GI's in Keer (deel 1)

Historie

Jeannette…..a beautiful young lady
GI’s in Keer;1945 (deel 1)
door drs. Harry H,M, Beckers

Over de Tweede Wereldoorlog zijn vele en dikke boeken verschenen. Ook Amerikaanse militairen (GI’s) die aan de oorlogsoperaties in West-Europa hebben deelgenomen, hebben hun ervaringen op schrift gesteld. Twee van hen, Irving Odgers en Okey Taylor, hebben hun (korte) verblijf in ons dorp beschreven. Beiden behoren tot de C-compagnie van het 58e Infanterie Bataljon van de 8e pantserdivisie. Deze compagnie is in ons dorp gestationeerd van 5 tot en met 17 februari 1945.Omdat het verhaal van Odgers het meest gedetailleerd is nemen wij zijn beschrijving van zijn verblijf in Keer als leidraad voor dit artikel.


Irving Odgers
Odgers is in Washington op 5 oktober 1925 geboren en is negentien jaar oud en ongehuwd als hij in Cadier en Keer arriveert. Hij is de zoon van een gepensioneerd officier met vijfendertig dienstjaren bij de Amerikaanse marine. Hij studeert nog aan de highschool als hij als dienstplichtige wordt opgeroepen.

Hij is ingedeeld met het 2e peloton als assistent-gunner; dat houdt in dat hij als artillerist bij het gebruik van het machinegeweer. De groep waarvan hij deel uitmaakt (squad) bestaat normaliter uit twaalf man. Die twaalfde man (Russell Pillott) wordt in Cadier en Keer aan de groep toegevoegd; hij vervangt een GI die fysiek niet in staat bleek om het tempo van de groep bij te houden.

Het is in ons dorp dat de legerleiding Odgers en een ander lid van de compagnie aanbiedt om overgeplaatst te worden en een officiersopleiding in Parijs te volgen. Het Amerikaanse leger heeft dringend behoefte aan officieren omdat de verliezen tijdens het Ardennenoffensief vragen om aanvulling. Hij krijgt slechts één dag om over het voorstel na te denken. Hij besluit om de oorlog voort te zetten samen met zijn kompanen met wie hij al enige tijd optrekt. Daar komt nog bij dat hij niet zeker weet wat zijn verplichtingen ten opzichte van het leger zijn nadat de oorlog afgelopen is. Hij wenst zijn studie aan de highschool die hij na een jaar had moeten onderbreken, zo snel mogelijk weer op te pakken. Zelf acht hij zich bovendien met zijn negentienjaar niet ervaren genoeg om vijftig mannen onder oorlogsomstandigheden leiding te geven.

Na de oorlog vangt hij zijn studie inderdaad opnieuw aan. Hij studeert cum laude af en werkt vervolgens als wetenschapper in het laboratorium voor straalvoortstuwing van een groot bedrijf in Pasadena (Californië). Dit bedrijf levert onderdelen voor de ruimteschepen van de NASA. Hij overlijdt – bijna 81 jaar oud – op 26 maart 2006 in Loomis (Californië).

jrg2009blz65
Amerikaanse bevrijders van het 117de infanterie regiment van de 30ste divisie poseren gewillig voor het huis van Wöllem Spronck, nu Limburgerstraat nr. 45

Het 58e Infanterie Bataljon
Het 58e Infanterie Bataljon van de 8e Armored Divisie werd aan een intensieve training onderworpen voordat het op 6 november 1944 in New Jersey werd ingescheept voor de overtocht naar Engeland. Hier komt men na twaalf dagen aan in de havenstad Southampton. Opnieuw wordt er intensief getraind en op 5 januari 1945 komen ze aan land in de Franse havens Le Havre en Rouen. Daarna staat de 560 kilometer verre tocht naar Pont-à-Mousson (in de buurt van Nancy) op het programma. Die afstand leggen ze af onder zeer slechte weersomstandigheden; het sneeuwt erg en de wegen zijn spiegelglad. Vanuit Pont-à-Mousson wordt de hele divisie (ongeveer teinduizend man sterk met duizenden stukken zwaar materieel) overgebracht naar zuidelijk Zuid-Limburg. Het hoofdkwartier van de 8th Armored Division wordt in Simpelveld gevestigd. De eenheid van Odgers wordt gelegerd in Cadier en Keer; andere eenheden slaan hun bivak op in Margraten en Gulpen. De tijd in Zuid-Limburg wordt gebruikt om de laatste voorbereidingen te treffen voor de grote aanval op Hitler-Duitsland.

Van Frankrijk naar Cadier en Keer
Op 2 februari 1945 vertrekt de Divisie vanuit Pont-à-Mousson naar ons dorp; een afstand van bijna 500 km. Tijdens de nacht passeert men het groothertogdom Luxemburg, kort daarvoor nog een groot slagveld tijdens het Ardennenoffensief. De lichten van de militaire colonne zijn gedoofd omdat de route even ten westen van de frontlinies loopt. Met tien andere leden van zijn groep zit Odgers in een zogenaamde half-track. Dit is een pantservoertuig dat vooraan van wielen is  en achteraan van rupsbanden. Tijdens de rit naar ons land staat hij doodsangsten uit omdat hij niet weet of de remmen ervan wel werken. Elke keer als er gestopt wordt komt de tank piepend en krakend tot stilstand waarbij de loop vervaarlijk boven de half-track zwiept.

De dag na het vertrek doorkruisen ze België en naderen ze Zuid-Limburg. Op de avond van 4 februari 1945 (twee en een halve dag na hun vertrek uit Frankrijk) komt Maastricht in zicht en rijdt men over de provisorisch herstelde Sint-Servaasbrug richting Cadier en Keer. Op 5 februari 1945 omstreeks vier uur in de ochtend worden de voertuigen geparkeerd in de Limburgerstraat en kan iedereen aan zijn verdiende nachtrust beginnen. Voor Odgers is dat niet weggelegd want hij moet de rest van de nacht wacht lopen.

Zo’n ritje over een dergelijke lange afstand naar Zuid-Limburg is een hele opgave; zeker in de laadbak van een half-track. De rubber trekbanden slaan voortdurend tegen de wielgeleiders en daarbij komt nog het oorverdovende lawaai van het ratelen van de bepantsering. Bij een snelheid van meer dan 20 km per uur moest er hard geschreeuwd worden wilde men zich voor zijn buurman verstaanbaar maken. De mannen zijn dan ook blij en opgelucht dat er aan de helse tocht een einde gekomen is.

De ontmoeting
Om half zes ’s morgens komt een jonge dame – naar zijn inschatting een jaar of zeventien – op hem toe en vraagt hem in gebarentaal of hij soms een kop koffie wil. Odger is kennelijk onder de indruk want hij vermeldt dat hij het een leuk meisje vindt en tevens dat hij erg verbaasd is haar op dat tijdstip op straat te zien. Hij maakt haar duidelijk dat hij wachtdienst heeft en dat deze over een half uur afgelopen is. Daarna komt hij dolgraag een kop warme koffie drinken. Het meisje wijst vervolgens naar de voordeur van een huis enkele tientallen meters verderop in de straat en hij begrijpt dat zij iets zegt in de zin van “Kom maar door die deur naar binnen zodra je dienst afgelopen is”. Dat is het begin van een van zijn meest plezierige perioden van zijn verblijf in Europa. Zodra hij bevrijdt is van zijn wachtlopen zegt hij tegen ijn commandant Frank Balestrucci dat hij een paar minuutjes weg is om een kop koffie te drinken.

De familie Ackermans
Odger gaat vervolgens naar de hem eerder die dag aangewezen deur en op zijn geklop wordt de deur geopend door een vrouw van middelbare leeftijd die hem binnen nodigt. Men vertelt hem dat hij zich in het huis bevindt van de familie Ackermans en dat één van de dochters hem zo vriendelijk had uitgenodigd Jeanne heet. Het huis heeft een grote keuken met precies in het midden een kachel. En dan komt de beloofde warme koffie. Hij beschrijft verder dat de familie naast een vader en een moeder, een grootmoeder telt alsmede drie zonen en zeven dochters. De zonen zijn de oudsten en werken beiden in de graanmolen van hun vader. Verder vermeldt hij dat de zeven meisjes in leeftijd variëren van vier tot zeventien jaar.

In de samenstelling van de familie vergist Odgers zich, wat alleszins begrijpelijk is. Hij zal vele indrukken hebben opgedaan tijdens zijn route van Frankrijk naar het Rijnland. Het is zeker niet eenvoudig om zich alle details van de verschillende en soms emotioneel heftige gebeurtenissen tijdens de oorlog te herinneren. Dat sommige onderdelen van zijn boek niet helemaal overeenstemmen met de feiten is hem niet al te zeer aan te rekenen. De werkelijkheid is dat bij de familie Ackermans geen grootmoeder inwoont en dat de familie geen drie maar twee zonen telt; zij zijn inderdaad de twee oudste kinderen. Na deze twee jongens (Sjeng en Ietje) volgen zeven meisjes in de leeftijd van twaalf tot tweeëntwintig jaar. De leeftijd van Jeanne, het op twee na jongste meisje, heeft hij overigens tamelijk goed ingeschat; zij was destijds bijna 16 jaar oud.

2009blz68
Begin 1945. Staand vanaf links: moeder Ackermans, vader Bèr Ackermans, dochters Lies, Nèt, Anna, Jeanne, Marie met latere echtgenoot Michel Vranken, de zoons Sjeng en Ietje. Zittend: dochter Fien, vijf Amerikaanse soldaten en dochter Trui-j

Van de ontmoeting in de vroege ochtend staat Jeanne – thans 80 jaar oud en met haar echtgenoot al jaren woonachtig in Eijsden – maar weinig meer bij. In de eerste maanden van 1945 was het een komen en gaan van Amerikaanse militairen. Verschillende groepen werden voor een korte periode bij gezinnen ingekwartierd en vervolgens door anderen vervangen. Dat ging enkele maanden zo door. Elke nieuwe groep betekende nieuwe gezichten en nieuwe belevenissen. Het wekt dus geen verbazing dat niet alles – zeker niet na meer dan 60 jaar – in herinnering is gebleven. Het verblijf van de Amerikanen was een bijzondere gebeurtenis, zeker in die tijd toen Keer nog een klein dorp was en uit een nogal gesloten gemeenschap bestond. Iedereen kende iedereen en ene vreemdeling was iets nieuws, iets bijzonders. Volgens Jeanne was het vooral haar moeder die zich erg begaan toonde met het lot van de jonge Amerikanen. Zij trok alles uit de kast om hun verblijf in Keer zo aangenaam mogelijk te laten verlopen. Dat haar gastvrijheid een bijzondere was, is de GI’s hun leven lang bijgebleven.

De dagindeling
Het weer was in die eerste week van februari 1945 behoorlijk warmer geworden en de compagnie was iedere dag in de weer met diverse zaken. Intensief werd er getraind in het gebruik van verschillende wapens, vond het nodige onderhoud aan het militaire materieel plaats en werd er bijzonder pittig door de eenheden gemarcheerd. Ook kreeg men les in kaartlezen, het gebruik van het kompas en diverse oorlogstactieken. De leerstof werd aan de praktijk getoetst door instructeurs die het oorlogvoeren aan den lijve hadden ondervonden. Daarnaast leerde iedere GI de taak van een andere GI over te nemen. Voor al deze activiteiten werden dagelijks trainingsschema’s opgesteld. Verder moesten zij de witte verf, die zij in Frankrijk als sneeuwcamouflage op de half-tracks hadden aangebracht, weer verwijderen, wat een lastige klus was.

Hoogtepunt in de trainingsweek vormde het bezoek aan Houthem. Alle officieren en enkele stafleden gingen daar naar toe. Hier hadden de Amerikanen een exacte replica in zand gebouwd van het gebied waarin de compagnie waarschijnlijk militaire operaties zou moeten uitvoeren.

De militairen die ’s avonds geen dienst hebben verzamelen zich in de keuken van de familie Ackermans, waar zijgastvrij worden opgevangen. Zij kunnen altijd rekenen op een kleine snack of warme chocolade. Verder zijn er koekjes of kleine vlaaien. Hun dankbaarheid tonen de mannen door wat etenswaren en koffie mee te nemen. Sigaretten brengen de Amerikanen ook mee. Voor hen zijn deze spotgoedkoop; zijkosten vijf cent per pakje. Ettelijke pakjes vinden hun weg richting de familie Ackermans, die ze gebruikt om tegen andere waren te ruilen.

Er wordt – rondom de kachel – over van alles en nog wat gesproken en er wordt heel wat afgelachen. De taalbarrière – niemand van de familie Ackermans spreekt Engels – speelt slechts een ondergeschikte rol; met handen en voeten weet men elkaar duidelijk te maken wat men bedoelt. Het is vooral lachen geblazen wanneer één van de Amerikanen (Al Dorst, vanwege zijn geringe lengte little Al genoemd) Nederlandse woordjes moet nazeggen. Al spreekt namelijk een beetje Duits en moeder Ackermans tracht hem Nederlands te leren. Zij noemt een woord, legt dat uit en vraagt hem om het woord uit te spreken. Vervolgens barst iedereen in onbedaarlijk lachen uit wanneer Al krampachtige pogingen doet het woord na te zeggen.

’s Morgens en ’s middags eten de manschappen in de kantine van de compagnie die iets verderop is ingericht in een stal. Onze Amerikaan is tijdens zijn verblijf in ons dorp – samen met een andere GI – tevens aangewezen als hulp in de keuken. De koks willen echter niet dat zij de handen uit de mouwen steken behalve wanneer er – zo nu en dan – zwaar getild moet worden. De hele dag krijgen de twee hulpjes snacks toegestopt en extraatjes bij de maaltijden. Odgers vermeldt dat het de laatste en beste corveedienst was van zijn hele diensttijd e dat hij in die week een paar kilootjes zwaarder is geworden.

Inkwartiering
Tijdens het verblijf van Odgers in Cadier en Keer is hij met een drietal andere GI’s ingekwartierd bij de familie Ackermans. Voor hen is het de eerste keer dat zij sinds het vertrek uit de Verenigde Staten (zo’n vier maanden eerder) onderdak vinden in een warm huis. Eén van hen, Okey Taylor, verhaalt dat hij bijzonder onder de indruk is van de ontvangst door de familie Ackermans; hij en zijn collega’s worden er behandeld als welkome gasten. Iedereen is ontzettend aardig tegen hen.

Okey herinnert zich dat hij en zijn kompanen de eerste dag dat zij de familie Ackermans ingekwartierd zijn, hun laarzen aanhouden. Deze zijn behoorlijk met modder besmeurd en zij maken er dan ook een vreselijke janboel van. De volgende dag zien zij dat alle familieleden hun schoenen uittrekken voordat zij de woning binnengaan. Vanaf dat moment doen de Amerikanen hetzelfde en dat maakt een groot verschil in het proper houden van het huis. Ook krijgen zij een rondleiding in de graanmolen en wordt hen gedemonstreerd hoe de molen werkt. Het is voor hen een hele ervaring, in het bijzonder voor die Amerikaanse militairen die voor de eerste keer in aanraking komen met de gewoonten van een andere cultuur.

Een bijzondere herinnering heeft  Okey Taylor aan de jongste van het gezin. Als de herinnering van Okey juist is, betreft het Fien die overigens op dat moment geen 7 jaar oud was (zoals hij vermeldt) maar 12 jaar. Zij volgt bijna iedere Amerikaanse militair op de voet om te zien wat deze uitvoert. Praten kan zij als de beste; zij praat zo wat iedereen de oren van zijn kop. Fien is een heerlijke spring-in-het-veld; elke GI ziet haar graag komen en iedereen geniet wanneer zij de militairen weer eens komt opzoeken.

2009blz71

Een fragment uit een Amerikaanse krant over de familie Ackermans

Ontploffing zware bom (V-1?)
De helft van de manschappen slaapt op de hooizolder van de schuur. Op een morgen wordt Odgers wakker door een geweldige explosie. Daardoor wordt hij met kracht in het hooi neergedrukt en daarna worstelt hij zich – nieuwsgierig om te weten wat er gebeurt is – uit zijn slaapzak. Dan snelt hij langs de hooiladder naar beneden en rent de straat op. Met de schuur en de huizen in de buurt schijnt niets mis te zijn. Naar het noorden kijkend ziet hij een grote rookwolk die opstijgt van een weiland waar een V-1 juist ontploft is, Gelukkig is niemand gewond geraakt. De vermoedelijk voor Maastricht bestemde bom is neergekomen op een plek ongeveer 250 meter van de plaats waar hij en zijn makkers slapen.

Naspeuringen n het gemeentelijk archief en gesprekken met Keerdenaren hebben de juistheid van dit verhaal van Odgers niet kunnen bevestigen. In het archief is niets van het neerstorten van een V-1 terug te vinden. Opvallend is ook dat Taylor van deze gebeurtenis in zijn beschrijving van zijn verblijf in ons dorp geen enkele melding maakt. Ook geen van de door ons benaderde dorpsgenoten wist zich een dergelijke crash te herinneren.

Toch wordt er in een tweetal documenten van de 8e Infanterie Divisie melding gemaakt van een V-1 raket die in deze omgeving tot ontploffing is gekomen. In één van de boeken die over deze Infanterie Divisie geschreven zijn, kan men lezen dat de manschappen tijdens hun verblijf in de dorpen in Zuid-Limburg voor de eerste keer de gelegenheid hadden om de nieuwe Duitse V-1 raketten te zien. Die kwamen met regelmatige tussenpozen overvliegen op hun route naar de haven van Antwerpen en de Britse eilanden. Als snel had men in de gaten dat zolang de motor van de raket te horen was, alles veilig was. Alleen als de motor stopte moest men zich uit de voeten maken en een schuilplaats opzoeken. Een deel van deze Divisie was gelegerd in Sibbe toen de bom ontplofte.

Ook in een ander boek wordt melding gemaakt van de ontploffing van een bom. Het gaat dan om een compagnie die in Margraten gelegerd is in een schuur met dertig koeien, zes paarden, tien slachtvarkens, enkele kippen en een hond die de onhebbelijke gewoonte heeft om midden in de nacht aan te slaan. Bij de ontploffing schudt de schuur op haar grondvesten en maken de mannen dat zij de schuur uitkomen.

Op grond van het voorgaande zal er toch wel enige waarheid schuilen in de melding van een aanzienlijke explosie. Of deze explosie het gevolg was van het neerstorten van een V-1 kan niet met zekerheid bevestigd worden. Op basis van de beschikbare informatie kan de zware explosie in de driehoek Cadier en Keer – Margraten – Valkenburg worden gesitueerd.

Vertrek
De C-compagnie waarvan Odgers en Taylor deel uitmaken vertrekt op 18 februari 1945. Waar zij naar toe gaan weten zij nog niet; dat horen zij pas nadat zij een uur onderweg zijn. De bestemming blijkt Roermond te zijn waar ze – samen met het Britse 2e leger (van Montgommery’s befaamde woestijnratten) – de stad dienen in te nemen om vervolgens de Roer over te steken en op te trekken naar de Rijn. Daarna moet Centraal Duitsland van de Nazi’s gezuiverd worden. Dat lukt uiteindelijk waarbij men in de buurt van Blankenburg (Duitsland) de schoonbroer van de Gestapo-chef Heinrich Himmler zal gevangen nemen. Alle militaire opdrachten worden tot een succesvol einde gebracht. Op 13 november 1945 – één jaar na het vertrek – is men terug in de Verenigde Staten en wordt de Divisie officieel buiten dienst gesteld.

Het afscheid van de familie Ackermans is sober. Odgers schrijft: we said good bye to the Dutch family (we zeiden tot ziens tegen de Nederlandse familie). Vervolgens stappen ze in hun half-tracks, voorzien van groene vlaggen om aan te geven dat het hier een konvooi betreft dat voorrang dient te krijgen.

Gesneuvelden
Acht dagen na hun vertrek uit ons dorp vindt de eerste militaire operatie van de C-compagnie plaats. Een Duitse stelling in de buurt van Linne wordt aangevallen met de bedoeling de Duitsers te verdrijven. Voor een aantal mensen uit de groep Van Odgers loopt de confrontatie slecht af. Op 26 februari 1945 sneuvelen groepscommandant Frank Balustrucci en de munitiedrager Chris Andronis. Balustrucci ligt met zijn gezicht naar beneden in een kleine waterpoel. Odgers ziet hem zo liggen als hij zich bij deze aanval in een greppel achter de door de Duitsers aangebrachte prikkeldraadversperring laat vallen. Het andere groepslid Andronis sneuvelt door de ontploffing van ene mortiergranaat. Een andere collega (Cuteri) verliest een been doordat hij op een landmijn stapt. Odgers zelf wordt door een ketsende kogel in zijn linkerhand geraakt. Na afloop van deze actie telt de C-compagnie (normaliter honderdnegenentachtig man) elf gesneuvelden en zestig gewonden. Frank Balustrucci en Chris Andronis liggen beiden begraven op de Amerikaanse begraafplaats in Margraten.

2009blz75
1945. Op de begraafplaats in Margraten. Links Dom Zimmaro bij het graf van Chris Andronis en rechts Ray Pastewka bij het graf van Frank Balustrucci

Contacten
Jeanne heeft niet alleen op Odgers een onuitwisbare indruk gemaakt. Ook Ray Pastewka, de chauffeur van de half-track waarin Odgers zat, heeft alles in het werk gesteld om Jeanne terug te zien. Toen hij in 2000 samen met zijn vrouw de route volgde die hij met zijn GI-kompanen in 1944-1945 had afgelegd, heeft hij hiertoe diverse telefoontjes gepleegd. De poging slaagde: tijdens hun bezoek aan de Amerikaanse begraafplaats in Margraten ontmoette hij – na 55 jaar – Jeanne opnieuw. Tot op de dag van vandaag wisselen beide families Kerst- en Nieuwjaarswensen uit.

Ook Okey Taylor heeft – zesenveertig jaar later – vanuit zijn woonplaats Columbus in de staat Ohio nog een brief geschreven aan een van de meisjes Ackermans namelijk Lies. In die brief, gedateerd 24 juni 1991, geeft hij nog eens aan hoe bijzonder gastvrij hij en zijn collega-militairen door de familie werden ontvangen. Na al die jaren is hem die hartelijke ontvangst nog altijd bijgebleven. Eten en drinken werden met hen gedeeld en na een lange koude dag buiten stond er steeds een warme kop cacao voor hen klaar. Ook op hem heeft vooral Jeanne (Josephine zoals hij schrijft) indruk gemaakt: zij was in die tijd erg jong maar zeer beleefd en netjes. Telkens als ze de kans kreeg kwam ze ons bezoeken. Ik weet dat wij sommige van onze rantsoenen met haar gedeeld hebben. Tot slot dankt hij de familie omdat zij zo zorgzaam was voor een troep ruwe soldaten die alleen maar op doortocht was. De brief eindigt met: U heeft in ieder geval velen van ons een ervaring bezorgd welke wij ons ons hele leven zullen blijven herinneren.

Tenslotte
Het vorenstaande verhaal is er één uit vele. In bijna alle Keerder gezinnen waren Amerikanen ingekwartierd voordat zij naar het oorlogsgebied werden gezonden. Hieruit zijn – ondanks de taalbarrière – veel vriendschappen ontstaan. Sommige daarvan hebben tot op de dag van vandaag stand gehouden. Het bijzondere aan dit artikel is dat twee van de GI’s die tot dezelfde C-compagnie behoorden, hun belevenissen hebben opgetekend. De bijzondere gastvrijheid van de familie Ackermans kreeg daarbij een belangrijke plaats.

Bronnen

  •  Odgers, Irving, History of the 8th Armored Division in World War II
  •  Taylor, Okey, There and back again – a Timeline

De schrijver dankt in het bijzonder Jeanne Ackermans (Eijsden) voor haar informatie evenals Bert Caris (Kerkrade), voor zijn waardevolle aanvullingen bij het tot stand komen van dit artikel (www.fallennotforgotten.nl)

 

Please publish modules in offcanvas position.

Free Joomla templates by L.THEME