De bronkprocessie

De bronkprocessie door Jo Purnot
Op zondag 22 juni trekt de jaarlijkse Sacramentsprocessie, ook vaak bronkprocessie genoemd, door de straten van ons dorp. Dit jaar leidt de route niet naar Honthem of t Rooth, maar naar het Missiehuis op Bakkerbösj. In de Keerder Kroniek hebben wij al vaker aandacht besteed aan de bronkprocessie. Deze keer willen wij de processie van een andere kant belichten, namelijk de problemen die de vroegere parochianen ervoeren tijdens het openbaar belijden van hun geloof Verder geven wij een overzicht van de processies welke vóór 1848 hier werden gehouden.
De eerste bronkprocessies De kerk van Cadier werd in 1266 gedeeltelijk los gekoppeld van de Sint Michaëlparochie van Heugem. (Zie jaargang 6, nummer 1). De inwoners van Cadier en Honthem hoefden vanaf die tijd niet meer naar Heugem om hun zondagsplicht te vervullen of om te laten dopen, trouwen of begraven. De verplichting samen met de Heugemenaren processies te houden, bleef wel nog bestaan. Hieruit kunnen wij afleiden dat het processiefenomeen een belangrijke plaats vervulde bij onze voorouders. Hoelang die processieband heeft bestaan, is niet bekend. Ook is in de kerkarchieven niets te vinden over de routes die de processies volgden. Wel geeft de naam Bronckweg, (van Oonder d'n Daal tot aan de Torenmolen van Gronsveld) een aanwijzing. Als wij kijken naar andere plaatsen, dan kunnen wij ervan uit gaan dat de bronkprocessie leidde van de kerk van Heugem naar de kerk van Cadier, van daaruit naar Honthem en dan weer terug naar Heugem. Die route is, zeker als wij het vergelijken met tegenwoordig, een flinke afstand. Maar vroeger waren die processieafstanden heel gewoon, omdat men meestal de grenzen van de parochie opzocht. Dat gold trouwens ook voor de Kruisprocessies (zie pag. 113). Vaak werden de plaatsen waar de processies keerden gemarkeerd door een weg kruis, dat daarom in de volksmond processiekruis werd genoemd.
De inwoners van Keer hoorden bij de parochie Heer. Ongetwijfeld vierden beide dorpen samen de Bronk en de Kruisdagen, maar ook hierover is (nog) niets bekend.
107
Hoedenparade tijdens de bronk in Juni 1937 of 1938 in de Limburgerstraat tegenover de molen (Ackermans)
1. Maria Spronck, ~5 (7)~~9 10 11 ~ 2. Net Vaessens, 6 /:> J0.
. 3 2 3. Net Lemmerlmg, 4. Sofie Spronck, 'rl''' 5. Maria Essers, M ? z.. J' 6. Wies Bessems, ./ - 1..
7. Lien Bessems, 8. Marie Bessems, 9. Net Heuts, 10. Mai Spronck en 11. Lène Spronck.
Processie perikelen De vanzelfsprekendheid waarmee heden ten dage de bronkprocessies over 's Limburgs wegen trekken, is niet van alle tijden. Men kijkt er tegenwoordig niet van op, wanneer mensen hun geloofsovertuiging op die manier uiten. Zelden dat buitenstaanders zich aan die processies op de openbare weg echt storen. Hooguit wat foeterende weggebruikers die het vervelend vinden dat zij een ongeplande pauze moeten
108

door Jo Purnot

Op zondag 22 juni trekt de jaarlijkse Sacramentsprocessie, ook vaak bronkprocessie genoemd, door de straten van ons dorp. Dit jaar leidt de route niet naar Honthem of t Rooth, maar naar het Missiehuis op Bakkerbösj. In de Keerder Kroniek hebben wij al vaker aandacht besteed aan de bronkprocessie. Deze keer willen wij de processie van een andere kant belichten, namelijk de problemen die de vroegere parochianen ervoeren tijdens het openbaar belijden van hun geloof Verder geven wij een overzicht van de processies welke vóór 1848 hier werden gehouden.

De eerste bronkprocessies
De kerk van Cadier werd in 1266 gedeeltelijk los gekoppeld van de Sint Michaëlparochie van Heugem. (Zie jaargang 6, nummer 1). De inwoners van Cadier en Honthem hoefden vanaf die tijd niet meer naar Heugem om hun zondagsplicht te vervullen of om te laten dopen, trouwen of begraven. De verplichting samen met de Heugemenaren processies te houden, bleef wel nog bestaan. Hieruit kunnen wij afleiden dat het processiefenomeen een belangrijke plaats vervulde bij onze voorouders. Hoelang die processieband heeft bestaan, is niet bekend. Ook is in de kerkarchieven niets te vinden over de routes die de processies volgden. Wel geeft de naam Bronckweg, (van Oonder d'n Daal tot aan de Torenmolen van Gronsveld) een aanwijzing. Als wij kijken naar andere plaatsen, dan kunnen wij ervan uit gaan dat de bronkprocessie leidde van de kerk van Heugem naar de kerk van Cadier, van daaruit naar Honthem en dan weer terug naar Heugem. Die route is, zeker als wij het vergelijken met tegenwoordig, een flinke afstand. Maar vroeger waren die processieafstanden heel gewoon, omdat men meestal de grenzen van de parochie opzocht. Dat gold trouwens ook voor de Kruisprocessies (zie verderop bij "processies vóór 1848)). Vaak werden de plaatsen waar de processies keerden gemarkeerd door een wegkruis, dat daarom in de volksmond processiekruis werd genoemd. De inwoners van Keer hoorden bij de parochie Heer. Ongetwijfeld vierden beide dorpen samen de Bronk en de Kruisdagen, maar ook hierover is (nog) niets bekend.

Hoedenparade tijdens de bronk in Juni 1937 of 1938 in de Limburgerstraat tegenover de molen (Ackermans)
jrg6blz108a

jrg6blz108 1 Maria Spronck 7  Lien Bessems
2 Net Vaessens 8 Marie Bessems
3 Net Lemmerling 9 Net Heuts
4 Sofie Spronck 10 Mai Spronck
5 Maria Essers 11 Lène Spronck
6 Wies Bessems  


Processie perikelen
De vanzelfsprekendheid waarmee heden ten dage de bronkprocessies over 's Limburgs wegen trekken, is niet van alle tijden. Men kijkt er tegenwoordig niet van op, wanneer mensen hun geloofsovertuiging op die manier uiten. Zelden dat buitenstaanders zich aan die processies op de openbare weg echt storen. Hooguit wat foeterende weggebruikers die het vervelend vinden dat zij een ongeplande pauze moeten
inlassen. Maar anderen, vooral toeristen, vinden zo een onderbreking een welkom buitenkansje.
In vorige eeuwen waren de problemen groter, zeker na de reformatie. De processies waren een doorn in het oog van andersdenkenden. Zij ervoeren het als een regelrechte provocatie. Vooral de protestanten moesten niets hebben van het uiterlijk vertoon van de katholieken. Maar ook binnen de katholieke kerk waren er groepen die vonden dat niet alle processies op een even ingetogen, stichtelijke manier beleefd werden en dus hun doel voorbijschoten. De bisschoppen wezen er herhaaldelijk op dat de processies sober moesten zijn. Zij wilden bij de niet-katholieken geen ergernis opwekken en ervoor waken dat de processies bijgeloof, verkwisting en uitspattingen in de hand werkten.
Maar of de gewone katholiek zich daar veel van aantrok, is nog maar de vraag.

De processies in het Ancien Regiem
(de tijd tot 1794)
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568 - 1648) werd deze streek herhaaldelijk bezet door vreemde legers. Dat betekende voor de inwoners niet alleen veel materiële schade, maar ook geestelijke onderdrukking.
Dat laatste was afhankelijk van het soort bezetter. Want in die oorlogsperiode hadden afwisselend de katholieke Spanjaarden en de gereformeerde Hollanders het hier voor het zeggen. Maar ook andere legers kwamen in deze contreien geregeld over de vloer.
Na afloop van de Tachtigjarige Oorlog kregen de inwoners van het kleine Cadier, die hun katholieke geloof (openbaar) wilden belijden, het zwaar te verduren. Want Cadier (dus het gebied aan de zuidkant van de Dorpsstraat / Kerkstraat) behoorde, behoudens enkele korte onderbrekingen, vanaf 1662 tot 1794, bij de Staten Generaal van Holland. De Staatsen hadden de gereformeerde religie tot staatsgodsdienst verheven. Zij stelden het in het openbaar praktiseren van het katholieke geloof door hun onderdanen niet op prijs, ondanks dat hier, behoudens op kasteel Blankenberg, geen andersdenkenden woonden.
De Staatsen verboden alle openbare rituelen en volksdevoties. Men ging hierin zover dat de pastoor bij een begrafenis het stoffelijk overschot niet meer, zo als gebruikelijk was, bij het sterfhuis mocht afhalen. Volgens de literatuur over dit onderwerp nam men zelfs aan een kruis op de lijkkist aanstoot. Was het daarom dat pastoor Rutten op 11 oktober 1663 bij het overlijden van de echtgenote van Lambertus Thijssen vermeldde dat zij hier was begraven zonder aanwezigheid van de parochianen? Overigens in dat jaar en ook de volgende jaren werden nauwelijks begrafenissen in het overlijdensregister ingeschreven.
jrg6blz110
Leden van de Broederschap St. Blasius tijdens de bronkprocessie van 1999 in Honthem.
Van links naar rechts: Hugo Geelen, Pierre Lemmens (rug gekeerd), John Heusschen (met lantaarn), Sjef Beckers (drager),
Louis Wijnen (drager), Lucien Vaessens (drager) en daar achter met lantaarn Jacques Aussems, Jo Mingels en Frans Mingels.

De kerk van Cadier gesloten

Pastoor Rutten die zowel over de parochie Cadier als over de parochie Heer en Keer het herdersschopje hanteerde (1660-1676), zag zich op 30 april 1663 genoodzaakt alle kerkomamenten uit de kerk van Cadier weg te halen en deze naar Heer over te brengen. Hij schrijft in zijn aantekeningen dat hij de processieweg maakte vanuit de kapel van Cadier naar de overzij van Blanckenberg en de Sangerije en vandaar naar Honthem. "Toen wij dien dag al biddende en smeekende bij de kapel terugkwamen, namen wij terstond alle ornamenten weg en laadden ze op een wagen, die op het kerkhof gereed stond. Wij brachten ze processiegewijs naar Heer. Niet zonder geween en ontroering van de geheele bevolking, die weeklaagde en zei de, dat ze zulk een dag nog nooit beleefd had en dat er sinds vele eeuwen dat de kapel bestond nog nooit zoo iets gezien was".
Ook de processie-attributen werden meegenomen: "een roede vaen (rood vaandel) met een wit cruys daerdoor, ende een lanck cruys van coeper (koper) daer de vaen aen hangt offt gedraegen wordt".
In 1668 maakte dezelfde pastoor melding van een soort 'beeldenstorm'. Hij noteerde dat op bevel van hogerhand in een aantal dorpen o.a. Margraten, Bemelen en Cadier alle altaren, beelden en schilderijen werden weggenomen en overal alle kapelletjes werden vernield.
De situatie verbeterde toen in 1672 de Fransen het hier tijdelijk te vertellen kregen. Maar na hun vertrek werd Cadier weer Staats. De situatie was toen licht verbeterd maar de Staat had alle kerkelijke goederen en inkomsten in beslag genomen. Wanneer wij afgaan op de toenmalige rapporten over de parochie dan was de kerk van Cadier één grote bouwval. Over processies werd niet gerept. Wel werd vermeld dat hier geen broederschappen actief waren.
Keer (het gebied ten noorden van de Dorpsstraat / Kerkstraat) dat samen met Heer een tweelingdorp vormde, viel onder het bestuur van het kapittel van Sint Servaas in Maastricht. Zij hadden iets minder last van de godsdienstonderdrukking. Alhoewel de Staatsen zich daar ook zo nu en dan flink lieten gelden. Zo weten wij dat de eerder genoemde pastoor Rutten, tijdens de belegering van Maastricht door stadhouder Willem III, in 1676, samen met een aantal parochianen in de mergelgroeven van de Keerderberg moest vluchten. Het werd hem noodlottig, want hij is daar in de groeve op 3 augustus van dat jaar overleden. In Honthem hadden zij het beter getroffen. De Honthemenaren hoorden bij het Graafschap Gronsveld. Daar hadden de Staatsen weinig of geen invloed en kon de eigen (R.K.-)godsdienst vrij beleden worden. Zij hadden in Honthem een schuur tot kerk ingericht waar parochianen van Cadier en Margraten aan hun kerkelijke verplichtingen konden voldoen. Pastoor Chretien Haesen van Margraten was zelfs in Honthem gaan wonen.

De Franse Tijd (1794 -1814)

In 1787 vindt in Frankrijk dé Revolutie plaats. Enkele jaren later, november 1794, bezetten de Franse revolutionairen ook deze streek.
Het gebied van het huidige Limburg wordt zelfs bij Frankrijk ingelijfd. Dat betekende het einde van de protestante overheersing.
Maar. . . de Fransen wilden de mens vrijmaken van de 'onderdrukking' van de katholieke kerk. Zij verboden alle religieuze uitingen die niet in de kerk of in particuliere huizen plaatsvonden, dus processies houden was er, ook in die tijd, niet bij. De geestelijken mochten zelfs in het openbaar niet hun ambtsgewaad dragen. Verder moesten zij een eed op de nieuwe grondwet afleggen. Pastoor Jean Jaspars en kapelaan Mathieu Spits van Cadier wilden niet aan de nukken van de Franse bezetters tegemoet komen en moesten onderduiken. Toen Napoleon in 1801 een verdrag sloot met de Paus verbeterde de situatie. De pastoor en de kapelaan mochten hun functies weer uitoefenen.

De grondwet van 1848

Na het vertrek van de Fransen en bij de oprichting van het Koninkrijk der Nederlanden (1815) bleek toch al weer gauw, dat de wereldlijke overheid niet veel moest hebben van processies en bedevaarten. Herhaaldelijk waren zij aanleiding tot ongeregeldheden.
Zelfs de grondwet van 1848 verbood de openbare godsdienstoefeningen buiten kerkgebouwen en besloten plaatsen. Een uitzondering werd gemaakt voor processies die vanouds gebruikelijk waren. In 1877 waren er blijkbaar weer problemen, de politie verstoorde op verschillende plaatsen in deze streek de dorpsprocessies. Of dat in ons dorp ook het geval is geweest, weten we niet. Wel moest toen de gemeente aan de officier van Justitie rapporteren welke processies vóór 1848 in deze parochie plaatsvonden.

De processies vóór 1848

De opgave van april 1877 aan de officier van Justitie zag er als volg uit (niet altijd de letterlijke tekst):
1. Op alle 1 e zondagen van de maand. Deze processie bleef in de buurt van de kerk.
2. Op 25 april de Sint Marcusprocessie. De processie werd 's morgens gehouden, na de H. Mis van 6 uur en bleef in de buurt van de kerk. Deze datum (25 april) werd bepalend geacht voor de weersgesteldheid in de periode daarna. Voor de agrarische bevolking waren de weersomstandigheden van levensbelang. De zegen van 'boven' had men dus dringend nodig.
3. De Kruisprocessies, drie dagen (maandag, dinsdag en woensdag) voor Hemelvaartsdag. Deze dagen werden de Kruisdagen genoemd, naar het processiekruis dat de stoet opende. Het gebruik van het processiekruis werd al bij het concilie van Nicea in 787 verplicht. De kruisdrager moest begeleid worden door twee acolieten. Het kruis werd met de rug naar de processiegangers toe gedragen. Wanneer de processie tot stilstand kwam, moest de kruisdrager zich draaien, zodat het kruis naar de processiegangers toegekeerd stond.
Het processiekruis van onze parochie is van geslagen geel koper, het kruis staat op een bol en de balken eindigen in gedreven acanthusbladeren. Volgens deskundigen dateert het vermoedelijk uit midden negentiende eeuw. Uit de rekeningen van de kerk weten wij dat het kruis in 2003 jubileerde; in 1903 werd het voor een bedrag van! 19,31 aangeschaft. Tijdens de Kruisdagen trok men na de H. Mis van 5.00 uur 's morgens, in processie, biddend langs de velden om zegen af te smeken over de "vruchten der aarde". Wanneer processiegangers dan langs een akker kwamen waar de vruchten er niet zo goed bijstonden, dan waren er altijd wel een paar die fluisterden: héij húllep gei gebèd, alléin mer kuunsmès (hier helpt geen gebed, alleen maar kunstmest).
Elk van de drie dagen werd een andere route genomen. Vaak tot aan de grens van de parochie.
4. De Sacramentsprocessie werd vóór 1848 gehouden op de zondag na Sacramentsdag en volgens de opgaaf "bij slecht weder op de volgende zondag, daarbij wordt den draaghemel, vanen, lantaarns, flambauwen en het Allerheiligste rondgedragen en op verschillende plaatsen onderweg wordt den zegen gegeven". Toentertijd trok de processie het ene jaar door Cadier en Keer en het andere jaar naar Honthem. Sinds 't Rooth bij de parochie is ingedeeld (november 1946) gaat de processie ook naar 't Rooth.
jrg6blz114
Het Allerheiligste wordt tijdens de processie meegedragen in een stralenmonstrans van verzilverd koper uit 1710.
5. De vormelingenprocessie. Eens per jaar bezocht de bisschop een parochie in het dekenaat. Vanuit de eigen parochiekerk trokken de vormelingen en overige parochianen in processie naar de kerk waar de bisschop aanwezig was om de kinderen te vormen.
6. De Eerste Heilige Communieprocessie, deze was bedoeld om de eerste communicanten te begeleiden van de pastorie tot in de kerk.
Volgens opgaaf, iedere lente op een onbepaalde dag.
7. Eveneens op een onbepaalde tijd van het jaar een bedevaartprocessie naar Meerssen. De route leidde door Bemelen en Berg en Terblijt. De priester was in kerkelijk gewaad en er werden vaandels meegedragen.
8. Ook bij de begrafenis had een openbare godsdienstplechtigheid plaats. "De lijken worden door de priesters en koorjongens in kerkelijk gewaad gekleed, met kruis en zingend afgehaald bij het sterfhuis".
9. Bij bedieningen der stervenden ging de priester in kerkelijk gewaad, voorzien van de H.Hostie en H.Olie, biddend met de koster of zijn plaatsvervanger, voorzien van een lantaarn met brandende kaars en schel of kerkbel, al schellende van de kerk tot aan het huis.
Hetzelfde gebeurde meermalen door het jaar. Zo ging men bij kerkelijke feestdagen naar ouderen, gebrekkigen of anderen die niet in staat waren naar de kerk te gaan".
Tevens werd nog vermeld dat als kerkklokken gewijd werden of een nieuwe pastoor geïnstalleerd werd, de plechtigheden binnen de kerk of op het kerkhof plaatsvonden, in ieder geval niet op de openbare weg.
Volgens de processielijst werd alleen in de Sacramentsprocessie het Allerheiligste meegedragen. In alle andere processies liepen de priester en de koorjongens in kerkelijk gewaad en ging het processiekruis met of zonder vaandels mee. Op de openbare weg werden geen predikaties gehouden. Wel werd er gezongen en hardop gebeden.

De processies in deze tijd

Het vast aantal processies over de openbare weg is tegenwoordig gereduceerd tot drie:
1. de Mariaprocessie op 15 augustus naar de Fatimakapel in de Keunestraat,
2. de processie met de communicantjes van de school naar de kerk en
3. de Sacramentsprocessie op de tweede zondag na Pinksteren.
De jaarlijks terugkerende bronkprocessie en de activiteiten daar omheen zijn als maatschappelijk gebeuren in veel dorpen het hoogtepunt van het jaar. Ook in ons dorp stimuleert de Bronk (afgeleid van het woordje: pronk) de saamhorigheid onder de inwoners. Sommige buurt-en straatcomités vinden zelfs hierin hun oorsprong; zij zijn ontstaan om de processie goed te kunnen ontvangen. In de straten waar de bewoners iets met de Bronk 'hebben', wordt tijd nog moeite gespaard om goed voor de dag te komen. Vóór dag en dauw zijn zij in de weer. Bijna iedereen die daartoe in de gelegenheid is, werkt mee. Geloofsovertuiging speelt daarbij geen rol. Voor sommigen is de bronkprocessie een uiting van geloof, voor anderen is het een stukje traditie dat men koestert.
Groot is de teleurstelling als door de weersomstandigheden de processie op het laatste moment moet worden afgelast of afgebroken. De vlaggetjes, de aangelegde bloemperken, de straattekeningen, de mergelfiguren, alles is dan voor niets geweest. Een herkansing zit er voorlopig niet in, want in sommige straten komt de bronkprocessie maar ééns in de vijf jaar. Precies honderd jaar geleden deed men dat anders, toen in 1903 de processie door slechte weersomstandigheden niet kon doorgaan, werd deze uitgesteld tot 15 augustus. Dat kon toen nog, want 15 augustus (O.L.Vrouwe ten Hemelopneming) was een officiële feestdag, waarop in Keer en Honthem kermis werd gevierd.
Wanneer men op bronkzondag door het dorp wandelt, krijgt men een goed beeld van de saamhorigheid in een buurt en de binding die de bewoners hebben met de tradities en de cultuur van het dorp waarin zij wonen. Hun 'visitekaartjes' liggen gewoon op straat.

Bronnen en literatuur:
Parochie-archief H. Kruisverheffmg, Cadier en Keer: Memoriaal; diverse inventarisnummers; inventaris kerkelijk kunstbezit.
De Maasgouw, 1922: Aantekeningen van Egidius Ruften,.
Keerder Kroniek, 6e jrg, nr. 1.
P.J. Margry: Teedere quaesties, religieuze rituelen in conflict.
I.M. van de Venne: Geschiedenis van Heer.

Please publish modules in offcanvas position.

Free Joomla templates by L.THEME