijk.
1801 In 1801, zes jaar nadat De Zuidelijke Nederlanden en Staats Overmaas (waaronder Cadier) door de Fransen waren ingelijfd, kwam ook het graafschap Gronsveld officieel bij Frankrijk. Vanaf dat jaar wordt Honthem niet langer door een graaf bestuurd, maar behoort het tot de gemeente Gronsveld in het arrondissement Maastricht van het departement Nedermaas. Kerkelijk bleef Honthem in 1801 bij de parochie Cadier. Doordat Honthem eerst in 1801 officieel bij Frankrijk werd ingelijfd, zou het bespaard kunnen zijn gebleven van de ergste beproevingen van de Franse bezetting, waar andere dorpen (zoals Cadier) vooral tussen 1795 en 1801 onder hebben geleden. Dit betrof ook de regel die in 1798 werd uitgevaardigd dat alle jonge mannen tussen 20 en 25 jaar verplicht in het Franse leger moesten dienen. Wel is in Honthem ook het systeem van hand- en spandiensten door de Franse bezetters ingevoerd voor het onderhoud van de onverharde veldwegen. Dat betekende dat de inwoners een paar keer per jaar door het gemeentebestuur werden verplicht menskracht, trekdieren en karren ter beschikking te stellen voor dit wegenonderhoud. Dit systeem is nog tot 1930 toegepast. Verder moesten de boeren zware belastingen in harde munten betalen en kregen ze bijzondere heffingen opgelegd voor de oorlogsvoering. Hier stond tegenover dat de tienden werden afgeschaft evenals de heerlijke rechten, waardoor de boeren meer vrijheid kregen voor hun bedrijfsvoering. Ook werden de boeren gestimuleerd in te spelen op nieuwe mogelijkheden. Zo werd er in 1805 een ‘Societé pastorale‘ opgericht die zich bezig hield met het bevorderen van de schapenteelt. Waarschijnlijk heeft dit ook de aanzet gegeven tot de schapenteelt in Honthem.
5 mei 1814 Einde van de bezetting door de Fransen van onze streken. Zij gaven zich in Maastricht over aan de Nederlandse troepen.
1815 Honthem komt bij het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Dit Koninkrijk (globaal het huidige Nederland en België) werd opgedeeld in provincies. De provincie Limburg (huidig Nederlands plus Belgisch Limburg) was een van die provincies en was qua grondgebied ongeveer gelijk aan het door de Fransen gecreëerde Departement van de Nedermaas.
1830 Nadat Honthem, vanaf zijn ontstaan in de twaalfde eeuw tot 1801, ‘Duits' was geweest en daarna gedurende veertien jaar Nederlands, werd het in 1830 Belgisch. Kerkelijk bleef Honthem nog steeds bij de parochie Cadier en Keer. Het zuidelijk deel van de Verenigde Republiek der Nederlanden kwam in 1830 in opstand tegen koning Willem I en scheidde zich af van het Noorden. Voortaan zouden Nederland en België als twee onafhankelijke staten verder gaan. De provincie (Groot) Limburg ging over naar het nieuwe Belgische Koninkrijk.
19 april 1839
Gronsveld, met Honthem, werd op 19 april 1839, net als Cadier en Keer, een gemeente in (Nederlands) Limburg in het Koninkrijk der Nederlanden. De Belgische onafhankelijkheid werd op 19 april 1839 internationaal erkend. Het betekende het begin van het Koninkrijk der Nederlanden. België moest voor deze erkenning het oostelijk deel van Limburg (huidige Nederlands Limburg) afstaan aan Nederland.
1854 Honthem kreeg in 1854 een eigen graanmolen. Tot de Franse tijd was het maalrecht een van de rechten die de heer van Gronsveld op zijn molen in Gronsveld bezat. De Honthemse molen werd gebouwd in opdracht van de in Banholt wonende landbouwer Ties Hounjet. In 1912 was deze molen al zo zeer in verval geraakt dat ze werd afgebroken.
Begin 20e eeuw In het begin van de 20e eeuw waren er in Honthem nog minstens twee schapenkudden. Die van Ties Hochstenbach en die van Pie Brouwers bestonden beide uit zo een tachtig schapen.
1924 De Mariakapel in Honthem werd in 1924 gebouwd maar raakte in de loop der jaren danig in verval. In 1999 hebben de buurtbewoners de kapel in de oude glorie hersteld.
27 juni 1922
De stoomtramlijn Maastricht-Vaals maakte op deze dag zijn eerste rit. Bijna drie jaar later, op 16 april 1925 volgde eerst de officiële openingsrit. Voor de verbinding van Keer met Honthem was er een viaduct aangelegd over de Fommestraat (onder de Rijksweg door). De halte in Honthem lag bij de Sangerij.
Reeds na 16 jaar, in april 1938, kwam er een einde aan deze tramlijn.
1929
In 1929 heeft Honthem waterleiding gekregen. Daarvoor waren er twee publieke putten; een in de Onderstraat en een bij de huidige kapel. De derde put, die bij de Honthemerhof, was voor privé-gebruik.
13 september 1944 Honthem bevrijd door het Amerikaanse 119e Infanterie Regiment, dat deel uitmaakte van de 30ste Infanterie Divisie Old Hickory.
1 januari 1982 Per 1 januari 1982 is de gemeente Gronsveld opgeheven en behoren de dorpen Gronsveld en Rijckholt tot de nieuwe gemeente Eijsden en de buurtschap Honthem en het Gronsveldse deel van het dorp Eckelrade (tezamen 471 inwoners) tot de nieuwe gemeente Margraten.

Geraadpleegde Literatuur:

  • Purnot, Jo e.a.: Honthem, Een historisch fotoboek, 2002
  • Jenniskens, A.H.: Heugem; Klein Dorp in een grote wereld. Maastrichts Silhouet, 2008
  • Hartmann, J.H.L.: De reconstructie van een Middeleeuws Landschap, Nederzettingsgeschiedenis en instellingen van de Heerlijkheden Breust en Eijsden, 1986
  • Renes, J.: De geschiedenis van het Zuidlimburgse Cultuurlandschap, 1988
  • Clermont, J.H. en Jaspers E.J.M,: Geschiedenis van de Rijksheerlijkheid Gronsveld, 1960
  • P.J.H.Ubachs: Handboek voor de geschiedenis van Limburg, 2000