facebook     twitter2  

 

Hanenkraaien door Joop Broekhuizen-van de Schoor
Ieder kind op het platteland is vroeger opgegroeid met het geruststellende geluid van kraaiende hanen. Zo hoorde het en zo was het goed.
De haan hoorde bij het krieken van de dag. Daardoor kreeg hij ook in het christendom een bepaalde betekenis en zie je op kerktorens de haan als symbool van waakzaamheid en tijdbewaker.
Het platteland veranderde; de stadsmens kwam er wonen. Een aantal onder hen wilde het ideale platteland zien: bloemen in de wei met veulentjes, kalfjes en dartele lammetjes, zeker geen stinkende mesthopen, modderige wegen, loslopende of blaffende honden en beslist geen kraaiende hanen die je voor dag en dauw uit een welverdiende slaap rukten. Van geruststellend omgevingsgeluid is de haan in de beleving van velen tot overlast geworden. In 1997 nog veroordeelde een rechtbank een krielhanenhobbyist tot het betalen van gederfde inkomsten van zijn buurman en nog eens f 10.000 voor 'immaterië1e schade'. De buurman had een eigen bedrijfje aan huis en was door slaapgebrek en ergernis overspannen geworden. De rechter schreef dit toe aan het overdadige hanengekraai.
Ongeveer twintig jaar geleden speelde het hanengekraai in ons dorp nog op een andere manier een rol en hierover gaat deze bijdrage.
Hanenkraaiverenigingen In de zuidwesthoek van Zuid-Limburg bestonden in enkele plaatsen (Cadier en Keer, 't Rooth, Gronsveld, Meschl Breust en Noorbeek) verenigingen die zich bezig hielden met de hanenkraaiensport. De leden kwamen met hun hanen in de wintermaanden op zondagmorgen bij elkaar in hun clublokaal, een plaatselijk café, om deze onder het oog van een jury te laten kraaien. Het hanenkraaiseizoen was maar kort en liep van oktober tot maart. Dat hing samen met de ruitijd van de beesten. Ger Theng, voormalig penningmeester van de Keerder vereniging, zegt daarover in 1984: "In de ruiperiode kraaien de hanen niet zo goed. Het moet echter ook gezegd worden dat hun bazen, vooral in de zomer, minder tijd hebben om aan wedstrijden mee te doen".
In ons dorp werd de sport beoefend in café Trefpunt, nu eetcafé Op 't Indsje. De vereniging had een toepasselijke naam: De Morgengroet.
In vergelijking met Kukeleku, de naam van een andere vereniging, getuigt de Keerder verenigingsnaam toch van meer inhoud. In dat jaar telde De Morgengroet zestien leden. Voorzitter was Emile Gilissen, secretaris Nol Franssen en penningmeester Ger Theng.
Inmiddels zijn alle verenigingen in onze omgeving opgeheven, de laatste rond 1986. Elders wordt deze sport, overgewaaid uit het zuiden, wel nog beoefend.
De schrijvers houden nauwkeurig het aantal slagen (kraaien) bij in het (nu afgebroken) schuurtje op de binnenplaats van café Op 't Indsje.
Wedstrijden Omdat niet iedere haan geschikt was om gedurende een half uur zijn keel schor te kraaien, werden voor de wedstrijden krielhanen ingezet.
Deze kraaiden beter dan de gewone boerenhaan.
Een dag voor de wedstrijd werd de haan in een apart kistje opgesloten, waarin bewegen bijna onmogelijk was.
Het kistje was zo goed als lichtdicht om voor het dier een nachttoestand te bereiken. Aan de achterzijde was een aangepaste opening voor de staart. Tegenwoordig zouden sommigen dit als dieronvriendelijk bestempelen.
Op de dag van de wedstrijd werd de haan in zijn kistje naar het c1ublokaal gebracht, waarbij het vervoer per fiets een bezienswaardigheid was. Het kistje met de uitstekende kleurrijke hanenstaart trok de aandacht van de voorbijgangers.
(tekening Jean Keulen)
Het kistje met de uitstekende kleurrijke hanenstaart trok de aandacht van voorbijgangers.
In het wedstrijdlokaal stond een soort kooi, onderverdeeld in vakken (loges) van ongeveer dezelfde afmetingen als de genoemde kistjes.
82
Elke loge was aan de voorzijde voorzien van een omhoog beweegbare schuif van tralies.
Bij aanvang van de wedstrijd werd de haan in een van de vakken geplaatst en het aftellen begon. De tijd werd ingesteld met een keukenwekker of andersoortig uurwerk. De Morgengroet gebruikte een klok, een stuk antiek, van Duits fabrikaat.
Aanvankelijk ging het bij een hanenkraaiwedstrijd erom, wiens haan het vaakst kraaide in een bepaald tijdsbestek, doorgaans een half uur.
Al snel ontstond er een probleem. Onder de aanwezige hanen was er wel steeds eentje 'haantje-de-voorste'. Dit maakte de wedstrijd niet spannend, daarom werd voor een andere formule gekozen. De eigenaar van de haan diende voor de aanvang van de wedstrijd bij de jury het aantal slagen op te geven, dus het aantal keren dat hij dacht dat zijn haan in een half uur zou kraaien. Dat gebeurde in tienvouden, met een minimum aantal slagen van twintig (vervolgens dertig, veertig, enz.). Het uiteindelijk resultaat werd via een vastgesteld puntensysteem beoordeeld. Dacht een deelnemer bijvoorbeeld dat zijn haan twintig slagen zou maken en dat gebeurde ook, dan leverde dat tien punten op. Kraaide de haan maar negentien keer, dan was dat goed voor negen punten. Bij elf slagen werd dus nog één punt gescoord.
De schrijvers die het aantal slagen (kraaien) van elke haan noteerden, zaten met hun handen achter een houten schot. Ger Theng daarover:
"De hanen moeten uit zichzelf kraaien. Ik geloof dat je hen kunt activeren met je handen. Daarom worden de handen van de schrijvers onttrokken aan het zicht van de hanen". Om de hanen niet af te leiden mocht niemand tijdens de wedstrijd in- of uitlopen. Daarvoor werd de deur hermetisch afgesloten.
Na het optreden werd de haan weer teruggezet in het lichtdichte kistje van zijn baas en was het tijd voor de collega-hanen om hun kunstjes te vertonen. Voor de hanen met de meeste punten volgde nog een tweede optreden: de barrage of de finale.
Het reglement voorzag uiteraard in eerlijke registratie van het aantal slagen. Waren de hanen van vereniging A aan de beurt, dan leverde vereniging B de schrijvers. Controleurs van vereniging C hielden
83
weer toezicht op de schrijvers. Tenslotte was er nog een geschillencommissie, samengesteld uit leden van de deelnemende verenigingen, die het laatste woord had bij (overigens zelden of nooit voorkomende) onenigheid.
Elke haan had zijn eigen manier van doen. De een deed zijn bek niet open en verbaasde zich over deze vorm van vrijetijdsbesteding op zondag door de aanwezige menselijke wezens. Een andere pikte in het hout van de loge of bracht de tijd door met het in orde brengen van zijn veren. Een derde kwam traag op gang en begon pas na tien minuten aan een inhaalrace, terwijl een collega-haan gelijk uit alle macht begon te kraaien, maar het na een kwartiertje voor gezien hield.
Trainen voor een wedstrijd hielp niet. De haan die de hele week thuis volop kraaide, kon op de wedstrijddag zijn snavel niet open doen, dit tot groot ongenoegen van de eigenaar. En al was het beestje in de voorafgaande week nog zo goed verzorgd en vertroeteld, een zwijgende haan wachtte na een teleurstellende prestatie op zondag niet zelden een spoedig of 'soepig' einde.
Regionaal treffen Om het gebeuren regionaal interessant te maken werd één keer per jaar, op tweede Kerstdag, een competitie georganiseerd tussen de verschillende dorpen en buurtschappen. Omdat het aantal verenigingen in de regio op de vingers van één hand te tellen was, kreeg dit treffen de naam van Limburgse kampioenschappen. In verband met het groot aantal deelnemers resp. hanen moest daarvoor wel eens naar een ruimere locatie uitgeweken worden. Zo werd bijvoorbeeld gebruik gemaakt van de schuur van fruitteler J. Gorissen op 't Rooth.
In 1984 vonden deze kampioenschappen plaats in café Op 't Indsje.
De organisatie lag in handen bij één van de deelnemende verenigingen. Bij die regionale westrijden waren soms wel veertig deelnemers aanwezig met meer dan honderd hanen, een compleet concert!
Elke vereniging kreeg een half uur de tijd, exclusief een kwartier voorbereiding, om te laten horen waartoe hun beste hanen in staat waren. Bij loting werd de volgorde van optreden reeds enkele weken eerder vastgesteld, met dien verstande dat de organiserende vereniging de laatste 'kraai' kreeg toegewezen. De winnaar, de vereniging die de meeste punten verzameld had, ontving meestal een beker. Ook de persoonlijke winnaars werden bedacht met een beker, bord of
84
medaille.
Daar de puntentelling vrij ingewikkeld was en het opmaken van de einduitslag veel tijd vergde, konden de eigenaars na afloop van de wedstrijd niet bepaald tijdig huiswaarts keren, dit overigens zelden tot hun ongenoegen.
Met dank aan de familie A. Franssen, 't Rooth 20, en dhr. G. Theng, Kuster-kestraat 2.
Bron: De Limburger, 28 december 1984, pag. 7.
(rectificatie) Nogmaals: Keerder bidprentjes Van twee van onze abonnees, de heren F. Giezen uit Maastricht en onze plaatsgenoot G. Welie, ontvingen wij een reactie van ongeveer gelijke strekking op de beschrijving van de beeldzijde van het prentje van Maria Hubertina Catharina Lemmerling in de vorige Kroniek (pag. 25). De op het prentje afgebeelde voorwerpen zijn niet correct beschreven wat betreft 'een spies met hoofd' en 'drie kleine doodshoofdjes'. De heer G. Welie schrijft: "....terwijl het in werkelijkheid gaat om de rietstok met de edikspons en de dobbelstenen. Op het prentje staan dus de lijdenswerktuigen van Christus afgebeeld. In de christelijke kunstgeschiedenis pleegt men deze passiewerktuigen de Arma Christi (de Wapenen van Christus) te noemen, aangezien Christus met deze 'wapenen' de dood overwon. Wij moeten deze werktuigen dan ook niet duiden als symbolen van de dood, maar als trofeeën van Christus' overwinning op de dood, dus als symbolen van het leven".
Dank aan beide heren voor hun reactie (en verdere aanvullende informatie).
Lei Haesen.

door Joop Broekhuizen-van de Schoor

Ieder kind op het platteland is vroeger opgegroeid met het geruststellende geluid van kraaiende hanen. Zo hoorde het en zo was het goed. De haan hoorde bij het krieken van de dag. Daardoor kreeg hij ook in het christendom een bepaalde betekenis en zie je op kerktorens de haan als symbool van waakzaamheid en tijdbewaker. Het platteland veranderde; de stadsmens kwam er wonen. Een aantal onder hen wilde het ideale platteland zien: bloemen in de wei met veulentjes, kalfjes en dartele lammetjes, zeker geen stinkende mesthopen, modderige wegen, loslopende of blaffende honden en beslist geen kraaiende hanen die je voor dag en dauw uit een welverdiende slaap rukten. Van geruststellend omgevingsgeluid is de haan in de beleving van velen tot overlast geworden. In 1997 nog veroordeelde een rechtbank een krielhanenhobbyist tot het betalen van gederfde inkomsten van zijn buurman en nog eens f 10.000 voor 'immaterië1e schade'. De buurman had een eigen bedrijfje aan huis en was door slaapgebrek en ergernis overspannen geworden. De rechter schreef dit toe aan het overdadige hanengekraai.

Ongeveer twintig jaar geleden speelde het hanengekraai in ons dorp nog op een andere manier een rol en hierover gaat deze bijdrage.

 

Hanenkraaiverenigingen
In de zuidwesthoek van Zuid-Limburg bestonden in enkele plaatsen (Cadier en Keer, 't Rooth, Gronsveld, Mesch, Breust en Noorbeek) verenigingen die zich bezig hielden met de hanenkraaiensport. De leden kwamen met hun hanen in de wintermaanden op zondagmorgen bij elkaar in hun clublokaal, een plaatselijk café, om deze onder het oog van een jury te laten kraaien. Het hanenkraaiseizoen was maar kort en liep van oktober tot maart. Dat hing samen met de ruitijd van de beesten. Ger Theng, voormalig penningmeester van de Keerder vereniging, zegt daarover in 1984: "In de ruiperiode kraaien de hanen niet zo goed. Het moet echter ook gezegd worden dat hun bazen, vooral in de zomer, minder tijd hebben om aan wedstrijden mee te doen". 
In ons dorp werd de sport beoefend in café Trefpunt, nu eetcafé Op 't Indsje. De vereniging had een toepasselijke naam: De Morgengroet. In vergelijking met Kukeleku, de naam van een andere vereniging, getuigt de Keerder verenigingsnaam toch van meer inhoud. In dat jaar telde De Morgengroet zestien leden. Voorzitter was Emile Gilissen, secretaris Nol Franssen en penningmeester Ger Theng. Inmiddels zijn alle verenigingen in onze omgeving opgeheven, de laatste rond 1986. Elders wordt deze sport, overgewaaid uit het zuiden, wel nog beoefend.

jrg6blz81 
De schrijvers houden nauwkeurig het aantal slagen (kraaien) bij in het (nu afgebroken) schuurtje op de binnenplaats van café Op 't Indsje.

Wedstrijden
Omdat niet iedere haan geschikt was om gedurende een half uur zijn keel schor te kraaien, werden voor de wedstrijden krielhanen ingezet. Deze kraaiden beter dan de gewone boerenhaan.Een dag voor de wedstrijd werd de haan in een apart kistje opgesloten, waarin bewegen bijna onmogelijk was.  Het kistje was zo goed als lichtdicht om voor het dier een nachttoestand te bereiken. Aan de achterzijde was een aangepaste opening voor de staart. Tegenwoordig zouden sommigen dit als dieronvriendelijk bestempelen. Op de dag van de wedstrijd werd de haan in zijn kistje naar het clublokaal gebracht, waarbij het vervoer per fiets een bezienswaardigheid was. Het kistje met de uitstekende kleurrijke hanenstaart trok de aandacht van de voorbijgangers.
jrg6blz82
(tekening Jean Keulen)
Het kistje met de uitstekende kleurrijke hanenstaart trok de aandacht van voorbijgangers.

 In het wedstrijdlokaal stond een soort kooi, onderverdeeld in vakken (loges) van ongeveer dezelfde afmetingen als de genoemde kistjes.
Elke loge was aan de voorzijde voorzien van een omhoog beweegbare schuif van tralies. Bij aanvang van de wedstrijd werd de haan in een van de vakken geplaatst en het aftellen begon. De tijd werd ingesteld met een keukenwekker of andersoortig uurwerk. De Morgengroet gebruikte een klok, een stuk antiek, van Duits fabrikaat.

Aanvankelijk ging het bij een hanenkraaiwedstrijd erom, wiens haan het vaakst kraaide in een bepaald tijdsbestek, doorgaans een half uur. Al snel ontstond er een probleem. Onder de aanwezige hanen was er wel steeds eentje 'haantje-de-voorste'. Dit maakte de wedstrijd niet spannend, daarom werd voor een andere formule gekozen. De eigenaar van de haan diende voor de aanvang van de wedstrijd bij de jury het aantal slagen op te geven, dus het aantal keren dat hij dacht dat zijn haan in een half uur zou kraaien. Dat gebeurde in tienvouden, met een minimum aantal slagen van twintig (vervolgens dertig, veertig, enz.). Het uiteindelijk resultaat werd via een vastgesteld puntensysteem beoordeeld. Dacht een deelnemer bijvoorbeeld dat zijn haan twintig slagen zou maken en dat gebeurde ook, dan leverde dat tien punten op. Kraaide de haan maar negentien keer, dan was dat goed voor negen punten. Bij elf slagen werd dus nog één punt gescoord.

De schrijvers die het aantal slagen (kraaien) van elke haan noteerden, zaten met hun handen achter een houten schot. Ger Theng daarover: "De hanen moeten uit zichzelf kraaien. Ik geloof dat je hen kunt activeren met je handen. Daarom worden de handen van de schrijvers onttrokken aan het zicht van de hanen". Om de hanen niet af te leiden mocht niemand tijdens de wedstrijd in- of uitlopen. Daarvoor werd de deur hermetisch afgesloten.
Na het optreden werd de haan weer teruggezet in het lichtdichte kistje van zijn baas en was het tijd voor de collega-hanen om hun kunstjes te vertonen. Voor de hanen met de meeste punten volgde nog een tweede optreden: de barrage of de finale.

Het reglement voorzag uiteraard in eerlijke registratie van het aantal slagen. Waren de hanen van vereniging A aan de beurt, dan leverde vereniging B de schrijvers. Controleurs van vereniging C hielden weer toezicht op de schrijvers. Tenslotte was er nog een geschillencommissie, samengesteld uit leden van de deelnemende verenigingen, die het laatste woord had bij (overigens zelden of nooit voorkomende) onenigheid. Elke haan had zijn eigen manier van doen. De een deed zijn bek niet open en verbaasde zich over deze vorm van vrijetijdsbesteding op zondag door de aanwezige menselijke wezens. Een andere pikte in het hout van de loge of bracht de tijd door met het in orde brengen van zijn veren. Een derde kwam traag op gang en begon pas na tien minuten aan een inhaalrace, terwijl een collega-haan gelijk uit alle macht begon te kraaien, maar het na een kwartiertje voor gezien hield.Trainen voor een wedstrijd hielp niet. De haan die de hele week thuis volop kraaide, kon op de wedstrijddag zijn snavel niet open doen, dit tot groot ongenoegen van de eigenaar. En al was het beestje in de voorafgaande week nog zo goed verzorgd en vertroeteld, een zwijgende haan wachtte na een teleurstellende prestatie op zondag niet zelden een spoedig of 'soepig' einde.

Regionaal treffen
Om het gebeuren regionaal interessant te maken werd één keer per jaar, op tweede Kerstdag, een competitie georganiseerd tussen de verschillende dorpen en buurtschappen. Omdat het aantal verenigingen in de regio op de vingers van één hand te tellen was, kreeg dit treffen de naam van Limburgse kampioenschappen. In verband met het groot aantal deelnemers resp. hanen moest daarvoor wel eens naar een ruimere locatie uitgeweken worden. Zo werd bijvoorbeeld gebruik gemaakt van de schuur van fruitteler J. Gorissen op 't Rooth. In 1984 vonden deze kampioenschappen plaats in café Op 't Indsje.De organisatie lag in handen bij één van de deelnemende verenigingen. Bij die regionale westrijden waren soms wel veertig deelnemers aanwezig met meer dan honderd hanen, een compleet concert! Elke vereniging kreeg een half uur de tijd, exclusief een kwartier voorbereiding, om te laten horen waartoe hun beste hanen in staat waren. Bij loting werd de volgorde van optreden reeds enkele weken eerder vastgesteld, met dien verstande dat de organiserende vereniging de laatste 'kraai' kreeg toegewezen. De winnaar, de vereniging die de meeste punten verzameld had, ontving meestal een beker. Ook de persoonlijke winnaars werden bedacht met een beker, bord of
medaille. Daar de puntentelling vrij ingewikkeld was en het opmaken van de einduitslag veel tijd vergde, konden de eigenaars na afloop van de wedstrijd niet bepaald tijdig huiswaarts keren, dit overigens zelden tot hun ongenoegen.


Met dank aan de familie A. Franssen, 't Rooth 20,
en dhr. G. Theng, Kusterkestraat 2.
Bron: De Limburger, 28 december 1984, pag. 7.