Als je van dialect houdt, is het altijd fijn om zo nu en dan eens een dialectwoordenboek ter hand te nemen en er gewoon wat doorheen te bladeren. Je komt dan al gauw tot de ontdekking dat veel woorden en gezegdes niet meer gebruikt worden waardoor (jonge) mensen de betekenis ervan waarschijnlijk niet meer zullen kennen. Hieronder enkele van dit soort dialectwoorden en uitdrukkingen.
Béreves: op blote voeten

Béreves – J. Bessems
’t Keend lup béreves op de mèstem, dalik huelt ’t zich get op z’n prìj, was vroeger een veel gehoord gezegde wanneer een kind zonder klompjes op blote voeten over de binnenplaats (mèstem, cour) van de boerderij liep en men bang was dat het daardoor een verkoudheid zou oplopen.


Hoerèik: hoornaar

Hoerèik – J.Bessems
’n Hoerèik behoort tot de wespenfamilie en is de grootste wesp in ons land. Een steek van een hoerèik is pijnlijker dan van een wesp. Bovendien is de angel langer, waardoor de hoerèik dieper kan steken en het gif sneller in de bloedbaan terechtkomt.

Sjier of haorsjier = libel

Sjier of haorsjier – J.Bessems
Men maakte de kinderen wijs dat ze moesten oppassen dat de sjier niet in je haren kwam, want dan moesten alle haren eraf geknipt worden.

Kartale = stukken / In alle kartale = in alle stukken

Kartale – J.Bessems
In sommige dorpen in onze omgeving is de uitdrukking in alle kernaatsjele = in alle stukken.
De koomp laog in alle kartale = de kom lag in alle stukken.

Muet = melkbus

Muet – J.Bessems
Eker muerige woerte de muete opgehaold en nao de millikfebriek gebrach. (letterlijk: iedere morgen werden de melkbussen opgehaald en naar de melkfabriek gebracht).



Nieërgele = herkauwen

Nieërgele – J.Bessems
Koo = koe
Stjeer = stier
Kaaf = kalf
Vieërsj = vaars
Mouskoo = koe die (nog) geen melk geeft
Zjweitser = de man die op een grote boerderij de koeien verzorgde.

‘ne Noster

Noster – J.Bessems
‘ne Noster = een rozenkrans (roezekraans) = een katholiek gebedsnoer bestaande uit vijf grote kralen (onzevaders) en vijftig kleine kralen (weesgegroetjes).
Noster is afgeleid van “paternoster” (Onzevader).



Tekst: Jo Purnot en Jeannie Prevoo-Spronck (2019)
Tekeningen: Jean Bessems (va Lèike)


