Eeuwenlang was het gebied dat nu Limburg heet een lappendeken van geheel of gedeeltelijk zelfstandig gebiedjes onder wisselende heersers. Duitse overheersing werd afgewisseld met Spaanse, Oostenrijkse of de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Eenheid van bestuur en wetgeving was ver te zoeken in het versnipperde gebied.
Met de komst van de Fransen, aan het einde van de achttiende eeuw, kwam daar verandering in. Wat nu Nederlands Limburg is, werd samengevoegd met het huidige Belgisch Limburg en omgevormd tot departement van de Nedermaas, met als hoofdstad Maastricht, waar het centrale bestuur (Administration Centrale) gevestigd werd. Voor het hele departement golden dezelfde wetten en was er eenheid van bestuur. Toendertijd een geweldige noviteit in bestuurlijk opzicht.

Overzicht van de Limburgse cantons in de Franse tijd
Het departement werd volgens de Franse ‘Constitution de l’an III’ (1) verdeeld in kantons. Deze kantons vervingen gemeenten met minder dan vijfduizend inwoners, die opgeheven werden. Als vertegenwoordiger van het bestuur werd in de voormalige gemeenten een ‘agent municipal’ aangesteld, soms geassisteerd door een ‘adjoint’ (hulpje). Deze agents vormden samen, onder leiding van een president, het kantonbestuur. Daarnaast werden door de in Maastricht gevestigde Administration Centrale commissarissen benoemd die een toezichthoudende functie hadden.
Aan het begin van de Franse tijd werden de ‘agents municipal’ aangewezen en benoemd voor twee jaar, daarna werden ze gekozen. Kiesrecht hadden in deze tijd de rijke burgers die een bepaald minimum aan belasting betaalden. Het zogenaamde censuskiesrecht. Als belangrijkste taak van de municipale en departementale functionarissen noemde de ‘Constitution de l’an III’ (2) de verdeling van de belastingen en de inning daarvan. Deelname aan het bestuur werd daarmee voor menig dorpsbewoner een hachelijke zaak, want als belastinginner maak je je sowieso niet geliefd en al helemaal niet als het in opdracht is van ‘een vreemde bezetter’. Tel daarbij op dat het een onbezoldigd erebaantje was, dan is het niet raar dat je in alle kantons ziet dat menig agent zijn best doet om eronder uit te komen.
Het huidige Cadier en Keer, St. Antoniusbank, ’t Rooth en Honthem vielen door de ligging onder drie verschillende kantons: Cadier en Honthem (als gehucht vallend onder Gronsveld) onder het kanton Eijsden, Keer met het daaronder vallend St Antoniusbank (dat overigens toen nog niet die naam had maar werd aangeduid met Bresdaelshoeff of Bemelen onder Keer) onder het kanton Meerssen, en ’t Rooth als gehucht vallend onder Margraten en daarmee het kanton Wittem.
Keer, dat tot 1828 één gemeente vormde met Heer, komt op het titelblad van het kanton Meerssen, waartoe het behoorde, niet voor (zie de afbeelding van het titelblad), maar kent wel een afzonderlijke bevolkingslijst: 1049h. Overigens van alle vijf de woonkernen heeft alleen Cadier een vermelding als afzonderlijke gemeente.
![]() Bevolkingslijst “Canton d’Eysden” |
![]() Bevolkingslijst “Canton Meerssen” |
![]() Bevolkingslijst “Canton de Wittem” |
De ‘agents municipal’
In het Frans Archief van het Historisch Centrum Limburg in Maastricht bevindt zich de correspondentie van en over de agents municipal (3). Een aardig inkijkje in het plaatselijk bestuur.
In Keer en Sint Antoniusbank is de 44-jarige timmerman Joannes Bergmans, gehuwd met de 31-jarige Maria Barbara de Bie, agent municipal. De bevolkingslijst ondertekent hij als ‘borgemeister’ en niet ‘agent municipal’. Opzet of een vergissing? Waarschijnlijk het eerste. Hij was nogal recalcitrant (zie hieronder).
In Cadier is de 23-jarige W. Geelen, inwonende zoon van de 40-jarige ‘laboureur’ Giles Geelen en de 43-jarige Catharina van der Linden, agent.
De agent van Gronsveld en dus ook Honthem, was de 47-jarige Michel van de Boom. Een beroep wordt niet vermeld. Hij was gehuwd met de 45-jarige Elisabeth Vrancken.
In ‘t Rooth was de 35-jarige Joh. W. Nijssen uit Margraten agent.
Gelet op het gedwongen karakter van het bestuur van de kantons is het niet verwonderlijk dat er nogal eens bestuurlijke botsingen zijn, zoals uit de correspondentie met de Administration Centrale in Maastricht blijkt. Zo komt het tot een conflict tussen de Franse commissaris Bachelier en de agents municipal van kanton Eijsden (waartoe Cadier en Honthem behoren). De agents zijn van mening dat de commissaris de streek onvoldoende kent waardoor hij veel te weinig rekening houdt met de draagkracht van de bevolking als het om belastingheffing gaat. Zij verzoeken, zonder succes, de Administration Centrale om de man te ontslaan. Het blijft echter rommelen binnen het kantonbestuur en uiteindelijk neemt Bachelier zelf ontslag. Zijn opvolger is de uit Eijsden afkomstige notaris Henry Roosen, een door de agents aangedragen kandidaat.
Ook in kanton Meerssen (waaronder Keer en St. Antoniusbank vallen) is het niet allemaal koek en ei. De president van het kanton beklaagt zich over de agents van zijn kanton, die volgens hem geen ‘hart voor de zaak’ hebben. De agent van Heer en Keer, Joannes Bergmans, steekt zijn ongenoegen ook niet onder stoelen of banken en dient zelfs zijn ontslag in. Als dat ontslag naar zijn idee wat lang op zich laat wachten, gaat hij in staking. Hoe dit afloopt vertellen de archieven helaas niet.
Kanton Wittem (waaronder Margraten en dus ook ’t Rooth valt) is een heel ander verhaal. De kanton commissaris heeft geen klachten over de agents. Er is in ieder geval geen correspondentie over bewaard gebleven. Een opmerkelijk rust vergeleken met de andere kantons. Mogelijk is de reden hiervoor het feit dat iemand uit de familie Clermont, vanwege hun textielindustrie belangrijk in de regio, kanton commissaris was. Hun invloed op het maatschappelijke en politieke leven in het gebied is waarschijnlijk zo groot geweest, dat zij een invloedrijke stabiliserende factor waren, die weerstand de kop indrukte.
Voetnoten
(1) De Franse revolutie bracht een nieuwe kalender met zich mee. Het was een stelsel van tijdmeting dat van 1793 tot en met 1805 in gebruik was. De kalender verving de (christelijke) gregoriaanse kalender en verdeelde het jaar in twaalf maanden van elk drie tiendaagse weken. De nieuwe jaartelling begon in 1792, het stichtingsjaar van de Eerste Franse Republiek.
(2) Constitution de l’an III de la République Française, Maastricht 1798.
(3) HCL 03.01 Frans Archief 895-901 Ingekomen brieven en stukken en minuten van uitgaande brieven betreffende ‘régime municipal’, An IV (1796) – An IX (1801)
Geschreven door Jean Beyers, december 2025





