Historie (3)

Geheim agent ’37 bis’ alias ‘Norbert’
Hubert Vorage, een Franse verzetsstrijder geboren op de Meusenhof
door drs. Harry H.M. Beckers en Jo Purnot

Onze parochie kent een aantal priesterzonen. Het levensverhaal van de meesten is in onze Keerder Kroniek beschreven. Een witte vlek vormt het priesterschap van Pierre Hubert Vorage (1894-1957). Deze in onze parochie geboren priester heeft een alleszins bewogen leven gekend, niet in het minst door zijn activiteiten als Geheim Agent voor de Franse spionagediensten. Die activiteiten oefende hij met veel inzet en passie uit zowel in de Eerste als in de Tweede Wereldoorlog. Het kwam hem op een doodvonnis van de Nazi’s te staan. Gelukkig heeft hij beide oorlogen – waarbij hij zich met hart en ziel heeft ingezet voor een vrij en onafhankelijk Frankrijk- overleefd. Vanwege zijn verzetsactiviteiten in die twee Wereldoorlogen is hem door de Franse overheid een drietal onderscheidingen toegekend Na de oorlog heeft hij zich als priester op verschillende wijzen ingezet voor zijn parochianen en heeft hij ook op deze wijze vorm en inhoud aan zijn roeping kunnen geven.
De witte vlek die pastoor Vorage voorheen voor ons was, is met dit artikel ingekleurd.

Het gezin Vorage
De familie Vorage stamt niet uit ons dorp. Ze is hier komen wonen in maart 1869 in de vlakbij de kerk gelegen Meusenhof. De boerderij en de daarbij behorende landerijen werden gepacht van Maria Guillemine Pauline Sophie Barones de Crassier. Zij was in 1857 gehuwd met de weduwnaar Jonkheer Mr. Pieter van der Does de Willebois. Deze was toen gouverneur van Limburg en zou later minister van Binnenlandse Zaken en daarna Minister van Staat (erebaantje) worden.

Vader Johann Joseph Hubert Vorage was op 16 maart 1839 in Bergenhausen (Reinland-Pfaltz) geboren. In die plaats (nog steeds een gehucht dat in 1871 slechts 141 inwoners telde) zag ook zijn echtgenote Catharina Breuer het levenslicht (19 januari 1841). Kort voor hun komst naar Cadier en Keer waren zij in Blatzheim (Duitsland) in het huwelijk getreden. Blatzheim is gelegen tussen Düren en Kerpen. Vermoedelijk is het pasgetrouwde stel van hieruit naar ons dorp gekomen om te boeren en een gezin te stichten.

2018blz56
De pachthoeve Meusenhof

Dat stichten van een gezin verliep oorspronkelijk voorspoedig.
In december 1869 werd het eerste kind (Anna Maria Hubertina) geboren en dan met tussenpozen van anderhalf tot twee jaar, nog een dochter (Maria Elisabeth Hubertina) en twee zoons Hubert Petrus Fernandus en Frans Joseph Hubert. Maar dan - ruim tien maanden later - slaat in het gezin Vorage het noodlot toe. Op 8 mei 1876 overlijdt de jongste zoon en elf dagen later de moeder en echtgenote Catharina Breuer; 35 jaar is ze pas.

Al een jaar later (31 mei 1877) is het weer feest op de Meusenhof, want de 38-jarige pachter hertrouwde met de 21-jarige Keerse Maria Gertrudis Hubertina Paulissen. Hun eerste kindje, een meisje, werd in het voorjaar van 1878 doodgeboren. En nadat weer vrij snel achter elkaar twee zonen worden geboren, Lambert Joseph Hubert in april 1879 en Johann Willem Emile in januari 1881, keert pachter Vorage met zijn gezin terug naar ’t Pruusjes (Duitsland). Hij had toen twaalf jaar (twee toesje van zes jaar) erop zitten.
Toch zal Johann Vorage tijdens zijn verblijf in Duitsland nog geregeld naar Keer zijn gekomen, want hier lag immers zijn eerste vrouw begraven. Misschien is dat ook wel de reden waarom hij februari 1887 weer met zijn gezin op de Meusenhof terugkeert. Zijn gezin is inmiddels uitgebreid met twee zonen Willem Josef Hubert en Joseph Ernst Hubert beiden respectievelijk in mei 1882 en augustus 1883 in Jüchen (Dld) geboren.

2018blz58
Binnenplaats van de Meusenhof
.
Ook op de Meusenhof gaat de gezinsuitbreiding gestaag voort. Eerst komt - in december 1887 - de tweeling Maria Hubertina Josephina en Maria Elisabeth Bertha ter wereld maar deze laatste overlijdt vrij kort na de geboorte. In november 1889 ziet weer een zoon Johan Joseph Hubert het levenslicht en in februari 1892 een dochter Maria Josephina Hubertina Bertha. En ten slotte volgt Pieter Joseph Hubert in 1894; de hoofdpersoon in dit artikel. Het pachtersgezin zou daarna nog twee jaar op de Meusenhof blijven om dan uit ons dorp te vertrekken en alleen nog voor familiebezoek naar Keer terug te keren.

De persoon Vorage
Hij moet een imposant iemand zijn geweest hetgeen nog geaccentueerd werd door zijn forse postuur. Uit een in Londen op 20 januari 1944 opgesteld document (hij is dan 49 jaar oud) blijkt hij 1.85 m groot te zijn; hij heeft bruine ogen, grijze haren en een groot voorhoofd.
Dat is ook wat wij op de foto’s zien; vanwege de omvang van zijn gestalte is hij direct tussen de andere gefotografeerde personen te herkennen. Op latere leeftijd zien wij hem als een ietwat kalend persoon die ons vorsend en doordringend aankijkt. Uit zijn gezichtsuitdrukking valt weinig op te maken. Hij draagt steevast een soutane; dat is een door katholieke priesters gedragen lang priesterkleed met nauwe mouwen en knoopjes van de hals tot de voeten. Bij de hals sluit de soutane met een priesterboord.

Opleiding
Zijn jeugdjaren heeft Hubert doorgebracht in Kerkrade. Op 2-jarige leeftijd vertrok hij in 1896 van zijn geboortedorp Cadier en Keer naar Bleijerheide waar zijn ouders (vermoedelijk) opnieuw een boerderij gepacht hadden. De lagere school volgde hij bij de Franse Franciscanen die er een klooster hadden. Die keuze was kennelijk weloverwogen want naast dit klooster van de Franse orde was er in Kerkrade ook nog een tweede klooster van de Franciscanen maar dat was van de Duitse orde.

2018blz59

Franciscaner kledij.

Op instigatie van de Franciscanen startte hij zijn priesterstudie niet als eerstejaars maar stroomde hij direct in als derdejaars student. Zij waren het ook die hem in eerste instantie naar Bastenaken (Bastogne) stuurden om daar zijn studies te vervolgen.

 De Franciscanen of minderbroeders vormen een kloosterorde bestaande uit volgelingen van Franciscus van Assisi. Franciscus kwam uit Umbrië (Italië) en samen met zijn metgezellen schonk hij al zijn bezittingen aan de armen om zelf in pure armoede verder te leven. De Franciscanen behoren tot de bedelorden. Zo proberen zij Christus na te volgen.

Francofiel
Op het eerste gezicht opvallend, is de inzet die Hubert Vorage heeft getoond om de Franse zaak te dienen en die hem heeft doen besluiten om zich te laten naturaliseren tot Fransman. Een keuze voor Duitsland zou op zichzelf niet als vreemd zijn beschouwd. Zijn vader was er namelijk geboren en was er voor een groot deel van zijn leven ook getogen.
Maar Hubert Vorage zelf heeft meermaals aangegeven dat zijn onvoorwaardelijke keuze voor Frankrijk hem was ingegeven doordat de wortels van zijn voorvaderen in dat land lagen en dat dus de Vorage-familie oorspronkelijk uit Frankrijk kwam. De naam ‘Vorage’ wijst ook duidelijk op een Franse oorsprong; het is een familienaam afgeleid van een beroep (vorage wijst op smederij). Uit alles blijkt dat al vanaf zijn prilste jeugd zijn oog op dit land gericht was en het wekt dan ook geen verwondering dat hij Frankrijk als zijn vaderland beschouwde.

Uitbreken Eerste Wereldoorlog
In 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit en Frankrijk was een van de landen die bij die oorlog betrokken raakte. De priesterstudent Vorage, nog bezig met zijn studie bij de Franciscanen in Kerkrade, wil niet werkloos toezien en kan geen weerstand bieden aan zijn verlangen om voor Frankrijk te gaan strijden. Hij neemt op 5 augustus 1914 de trein naar het Franse Consulaat in Rotterdam en meldt zich daar om dienst te nemen in het Franse leger. Hij is dan nauwelijks 20 jaar oud.

In het consulaat waren ze uiteraard benieuwd naar zijn beweegredenen. Na afloop van het gesprek legden ze in hun verslag vast dat zij behoorlijk onder de indruk waren van zijn vaste wil en enthousiasme om voor Frankrijk iets te betekenen. Opmerkelijk vonden zij zijn intelligentie en zijn waarnemingsvermogen. In hun rapportage wezen zij ook op zijn uitgebreide kennis op verschillende terreinen die de nodige mogelijkheden bood om er later gebruik van te maken. Zo beheerste hij drie talen: Nederlands, Frans en Duits.
Het was hier in Rotterdam dat de kiem werd gelegd voor zijn toekomstige inzet en activiteiten in het Franse verzet.

Priesterwijding
Nadat de Eerste Wereldoorlog in 1918 was beëindigd, stopte
hij met zijn studie bij de Franciscanen in Kerkrade en stelde hij zich in dienst van de bisschop van Versailles, Monseigneur Gibier. Deze stuurde hem naar het groot Seminarie in Chalons-sur-Marne om zijn theologische studie voort te zetten. Naast deze studie wijdde hij zich tevens aan een aantal ondersteunende priesterlijke taken in verschillende parochies.

2018blz61

Interieur van de Sint-Lambertuskerk in Kerkrade waar Hubert zijn eerste H. Mis opdroeg

Hubert Vorage is priester gewijd op 29 juni 1922 in de kathedraal van Chalons-sur-Marne; hij was een paar dagen eerder 28 jaar geworden. Voorafgaand aan zijn priesterwijding was hij eerst onder-diaken (21 december 1921) en vervolgens diaken (11 maart 1922).

Zijn eerste H. Mis droeg hij op in de Sint Lambertuskerk in Kerkrade waar hij was opgegroeid. Dat gebeurde op zondag 2 juli 1922 slechts enkele dagen na zijn priesterwijding. Met veel vlagvertoon werd hij met zijn ouders afgehaald aan de versierde ouderlijke woning aan de Einderstraat. De feestrede werd uitgesproken door een oudere broer die ingetreden was bij de Lazaristen.

Tegelijk met zijn benoeming tot pastoor van Les Molières werd hem de zielzorg van een tweetal andere parochies in de Chevreuse-vallei toevertrouwd. Ook was hij enige jaren als leraar verbonden aan het bisschoppelijk college in het bisdom Versailles. Voor het Klein en Groot Seminarie aan dit college wierf hij jonge priesters in Nederland.

2018blz62

Ook in de krant werd melding gemaakt over de neomist.

Avontuurlijk leven
Pierre Hubert Vorage (roepnaam Hubert) heeft een avontuurlijk leven achter de rug. Een belangrijke episode vormt zijn inzet voor Frankrijk tijdens zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog als geheim agent. Enkele episoden in zijn leven tijdens zijn priesterschap en als verzetsstrijder heeft hij op papier gezet en zijn plan was om dit te publiceren. Zijn onverwacht en plotseling overlijden in 1956 heeft dit verhinderd. Het manuscript is gelukkig bewaard gebleven. Veel van hetgeen in dit artikel is beschreven kent dit manuscript als bron.
Dit manuscript lezend ontstaat het beeld van een avonturier, een durfal, voor de duivel niet bang. Bijna maniakaal gedreven door liefde voor Frankrijk; een drammer die met zijn sterke persoonlijkheid en fors postuur een natuurlijk overwicht bezat en daar ook gebruik van maakte. Niet aarzelde om mensen onder druk te zetten om zijn doelstelling te bereiken ook al bracht dat in enkele gevallen betrokkenen in levensgevaar. Onduidelijk blijft wat zijn daadwerkelijke bijdrage is geweest in acties die direct gericht waren op de Duitse bezetter waarbij geweld werd gebruikt. Heeft hij deelgenomen aan overval- en sabotageacties? Zelf schrijft hij in zijn manuscript daar niets over. Dat hij een belangrijke bijdrage leverde aan de voorbereiding van dergelijke acties staat overigens buiten kijf.

Pastoor in Les Molières
Op 4 juli 1927 volgde zijn benoeming tot pastoor van Les Molières. In die tijd was het een gehucht van circa 400-450 inwoners in de regio Il-de-France ten zuiden van Parijs, grenzend aan het regionaal natuurpark van de Chevreuse dat bekend is vanwege zijn natuurschoon (bossen en rivieren) en zijn rijkdom aan kastelen en abdijen. De afstand naar Versailles (met zijn kasteel) bedraagt nog geen 20 kilometer.

Met een onderbreking van 1940 tot 1944 vanwege de Tweede Wereldoorlog, zou hij dertig jaar lang (tot 1957) pastoor in Les Molières blijven. Op 2 september 1952 vierde hij het feit dat hij 25 jaar pastoor in deze parochie was. Inmiddels was het aantal parochies dat aan zijn pastorale zorg was toevertrouwd gegroeid tot vijf en vervulde hij tevens de functie van vice-deken.

Ook ons Koninklijk Huis was een regelmatig bezoeker van de streek. Tijdens één van die bezoekjes ontving Koningin Wilhelmina op 18 juni 1931 de burgemeester van Les Molières en de pastoor, ‘onze’ Hubert Vorage. In het Limburgsch Dagblad (zie hieronder) kunnen we lezen dat de pastoor opgetogen was over het feit dat Hare Majesteit hem wilde ontvangen.

2018blz64

Pastoor in Drocourt
In 1957 volgde zijn benoeming tot pastoor in Drocourt (tussen Arras en Rijsel); een parochie van ongeveer 3000 inwoners.
Die functie heeft hij slechts twee jaar kunnen uitoefenen. Hij overleed plotseling op 9 augustus 1959; 65 jaar oud en in het 38e jaar sedert zijn priesterwijding. In zijn vroegere parochie Les Molières heeft hij zijn laatste rustplaats gevonden in een kostbaar in Ducros marmer uitgevoerd graf. In dit graf rusten ook de stoffelijke resten van drie andere personen: Joseph Lennertz de jong gestorven (30-jarige) dorpsgenoot uit Kerkrade, pastoor van Fleury-Merogis (zo’n 30 km verderop); diens zuster en tevens huishoudster Julia Maria alsmede de moeder van Henri Mortier. Deze Henri was niet alleen Vorage’s steun en toeverlaat maar zorgde tevens voor het huishouden.

2018blz65

De grafsteen van pastoor Vorage.
(foto Diana de Saint Léger).

Geheim agent
Gezien de indruk die hij gemaakt had bij het gesprek op het Consulaat in Rotterdam bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog wekt het geen verwondering dat Hubert Vorage door de Fransen gerekruteerd wordt als geheim agent. Zijn werkgebied was het Duitse grensgebied; hier kon hij zich als priesterstudent met familie in de grensstreek onopvallend bewegen. Bovendien leverden de Rijnlandse dialecten voor hem geen problemen op.

Zijn taak bestaat uit het signaleren van Duitse troepenbewegingen richting Frankrijk, dwars door België. Van belang was ook het identificeren van de legereenheden; het beoordelen van hun moreel en hun militair belang; de duur van hun training, de leeftijd van de dienstplichtigen alsmede de vermoedelijke vertrekdatum naar het front en de daarbij te volgen route. De geheim agent wordt door het inlichtingenvirus gegrepen. Van de morgen tot de avond was hij op jacht, observerend, luisterend en kijkend. Zo verrast hij de Franse geheime dienst met de mededeling dat in Düren een fabriek reserveonderdelen vervaardigt voor onderzeeërs.

2018blz66

Maar zijn meesterproef levert hij op 27 januari 1915. In de trein van Aken naar Luik stapt hij in een coupé waar ook een gedistingeerde heer in burgerkostuum, ongeveer 40 jaar oud, zit. Na wat beleefdheden over en weer gaat het al snel over de Duitse feestdag; de geboorte van Wilhelm II. Om dat te vieren tovert de medepassagier uit zijn reistas een fles Sekt (een soort Duitse champagne) met glazen tevoorschijn en samen wordt er getoast.

Gaande de treinrit onthult de vreemdeling dat hij chemicus is en bij Bayer in Uerdingen werkt. Hij laat niet onvermeld dat het werk van de chemici net zo belangrijk is als dat van de soldaten op het slagveld. Op samenzweerderige toon vertrouwt hij zijn medereiziger Vorage toe dat binnen tien dagen de Duitse troepen bij Calais zullen staan. De vreemdeling is namelijk op weg naar het front in Diksmuide (in België). Daar gaat hij een nieuw strijdplan beoordelen; dat plan bestaat uit het gebruik van verstikkend gas.

Op het station van Luik nemen de heren afscheid van elkaar. Vorage weet niet hoe snel hij de trein naar Maastricht moet nemen. Hier komt hij om vijf uur ’s ochtends aan waar hij zich subiet meldt bij zijn contactpersoon. Na het vernemen van dit nieuws gaan in de Franse legertop alle alarmbellen af en tegenmaatregelen worden genomen. Vorage wordt verzocht om pogingen te doen om achter de formule van het gas te komen. Dat lukt hem binnen drie maanden. Maar dat niet alleen: hij slaagt er ook in enkele monsters van het dodelijke gas te bemachtigen.

Op 8 februari 1915 vindt – zoals door de medepassagier aangekondigd – de Duitse gasaanval plaats. Ondanks de genomen maatregelen worden 14.000 soldaten buiten gevecht gesteld maar de doorbraak naar Calais lukt de Duitsers niet.
Voor geheim agent Vorage met de codenaam 37 bis betekent het dat hij vanaf nu behoort tot de categorie van de top-agenten. Hij krijgt dan ook steeds belangrijker opdrachten.

Een ander staaltje van zijn kunnen leverde Vorage door informatie te verschaffen over de ‘Hindenburglinie’. Dat was een Duitse militaire verdedigingslinie van zo’n 160 km in Noordwest-Frankrijk. Zo kreeg de Franse geheime dienst van hem informatie over de bezettingsdichtheid, de afmetingen van de bunkers, de samenstelling van het beton, de bewapening etc.

Ter dood veroordeeld
Nadat aan het begin van de Tweede Wereldoorlog een groot deel van Frankrijk door de Duitsers in 1939 werd bezet, nam pastoor Vorage opnieuw onder de codenaam ‘37 bis’ alias ‘Norbert’ actief deel aan het verzet. Zo verrichtte hij diverse sabotageactiviteiten en verzamelde hij inlichtingen over Duitse troepenbewegingen. Al snel kwam hij in het vizier van de gevreesde Geheime Staatspolizei: in de volksmond bekend als de Gestapo. Verbeten maakte deze dienst jacht op alle vermeende of echte staatsvijanden van Nazi-Duitsland.

2018blz68

Pastoor Hubert Vorage

Deze dienst wist uiteindelijk geheim agent 37 bis te identificeren als Hubert Vorage. Vanaf dat moment was Hubert zijn leven niet meer zeker temeer niet omdat hij vanwege zijn sabotageactiviteiten door de Duitsers in juni 1940 bij verstek ter dood werd veroordeeld en voor zijn arrestatie een beloning van 10.000 Mark werd uitgeloofd.

Naar Meyderolles
Vluchten was de enige optie: diezelfde maand week hij uit naar Meyderolles in de Puy de Dome. Het is een ideaal gebied om onder de radar van de Gestapo te blijven. Het is hooggelegen in de regio Auvergne in het Centraal Massief en telt de nodige bergen waarvan sommigen hoger dan 1800 meter. De meest bekende plaatsen zijn Clermont-Ferrand en Saint-Etienne.

Meyderolles is een gehucht dat toentertijd circa 80-90 inwoners zal hebben geteld. Hier nam hij de pastoorsrol op zich zij het onder een schuilnaam. De parochianen kenden hem als Norbert Desgouttes. Hen werd verteld dat het om een vermoeide en overwerkte pastoor ging die door het bisdom hiernaartoe was gestuurd om aan te sterken en vanwege de zuivere lucht. Hij werd er in 1940 op de Franse nationale feestdag (14 juli) met open armen ontvangen want men had het lang zonder pastoor moeten doen.

Zijn verzetswerk
Als geheim agent voerde hij in deze regio opnieuw sabotageacties uit gedurende meer dan drie jaar (tot juli 1943). Deze acties hadden tot doel de bevoorrading van de Duitse troepen in Frankrijk te belemmeren en te ontregelen.
Daarnaast zorgde hij voor de verboden bevoorrading van de officieren en hun gezinnen van het 5e Bureau in de regio Royat-Vichy-Lyon. Op die manier konden deze vrij en zonder bijkomende zorgen leven en werken. Door hem werden eigenhandig tweeëntwintig vette varkens geslacht. Samen met de pastoor van een parochie in Saint-Etienne zorgde hij voor bijna honderd ton aardappels. Ook de levering van boter en kaas behoorde tot zijn clandestiene werkzaamheden. Voor die levering kon hij rekenen op de medewerking van het spoorwegpersoneel van Saint-Flour dat boter en kaas, bestemd voor de bevoorrading van het Duitse leger, verduisterde.

Het Vichy-regime vormde de regering in het zuidoostelijk deel van Frankrijk (waaronder de Puy-de-Dome) gedurende de periode 22 juni 1940 tot november 1942 en pro forma tot juni 1944. De regering stond onder leiding van maarschalk Pétain en zetelde in Vichy. Het regime werd berucht vanwege de collaboratie met de Duitse nazi’s en de Italiaanse fascisten.

Op 23 december 1940 (net voor Kerstmis) arriveerde bij de pastorie tegen het vallen van de avond een militaire vrachtwagen. Twee officieren stapten uit en leverden veertien kisten met geheime documenten deels van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, deels van het Ministerie van Oorlog af aan de geadresseerde: Desgouttes (alias agent 37 bis = Vorage). In een begeleidende brief werden de kisten met inhoud aan agent 37 bis toevertrouwd met het uitdrukkelijk bevel om deze in geval van gevaar te vernietigen. Onze pastoor borg de kisten op in een kamer waarvan hij de sleutel steeds bij zich zou dragen.

Ook in Meyderolles bleek hij geenszins veilig te zijn. Ook hier werd de grond hem op den duur te heet onder de voeten. Het was méér dan tijd om een veilig heenkomen te zoeken. Maar eerst moesten de veertien kisten met geheime informatie elders worden ondergebracht. Op een nacht had hij samen met Henri Mortier de kisten in een auto geladen en naar een afgelegen berghut vervoerd en vervolgens daar verborgen. Henri was een jongeman afkomstig uit één van de parochies in de Chevreuse-vallei die met Vorage was uitgeweken naar Meyderolles. Inmiddels fungeerde Henri niet alleen als diens chauffeur maar was hij ook zijn steun en toeverlaat en zorgde hij voor het huishouden. Zoals wij hier voren al hebben kunnen lezen is Henri’s moeder in hetzelfde graf begraven als Hubert Vorage.

Nu de kisten in veiligheid waren, was hijzelf aan de beurt. Daarom had hij zijn parochianen laten weten dat de H. Mis zondag 4 juli 1943 bij hoge uitzondering om 9.00 uur zou beginnen. Vóór de aanvang van de H. Mis was hij samen met Henri zijn koffers aan het inpakken toen ze het motorgeluid van een auto hoorden. Voor een zondag op dat tijdstip heel ongebruikelijk voor Meyderolles. Beiden bespeurden direct onraad.
Toen de auto voor de pastorie stopte en het opschrift POL (Polizei) zichtbaar was, was het direct duidelijk. Zij kwamen de pastoor arresteren. De Gestapo was hem na langdurig en grondig speurwerk op het spoor gekomen. Desgouttes (alias Vorage) aarzelde geen moment; hij maakte zich snel uit de voeten via een holle weg achter de pastorie. Hij zocht en vond een holte in een grot van waaruit hij zicht had op de pastorie, de kerk en de auto van de Gestapo.

De vier Gestapo’s waaronder één vrouw kamden de hele pastorie uit. Alles wat van hun gading was namen ze mee: bestek, zilverwerk, linnengoed. Ook alle papieren – zowel de echte als de valse – in zijn soutane en het geld werd meegenomen. Hun buit verdween in koffers die - opgestapeld op het dak en op de vleugels van de auto - met touw en draad werden vastgebonden.

Even later zag hij dat zijn steun en toeverlaat Henri Mortier, die de deur van de pastorie had geopend, na te zijn mishandeld, werd gearresteerd en meegenomen. Mortier werd bij wijze van wraak later door de Duitsers gedeporteerd.

2018blz71

Franse verzetsstrijders (de maquis).

Naar Saint-Flour
Hubert Vorage zocht vervolgens zijn toevlucht bij de maquis (verzetsstrijders) van het dorp Saint-Flour (circa 5000 inwoners). Deze waren geen onbekenden van hem want – zoals hier voor al vermeld - hadden zij al samengewerkt op het spoorwegemplacement bij de verduistering van voor de bezetters bestemde boter en kaas. Zij vingen hem op en boden hem een schuilplek.

Saint-Flour is bij de wielerliefhebbers bekend als finishplaats van drie etappes in de Tour de France (1999, 2004 en 2011).

Hij is er drie maanden gebleven (van 9 juli 1943 tot 12 oktober 1943) dit ondanks de grote risico’s. Saint-Flour was weliswaar een behoorlijke plaats qua inwoneraantal maar ook hier kende iedereen nagenoeg iedereen. Samen met de maquis voerde Vorage sabotage-activiteiten uit. Een ondergrondse telefoonlijn werd onklaar gemaakt; een aanval op een brandstofreservoir had tot resultaat dat vier ton benzine in vlammen opging; een kluis met vele miljoenen in contanten werd een paar dagen na zijn verdwijning door de Duitsers leeg en opengebroken in een ravijn teruggevonden. Dat was nog niet alles. Ook elf honderd pond dynamiet werd door de maquis buit gemaakt naast de al eerder vermelde via het spoor vervoerde boter en kaas.

De inspanningen van de Gestapo om geheim agent 37 bis op te sporen werden opgevoerd. Opnieuw uitwijken was dan ook onvermijdelijk. Dit keer naar het Noorden van Frankrijk. Er was namelijk voor hem een spectaculaire reddingsoperatie (door de Franse geheime dienst) opgezet die hier moest plaatsvinden.

Naar Engeland
Deze Franse geheime dienst was er namelijk alles aan gelegen om hun agent 37 bis uit handen van de Duitsers te houden. Op uitdrukkelijk verzoek van deze dienst werkten de Engelsen een reddingsoperatie uit die zij vervolgens in het grootste geheim ook zelf uitvoerden. Vorage werd in de nachtelijke uren van 17 oktober 1943 opgepikt door een piper cub (klein vliegtuig) en naar Engeland overgebracht. Zo wist hij aan zijn vervolgers te ontkomen.

Het voorgaande toont nog maar eens aan hoe veel waarde men hechtte aan zijn verzetsactiviteiten en hoe belangrijk Hubert Vorage voor het verzet was.

Londen
De dag nadat hij voet op Engelse bodem had gezet (18 oktober 1943) meldde hij zich in Londen. Op 12 december 1943 volgde zijn benoeming tot titulair aalmoezenier op tijdelijke basis door de commandant van de Franse luchtmacht in Groot-Brittannië. Het betrof Franse piloten die in dienst van de R.A.F. (Royal Air Force, de luchtmacht van het Verenigd Koninkrijk) vluchten uitvoerden. De aanduiding titulair betekende dat hij de eretitel aalmoezenier mocht voeren zonder bijbehorende rechten en plichten.

In Engeland hield hij het nauwelijks een maand uit; hij wilde terug naar zijn geliefde Frankrijk om de gehate bezetters te verdrijven en een daadwerkelijke bijdrage aan de bevrijding van zijn land te leveren. Op 10 november 1943 vertrok hij en werd hij in Frankrijk uit een vliegtuig in Normandië gedropt. Hier werd hij opgevangen in Mayenne waar hij onderdak vond in een tehuis van de Nederlandse tak van zijn orde: de Franciscanen.

2018blz73

Hubert Vorage met zijn collega’s

Verblijf in Mayenne
Mayenne is gelegen op zo’n 130 km van de stranden van Normandië waar op 6 juni 1944 de geallieerden de invasie begonnen om Europa van de nazi’s te bevrijden. De reputatie van Hubert Vorage kennende, zal hij na zijn dropping uit het vliegtuig niet met zijn handen over elkaar hebben gezeten om de ontwikkelingen rustig af te wachten. Dat paste als man van de actie niet bij zijn persoonlijkheid. Ondanks onze inspanningen is het niet gelukt om hierover nadere informatie te verkrijgen.
Het antwoord op de vraag of en zo ja welke acties hij in de maanden van zijn verblijf in deze streek heeft ondernomen, blijven daardoor helaas in het ongewisse. Uiteraard zal hij wel met vreugde kennis hebben genomen van de invasie en van heel nabij de militaire ontwikkelingen hebben gevolgd.

Onderscheidingen
Voor zijn verzetsactiviteiten in zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog is pastoor Vorage meermaals onderscheiden.
Hij werd Officier in de l’Ordre National de la Legion d’Honneur. Dit is de belangrijkste Franse onderscheiding die door Napoleon in 1802 werd ingesteld. De onderscheiding wordt alleen uitgereikt wegens dapperheid onder vuur of wegens twintig jaar trouwe dienst als militair of burger in vredestijd.

Ook ontving hij twee Oorlogskruisen: het Croix de Guerre 1914-1918 en het Croix de Guerre 1939-1945.
Het Oorlogskruis 1914-1918 werd hem toegekend op 20 december 1920 door de Franse Minister van Oorlog vanwege zijn in de oorlog uitgevoerde gevaarlijke missies die hij met een onbaatzuchtige en lovenswaardige bescheidenheid uitvoerde. Hij was toen nog student aan het Groot-Seminarie te Versailles. Voor de Limburger Koerier (voorloper van De Limburger) was de toekenning van dit oorlogskruis voldoende reden om hiervan melding te maken in zijn editie van 22 februari 1921.
Het Oorlogskruis 1939-1945 werd toegekend voor een bewezen oorlogsdaad van dapperheid en betoonde moed.

Hier bleef het niet bij. Ook de door generaal Charles de Gaulle in Londen ingestelde Medaille de la Résistance (Medaille van het Verzet) viel hem ten deel. Ze was bestemd voor degenen die actief waren als verzetsstrijder of saboteur of met gevaar voor eigen leven Joodse en andere vervolgde medemensen verborgen.

In deze opsomming mag ook niet ontbreken de Medaille des Évadés (Medaille van de ontsnapten) die hij op 19 augustus 1945 ontving vanwege zijn vlucht in 1943 eerst naar de Puy de Dome en later in een piper cup naar Engeland.

2018blz75

De kerk van Les Molières, jarenlang zijn parochiekerk.
(foto Diana de Saint Léger)

Ten slotte
De band die de latere pastoor Vorage met zijn geboortedorp Cadier en Keer had, was dat zijn moeder een geboren was en er familieleden (Paulissen) woonden. Ook in Honthem (Honthemerhof) woonde er familie (het echtpaar Douven-Vorage). Een dochter uit dit gezin (Maria Johanna Philomena) was gehuwd met de onderwijzer (Spronck). Aangenomen mag worden dat hij regelmatig uit Frankrijk overkwam om zijn familie te bezoeken en over en weer wederwaardigheden uit te wisselen. Blijkens een notitie van Spronck hield pastoor Vorage in 1952 in onze parochiekerk tijdens de H. Missen een preek waarin hij geld probeerde in te zamelen voor zijn armlastige parochianen in Frankrijk. Met dit geld wilde hij o.m. fruitbomen planten met de bedoeling uit de opbrengst van de verkoop van het fruit inkomsten te verkrijgen.

Zelf heeft hij meermaals aangegeven ‘per toeval’ buiten Frankrijk geboren te zijn. In zelfs officiële stukken komen wij herhaaldelijk tegen dat hij geboren zou zijn in Lille (Rijsel).
Wij mogen hem gerust beschouwen als een Fransman in hart en nieren. Een avonturier ook die fanatiek streed voor de bevrijding van zijn land van Nazi-Duitsland en daarvoor alles opofferde: alle gevaar trotserend en daarbij ook alle risico nemend. Het mag een wonder worden genoemd dat hij beide Wereldoorlogen overleefde.
Van zijn levensgeschiedenis was tot voor kort in ons dorp weinig bekend. Door dit artikel vertrouwen wij erop abbé Hubert Vorage de plaats te hebben gegeven die hij als pastoor in den vreemde en verzetsstrijder in twee Wereldoorlogen verdient.

Bronnen
- Extrait du Bulletin, Prêtre et soldat, no. 1 et 2 du livre écrit par Abbé Vorage

De schrijvers danken mevrouw Diane de Saint Léger (Les Molières) voor haar ondersteuning bij de tot stand koming van dit artikel door het ter beschikking stellen van documenten en foto’s.

Het is van belang erop te wijzen dat de gegevens in de officiële documenten en in het extrait niet altijd overeenkomen. Wanneer dat het geval was, zijn de gegevens uit de documenten voor dit artikel leidend geweest.

 

Gebruikers
5
Artikelen
2068
Artikelen bekeken hits
8375900

Today 22

Yesterday 57

Week 218

Month 405

All 151672

Currently are 23 guests and no members online

Please publish modules in offcanvas position.

Free Joomla templates by L.THEME