Vroegere inwoners

Verongelukt in Goa (India)
Lor Bemer
door drs. Harry H.M. Beckers

Er zijn niet meer zoveel Keerdenaren die weet hebben van het verongelukken van hun dorpsgenoot Lor Bemer. Het vliegtuigongeluk waarbij Lor samen met zeven andere bemanningsleden om het leven kwam, vond plaats op zondag 10 juni 1959 in Goa (India). Het is dit jaar 55 jaar geleden dat het tragisch ongeval plaatsvond. Een juist moment om bij de persoon Lor Bemer stil te staan en het verhaal van zijn verongelukken in onze Keerder Kroniek vast te leggen. Dit gebeurt mede aan de hand van het interview dat op 22 juli 2014 plaatsvond met zijn acht jaar jongere broer Math. 

Zijn jeugdjaren
Lor (met de doopnamen Laurentius Hubertus) was het derde kind van het echtpaar Servaos Bemer en Anna Hick. Servaos was geboren in Sint Pieter (bij Maastricht) en Anna in Aken. Lor is geboren op 17 juni 1928 in Gulpen waar het gezin enkele jaren gewoond heeft. In 1935 verhuisde men naar ons dorp waar een woning aan de Eckelraderweg werd betrokken. Vandaar werd – via een ruil - opnieuw verhuisd naar een woning aan de Rijksweg direct naast de (toenmalige) smederij van Miesjel Heusschen. Uiteindelijk zou het gezin naast beide ouders uit zes kinderen (vijf jongens en een meisje) bestaan. Vader Bemer dreef een stukadoorsbedrijf waarin drie van zijn zonen werkzaam zijn geweest. Na de lagere school bezocht Lor de ambachtsschool in Maastricht  omdat het stukadoorsvak hem niet boeide. Hier volgde hij de opleiding tot machinebankwerker.
Vanzelfsprekend maakte hij – wonend in het deel van het dorp dat bekend was als ‘ t Vaticaan – deel uit van een behoorlijk uitgebreide vriendenkring. Op zijn tijd een biertje in de dorpscafés en – evenals zijn broers – spelend lid van de Fanfare Sint Blasius.
2014blz79
Lor Bemer

 
Na voltooiing van zijn opleiding op de ambachtsschool werkte hij bij een Maastrichts bedrijf als machinebankwerker. Niet voor lang. Als achttienjarige meldde hij zich als vrijwilliger bij de marine en werd hij gestationeerd op de marinebasis in Den Helder. Vervolgens kwam hij bij de Marine Luchtvaartdienst (MLD) terecht met als thuisbasis het vliegveld Valkenburg. Hij verhuisde naar het nabij gelegen Katwijk aan Zee en betrok daar een flat met uitsluitend marinepersoneel. Hier volgt hij de opleiding tot korporaal vliegtuigmaker.

Lor trouwde met Miets Vleugels uit Margraten. Het bijzondere aan het in het gemeentehuis van Margraten gesloten burgerlijk huwelijk was dat er met de handschoen werd getrouwd. Dat is redelijk uniek. Het betekent dat één van de huwelijkspartners niet lijfelijk bij de huwelijksvoltrekking aanwezig kan zijn, bijvoorbeeld bij een lang verblijf in den vreemde. Eén van beiden wordt dan vervangen door een gevolmachtigde. In het geval van Lor en Miets werd, bij het sluiten van het burgerlijk huwelijk in het gemeentehuis van Margraten, de plaats van de bruidegom ingenomen door zijn oudere broer Wiel. Het sluiten van een burgerlijk huwelijk was financieel aantrekkelijk. De wedde als gehuwde lag een stuk hoger dan als ongehuwde.

Later is het kerkelijk huwelijk in de parochiekerk van Margraten gesloten waarbij de bruidegom dit maal wel aanwezig was. Miets is vervolgens bij haar man in Katwijk aan Zee gaan wonen. Ook  na het verongelukken van Lor heeft zij hier nog enige tijd gewoond. Later is zij naar het zuiden teruggekeerd en heeft zij zich in Gulpen gevestigd. Hertrouwd is zij nooit; zij overleed in 2002.
2014blz80

Foto bij gelegenheid van het kerkelijk huwelijk van Lor Bemer en Miets Vleugels

De Marine Luchtvaartdienst (MLD)
Lor behoorde bij de MLD tot het dienstvak ‘vliegtuigmakers’. Hij had de rang van korporaal vliegtuigmaker 2e klasse; in het vakjargon van de Marine werd die functie aangeduid als ‘meccano 2e klasse’.

Begin 1958 werd Lor voor een periode van drie jaar  overgeplaatst naar Nieuw-Guinea  met als standplaats Biak. Het beleid van de Nederlandse regering was toentertijd gericht op het verkrijgen van een vrije status voor Nieuw-Guinea, los van het onafhankelijk geworden Indonesië. Indonesië had overigens al duidelijk kenbaar gemaakt aanspraken op Nieuw-Guinea te maken en nam daartoe ook de nodige militaire voorbereidingen.

Die overplaatsing vond Lor enerzijds geweldig omdat hij wel van avontuur hield en kennis kon maken met een ver en vreemd land. Anderzijds betekende het wel dat hij langere tijd gescheiden van zijn vrouw zou moeten leven. Hij verheugde zich er dan ook op toen hij eind mei 1959 voor enkele dagen naar Nederland kon terugvliegen om daar samen met zijn vrouw zijn 31e verjaardag te kunnen vieren. Dat heeft niet zo mogen zijn.
Het bizarre is dat een waarzegster in Indië hem had voorspeld dat hij geen 31 jaar oud zou worden. Lor heeft die voorspelling met een glimlach aan zijn familie en kennissen kenbaar gemaakt: hij geloofde er niet in. Zeven dagen vóór zijn 31e verjaardag verongelukte zijn vliegtuig en kwamen hij en zijn zeven metgezellen om het leven.

Squadron 7 Koninklijke Marine
In het toenmalige Nederlands Indië bevond zich op het eiland Biak een vliegveld. Dat vliegveld (het Marinevliegkamp genoemd) was de thuisbasis van Squadron 7 van de Koninklijke Marine. Hier vond ook het onderhoud aan de vliegtuigen plaats. De taak van het squadron was nogal veelzijdig: oefenvluchten voor het opleiden van personeel, oefening met schepen, maar bovenal het uitvoeren van transportvluchten. Toen de dreiging van een invasie door Indonesië toenam, werden vooral de operationele taken uitgebreid. Er werden verkenningen uitgevoerd om vijandelijke infiltraties tegen te gaan en detachementen mariniers werden naar bedreigde plaatsen overgevlogen.

De Martin Mariner P 306
Vanaf maart 1956 werden de tot dan door de Marine gebruikte Catalina amfibievliegtuigen (vliegtuigen die kunnen landen en opstijgen vanaf het water) vervangen door zeventien van de Amerikaanse marine overgenomen tweedehands tweemotorige Martin Mariner’s. De Amerikanen hadden deze toestellen begin jaren vijftig al buiten gebruik gesteld en zo goed als bij de schroothoop gezet. Deze aankoop bleek dan ook een blunder van jewelste. Van de aangekochte zeventien moesten er twee volledig gestript worden om de overige vijftien te kunnen reviseren. Geld voor de aanschaf van nieuwe vliegtuigen was er niet. Hollandse zuinigheid ten top!

De toestellen werden gestationeerd in Biak (Nieuw Guinea) maar voor groot onderhoud waren er hier geen mogelijkheden. De toestellen moesten dan ook van tijd tot tijd naar Nederland worden overgevlogen voor een grote beurt. Dat was een hachelijke onderneming met de nodige tussenstops.

Dat de aanschaf van de Martin Mariner’s een miskoop van de eerste orde was, bleek al snel. Kort na de aanschaf in 1956 gingen in drie jaar tijd vier Mariner’s verloren. In 1957 verongelukte er één (in Merauke) en in 1958 (in Abadan) weer één. Alle bemanningsleden kwamen daarbij om het leven. In hetzelfde jaar dat Lor bij de crash in 1959 het leven liet, verongelukte in december opnieuw een Mariner. In totaal zouden zes Mariners verongelukken waarbij 31 dodelijke slachtoffers vielen. Toen pas werd besloten de Mariner - inmiddels bekend als ‘vliegende doodskist’ - uit dienst te nemen. Veel te laat!

De vliegtuigcrash in Goa
Het vertrek in Biak
De Mariner P 306 vertrekt op 31 mei 1959 van het vliegveld van Biak richting Nederland voor een grote onderhoudsbeurt. Lor verheugt zich op de terugreis: hij zal zijn vrouw weerzien en kunnen genieten van enkele dagen verlof in Nederland. Het vliegtuig zal het thuisland echter nooit bereiken. Tien dagen na het vertrek zal het vliegtuig verongelukken in Goa, destijds een Portugese enclave in India.

2014blz83

Voor vertrek van de fatale vlucht. Geheel links Lor Bemer

Het vliegtuig telt zeven bemanningsleden (waaronder Lor) en een officier die mee naar Nederland vliegt om hier zijn luitenant-ter-zee 1e klasse-examen te doen. Eén van hen had zich vrijwillig gemeld voor deze vlucht. Hij had heimwee gekregen en zag een mooie kans om enkele dagen door te brengen bij zijn verloofde.
 
Voor de overbrugging van de afstand naar Nederland zijn enkele tussenstops noodzakelijk. Vóór de vlucht van Ceylon,  waar het vliegtuig een tussenstop heeft gemaakt, naar Karachi in India vindt de gebruikelijke inspectie plaats. In de vroege ochtend van 10 juni 1959 gebeurt dit door de twee meccano’s  waaronder Lor. Bij dit testen wordt geconstateerd dat een van de motoren aan stuurboord olie verliest en abrupt stopt. Na onderzoek blijkt dat er sprake is van een hydraulische lock (blokkering). Het euvel wordt hersteld en daarna worden de motoren normaal gestart. Voor de zekerheid laat men deze langer draaien dan normaal.

Kennelijk doen zich verder geen problemen voor en vervolgens wordt koers gezet naar Karachi. In het vluchtplan is het vliegveld van Goa als uitwijkluchthaven op de route aangegeven. Het is tot dan een normale vlucht en niets wijst erop dat deze zo dramatisch zou eindigen.

Motorstoring
Enkele uren later meldt de boordcommandant dat het vluchtplan gewijzigd wordt en dat de bestemming niet Karachi maar Goa is. Als reden wordt doorgegeven dat er een gebrek aan brandstof is. Verder verslechtert het weer; er worden onweerswolken gerapporteerd.

Bij de nadering van Goa komt het vliegtuig uit de wolken en buiten het slechte weer. Het vliegtuig bevindt zich dan boven zee.
Uit de transcriptie (letterlijke weergave) van de radioverbindingen blijkt duidelijk de dramatiek van het moment. De toestand verslechtert snel, beginnend bij het tekort aan brandstof om de oorspronkelijke bestemming Karachi te kunnen halen. Hierdoor wordt voor een voorzorgslanding op Goa gekozen. Vervolgens ontstaat een motorstoring waardoor er slechts op één motor kan worden gevlogen. Voor de ene resterende motor is het vliegtuig te zwaar. De bemanning doet daarom een poging om de twee tanks met extra brandstof in verband met de lange vlucht, af te werpen. Dat mislukt echter omdat de afwerpinrichting jammerlijk faalt.

Dit alles heeft tot gevolg dat het vliegtuig hoogte verliest waardoor een noodlanding op Goa door de boordcommandant als enig alternatief wordt gezien. De laatste melding aan de verkeersleiding in Bombay is dat men hoogte verliest, reden waarom ze zullen trachten de landing te forceren. Dat is het laatste bericht van de P 306.

De crash
De hoogte van de Mariner P 306 bij het aanvliegen op Goa heeft waarschijnlijk niet meer dan 45 tot 55 meter bedragen. In verband met het landinwaarts vrij snel oplopende terrein is de piloot genoodzaakt een buiklanding uit te voeren. Het toestel raakt de grond, trekt een spoor van ongeveer 80 meter en raakt vervolgens een muurtje. Hier slaat het over de kop, vliegt in brand en explodeert in verschillende stukken.
Ooggetuigen verklaren later dat het vliegtuig kort vóór het ongeval op zeer geringe hoogte over de stad Vasco da Gama (tegenwoordig Marmagoa) in de richting van het vliegveld vloog. Kort daarna hoort men het motorlawaai niet meer. Wel ontstaat er een wolk van rook en een rood opstijgende gloed.
Het vliegtuig is neergestort ongeveer 300 meter van de landingsbaan; het is de 10e juni 1959 om ongeveer 15.00 uur plaatselijke tijd.
2014blz86

De rampplek

Reddingspoging
Reddingsploegen rukken uit maar hun werkzaamheden worden ernstig gehinderd door explosies die na de crash optreden en daarnaast is er - omdat het ongeluk buiten de landingsbaan plaatsvond - een gebrek aan brandblusmateriaal. Toch worden alle acht slachtoffers uit de wrakstukken gehaald en naar het Militaire Hospitaal overgebracht.

Na binnenkomst in het ziekenhuis wordt vastgesteld dat er vier zeer ernstig gewonden zijn; de andere vier bemanningsleden - waaronder Lor - zijn al overleden. Identificatie van één van hen kan alleen plaatsvinden door zijn trouwring. De trouwring van Lor is door de immense hitte van het brandende toestel verloren gegaan. Ook de ernstig gewonden overleven de crash niet; vanwege de ernstige brandwonden overlijden ze niet lang nadat ze het ziekenhuis zijn binnengebracht.

Telefoontje naar de familie
Lor’s jongere broer Math kan zich nog als de dag van gisteren het telefoontje herinneren met de onheilstijding. Het rinkelen van de telefoon – zoals toen gebruikelijk in de gang opgehangen - was in huize Bemer niet ongewoon; het stukadoorsbedrijf bracht dit met zich. Ditmaal was het echter een heel bijzonder telefoontje. Vader Bemer had slechts weinig woorden nodig: ‘Lor is mét ‘t vleegmesjien veroongeluk (Lor is met het vliegtuig verongelukt). Direct wordt actie ondernomen om Wiel en Sjir, de andere broers van Lor, hiervan in kennis te stellen. Beiden bevonden zich op de tribune in het voetbalstadion in Geleen om een wedstrijd van Fortuna 1954 bij te wonen. Via de stadionspeaker werden zij opgeroepen om onmiddellijk huiswaarts te keren.
De grote wens van vader Bemer om het graf van zijn zoon in Goa te bezoeken is nooit in vervulling gegaan.
 
Begraven in Goa
Het is de in Goa als ingenieur werkzame Nederlander de Graaf die door de plaatselijke autoriteiten werd opgetrommeld om zich met de gevolgen van de ramp bezig te houden. Hij ging er vanuit dat de lichamen naar Nederland zouden worden gerepatrieerd en had al voor deugdelijke kisten gezorgd en een in de haven liggend Nederlands schip bereid gevonden de stoffelijke resten gratis naar Nederland te vervoeren. De Graaf heeft nog getracht de begrafenis in Goa tegen te houden maar daar werd een stokje voor gestoken door twee vertegenwoordigers van de Nederlandse marine die overigens pas drie dagen na de ramp arriveerden.

Het toenmalige beleid van de Nederlandse regering was dat het begraven diende plaats te vinden in het land waar betrokkenen waren overleden. Hierop werden geen uitzonderingen gemaakt. Kennelijk was hier opnieuw de spreekwoordelijke Hollandse zuinigheid aan de orde want de reden voor het beleid was dat er zeer, zeer vele Nederlanders in de Oost begraven waren. Het overbrengen van al die stoffelijke resten zou een kapitaal gekost hebben.

2014blz88

Alle slachtoffers waaronder Lor  werden begraven op de katholieke begraafplaats van de Saint Andrew’s Church (Sint-Andreaskerk) in Vasco da Gama. De erewacht bestond uit Portugese militairen, de kransen waren Portugees en de houten kruisen droegen Portugese opschriften. Pas vier jaar later werden er Nederlandse grafstenen op het kerkhof geplaatst. De kisten van de acht slachtoffers zijn geplaatst in een graf in de vorm van een kruis. In één van de ‘armen’ van dit kruis heeft Lor zijn laatste rustplaats gevonden. Ook werd er een klein herdenkingsmonument geplaatst.

Begin 1993 - het is meer dan dertig jaar na de fatale crash - laat de priester van de Saint Andrew’s Church een van de nabestaanden weten dat de graven er allerbelabberdst bijliggen. Het is uiteindelijk de Oorlogsgravenstichting geweest die zich - bij wijze van uitzondering - over de graven heeft ontfermd en deze heeft laten opknappen. De graven worden thans gemarkeerd met zwarte grafstenen waarop in gouden letters de namen zijn gegraveerd.

Herdenking in India
Van 23 april tot 1 mei 1997 hebben twintig nabestaanden een bezoek gebracht aan het kerkhof van de Saint Andrew’s Church te Vasco da Gama. Onder hen ook Sjir, Math en Annie, broers en zus van Lor, evenals de heer De Graaf die destijds de zorg voor de verongelukte bemanning op zich genomen had. Tijdens dit bezoek - onder meer mogelijk gemaakt door de Oorlogsgravenstichting - zijn op 28 april 1997 de omgekomenen op een bijzondere wijze herdacht. Bij deze plechtigheid waren de Nederlandse ambassadeur, vertegenwoordigers van de Koninklijke Marine en een delegatie van de vliegbasis Valkenburg aanwezig. De erewacht werd gevormd door een peloton mariniers van het in de haven liggende bevoorradingsschip de Zr. Ms. Amsterdam en het fregat Hr. Ms. van Galen. Twee Goanen die als kind het toestel hadden zien verongelukken, waren er ook. Voor ieder van de omgekomenen werd er  vóór aanvang van de plechtigheid een kaars door een familielid ontstoken. Namens de familie Bemer geschiedde dit door Math. Na de toespraken werden er door verschillende organisaties kransen gelegd bij het monument en bloemen op de graven.

Sjir en Math hebben daarna nog eenmaal het graf van hun broer in Vasco da Gama bezocht. Dat gebeurde tijdens een 15-daagse rondreis in India in 1999 waarbij zij drie dagen in Goa hebben verbleven.

Jaarlijkse herdenking in Roermond
Elk jaar komen op 10 juni - de dag van het verongelukken van het vliegtuig - nabestaanden om 13.00 uur bijeen in Roermond. Ongeveer 30 familieleden en belangstellenden treffen elkaar dan bij het Nationaal Indië-monument 1945-1962 om de omgekomen bemanningsleden te herdenken. Dat gebeurt bij de in 1996 onthulde plaquette waarop de namen van de verongelukten vermeld staan. Hun namen komen overigens ook voor op de zuilen van het Indiëmonument voor de gevallenen in den vreemde. Het carillon speelt en de vlaggen hangen halfstok. Er is een korte plechtigheid waarin met een toespraak de mannen worden herdacht en vervolgens - ter afsluiting - een krans wordt gelegd. Terzelfder tijd zorgt de Nederlandse Oorlogsgravenstichting ervoor dat op de graven van de mannen in het huidige India bloemen worden gelegd.
Ook Math, de broer van Lor, bezoekt de ceremonie trouw elk jaar.

2014blz90
Drie leden van het gezin Bemer-Hick tijdens een herdenkingsbijeenkomst in Goa.
Links Annie Pirnaij-Bemer, midden Math Bemer, rechtsachter in wit overhemd Sjir Bemer

Kunstwerk Missing man
Twee jaar geleden kreeg Math bericht van de Marine: minister Middelkoop had besloten een blijvende herinnering te laten vervaardigen als dank en waardering voor hetgeen de verongelukte bemanning voor ons land had betekend. Op zekere dag stopte dan ook een auto met chauffeur voor de woning van Math aan de Meussenhof. In de woonkamer bood vervolgens de vrouwelijke luitenant-kolonel met een bijzonder woord van dank het speciaal vervaardigd kunstwerk - voorstellende de missing man - aan. Het spreekt vanzelf dat dit  kunstwerk vanaf dat moment een prominente plaats in huize Bemer inneemt.

Ten slotte
Bij Keerdenaren was het ongeluk van Lor lange tijd onderwerp van gesprek. Een dorpsgenoot die ver van huis en onder bijzondere omstandigheden het leven liet, was geen alledaagse gebeurtenis. En zoals bij zoveel andere gevallen heeft ook hier de tand des tijds ertoe geleid dat de herinnering aan Lor en zijn verongelukken, stilaan vervaagde. Door middel van dit artikel wordt getracht de tragische gebeurtenis ook voor de jongere generatie vast te leggen.

Bronnen
- website Legermuseum, collectie informatiecentrum, squadron 321
- www.google.nl/search/squadron 321
- wekelijkse bijlage Dagblad de Limburger van 14 september 1996
- Yesdvd, editie Herdenking bemanning Martin Mariner P 306, Goa,  India , 28-04-1997
- Actualiteitenrubriek ‘2Vandaag’, reportage van Marjan Moolenaar

De schrijver dankt Math Bemer voor zijn bereidwillige medewerking aan de totstandkoming van dit artikel.
Die dank gaat ook uit naar Jean Janssen voor de door hem verstrekte informatie en Jo Purnot voor zijn assistentie.
 
Gebruikers
5
Artikelen
1990
Artikelen bekeken hits
6711228

Today 25

Yesterday 51

Week 199

Month 1093

All 114133

Currently are 57 guests and no members online

Please publish modules in offcanvas position.

Free Joomla templates by L.THEME