Rond overlijden en begraven (4)

Aantekeningen van pastoor Wijnand Kikken (slot)
door Lei Haesen

Met deze bijdrage besluiten wij de serie artikelen over de notities van Pastoor Kikken. Niet alle aantekeningen zijn aan bod gekomen; vaak hebben wij ons moeten beperken tot het aanhalen van voorbeelden. Natuurlijk is er wel naar gestreefd de meest relevante opmerkingen van onze oud-Keerdenaar weer te geven, waardoor de geïnteresseerde lezer niet alleen pastoor Kikken beter heeft leren kennen, maar ook een beter beeld heeft gekregen van de tijd en het Leven in ons dorp ongeveer 300 jaar geleden.

Beroepen
De inwoners van Keer en Cadier waren bijna allen volledig afhankelijk van de landbouw. Begrijpelijk dat pastoor Kikken bij de inschrijving niet optekent dat de overledene boer was.

Frans Nijskens aan het ploegen op de Kuiper
Tot het midden van de vorige eeuw bepaalde dit soort beelden het leven in ons dorp. 
Frans Nijskens aan het ploegen op de Kuiper (boven Rozenkuilen en Pinweg)

 

Wanneer de gestorvene echter pachter van een grote hoeve was - met name (Groot-) Blankenberg, de Sangerij, de Keun en de Hof Lenssen (= Klein-Blankenberg) - noteert hij dit wel. Ook wanneer de betrefffende (daarnaast) een ander beroep had uitgeoefend, vermeldt hij dat. Behalve in het register van overlijden noteert hij ook in het doopregister soms het beroep van de vader van de boreling of zelfs van de doopgetuigen. Een enkele keer heeft de vermelding van het beroep ons verbaasd. Bij getuige Henricus Sleijpen bijvoorbeeld wordt bij de doop van een kind van Joseph Dupont en Maria Sleijpen op Blankenberg in 1720 als beroep phijsicus vermeld. Een physicus is een natuurkundige. Dan passen woorden als ancilla (= dienstmeid), servus (= knecht) en opilio (= schaapherder) op een van de grotere hoeven in de parochie beter in het beeld van een boerendorp ongeveer 300 jaar geleden.

Een verdere greep uit de notities van pastoor Kikken.
De pachters van de molen van Blankenberg, evenals die van de bijbehorende hoeve, kwamen meestal van 'buiten' de parochie. Aan de meeste namen van deze molenaars is dit al te merken. Joannes T(h)onissen huwde in Cadier in 1688 met Ida Wijneten en was toen reeds molenaar. Zijn opvolger was Gerard Cling(s), in 1692 hier getrouwd met Barbara Jacobs. Vervolgens komen we Franciscus Kinne tegen, die in Luik gehuwd was met Margaretha Bressing, en daarna Henricus Aerts in huwelijk met Arma Schotaers. Als voorlaatste komen wij tegen Jacobus Pelleman(s) met echtgenote Joanna van Ess. Van Caspar Melchers alias Melchiors (gehuwd met Catharina van der Hagen) werden tussen 1711 en 1721 zeven kinderen in de molenaarswoning geboren.

Het beroep van Lambertus Thijssen (1673-1716), in 1694 gehuwd met Anna Sleijpen, was herbergier en bierbrouwer. Hij woonde op de hoeve De Keun. Ook Joannes de Bije († 1715) uit Honthem, getrouwd met Margaretha Lemmens, was bierbrouwer. Als kleermakers komen wij tegen Joannes Wijsen, in 1692 getrouwd met Margaretha IJIen, en zijn zoons Gerard Wijsen (later gehuwd met Sophia van Laer en hertrouwd met Sophia Gelens) en Michaël Wijsen (later getrouwd met Helena van Laer). Joannes Houben, in 1694 gehuwd met Barbara Willems, oefende dit vak eveneens uit.


De bierbrouwer, gravure van Jan Luyken (1649-1712)

De aanwezigheid van een smid in het dorp was voor de boerenbevolking geen luxe. Petrus Schillinx († I729) uit Keer, gehuwd met Catharina Peters, is de eerste wiens beroep door pastoor Kikken genoteerd wordt. Schoonzoon Joannes Jusnot uit Teuven trouwde in 1699 met Maria Schillinx en leerde mogelijk het vak van zijn schoonvader. Bij zijn overlijden drie jaar later wordt dit beroep namelijk bij zijn naam vermeld. Na het overlijden van haar man hertrouwde Maria Schillinx met Petrus Spronck, de stamvader van de naamdragers Spronck in Keer. En ook Petrus werd (of was dan al?) smid.

Een timmerman komen we in de registers tegen: Christiaan Brouwers († I725) die in 1694 in Cadier trouwde met Maria Theuwissen. Joannes Frederix († I691) uit Keer was rademaecker (de pastoor schrijft zijn beroep in het Nederlands!). Hij was gehuwd met Maria Caenen. De ongehuwde Egidius Francken († I733) tenslotte was landmeter.

Een aparte groep vormen ongetwijfeld de militairen. Dankzij Kikken zijn vier militairen uit de parochie bekend:
Hubertus Houben, vermoedelijk gedoopt 21 december 1665 als zoon van veldwachter Hubertus Houben en Anna Greusen uit Cadier, overleed als militair op 8 december 1693 te Brussel en werd aldaar ook begraven.
Bij Joannes de Clerck uit Honthem, getrouwd met Cornelia Dassen, wordt bij de doopinschrijving van een kind van hem in 1688 opgetekend, dat hij militair (in Hollandse dienst) was.
Christianus Lemmens uit Keer trad ook in dienst van de Hollanders. Hij overleed, ongehuwd, op 31 oktober 1703.
Wilhelmus Magermans uit Honthem huwde in 1698 met de dan al hoogzwangere Maria Solders. Hij koos, vermoedelijk reeds kort na de geboorte van zijn derde kind in 1701, voor een loopbaan als militair in Franse dienst. Als zijn vrouw in 1712 overlijdt, schrijft de pastoor in haar akte van overlijden dat Wilhelmus reeds sedert vele jaren afwezig is, nadat hij in dienst van de Koning van Frankrijk was getreden. Van Wilhelmus zijn geen verdere gegevens meer gevonden. Is hij gesneuveld of heeft hij elders een nieuw bestaan opgebouwd?

Twee- en drielingen
Tijdens het 35-jarig pastoraat van Kikken kwam in Cadier één drieling ter wereld. De twee meisjes stierven nog dezelfde dag, het jongetje na twee weken.
Verder werden in die periode twee tweelingen in Cadier, vijf in Keer en een in Honthem geboren. Van één van deze acht tweelingen weten wij niet hoe het verder is gegaan.
Hoe groot waren de levenskansen van de andere?
Van de overige zeven tweelingen kwamen er twee levenloos ter wereld; van twee andere overleden de borelingen na enkele dagen of weken. Verder stierf van een tweeling een kindje tijdens de bevalling en van een andere een na twee maanden. Hun resp. tweelingzusje en broertje redden het wel. Van de laatste tweeling tenslotte huwde een van de meisjes zeker; van haar tweelingzusje beschikken wij niet over meer gegevens.


Lies Heijnen (1903-1989) in de kinderwagen

Begraven in de kerk
Voor 1804 - Napoleon maakte in dat jaar hier een einde aan - werden priesters en personen uit gegoede families in de kerk begraven, uiteraard tegen een extra donatie.
In de ambtsperiode van Kikken zijn twaalf (met de pastoor zelf meegerekend dertien) personen in de kerk begraven. Helaas is geen enkele grafsteen meer bewaard gebleven. Zeer waarschijnlijk zijn de stenen geruimd tijdens het vergroten van de kerk en het vemieuwen van de vloer rond 1840. Wel is toen de grafsteen uit 1521 van pastoor Theodoor Bracht verplaatst naar de ingang van de voormalige pastorie. Na afbraak van de woning kreeg de toen beschadigde steen zijn huidige besternming: een plaatsje op het voormalige kerkhof bij het H. Hartbeeld.


De beschadigde grafsteen van pastoor Theodoor Bracht

Onder de twaalf in de kerk begraven personen behoorden er liefst zes tot één familie: Lebuïnes (Leben) Hustin en zijn nakomelingen. Leben, schout van Cadier, had reeds tijdens zijn leven gezorgd voor een grafkapel. Al in 1662 tekent pastoor Rutten bij het overlijden van Leonardus Houben aan, dat deze begraven werd naast de hal van de kerk bij het pad, dat naar de grafkapel van Leben Hustin leidt. Aangezien de grafruimte zich midden in de kerk onder de vloer bevond, kan dit er op duiden, dat het vertrek van buitenaf bereikbaar was.
1. Wilhelmus Hustin, priester, zoon van Leben Hustin, was de eerste die er begraven werd. Hij overleed op 31 mei 1685 en werd midden in de kerk begraven onder een steen met zi jn naam erop.
2. In zijn graf werd zijn op 12 februari 1695 overleden zus Anna Maria bijgezet. Bij haar schrijft de pastoor dat zij gul was voor de armen. In haar woning gaf zij hen te eten zoals een moeder haar kinderen. Zij was de vrouw van Gerard Frederix van de Sangerij.
3. Leben Hustin zelf, vader van bovengenoemde Wilhelmus en Anna Maria, overleed op 19 maart 1698 en werd bij zijn twee kinderen begraven. Hij was toen weduwnaar van Margaretha Aussems, die ruim twee jaar eerder was overleden. Margaretha was overigens niet bijgezet in dit graf, maar begraven voor de ingang van de kerk. Bij haar schrijft de pastoor dat zij op 25 februari 1695 gedragen wilde worden om aanwezig te kunnen zijn bij het misoffer. Na afloop van de mis ontsliep zij omstreeks 12 uur in de Heer. Zij was zeer nauwgezet in de versiering van het Mariabeeld.
4.0p 14 april 1709 stierf de 22-jarige priesterstudent Lebuínes Haesen, zoon van Wilhelmus Haesen en Catharina Hustin. Zijn moeder was eveneens een dochter van de eerder genoemde Leben Hustin. De jongeman, die door hevige braakneigingen de communie niet meer kon ontvangen, werd ook in het familiegraf bijgezet.
5. In 1730 werd hier tevens Willem Frederix begraven. De 42-jarige halfwin op de Meussenhof, gehuwd met Maria Thijssen, was een zoon van Gerard Frederix en Anna Maria Hustin.
6. Ten slotte vond de op 23 december 1734 overleden Gerard Frederix zijn laatste rustplaats bij zijn vrouw, zoon en de andere verwanten.

De zes anderen in de kerk begraven person en waren:
7. Guilielmus Koemans (Coumans) van de Sangerij, gehuwd met Agnes Smeets (weduwe van Wilhelmus Frederix). Hij overleed op 14 juli 1685 en werd voor het Maria-altaar begraven.
8. Barbara Scheelen was de echtgenote van Lucas N.N. en stierf in de woning van de heer Lenssen op 30 december 1688.
9. Petrus Thijssen, zoon van Lambertus Thijssen en Petronella Mertens, overleed als (priester?)student op 20 juli 1700. Hij werd begraven voor het Maria-altaar met het hoofd gericht naar het zuiden.
10. Elisabeth Rumers, gehuwd van Nicolaus Sumsaij, stierf in 1706 in het kraambed op de hof Lenssen (hoeve Klein-Blankenberg, nu boerderij Boumans) en werd midden in de kerk begraven.
11. Maria Hanen van Blankenberg, getrouwd van Guilielmus de Laveau, overleed op 10 januari 1717. Zij - de pastoor noemt haar een zeer devote vrouw - werd ook midden in de kerk begraven.
12. Martinus Kikken, een broer van pastoor Wijnand Kikken en overleed en op 21 december 1726, vond zijn laatste rustplaats voor het St. Nicolaasaltaar, waar later ook de pastoor zelf bijgezet zou worden.

Huwelijken
Aan de opmerkingen die pastoor Kikken vermeldt bij de huwelijken wordt niet in een aparte bijdrage aandacht besteed. De meest relevante notities zijn met name in de eerste twee afleveringen aan bod gekomen of zijn reeds eerder in afzonderlijke bijdragen verwerkt (bijv. over huwelijksdispensaties of het trouwen voor de predikant).

Slechts enkele opmerkingen.
De belemmeringen die Kikken bij het uitoefenen van zijn ambt gedurende bepaalde perioden van zijn pastoraat ondervond, vinden wij vooral terug bij zijn huwelijksinschrijvingen. Cadier stond onder Staats (protestants) gezag en de openbare uitoefening van de katholieke godsdienst was bepaalde jaren verboden of werd ernstig belemmerd. De gebruikelijke voorwaarden om te kunnen trouwen, zoals de drie roepen, moest hij om die reden niet zelden achterwege laten "vanwege verhindering door de ketters". Het aanstaande bruidspaar moest dan onder ede verklaren dat er geen kerkelijke beletselen (bijv. bloedverwantschap) tegen de verbintenis bestonden.

Er kon ook vaker niet in de kerk van Cadier getrouwd worden. Het huwelijk werd in dat geval soms bij de bruid of bruidegom thuis voltrokken, nadat deze gebiecht en de communie ontvangen hadden. Een andere keer werd uitgeweken naar kerken in Maastricht (o.a. bij de Augustijnen en de Minderbroeders). Ook in de kerk van Bemelen  - Bemelen stond niet onder het bestuur van de Hollanders - verbond Kikken echtparen uit Cadier en Honthem in de echt.

De dagelijkse werkzaamheden van een gezin bepaalden in de meeste gevallen ook de trouwmaand. In de voor de boerenbevolking relatief rustige herfst - en wintermaanden, met uitzondering van december, voltrok pastoor Kikken veruit de meeste huwelijken. De meeste dagen in de maand december (advent) namelijk en in de vastentijd mocht er zonder dispensatie niet kerkelijk getrouwd worden. November met 43 gesloten huwelijken was veruit de 'favoriete' trouwmaand, gevolgd door januari (30x), oktober (27x) en februari (26x). Hoe groot de verschillen in aantallen zijn, blijkt uit nog enkele cijfers: maart (6x, met veel dagen in de vastentijd), april (6x), uiteraard december (7x), juni (8x) en augustus (llx).

 

Met dank aan drs. Simon Peters

Please publish modules in offcanvas position.

Free Joomla templates by L.THEME