facebook     twitter2  

 

Het Keerder dialect verdwijnt stilaan

Veel dialectwoorden bevinden zich in de gevarenzone; ze verdwijnen stilaan. Een logisch proces, want woorden die niet meer nodig zijn, worden ook niet meer gebruikt. In ons dorp vinden nog nauwelijks agrarische activiteiten plaats; de woorden die daar een relatie mee hebben, hoor je dus ook niet meer. Wanneer we twee generaties verder zijn, kent niemand ze nog. In tegenstelling tot een paar decennia geleden weten nu nog maar weinig dorpelingen het verschil tussen koeën (rogge), gieërsj (gerst), terf (tarwe) en haver. Ook woorden die in het moderne huishouden geen functie meer hebben, verdwijnen. Woorden als sjlaam (kolenslik) en fomme (briketten van kolengruis en leem) zijn sinds de komst van de centrale verwarming uit de tijd. Ook de moderne woningbouw heeft gevolgen voor het dialect; woorden als bèddekoetsj en hûiske hebben hun functie verloren, nu voor de alkoof in de kamer geen plek meer is en de wc zijn plek binnenshuis heeft gevonden. Maar er komen ook weer nieuwe woorden bij, want van het bestaan van 'n doesj of ‘ne sjpawmoer hadden onze voorouders geen weet.

De invloed van het Nederlands

De invloed van het Nederlands (en trouwens ook van het Engels) wordt steeds groter. Dat is dagelijks in ons dialect hoorbaar. Vooral de radio en televisie zijn daar debet aan. Vroeger werd de jeugd van ons dorp voor de eerste keer met het zogenaamde "Hollendsj" geconfronteerd in de eerste klas van de Lagere School. Nu groeit de jeugd meertalig op; dat is natuurlijk prima, maar voor het dialect heeft het consequenties.

Je ziet dialectwoorden bezwijken onder de druk van het Nederlands, vaak omdat dialectsprekers te "nonchalant" zijn om hun dialect goed te blijven spreken. Steeds meer hoor je het woordje vaak in plaats van dèk of toen waar iedereen niet lang geleden nog douw zei. Tegenwoordig zijn kinderen niet meer kraank maar ziek. Ze zijn jarig en niet meer jäörig en ze hebben na een valpartij een bult op hun hoofd in plaats van een huuts. Maar ook in het bejaardentehuis zeggen de oudjes niet meer dat zij aan de nonesjlaop gaan beginnen, als zij na het middageten gaan rusten. Ook dragen zij tegenwoordig kousen in plaats van hoeëse en oondergood in plaats van lievend.

Bij veldnamen als Wowskop, Boeënderbêrg en Hoerebêrg hoor je steeds vaker praten over Wolfskop, Bunderberg en Oreberg. Bij vogelnamen is het nog erger. De namen ‘t Mieërts vuële voor de groene specht en de mêrrekef voor de vlaamse gaai zijn uit het vocabulaire van menig Keerder natuurvriend verdwenen. Ook kiêsmei-jske en biêmei-jske voor een koolmees en pimpelmees hoor je niet meer. Niet alleen hebben in de afgelopen jaren veel wilgen het loodje gelegd, maar ook het woord wei-je, zoals die boomsoort genoemd werd, heeft het veld moeten ruimen. Met bloemen en struiken gaat het iets beter; er zijn nog Keerdenaren die het hebben over ‘ne huëlentaer bij het zien van een vlierstruik of ‘n duënehègk als er een meidoornheg staat. Maar vervolgens zegt hij wel dat hij die heg gaat knippe in plaats van sjaere. Trouwens knippe kan sowieso niet in het Keerder dialect, dat zou dan knieppe moeten zijn.

Het zijn niet alleen hele woorden die verdwijnen, maar ook lettercombinaties. Typerend voor het soort dialect dat in Keer werd gesproken, is dat op het eind van een woord de ‘rs', in tegenstelling tot een aantal buurdialecten, bijna altijd ‘rsj' wordt: aandersj (anders), Keersj (Cadier en Keers), viêrsj (vers), kieërsj (kers), hoêsheldersje (huishoudster), doêrsj (dorst), Völdersjke (Volders fam. naam), vrommersj (vrouw).

Een andere taalgewoonte van deze streek - de afkapping aan het eind van een woord - hoor je steeds minder. Want in het echt Keersj laat men de "n" op het eind van een woord vaak weg: Jean va Leike; hieë haet dat gezieë. Het komt ook veel voor bij samenstelling met "aan"; iech moot ‘ns aagoeë (ik moet eens op bezoek gaan). Wat mot iech miech aadoeë (wat moet ik mij aantrekken). Onder invloed van het Nederlands wordt dat allemaal minder.

 

Nog een paar eigenaardigheden verdwijnen: Vier goeën sjuus e weg, hieë keump e zoondig. Jongeren laten de e achterwege en goeën weg of komme zoondig.