facebook     twitter2  

 

Veldnamen

Mosterdberg en Kaoleberg
door Jo Purnot

In de Keerder Kroniek heeft het onderwerp ‘veldnamen’ een vaste rubriek. In de vorige Kroniek hebben we een kijkje genomen in het zuidoosten van Cadier en Keer: Honsberggröb en Kraojebösjke. Dit keer gaan we naar de westkant: Mosterdberg en Kaoleberg.

Mosterdberg en Kaoleberg
Mosterdberg en Kaoleberg liggen aan de westkant (Maaszijde) van ons dorp, aan de rand van het Plateau, tussen de Heugemerweg en de Haolsjtraot.

De Heugemerweg ligt in het Onderste Einde van ons dorp, in het verlengde van de Dorpsstraat en is zo genoemd omdat de weg langs de 17de eeuwse torenmolen van Gronsveld naar Heugem leidde. In de jaren zeventig van de vorige eeuw hebben de Maastrichtse wijk De Heeg en de autoweg A2 zich tussen Cadier en Keer en Heugem genesteld. Heugem heeft een bijzondere relatie met Cadier omdat onze parochie in 1266 vanuit de moederkerk van Heugem is gesticht. Wij gaan er daarom vanuit dat het voormalige Cadier ongeveer een eeuw eerder door Heugemenaren is ontgonnen.

De Haolsjtraot ligt nagenoeg in het verlengde van de Heerder(lijk)weg en is voor het eerste (helling-)gedeelte een echte holle weg. Daar komt de naam van de weg ook vandaan. Deze weg leidt naar Heer en komt uit in de Veldstraat, dichtbij Porta Mosana (voorheen Jeanne D’Arc college). Heer heeft een bijzondere relatie met Keer, omdat tot 1828 Heer samen met Keer één gemeente vormde.

Hoe komt u op Mosterdberg en Kaoleberg?
Boven d’n Daal, op de plek waar de Heugemerweg naar beneden begint te lopen, aan het begin van het hellingbos, slaat u rechtsaf de veldweg in. U loopt dan langs de bosrand over Mosterdberg en Kaoleberg. Aan de linkerzijde is eerst een perceel loofbos en daarna een perceel aangeplant naaldbos. Na een paar honderd meter loopt u via een voetpad door een schuin aflopend weiland. U komt dan uit in de Haolsjtraot. Het bos en het weiland zijn eigendom van Staatsbosbeheer, dus vrij toegankelijk.

2010blz118

Wegenkaartje
1.Mosterdberg 2.Kaoleberg 3.Dorpsstraat 4. Heugemerweg 5.D’n Daal 6.Bronckweg 7.Past.Kikkenweg 8. Heerderlijkweg 9. Haolsjtraot 10. Mosterdbergvoetpad (inmiddels opgeheven) 11. Boven Mosterdbergweg 12.veldweg langs Mosterdberg en Kaoleberg 13. Weg naar ’t Gruusselt
14. Kléinberg

Het verschil tussen Mosterdberg en Kaoleberg
Tegenwoordig worden de twee namen door elkaar gebruikt, maar in het verleden was er duidelijk sprake van twee verschillende gebieden. Volgens 18de eeuwse leggerboeken ligt Mosterdberg aan de zuidkant, dus aan de kant van de Heugemerweg. Kaoleberg ligt iets noordelijker.

De betekenis van de naam Mosterdberg
Zoals zo vaak met stokoude veldnamen, weten we niet wat de naam exact betekent. Wij komen de naam vanaf de 16de eeuw in verschillende varianten tegen: Mostaerdbergh, Mostersberch, Mostertberch, maar de naam is wellicht nog een paar honderd jaar ouder.
Elders in het land komt de naam ook voor. Daar heeft de naam vaak een relatie met de productie van mosterd. Het is praktisch zeker dat de naam hier niets te maken heeft met de teelt van het mosterdplantje of mosterdzaad. Waarom onze vroegere dorpelingen honderden jaren geleden de helling zo genoemd hebben zal dus (voorlopig) een raadsel blijven. Onze inschatting is dat het toch iets met de begroeiing te maken heeft. In deze omgeving komen we in de Voerstreek (Teuven) nog een veldnaam met Mosterd tegen, daar ligt ook de Mosterdhof.

De betekenis van de naam Kaoleberg
Kaoleberg komt eveneens in vele varianten voor: Calenberg, Kallenberg, Koleberg, Koelenberch, Kolenberch (1628). De secretaris die toentertijd de eigendomsregisters (leggerboeken) beheerde, schreef de namen fonetisch op, dus zoals de aanbrenger de naam uitsprak.
Ook over de betekenis van Kaoleberg weten we niets met zekerheid te zeggen. Het is verleidelijk aan te nemen dat het te maken heeft met het feit dat er weinig begroeiing was. Dus gewoon een kale berg.

Het grondgebruik
De Mosterdberg en de Kaoleberg waren in de 19e eeuw dreesgronden, desolate grond zoals het vaak genoemd werd. De gemeente was eigenaresse. Het simpele feit dat het achtervoegsel van Mosterdberg en Kaoleberg  ‘-berg’ is en niet ‘-bos’, wijst er al op dat er in het verre verleden geen bomen stonden, maar dat hier sprake was van schraal land. Dit komt overeen met de eerste kadasterkaart (1842), waarop is aangegeven dat het een schapenweide en heidegrond is.
Door de inzet van schapen werd voorkomen dat de dreesgronden zich tot bos konden ontwikkelen. Midden 19de eeuw liepen er in Keer nog meer dan duizend schapen rond, verdeeld over zestien kudden. Gemeentegronden waarop de herders hun schapen konden laten grazen, kwamen dus goed van pas (Keerder Kroniek, jrg. 5, 145-156).

Later vanaf begin vorige eeuw verpachtte de gemeente een gedeelte van Mosterd- en Kaoleberg aan particulieren die er ondanks alles toch landbouwgrond van probeerden te maken. Geen ideale situatie want, zoals Frans Mingels (van Zjang), zoon van een voormalige pachter, mij vertelde: “we teelden er aardappelen, maar als we gingen oogsten hadden we: mie sjtéin dan ièrpele in òze’n top (meer stenen dan aardappelen in onze emmer)”.

 2010blz120

Boeëve d’n Daal (Heugemerweg), links Boven Mosterdbergweg, rechtdoor Dorpsstraat,  rechts veldweg naar ’t Gruusselt.

Kiezelkuil
De ondergrond van Mosterdberg en Kaoleberg is mergel met daarboven een laag kiezel. De kiezel kon de gemeente goed gebruiken voor wegenonderhoud. Vooral de veldwegen die in een helling liggen, en dat zijn er nogal wat in onze gemeente, hadden veel onderhoud nodig. Want na een fikse regenbui spoelde de bovenste laag kiezel weg, het dal in. Iets wat tegenwoordig bij sommige veldwegen nog gebeurt. Ga na een flinke bui maar eens kijken in de Gröbwieëg (vanaf de Eckelraderweg via Hoereberg naar beneden, onderaan de veldweg links is de Gröbwieëg, rechts is de Daorwieëg).
In gemeenteraadsvergaderingen komen we regelmatig discussies tegen over kiezelwinning in onze gemeente.

In de raadsvergadering van 14 juli 1916 maken enkele raadsleden melding dat op Koleberg nog gemakkelijk kiezel te ontginnen is. De raad besluit het stuk heide in percelen op te delen en publiekelijk te verpachten tot 1920.

Op 25 maart stelt de voorzitter de onderhandsche verpachting van heidegrond aan de heer P. Colen aan de orde, die mondelings een pachtprijs van twee gulden per grote roeden aan de Burgemeester had aangeboden. De heer Spronck vroeg of het niet beter was dat Colen in de vergadering werd geroepen om met hem dan te kunnen handelen. Het resultaat is dat P. Colen de heidegrond genaamd ‘Kolen Mostersberg’ heeft gepacht voor een som van fl. 80 per jaar, aanvang nemende een october 1918, voor den tijd van elf of twaalf jaar.

2010blz121

Petrus Hubertus Colen (1871-1950).
Hij was gehuwd met Maria Margaretha Curfs. Waarschijnlijk is hij degene die de heidegrond van de gemeente pachtte

In de raadsvergadering van 6 december 1920 deelt Gilissen mee dat de rijkskantonnier Jan Daemen namens het Rijk gevraagd heeft om zand te maken aan Mostersberg. De kiezel is voor de gemeente en de zand voor het Rijk.

In de raadsvergadering van oktober 1928 brengen Gilissen en Schoenmakers het verzoek over van Roebroeks om aan Kaoleberg kiezel te mogen maken. De burgemeester is tegen werkverschaffing aan Roebroeks en de raad schaart zich achter de ‘burgervader’. Vervolgens besluit een paar maanden later de gemeenteraad het perceel Colenberg in vijf percelen op te delen en te verpachten.

Op 7 januari 1930 volgt dan het besluit om 200 kuub (m³) kiezel te laten maken aan Mosterdberg en publiek aan te besteden. Ook besluit de Raad een zandzift te kopen.

Vanaf dit moment wordt er daadwerkelijk kiezel gewonnen en is er sprake van een kiezelkuil. Later wordt het gat dat daardoor ontstaat opgevuld met grond die van elders in de gemeente wordt aangevoerd.
Rond 1955 laat de gemeente er een aantal Keerdenaren, zoals Sjuul Bröcheler, Zjang Hornesch, Bèr Bisscheroux, Sjil Keulen, Leike Bessems en anderen dennenbomen planten. Oud-gemeente-opzichter Harie Moonen herinnert zich nog dat hij in 1967 aan een Amsterdamse koopman een flink aantal van die bomen als kerstdennen heeft verkocht. De bomen die niet voor verkoop geschikt waren, zijn blijven staan.

Mosterdberggroeve
In de westelijke helling van de Mosterdberg liggen twee onderaardse mergelgroeven met ingangen van ieder twee bij anderhalve meter. In de tijd dat er geen bladeren op de bomen zijn, ziet men komende uit de richting De Heeg de bergholen duidelijk liggen. In 1962 heeft Van Wijngaarden tijdens een vleermuizentelling de groeven beschreven. Volgens zijn gegevens is de zuidelijke groeve een lager gelegen gang van acht meter met schuin gezaagde bovenhoeken. De ongeveer twintig meter verder gelegen noordelijke groeve ligt op dezelfde hoogte en geeft toegang tot een iets lager gelegen kamer van ongeveer 8 meter. De jeugd gebruikte deze kamer als speelhol.
Hoe oud de groeven zijn, is niet bekend. Over opschriften vermeldt Van Wijngaarden niets. Wel dat er geen vleermuizen huisden.

Berghol als woning
In een raadsverslag van februari 1863 besloot de gemeenteraad aan de schoenmaker Lambert Beckers de Mosterdberggroeve te verhuren. Hij mocht er samen met zijn vrouw Johanna Pasmans wonen. Hij moest twee gulden huur per jaar betalen. Daarvoor kreeg hij er nog vier roeden woeste gemeentegrond bij. Het huurcontract gold voor negen jaar.

2010blz123

Een van de twee bergholen in de Mosterdberg waar het gezin Beckers – Pasmans huisde

Waarschijnlijk heeft het gezin er een jaar of twaalf gewoond. Toen zijn Lambert en Johanna naar Maastricht verhuisd, waar Johanna korte tijd later overleed. Lambert huwt opnieuw, maar maatschappelijk gaat het niet bergopwaarts, want op 15 maart 1888 wordt hij in Wijlre opgepakt wegens bedelarij. De rechter heeft clementie met de 71-jarige Lambert; hij wordt veroordeeld tot één dag gevangenisstraf.

(Voor het hele levensverhaal van Lambert Beckers zie Keerder Kroniek, jrg. 3 blz 1-5).

Andere veldnamen in de omgeving

Heerderlijkweg
De Heerderlijkweg is een veldweg die begint aan de Pastoor Kikkenweg. Aan de rand van het plateau gaat de weg over in de Haolsjtraot. Op de hoek van de Pastoor Kikkenweg en Heerderlijkweg staat een groot gietijzeren wegkruis. Het kruis is geplaatst bij gelegenheid van 25 jaar Vereniging tot Natuurbehoud. Het is afkomstig van een Belgisch kerkhof en heeft daar enkele tientallen jaren dienst gedaan als grafkruis. De Heerderlijkweg heeft zijn naam te danken aan het feit dat Keer vóór 1805 bij de parochie Heer hoorde. De Keerdenaren moesten hun doden in Heer begraven. Omdat het een lijkweg was, moest de weg aan voorgeschreven afmetingen voldoen.

Bovenmosterdbergweg is een veldweg van de Heugemerweg naar de Heerderlijkweg. Bij het begin van deze veldweg aan de zijde van de Heugemerweg staat een (groen) smeedijzeren wegkruis. Dit kruis is afkomstig van een nonnenkerkhof in Maastricht. Aan deze veldweg staat het vroegere zomerhuisje van fotograaf Mantz.

Boven Mosterdberg
Boven Mosterdberg is het gebied tussen Mosterd- en Kaoleberg en de Bovenmosterdbergweg. Het bestaat helemaal uit weilanden.

Mosterdbergvoetpad
Tegenover het laatste woonhuis in de Dorpsstraat (Goessens-Roebroeks) was e sjtiegelke als begin van een voetpad door een weiland, het Mosterdbergvoetpad genaamd. Het pad kwam uit op de Bovenmosterdbergweg. Ondanks protesten is dit voetpad bij lverkaveling verdwenen. Het gevolg hiervan is dat de wandelaars over de drukke Heugemerweg moeten lopen, een typisch voorbeeld van bestuurlijk vandalisme.

De Daal aaf of aan de Bekker aaf
De afdaling van de Heugemerweg naar het dal wordt d’n Daal aaf genoemd. In veel Keerder gezinnen sprak men ook over aan de Bekker aaf, omdat daar in de 19de eeuw de schoenmaker Lambert Beckers in een berghol woonde.

De Bronckweg
Onder aan de berg was de grens tussen de heerlijkheid Cadier en het graafschap Gronsveld. Op die plek gaat de Heugemerweg over in de Bronckweg. De naam Bronckweg verwijst naar de tijd dat de bronkprocessie van Heugem ook Cadier en Honthem aandeed.

De Raaf
Beneden Mosterdberg en Kaoleberg ligt een stuk grond dat eind 18de eeuw de Raaf genoemd werd.
In een document uit 1776 lezen we:
Een stuck ackerlands geleegen onder Caelenbergh genaemt den Raaf (1776). Interessant is dat ruim tien jaar later hetzelfde perceel beschreven staat als: een stuk land gelegen op den Raaf onder Mosterberg (1789)
Ook toen werd blijkbaar de naam Mosterberg en Caelenbergh door elkaar gebruikt.  

Onder Mosterdberg
De percelen grond beneden Mosterdberg werden beschreven als: Onder Mostersberg. Maar ook komen we in 18de eeuwse documenten Mostersdelle tegen.

Verder ligt in de buurt Lutgersberg. Dit toponiem hebben we nog niet precies kunnen traceren. De berg ligt in ieder geval ten noorden van Kaoleberg.

Ten slotte
Tegenwoordig is boven d’n Daal de weg naar Mosterdberg en aan de overkant naar Kléinberg met een slagboom afgesloten voor gemotoriseerd verkeer. Een goede zaak want zelfs inzittenden van auto’s met Franse nummerborden vonden het een prima plek om er een shot te nemen.

Bronnen:
Archief  LvO (Landen van Overmaas) inv.nr.9788, leggerboek 1621-1641
Archief  LvO (Landen van Overmaas) inv.nr.9790, limieten Cadier 18e eeuw
Archief  LvO (Landen van Overmaas) inv.nr.9792, leggerboek 1732,
Archief  LvO (Landen van Overmaas) inv.nr.9793, leggerboek 1776-1794