2018blz87a

Links: Hub Lemmens, jeugdprins 1965.  Rechts: Bèr Tillie en Wiel Neederlants (1963).

2018blz87b

Links:  Lies Ackermans en Jes Essers.    Rechts trouwfoto: Jozef Phillipet en Lène Pirnay.

2018blz88a

Liza Herben en Marie Simon (va Pauleske) (1932-1996)

 2018blz88b
 Twanny en Bea Oostenbach
 2018blz89a
 Ber Bisscheroux (1915-1997), zijn echtgenote Nèt Schijns (1916-1991) en dochter Assie
 2018blz89b
 Fons Schreurs (va Thuur)
 2018blz90b
 Familie Theng: Mart, Jos, Edo, Gerry, Ward, mevrouw Theng 
 2018blz90a
 

Handbalclub Groen-Wit 1958.
Staand vanaf links: Elly Schillings, Christien Herben, Annie Bemer, Lucy Heusschen, Els Gillissen.
Knielend vanaf links: Bertha Brouwers, Fien Vliegen, Net Brouwers.

 

 

2018blz29a
Henriëtte Kersjes -Vluggen (1911-1974)
2018blz29b
Harry Coolen (1904-1976)
2018blz30a

Vanaf links: Huub Bessems (1930-2014) en Willy Loois (1933-1985); Lei Bröcheler en Bertie Matthieu (1935-2011); Gerda Heusschen-Dumoulin (1936-2007).

2018blz30b
Trees de Vey- Bröcheler
2018blz31a
Pie Heusschen (va Leen oet de Peen)
2018blz31b
Christien Kleijnen-Bessems (1915-1976)
2018blz32a
Links Henny Vaessen (1950-2018) en rechts John en Rob Gorissen
2018blz32b
pastoor Jacques Smeele (1946 - 2013).

 

Keerdenaren

’t woar hiel biezunder allemaol
Jean Bessems (va Leike), onze biljartvirtuoos
door drs. Harry H.M. Beckers

Het kostte niet zoveel moeite om met Jean va Leike aan tafel te gaan zitten voor een interview dat de basis moest vormen voor dit artikel. Onze familieband (wij zijn neven) heeft daarbij slechts een ondergeschikte rol gespeeld en daarenboven is Jean wars van dikdoenerij. En dat is bijzonder, want wij hebben hier te doen met iemand die vele malen Wereld-, Europees- en Nederlands kampioen is geweest in de biljartsport. En dat in verschillende disciplines. Niets in zijn woonkamer herinnert aan zijn zeer succesvolle jaren in de biljartsport; geen prijzenkasten uitpuilend met bekers in verschillende afmetingen of medailles in de kleuren goud, zilver of brons. Aan de verschillende wanden viert het getik van de door hemzelf minutieus nagebouwde antieke klokken hoogtij. Het enige dat zichtbaar aan zijn glorietijd herinnert, is een buste van hemzelf, geschonken door het gemeentebestuur van Margraten.
Dit artikel tracht een belangrijk deel van het succesverhaal van deze geboren en getogen Keerdenaar, die een uitzonderlijk talent paarde aan een grote wilskracht en doorzettingsvermogen voor de huidige en toekomstige generaties vast te leggen.

Het gezin Bessems-Schillings
Wij schrijven 4 januari 1945 als Jean wordt geboren. Hij is het derde kind in het gezin van Leike Bessems en Liza va de Schilling (Schillings). Het gezin Bessems-Schillings zou uiteindelijk negen kinderen tellen: vier jongens en vijf meisjes. Omdat er in Keer meerdere families wonen die de achternaam Bessems dragen, krijgt Jean - ter onderscheiding van andere dragers van de naam Bessems - zijn ‘eigen’ naam. Dit keer de voornaam van zijn vader: Jean va Leike.

Zijn start in het leven was zeker niet flitsend. Eén maand oud moest hij in het ziekenhuis (Calvarieberg) in Maastricht worden opgenomen. De dokters maakten zich ernstig zorgen of Jean het wel zou halen. Gelukkig was dit het geval. Het enige dat nog herinnert aan zijn ziekenhuisverblijf van drie maanden is een met de hand op een velletje papier geschreven, zelf klaar te maken, receptje van 14 mei 1945 bij zijn ontslag uit het ziekenhuis.

2016 2017blz85
Jean in opperste concentratie.

Beide ouders van Jean zijn in Keer geboren en hebben er hun leven lang op verschillende adressen gewoond. Vader Leike verdiende oorspronkelijk de kost met diverse werkzaamheden in de agrarische sector en vooral in het verslepen van boomstammen. Hiervoor beschikte hij over twee trekpaarden (Max en de Voes). De voor het vervoer van deze bomstammen benodigde trèkbaal (mallejan) leende hij. Leike had niet alleen naam (en faam) gemaakt als verschalker van menig haas en konijn maar ook als duivenmelker. Van hem heeft Jean zijn duivenliefhebberij geërfd.

Moeder Liza was eerst huisvrouw maar heeft later – samen met haar echtgenoot – een tweetal cafés in ons dorp geëxploiteerd. Eerst op de Rijksweg (het café van Clara en Viec Goessens) en later een café aan het Raadhuisplein. Thans is bakkerij Paulissen er gevestigd.

De scholing
Net als alle andere jongens ging Jean naar de lagere jongensschool van ’t Sjneijderke (de bijnaam van het hoofd der school: Bessems) in de toenmalige Sint Aloysiusstraat (thans Pastoor Frissenstraat). Daarna volgde in 1958 de ambachtsschool aan de Sint Maartenslaan in Maastricht. Hier volgde hij de opleiding tot machinebankwerker; een beroep dat hij zijn hele werkzame leven zou uitoefenen.

2016 2017blz86

Jean op de LTS, 1959

Zo werkte hij tien jaar bij de Sphinx op de stempelmakerij en vervolgens vijfentwintig jaar bij Hilton Engineering in de Beatrixhaven in Maastricht (bouwer van hoogwerkers). Waar mogelijk werden hem faciliteiten verleend om aan belangrijke biljarttoernooien deel te nemen. Ook zijn collega’s sprongen zo nu en dan bij. Daarnaast leverde een groot deel van zijn verlofdagen in.

In relatie tot de biljartsport is machinebankwerker geen ideaal beroep. Jean moest draaien, frezen, boren en slijpen. Elk moment bestond er het risico dat hij met zijn vingers ergens tussen kon komen of dat een metaalsplinter zijn vingers zou beschadigen. Gelukkig is er al die jaren achter de werkbank niets ernstigs gebeurd.

Woonadressen
Limburgerstraat
Jean’s geboortehuis in de Echtersjtraot (Limburgerstraat) staat er niet meer; vanwege een reconstructie - begin jaren 60 van de vorige eeuw - is het afgebroken omdat het een sta in de weg vormde. Het was de woning die bij veel Keerdenaren bekend was als de woning van Triene (Halders) en haar dochter Merie va Triene.
Jean was zeven jaar oud toen het gezin verhuisde naar een andere woning ook in de Limburgerstraat. Hun nieuwe woonhuis lag recht tegenover de huidige Kusterkestraat. Ook dit huis is afgebroken. Het is hier dat vader Leike zijn doeveslaag (duivenslag) had; op de zolder pal boven de entree van de woning.

Rijksweg
In 1957 verhuisde het gezin Bessems-Schillings naar het café van Clara en Viec Goessens aan de Rijksweg, op de hoek van de Limburgerstraat (waar thans de Jumbo gevestigd is). Viec had meermaals Jean’s vader benaderd met de vraag of hij niet zijn café wilde overnemen. Familieberaad volgde: Wie zouwt d’r ’t vînde es vièr ’n caffée zouwe beginne (Hoe zouden jullie het vinden als wij een café zouden beginnen?) werd aan de kinderen gevraagd. Die vonden het geweldig! En vervolgens werd het gezin uitbater van een café.

Raadhuisplein
Na twaalf jaar aan de Rijksweg verhuisde het gezin Bessems-Schillings in 1969 naar de nieuwgebouwde winkelgalerij aan het Raadhuisplein. Hier op de hoek met de Kerkstraat (thans bakkerij Paulissen) werd opnieuw een café geëxploiteerd. De biljarttafel kreeg een plek in een ruimte die oorspronkelijk als garage bestemd was.

Limburgerstraat
Jean zelf is, na zijn huwelijk met Bep Janssen uit Heer in de Limburgerstraat gaan wonen. In 1990 verhuisden zij naar een grotendeels eigenhandig gebouwde bungalow in de Keerberg.

Onder Cadierbergh in Heer
Momenteel wonen Jean en Bep al een aantal jaren tot volle tevredenheid in Heer in een geriefelijk appartement met als adres Onder Cadierbergh. Hoe toevallig kan het zijn! Jean: Zoe wuur iech eedere daag herinnerd aan mien geboèrteduerep (zo word ik elke dag herinnerd aan mijn geboortedorp).

De start als biljarter
Zijn start als biljartvirtuoos mag curieus worden genoemd. Jean had weleens wat plaatjes van sporten gezien; die kreeg je cadeau bij een pakje Blue Band (een pakje margarine). Op één van die plaatjes was een stok afgebeeld met drie gekleurde ballen en er stond ‘biljarten’ onder. Jean had echter geen enkel idee hoe het spel gespeeld moest worden. Tot het moment dat vader Leike het hem uitlegde. Nog dezelfde avond had Jean uit de rugleuning van een oude leunstoel een houten spijl gesloopt: zijn eerste keu! Als biljartballen dienden drie rubberballetjes van een van zijn zussen. In de gang van zijn ouderlijk huis heeft hij toen zijn eerste carambole gemaakt. Er zouden er nog heel veel volgen!

2016 2017blz88

De kinderen Bessems-Schillings:
Voorste rij vanaf links: Jean, Tilla, Irma, Pierre,
Achterste rij vanaf links: Paul, Mia, Léon, Elly, Lène

In hun café aan de Rijksweg stond een zogenaamde Amerikaanse poolbiljart. Op deze biljart werd het spel gespeeld met 24 gekleurde ballen, genummerd van 1 tot en met 24 en met één witte speelbal. Aan de lange band van het biljart bevonden zich drie rode gaten en aan de andere band drie witte gaten. De bedoeling was dat de ene speler de ballen in de rode gaten zou ‘potten’ (stoten) en de andere speler de ballen in de witte gaten. Als alle ballen in de rode of witte gaten verdwenen waren, werd het aantal punten opgeteld dat elke speler in ‘zijn’ gaten had vergaard. Degene met de meeste punten was de winnaar.

Jean had na een half jaartje er ‘aardig’ kijk op totdat iemand hem vertelde dat dit eigenlijk geen biljarten was. Echt biljarten deed je op een biljart zonder gaten. Geen probleem! De gaten op de Amerikaanse poolbiljart werden met de rijkelijk voorradige bierviltjes afgedekt en klaar was Kees. Er werd in het vervolg met drie ballen het gewone carambole biljart gespeeld. Vanaf toen was Johan Fraats, een regelmatig bezoeker van het café van Jean’s ouders, degene die niet alleen de spelregels aan Jean uitlegde maar tevens de nodige aanwijzingen gaf. Aan Johan dus de eer om de eerste leermeester van Jean te zijn geweest.

Al snel werd de Amerikaanse poolbiljart ingeruild voor een echte Carambole-biljart. Weliswaar de kleinste maat maar geschikt voor het spelen van wedstrijden. Jean was toen steeds op zoek naar andere jongens die met hem ’n pötsje wolle bieljarde (een potje wilden biljarten). Maar de ene na de andere haakte al snel af: er was tegen hem geen eer te behalen. Zo kwam Jean uiteindelijk ook bij mij uit. Na de acquitstoot (afstoot) kon ik ‘werkeloos’ gaan toezien hoe hij moeiteloos de ene carambole na de andere maakte. Net als zijn ‘slachtoffers’ vóór mij kon ik – met de keu in de hand – slechts naar het gebeuren kijken totdat Jean zijn 300 caramboles voltooid had.

Het biljartspel
In het dagelijks leven spreken wij over biljarten. Bedoeld is dan het carambolebiljart dat door twee spelers wordt gespeeld. Carambole is een Frans woord en betekent een ‘punt’. Dat punt wordt gemaakt door met de speelbal de twee andere ballen te raken. Twee van die ballen zijn wit en de derde is rood. Eén van de witte ballen is gemarkeerd met twee tegenoverliggende zwarte stippen. Elke speler heeft zijn eigen witte speelbal: of die met de zwarte stippen of die zonder.
De bedoeling van het spel is om zoveel mogelijk punten (caramboles) te maken, dus de andere twee ballen te raken. Wanneer een speler een carambole maakt, mag hij nog een keer stoten. Mist hij dan is de andere speler aan de beurt.

De eerste biljartclub Juliana (Wijlré)
Met een glinstering in zijn ogen vertelt Jean over zijn eerste ‘echte’ biljartclub waarvan hij lid geworden is. Dat met dank aan zijn vader. Die werkte overdag bij de Gulpener Bierbrouwerij waar hij aan collega’s vertelde dat hij een zoon had die goed kon biljarten. Een van hen was lid van de Biljartclub Wijlré en die wilde waal ‘ns komme kieke (wilde weleens komen kijken) want zij kwamen een speler te kort voor hun wedstrijden in competitieverband. Jean deed zijn best in een onderonsje met de ‘keurmeester’ met als gevolg dat hij mèt mog komme doèn (mee mocht komen doen).

2016 2017blz90

Jean met zijn trotse ouders

Voor zijn eerste wedstrijd in Wijlré beschikte echter nog niet over een ‘echte’ biljartkeu. Geen nood: peetoom bood opnieuw uitkomst. Samengingen ze naar in Maastricht. Deze had een winkel aan het Vrijthof. In de winkel gaf carte blanche. (Zoek maar een keu uit). De keuze voor was moeilijk want niet alleen stonden in de rekken wel 100 verschillende biljartkeus maar echt verstand van wat een goede biljartkeu was, had Jean nog niet. De keuze viel op een keu met een wit en een rood puntje aan de onderkant. Later bleek dat hij hier een ‘gouden greep’ gedaan had want het was een ‘van der Kerkhoven-keu’. Een topper in die tijd.

Wat Jean van zijn entree in de officiële biljartsport is bijgebleven, is het akkefietje met een tegenstander uit Strucht. Die wilde weten wie zijn tegenstander was. Zijn reactie was overduidelijk: iech sjpièl neet tieënge keender (Ik speel niet tegen kinderen). De wedstrijd tussen beiden ging na enig gepalaver toch door. Waaraan het te danken was, weet Jean niet maar hij speelde toen de beste partij van het hele seizoen! Normaliter haalde hij een gemiddelde van drie maar in deze wedstrijd kwam hij tot een score van negen gemiddeld. Met de staart tussen de benen droop zijn tegenstander af.

Andere biljartclubs
Jean is lid geweest van verschillende biljartclubs, soms van meerdere tegelijk. Met zijn oom Bèr (een broer van zijn vader) ging hij regelmatig een potje biljarten in cafés in Maastricht. Noonk Bèr kon dan pronken met zijn biljartneefje. Eén van de cafés waar Jean regelmatig speelde was café Bosch in de Grote Staat in Maastricht. Het café telde een heuse biljartclub die ook in competitieverband speelde. Zij wilden Jean graag inlijven. Die had er wel oren naar omdat de beste biljarter van Maastricht, Pieke Debats, toen lid was van die club.
Jean is tegelijkertijd lid geweest van de clubs in Wijlré en Maastricht. Voordeel daarvan was dat hij aan verschillende competities kon deelnemen en veel kon spelen tegen veel tegenstanders. Ich lièrde heij väöl va (Ik leerde er veel van).

In Maastricht is Jean een jaar gebleven en toen volgde de overstap naar de Biljartclub Heer. De overstap naar Heer was een logische. Al was het alleen omdat er een oud-Keerdenaar en biljartliefhebber Sjir Wienands (Wijnands) speelde. Sjir, wiens ouders een café gedreven hadden op ’t Indsje behoorde met een vijftal andere clubgenoten tot de beste biljarters van de regio.

Op 19-jarige leeftijd volgde opnieuw een overstap. Toen in 1964 meldde Jean zich aan bij de Biljartclub Valkenburg dankzij Jac Bastings, de toenmalige voorzitter van die club. Bastings was een naam in de biljartwereld die veel voor de ontwikkeling van deze sport heeft betekend. Hij was het - Jean is het pas veel later ter ore gekomen - die als een echte weldoener veel biljarttoernooien mogelijk heeft gemaakt vanwege zijn gulle sponsorbijdragen.
Ook die overstap was wel overdacht. Deze club speelde in competitieverband in het district Zuid-Limburg. Dit district was veel groter dan de beperkte omgeving waarin hij eerder bij de vorige verenigingen gespeeld had. Het niveau van de tegenstanders lag een stuk hoger want er werd gespeeld tegen de beste spelers van Limburg. De entourage bij deze club was dermate goed dat Jean er meer dan 25 jaar lid gebleven is.

Zijn eerste toernooi
Jean’s ster begon langzaam te rijzen. In december 1962 deed hij – voor het eerst – als zeventienjarige mee aan een toernooi. Het ging om het eerste Nederlandse Jeugdbiljartkampioenschap dat plaatsvond in het prestigieuze Hotel Krasnapolsky in Amsterdam. Hij werd zevende. Maar het smaakte naar meer.

De opmaat voor een briljante biljartcarrière
De opmaat voor al die successen die nog zouden volgen, vond - op 20-jarige leeftijd - in 1965 in Haarlem plaats waar het zevende Europese Biljarttoernooi voor junioren (tot 23 jaar) werd gehouden. Het was voor het eerst in de historie van de Limburgse biljartsport dat een Limburger geselecteerd werd om hieraan deel te nemen. In de eindstand moest Jean alleen de Belg Beckers – met een minimaal verschil - voor zich dulden. Daarnaast leverde hij een buitengewone prestatie: hij was de eerste speler die in één beurt uitspeelde zowel bij het libre als bij het ankerkader 47/2.

2016 2017blz92

Vanaf links: Pie Dubois, Fons Nordhausen, Jean Bessems, Jac Bastings en Jean’s twee jongere broertjes Léon en Paul.

Het libre is een van de vele spelsoorten die het biljartspel kent. Het is het eenvoudigste onderdeel; je hoeft voor het maken van een carambole slechts de andere twee speelballen te raken. Bij het ankerkaderspel is het biljartlaken verdeeld in vakken (ankers). Bij 47/1 dient voor het maken van een carambole één bal steeds uit het vak te worden gespeeld. Bij 47/2 mag één carambole binnen het vak worden gemaakt en bij de volgende dient één bal uit het vak te worden gespeeld.

Zes jaar later (1971) won hij zijn eerste medaille (zilver) als senior op het Europees kampioenschap kader 47/2 in het Franse Nice. Daarna was er geen toernooi of Jean kon zijn toch al goed gevulde prijzenkast met weer een beker uitbreiden.

Militaire dienstplicht
Tijdens zijn eerste toernooien in 1965 en 1966 vervulde Jean zijn militaire dienstplicht. Eerst drie maanden in de Tapijnkazerne in Maastricht, toen drie maanden in Deelen (bij Arnhem) en daarna op de vliegbasis Twente. Hier was hij ingedeeld bij de Groep Geleide Wapens (Hercules Raketten). Zijn adjudant was hem erg goed gezind vanwege zijn landelijke bekendheid als biljarter. Toen Jean bij een oefening ‘handgranaten werpen’ ook nog het verst van allemaal de granaat wierp, kon hij bij hem helemaal niet meer stuk. Moest Jean in diensttijd naar een biljarttoernooi; geen probleem. Het gevraagde verlof werd steeds grif verleend. Bij zijn afzwaaien in 1966 had de adjudant wel nog een bijzondere mededeling: Jean, je kunt goed biljarten maar je was een slecht soldaat.

Topjaren
In de jaren tussen 1980 en 1990 vierde Jean de ene triomf na de andere. Zowel nationaal als internationaal was hij de onbetwiste kampioen en nagenoeg onverslaanbaar. Het waren zijn topjaren en vele ereplaatsen vielen hem ten deel. Niet alleen in het kunststoten blonk hij uit maar ook de ankerkaderspelen 47/1, 47/2 en 71/2 beheerste hij als geen ander. Hij was de vijfde speler in Nederland die het in 1972 presteerde bij 47/2 om de 400 caramboles in één beurt uit te spelen. Jean is hier nog steeds trots op. Ook de vijfkamp waarbij er sprake is van vijf verschillende biljartspelen (libre, ankerkader 47/1, ankerkader 71/2, bandstoten en driebanden) kende voor hem geen geheimen.

Bij het bandstoten – de term zegt het al zelf - moet de speelbal ten minste één band raken voordat hij de tweede aanspeelbal raakt. Bij driebanden dient de speelbal minimaal driemaal één van de banden van de biljarttafel te hebben geraakt alvorens de tweede speelbal te raken.

Jean’s virtuositeit kwam vooral tot uitdrukking in het kunststoten: in deze disciplines behaalde hij twee wereldtitels en werd hij vier keer Europees kampioen.

2016 2017blz94

Training voor het kunststoten

Kunststoten is een bijzonder moeilijke vorm van het biljartspel. Het bestaat uit het uitvoeren van een vast aantal figuren. De ballen worden op voorgeschreven en op het biljartlaken gemarkeerde posities geplaatst waar bij sommige figuren ook een kegeltje wordt geplaatst. Een speler heeft drie keer de mogelijkheid om de carambole op de voorgeschreven wijze te maken. Er zijn verschillende figuren. Al naargelang de moeilijkheidsgraad van de stoot, krijgt de speler een bepaald aantal punten. De gradatie loopt van ‘heel erg moeilijk’ tot ‘extreem moeilijk’.

Voor het kunststoten worden speciale keus en keutoppen gebruikt. Hierbij kwam Jean’s kennis als machinebankwerker hem bijzonder van pas. Zijn grootste geheim was zijn zwiepende keutop die zo buigzaam was als een rietje. Die had hijzelf vervaardigd aan de draaibank. Voor een bepaalde figuur had hij één keutop die hij alleen voor die ene figuur opschroefde.

Trainen
Ondanks zijn onmiskenbare aanleg voor het biljarten zijn al die kampioenschappen Jean niet komen aanwaaien. Hij heeft er hard voor moeten werken. Zijn dagtaak aan de werkbank werd gekoppeld aan vijf tot zes uur biljarttraining, elke dag opnieuw, vaak tot diep in de nacht. Soms werd het hem teveel en schakelde hij over op een tandje minder aan trainingsuren en koos hij voor een ander leven met meer sociale contacten. Dat ging uiteraard wel ten koste van de resultaten. Maar na enige tijd kroop het bloed toch weer waar het niet gaan kon. Jean kon de wedstrijdspanning en het presteren niet missen! Steeds meer legde hij zich toe op het kunststoten omdat hiervoor minder trainingsarbeid nodig is. Anderhalf tot twee uur per dag is al rijkelijk veel en die tijd kon hij gemakkelijk opbrengen. Door veel te trainen kweekte Jean zelfvertrouwen en dat bracht met zich dat hij zijn zenuwen goed onder controle kon houden en onder druk toch kon presteren.

Zeker in het begin van zijn carrière heeft Jean goede leermeesters weten te vinden. Zo was de Belg René Vingerhoedt jarenlang zijn trainer. Voor diens trainingen moest Jean naar Antwerpen; hier volgde hij vier keer per jaar gedurende vier dagen intensieve trainingssessies. Vooral om zijn perfecte afstoot werd Jean door de biljartkenners geprezen; zijn afstoot was onbetwist de beste van alle biljartcoryfeeën.

Palmares
Wereldtitels
Jean behaalde twee keer de wereldtitel in het kunststoten: 1985 (in het Zeeuwse Sluis met Mies Bouwman als gastvrouw) en 1988 in het Oostenrijkse Stockerau. Hier behaalde hij de titel met een score van 355 caramboles; dat betekende een – overigens niet erkend – wereldrecord over 68 figuren. Hij is ook de eerste Nederlander die wereldkampioen kunststoten is geworden.

In 1986 vond het wereldkampioenschap kunststoten in Mexico (Acapulco) plaats. Het resultaat viel bar tegen; slechts een zevende plaats! Dat had alles te maken met zijn gebrekkige voorbereiding: slechts vier dagen om te acclimatiseren was veel te kort. Het tijdsverschil, de hitte in Mexico en de excursies vóór het toernooi waren funest. ’t Waor eedere daag bus in, bus oet en dat in die wermte (Het was elke dag bus in, bus uit en dat in die hitte). En bij dit alles kwam ook nog het andere dan het gewende eten. Iech waor doer dat allemaol neet hielemaol in orde (Door dit alles voelde ik mij niet helemaal oké).

2016 2017blz96

Wereldkampioen kunststoten, 1985 te Sluis

De excursies in Mexico waren overigens een ware gebeurtenis. Jean verkeerde daarenboven in goed gezelschap. Twee Keerdenaren; de broers Sjef en Tous va Pie (Gilissen) maakten samen met hem de vliegreis naar Mexico en vergezelden hem bij de toeristische trips. Die brachten hen naar de historische steden Teotihuacan (met de piramides van de zon en de maan) en Tula, het religieuze centrum (rond het jaar 1000) van de toenmalige bewoners de Tolteken.

Europese titels
In de jaren 1986-1989 werd Jean liefst vier keer achter elkaar Europees kampioen in het kunststoten. Hij was al die jaren de onbetwiste meester. Nog steeds bezit hij het Europees record met 389 punten. In die discipline een ongekend hoog aantal.

Nederlandse titels
Het ligt voor de hand dat bij het kunststoten Jean ook in Nederland de onbetwiste alleenheerser was. De Nederlandse kampioenschappen reeg hij in de jaren 1981 tot en met 1989 aaneen: liefst acht keer. De enige uitzondering was 1988 toen hij tweede werd.

Eerder werd hij in de jaren tussen 1971 en 1977 ook al vijf keer Nederlands kampioen waarvan één keer in het ankerkader 47/1, twee keer in de spelsoort 47/2 en drie keer in het 71/2. Bijzonder was de titelstrijd in het 47/2 in 1967. Hierom werd toen namelijk gestreden in het café van zijn ouders. De vele supporters uit zijn geboortedorp kon en wilde Jean niet teleurstellen en dat gebeurde dan ook niet. De Nederlandse titel werd met vlag en wimpel binnengehaald met als gevolg promotie naar de ereklasse. En daarmee was hij de eerste
Limburger die deze prestatie leverde.

2016 2017blz97
Geweldige ontvangst in Keer

Demonstratietoernooi in Rusland
Zijn prestaties als biljarter bleven ook in het buitenland niet onopgemerkt. De vele uitnodigingen om demonstraties te geven brachten hem naar vele landen tot in Rusland toe. Als een van de zeer weinige topsporters werd hij ten tijde van de Sovjet-Unie uitgenodigd om er demonstratiewedstrijden te spelen. Op uitnodiging van de Russische federatie heeft hij in 1989 een week lang demonstraties verzorgd in het carambole-biljart. Daarmee was hij de eerste West-Europese biljarter die achter het IJzeren Gordijn zijn kunnen mocht tonen. Zijn bezoek aan Moskou met zijn Rode Plein bleef ook in de kranten niet onopgemerkt. , een dagblad met een oplage van liefst 10 miljoen, besteedde in een paginagroot artikel aandacht aan de biljartvirtuoos. Ook schaakgrootmeester Anatoli Karpov bezocht een van zijn demonstraties.

Bij dat ene bezoek is het niet gebleven: zes maanden later was hij er weer: opnieuw voor demonstraties. Negen dagen legde men hem op een fabelachtige wijze in de watten. Met een limousine met gordijntjes en privéchauffeur werd hij overal naar toe gebracht. Met pretoogjes vertelt Jean dat hij eregast was tijdens de Missverkiezing die tijdens zijn bezoek plaatsvond. Tussen de verkiezingen door zou hij in een zaal met 5000 bezoekers worden voorgesteld als de wereldkampioen biljarten. Opeens is het pikdonker; zijn naam wordt genoemd. Schijnwerpers floepen aan: alle mensen staan op en klappen spontaan. Maar de man die de schijnwerpers bedient, kan Jean tussen al dat publiek niet vinden en richt de lichtbundels - na enig zoeken - maar op de verlaten bühne. Tien minuten later wordt het foutje hersteld en komt hij alsnog (letterlijk) vol in de schijnwerpers te staan. De foto waarop hij met de pas verkozen Miss te zien is, haalde opnieuw de krantenkolommen. Jean: Jao, jao, dat waor miech gèt (Ja, ja, dat was wat).

Bijzondere momenten/gebeurtenissen
Het hoeft geen verwondering te wekken dat er zich zo nu dan ‘bijzondere’ momenten en gebeurtenissen voordeden die met de biljartsport te maken hadden.

Biljartpostzegel
Zo siert de handtekening van Jean ook de enveloppe met bijzondere ‘biljartpostzegel’ die in 1986 door de toenmalige PTT Post werd uitgegeven. Hij had de eer om de officiële presentatie op het postkantoor aan het Vrijthof te verrichten. Van die postzegels zijn er destijds 10 ½ miljoen van 75 cent per stuk verkocht.

Boek ‘De Top 500’
Jean’s naam is opgenomen in het boek De Top 500 van de beste Nederlandse sporters van de 20e eeuw. Het boek bevat van iedere sporter een paginagroot geschreven portret inclusief een actiefoto. Het artikel over Jean is van de hand van Bert de Graaf die destijds het televisiecommentaar verzorgde van belangrijke biljartwedstrijden.

2016 2017blz99

Ontmoeting met Anatoli Karpov wereldkampioen schaken

HuldigingenTalloze keren is Jean gehuldigd. Niet verwonderlijk dat die huldigingen op den duur tot een routine werden. Wel staat hem nog de eerste huldiging voor de geest. Boven aan de werd hij door Fanfare Sint-Blasius afgehaald. Zijn auto moest aan de kant en samen met Bep achter de fanfare met feestmuziek aan, lopend de Rijksweg volgend tot aan hun café. Daar barstte vervolgens het feest los. (om nooit meer te vergeten).

Sneeuwval
In het Carnavalsweekend van 1969 (13–16 februari) speelde Jean een toernooi in Rotterdam. Het toernooi zelf was niet direct gedenkwaardig maar de terugweg naar huis in Cadier en Keer was dat des te meer. In de trein op weg naar Maastricht was hij in slaap gesukkeld. Hij werd pas wakker toen de trein op het station van Maastricht tot stilstand kwam. Tot zijn grote verbazing lag er een dik sneeuwtapijt van wel 20 tot 30 cm. Bussen reden niet en taxi’s evenmin. Er zat niets anders op dan met zijn reiskoffer in zijn linker- en het biljartkoffertje in de rechterhand te voet de weg naar huis in te slaan. Op het kruispunt in Heer – toentertijd lag er op die kruising op elke straathoek een café – werd hij door carnavalsvierders hartelijk toegezongen. Onder hen bevond zich ook zijn latere echtgenote Bep. Die riep hem bij zijn niet-geplande ploetertocht naar Keer in het voorbijgaan wel nog hartelijk toe: hoy Jean! Om vervolgens vrolijk hossend haar weg te vervolgen. Jean kan er nog steeds hartelijk om lachen.

Onderscheidingen
Het zal niet verbazen dat Jean gezien zijn palmares vele malen is onderscheiden. Zo kreeg hij in 1985 in Sluis waar hij wereldkampioen kunststoten werd de zilveren erepenning van de provincie Zeeland. De gemeente Margraten bleef niet achter: voor zijn prestatie in Sluis werd hem de eerste legpenning in brons in de geschiedenis van de gemeente Margraten uitgereikt. In 1988 volgde de zilveren erepenning. Dit was niet alles: ook schonk de gemeente hem een borstbeeld van hemzelf van de hand van Mat Wanders. Het siert momenteel de entree van zijn appartement in Heer.

In 1985 was hij al tot sportman van het jaar van de provincie Limburg uitgeroepen en in 1987 van de gemeente Margraten. Het kon niet op: in 1988 ontving hij uit handen van gouverneur Sjeng Kremers de Sportprijs van de Provincie Limburg.

Het spreekt vanzelf dat Jean in zijn carrière vele bekers, medailles en oorkondes heeft verzameld. Hiermee zou hij met gemak een hele woonkamer kunnen vullen. Van dat alles is in het smaakvol ingericht appartement niets terug te vinden. Iech heb hièl väöl weggegieëve aan liùj dèj d’rum vroge (Ik heb heel veel weggegeven aan mensen die erom vroegen). Bewaard heeft hij slechts enkele trofeeën die hem dierbaar zijn. En die liggen netjes opgeborgen in een kast op een van de kamers.

2016 2017blz101
In 1989 werd Jean Koninklijk onderscheiden: Ridder in de Orde van Oranje-Nassau

Andere sporten en liefhebberijen
Voetballen
Als jongeling voetbalde Jean net als andere leeftijdgenootjes op straat en werd hij lid van de RKvvKeer, de plaatselijke voetbaltrots. Hij had wel zin in het spelletje maar kennelijk was hij niet goed genoeg voor een basisplaats. Iech voetbalde giere, mèh iech sjting hiel dèks reserf (Ik voetbalde graag maar stond vaak reserve). De vervulling van de militaire dienstplicht was een reden voor Jean om zijn lidmaatschap van de voetbalvereniging RKvvKeer te beëindigen. Het reserve-zijn was niets voor hem; ambitieus als hij was.

Tafelvoetbal
In het café van zijn ouders stond – uiteraard – ook een tafelvoetbalspel. Een prima gelegenheid voor een sportief aangelegde jongeman om zijn krachten ook op dit terrein te meten met anderen. Samen met zijn oudere broer Pierre vormde hij het koppel Bessems-Bessems. Ze brachten het zelfs tot de vijfde plaats op het Open Nederlands Koppelkampioenschap 1967-1968 in de Rodahal te Kerkrade.

Dammen
Ook in het dammen vond Jean een uitdaging. Als dammer is de nodige creativiteit en inventiviteit vereist en daaraan ontbrak het hem niet. Als jongeling nam hij aan een heus damtoernooi deel met 40 andere dammers. Hij won het toernooi en hield er een medaille aan over. Deze koestert hij nog steeds.

Duivensport
Zijn liefde voor de duivensport had hij van geen vreemde. Zijn vader Leike was een verwoed speler op de diverse wedvluchten. Die had het geluk in zijn duiventil te beschikken over een kampioensduivin (de ouwe zeeje). Jean herinnert zich dat die duivin in 1955 de eerste prijs behaalde op een vlucht vanuit het Franse Noyon. Glimlachend vertelt hij hoe zijn vader een fiets, een servies en een paar honderd gulden won. In die tijd een heel bedrag. De hele duivenclub ging mee om de prijs in Gronsveld af te halen. Ich laot dich raoje wie die weer in Keer truukkaome! (Ik laat je raden toen zij weer in Keer terugkwamen!).

2016 2017blz102
Jean in zijn element

In 1973 bouwde zijn eerste duivenhok bij zijn huis aan de Limburgerstraat. Dat duivenhok moest een paar jaar later plaatsmaken voor een heus biljartzaaltje. was het beu om steeds maar weer in rokerige en rumoerige caféruimtes te oefenen waarbij de concentratie soms verloren ging. Maar de duiven bleven: ze kregen een nieuwe huisvesting bovenop het nieuwe zaaltje. Grote prijzen heeft hij met de duiven niet behaald; twee keer een eerste prijs. (maar dat was puur geluk).

Jean maakt er geen geheim van dat zijn duivenliefhebberij zijn biljartprestaties negatief heeft beïnvloed. In die duiven stak hij soms meer tijd dan in het biljarten. Wilde hij blijven meedoen om de prijzen in de biljartsport dan was er maar één oplossing: de duiven wegdoen. Dat heeft hij – met veel pijn in het hart – dan ook gedaan.

Tekenen
Zijn artistieke talenten spreidt Jean niet alleen ten toon in het biljartspel. Hij vindt het een echt genoegen om zich aan het tekenen te zetten. Hier kan hij zijn creativiteit kwijt. Onze Historische Kring is dan ook bijzonder verheugd dat Jean inmiddels onze ‘vaste’ tekenaar is bij het illustreren van artikelen in de Keerder Kroniek.

Klokkenbouw
Zijn liefde voor zijn oude stiel van machinebankwerker kan Jean kwijt in het nauwgezet kopiëren van antieke (kleine) klokken. Samen met enkele kompanen komt hij maandelijks bijeen in een werkplaats om hun gezamenlijke vorderingen in de klokkenbouw te bespreken. Ook de problemen die zich bij de reconstructie van een klok voordoen, komen dan uitgebreid aan de orde. Jean heeft in zijn woonappartement een afzonderlijke kamer voor die klokkenbouw volledig ingericht: met draaibank en voorraadkast voor de benodigde schroefjes en moertjes. Tandwieltjes draait hij – vanzelfsprekend - zelf: minutieus. Geen wonder dat men in zijn woonkamer vele van die zelf gemaakte juweeltjes aan het ‘lopen’ kan zien.

Het afscheid van de wedstrijdsportNa negentien titels (Nederlands, Europees en Wereld) en na meer dan honderd nationale en internationale kampioenschappen te hebben gespeeld, is in 1990 op abrupte wijze gestopt. Hij had toen zijn nieuwe woonhuis aan de Keerberg betrokken en op de bovenverdieping een ideale biljartruimte gecreëerd. Maar de wilskracht kon niet meer worden opgebracht om opnieuw veel trainingsuren in de sport te investeren.

2016 2017blz104
Met echtgenote Bep Janssen

Daar kwam nog bij dat de nationale biljartsportbond de onbegrijpelijke regel had uitgevaardigd dat een speler moest kiezen tussen het spelen van toernooien in het kunststoten óf in het driebanden. Deze twee disciplines konden niet samen beoefend worden: het was dus of kunststoten of driebanden. Die keuze vond Jean absurd.

Spijt van zijn beslissing om te stoppen heeft Jean nooit gehad. ’t Waor sjoên gewaes (Het was mooi geweest). Momenteel beoefent hij zijn geliefde sport op een lager niveau bij de plaatselijke biljartclub De Oude Toren. Niet langer de stress en de lange afwezigheid van huis en veel oefenuren maar eens per week gezellig met collega-spelers è belke sjtoète (een balletje stoten) in competitieverband. Dat dus weer wel!

Ten slotte
De naam van Jean van Leike zal voor altijd aan zijn geboortedorp Cadier en Keer verbonden blijven. Een echte durrèpsjong (dorpsjongen), wars van kapsones en dikdoenerij. Hij bereikte de wereldtop dankzij zijn onmiskenbaar talent maar ook en vooral door zijn ijzersterke zelfdiscipline en doorzettingsvermogen. Jarenlange intensieve trainingen, moederziel alleen in zijn biljartzaaltje, regelmatig ver van huis voor zijn wedstrijden, nagenoeg alle verlofdagen bij zijn werkgever al die jaren opsouperend voor zijn sport, geen enkele financiële ondersteuning zoals het eigenlijk bij topsporters gebruikelijk is. Dit is alleen op te brengen met een echtgenote Bep, die hem al die lange jaren onvoorwaardelijk tot steun is geweest en altijd voor hem – dag in, dag uit – voor hem klaar heeft gestaan. Vergeten zijn allerlei ‘figuren’ die – na alweer een kampioenschap - de deur platliepen en gouden bergen beloofden die echter nooit werkelijkheid zouden worden.
De geliefde biljartsport heeft hem veel opofferingen gekost (letterlijk en figuurlijk) maar ook veel van de wereld laten zien en Jean heeft er ook veel vreugde aan beleefd. Dat zal niemand hem meer afnemen: zijn twaalf kunstig en eigenhandig samengestelde en geïllustreerde plakboeken zijn hiervan het levende bewijs.

Keerdenaren (2)

‘Dingen die er niet meer zijn, bewaar ik op doek’
Vader Ben en zoon Ton Lourens, kunstschilders
door drs. Harry H.M. Beckers

Op onze tentoonstelling eind november in ’t Keerhoes zijn schilderijen te zien van een groot aantal schilders, zowel hobbyschilders als professionals. Dat brengt met zich mee dat er een grote diversiteit is aan gebruikte technieken en gekozen onderwerpen. Maar één ding hebben alle werkstukken gemeen: ze hebben betrekking op Keer, Honthem of ’t Rooth. Onder de te exposeren werken nemen die van vader Ben en zoon Ton Lourens een belangrijke plaats in. Dat is niet zo verwonderlijk omdat zij van het schilderen hun beroep gemaakt hadden. Bovendien kenden zij de schilderachtige plekjes in ons dorp omdat zij er vanaf 1958 gewoond en gewerkt hebben. Deze tentoonstelling is een prima aanleiding om aan beiden een artikel te wijden. In het bijzonder zal stil worden gestaan bij Ton; van hem hangt een drietal schilderijen in evenzovele musea in Nederland.

B.A. (Ben) Lourens
Ben is geboren op 4 maart 1910 te Rotterdam en overleden op 5 maart 1987, één dag na zijn 77e verjaardag. Hij huwde met Lien Wiegman en het paar had één zoon: Ton. Ben was autodidact: een specifieke schildersopleiding heeft hij niet gevolgd. In tegenstelling tot zoon Ton, de fijnschilder, gebruikte hij voor zijn schilderijen het paletmes. Met een dergelijk mes kan de schilder de verf mengen en aanbrengen op het doek. Hierdoor kan de verf in dikke lagen worden aangebracht en in verschillende vormen. Dit alles bevordert het expressieve karakter (expressionisme) van het schilderij.

Bij het expressionisme voert vooral de gevoelswaarde van de schilder de boventoon.

Oorspronkelijk was Ben als huisschilder werkzaam, later dreef hij een verfwinkel in ’s-Gravenhage. Een deel van zijn klanten bezocht hij met de trein; over een auto beschikte hij destijds niet. Vele leden van zijn familie voeren als binnenschipper: hieruit is wellicht de passie van zijn zoon Ton voor water en schepen te verklaren. Ben was licht gehandicapt: hij beschikte over weinig longcapaciteit en vanwege een licht vergroeide rug liep hij enigszins gebogen. Als gevolg van zijn ziekten stond hij niet altijd vrolijk en opgewekt in het leven vooral niet na het plotseling wegvallen van zijn echtgenote Lien.

2016 2017blz130

De Väörsjtraot (Kerkstraat). De aw Lìn (oude linde), de pöt (waterput) en op de voorgrond de kojl (waterpoel).

Echtgenote Lien Wiegman, geboren in 1915 en overleden in 1974, stamde uit een echte kunstschilders familie. Haar vader, Gerard Wiegman, wonend en voornamelijk werkend in Rotterdam, had in Nederland naam gemaakt als tekenaar en schilder van haven- en riviergezichten met schepen. Ook haar enige artistieke broer Theo had als schilder van abstracte werken een zekere faam opgebouwd.Lien vormde als echtgenote en moeder de spil in het gezin Lourens. Zij was het ook die na hun vestiging in ons dorp, contact zocht en vond met dorpsgenoten: een hartelijke, spontane vrouw. Dat zij ook weleens ‘naar buiten’ wilde was niet zo verwonderlijk. Zo nu en dan verzuchtte zij: “Die mannen kunnen niets anders dan schilderen”.Eind 1974 werd er bij haar een ernstige ziekte (kanker) geconstateerd. Behandeling gevolgd door opname in het ziekenhuis mocht niet meer baten: korte tijd daarna (7 december 1974) overleed zij op 59-jarige leeftijd. Bij haar overlijden woonde de familie op het adres Limburgerstraat 53; zij waren toentertijd mijn overburen.

2016 2017blz126

De Echtersjtraot (Limburgerstraat). Tegenover ’t Keerhoes 

De gevolgen in het gezin Lourens waren direct merkbaar. De stille, teruggetrokken Ben – het verlies van zijn echtgenote heeft hij nooit kunnen verwerken - zonderde zich nog meer af en zijn humeur werd er niet beter op. Voor hem was hun enige kind en zoon Ton de vanzelfsprekende persoon die de opengevallen plaats in het gezin moest opvullen. Ton werd huisman en mantelzorger tegelijkertijd. Vader Ben nam hem nagenoeg volledig in beslag. Klagen hierover deed Ton nooit maar het was voor iedereen duidelijk dat het beroep dat zijn vader op hem deed als beklemmend werd ervaren.

Als mentor van zijn zoon Ton heeft Ben een grote invloed op deze uitgeoefend. In het begin kon hij hem inspireren in de keuze van diens onderwerpen en informeren over het gebruik van verschillende verfsoorten. Later maakte Ton zelf zijn keuzes en koos hij zijn eigen richting. Niet altijd droeg dit de goedkeuring van zijn vader weg. Vooral de keuze die Ton maakte voor het fijnschilderen kon op Ben’s kritische benadering rekenen. Op zich was dat niet zo verbazingwekkend gezien zijn eigen voorkeur voor het paletmes. Daarnaast had hij ook weinig op met de lange duur die met de schilderstijl van zijn zoon gemoeid was. Dit alles nam niet weg dat hij grote waardering kon opbrengen voor het werk van zijn zoon.

A.B.C. (Ton) Lourens
Ton is geboren op 13 september 1938 te ’s-Gravenhage en op 69-jarige leeftijd in Maastricht (verpleeghuis Klevarie) overleden op Eerste Kerstdag 25 december 2007. Hij heeft zijn laatste rustplaats gevonden op de begraafplaats van onze parochie, in het graf van zijn ouders.

2016 2017blz127

Ton is zijn hele leven vrijgezel gebleven. Het tekentalent heeft hij zowel van vaders- als van moederskant geërfd. Zo was niet alleen vader Ben kunstschilder maar hetzelfde gold ook voor de grootvader en de broer van zijn moeder (Wiegman). Zijn talent bleek al op de basisschool; als bewijs diende een map met door hem bewaarde tekeningetjes waarin hij toen al aantoonde beter te kunnen tekenen dan menigeen op de middelbare school. Vooral het tekenen in perspectief beheerste hij van nature. Al van jongs af aan was het duidelijk dat hij ook beeldend kunstenaar wilde worden. Een aantal jaren volgde hij de opleiding bij de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in zijn geboorteplaats. Overigens vond Ton dat hij daar niet veel heeft opgestoken: “wat men daar leerde, wist ik al”. In 1992 stond Ton ingeschreven bij de Stichting Kunst en Cultuur Maastricht (later opgegaan in Stichting Symbiose Sittard).

2016 2017blz128

Väörsjtraot (Kerkstraat). Voormalige boerderijen Lemmens en Bemelmans

In 1958 verhuisde het gezin van de Prins Hendrikstraat (in de Zeeliedenbuurt) in ’s-Gravenhage naar het zuiden. Het is gissen naar de reden van het vertrek uit de Randstad naar Zuid-Limburg. Oorspronkelijk lag het in de bedoeling naar Maastricht te verhuizen maar dat is niet doorgegaan. Dankzij een woningruil kon het gezin Lourens een nieuw gebouwde woning in de sociale huursector betrekken in Cadier en Keer in de Limburgerstraat (tegenover het toenmalige Groene Kruisgebouw). Later werd er verkast naar een andere woning in dezelfde straat (nabij de huidige brandweerkazerne).

Oorspronkelijk maakte Ton werkstukken die als figuratief-impressionistisch aangeduid kunnen worden. In de loop der jaren trok hij steeds meer naar oude havenplaatsjes want daar waren nog houten schepen van voorheen te zien. Hij kreeg oog voor detail met als gevolg dat Ton zich steeds meer ging toeleggen op het fijnschilderen. Kenners rekenen hem thans dan ook tot de categorie fijnschilders. Zelf zei hij weleens: “Ik sta met een been in de 18e eeuw en schilder het liefst maritieme motieven uit de 18e en 19e eeuw. Toen kon men nog niet fotograferen en ik kan zo een stukje tijd laten herleven”.

Bij figuratieve kunst zijn herkenbare onderwerpen afgebeeld zoals landschappen, portretten of stillevens. Bij impressionisme staat de beleving van het moment (impressie) voorop; wat hierbij opvalt is vooral de schetsachtige werkwijze. Met fijnschilderen wordt de schildertechniek aangeduid die erop gericht is om zo realistisch mogelijk de werkelijkheid te schilderen.

Veelzijdig kunstenaar
Ton was een veelzijdig kunstenaar met een grote diversiteit aan onderwerpen. Zijn passie lag heel duidelijk bij het water: zeegezichten met schepen en watergezichten. Van zijn schildersezel kwamen vooral schilderijen van achttiende-eeuwse schepen op volle zee. Hier kon hij ook zijn bijzondere gave voor het schilderen van ‘rollende’ waterpartijen kwijt. Toch heeft deze passie hem niet verhinderd om ook andere taferelen op het doek te zetten. Zo heeft hij stillevens geschilderd (vooral bloemstukken) maar ook het landschap in al zijn verschijningsvormen. Geschilderd werd er vooral op basis van foto’s die hij van dergelijke objecten maakte. Daarvoor reisde hij soms het hele land door. Meermaals struinde hij ook onze omgeving af. Zo trof ik hem een keer in de Nekami-groeve waar hij op zoek was naar bijzonder gevormde vuursteen en soms ook in het open veld op zijn zoektocht naar bloemen. Dat alles om te dienen als ‘model’.

Nachtmens
Ton was een nachtmens: bij voorkeur werkte hij in de nachtelijke uren. Dan was het stil en rustig, werd hij niet afgeleid en kon hij ongestoord uren achtereen achter de schildersezel staan. Voor dit ’s nachts schilderen had hij een bijzondere verlichting laten aanbrengen. Resultaat van dit nachtwerk was wel dat hij bij bezoekjes aan kennissen nogal eens de tijd uit het oog wilde verliezen. Zijn gesprekspartners moesten de volgende dag tijdig op hun werk zijn wat Ton zich niet altijd realiseerde. Hij kende andere – minder gebruikelijke - ‘werktijden’.

Perfectionist

2016 2017blz130

Echtersjtraot (Limburgerstraat). Links: Voormalige panden nabij huidige kruising Burgemeester Huybenstraat.

Ton was een perfectionist; vooral wanneer het ging om ‘historische weergaves’ zoals zeeslagen. Voordat hij ook maar één penseelstreek op het doek zette, leefde hij zich in het te schilderen tafereel volledig in. Hij startte met literatuuronderzoek; wat is er over het onderwerp gepubliceerd? Zelf beschikte hij over een uitgebreid arsenaal boeken over de verschillende zeeslagen die in de loop der eeuwen hadden plaatsgevonden. Vooral de ‘technische’ details van die verslagen genoten zijn bijzondere interesse. Om welke schepen ging het: fregat, galjoen, linieschip? En dan kwam de vervolgvraag: hoe zat het precies met de mast, de ra, giek, gaffel, boom, etc. en hoe met de tuigage; was die ‘staand’ (vast) of ‘lopend’ (beweegbaar)? Vooral de zeer moeilijk te schilderen tuigage in zijn schilderijen is volgens kenners heel knap afgebeeld. Vervolgens zocht hij van de betrokken schepen nadere gegevens op; afmetingen, bemanning, aantal en kaliber van het scheepsgeschut. Veel van die gegevens sloeg Ton op in zijn geheugen; vooral jaartallen en aantallen kon hij soms moeiteloos reproduceren.

Reizen door Europa
Samen met zijn vader en moeder reisde hij door heel Europa. Engeland, Frankrijk en de landen rond de Middellandse Zee (Italië, Griekenland) werden meermaals bezocht. Hier deed hij – evenals zijn vader – inspiratie op voor hun schilderstukken. Bij die reizen sliep de hele familie in het busje/camper. Op hun reis gingen dan schilderijen mee die men onderweg probeerde aan de man/vrouw te brengen om met de opbrengst een deel van de vakantie te bekostigen. Mocht het busje/camper het onderweg laten afweten dan was dat meestal geen probleem. Ton had een aangeboren feeling voor de techniek van een auto. Uren kon hij sleutelen om een mankementje te verhelpen. Vooral auto’s van het Franse merk Citroën waren bij de Lourens’ familie favoriet en in het bijzonder de Citroën Rosalie. Dit om zijn – vooral door vader Ben vanwege zijn rugproblemen – gewaardeerde vering.

Na het overlijden van zijn vader in 1987 kreeg Ton de beschikking over veel meer vrijheid. Bij een goede vriend in Spanje kon Ton in diens huis nu ook regelmatig terecht. Hier in Calpe (in de buurt van Benidorm aan de Costa Blanca) beschikte hij in het souterrain over een kamer waar hij - ook tijdens zijn vakantie - naar hartenlust zijn schilderpassie, kon beoefenen. Rust, zon, water en schepen: meer had Ton niet nodig. Tijdens zijn Spaans verblijf liet Ton zich overigens bij de paella zeker niet onbetuigd.

Bij al die uitstapjes naar het buitenland mocht een bezoek aan een scheepvaartmuseum uiteraard niet ontbreken. Zo bezocht hij meerdere van deze musea in diverse landen waaronder het National Maritime Museum in Greenwich (Londen). Het is het nationale scheepvaartmuseum van Groot-Brittannië en mogelijk het grootste van de wereld. Hier genoot Ton in het bijzonder, mede omdat hij tijdens dat verblijf enkele dagen overnachtte in een Engelse Inn (herberg) opgetrokken uit materiaal van afgebroken houten schepen.

2016 2017blz132

De in 1957 afgebroken parochiekerk met kerkhofmuur

Atelier aan huis
Vader en zoon Lourens schilderden in Keer aan huis. Daarvoor was een aparte slaapkamer als atelier ingericht waar de schildersezels te vinden waren. Verder diende de slaapkamer ook als voorraadkamer; hier kon men de geproduceerde werkstukken vinden. Maar niet alleen hier: de woonkamer was helemaal behangen met schilderijen; soms vele rijen boven elkaar met alle denkbare voorstellingen en in alle vormen en maten.
Allengs nam hun bekendheid tot in de wijde omgeving toe en waren er schilderijen van hun hand in verschillende galerieën verspreid over het hele land te vinden maar ook in Belgische en Duitse galerieën. Er was zelfs een verzoek vanuit de Verenigde Staten om voor de Amerikaanse markt in serieproductie te werken. Alhoewel dit in financieel opzicht een bijzonder lucratief aanbod was, hebben beiden dat beleefd maar beslist afgewezen.
Ook in Italië vonden hun schilderijen gretig aftrek. Zo was er een Hollandse galeriehouder die schilderijen bij Ben en Ton ophaalde en daarmee rechtstreeks naar Italië reed. Daar werden ze rap verkocht. Op zijn terugweg deed hij de familie Lourens nog eens aan om te kijken of er nieuwe schilderstukken waren. In dat geval gingen deze met hem in de auto mee richting Randstad.

Kunstschilders van ons dorp
Al kort na de komst van de familie Lourens naar Cadier en Keer vervaardigden vader Ben en zoon Ton schilderijen van ons dorp. Karakteristieke boerderijen (Bemelmans, Boumans, de Meusenhof) maar uiteraard ook de omgeving van de kerk met de imposante linde met de waterput, vonden een plaats op het linnendoek. Daar bleef het niet bij: op verzoek kwamen van Ton’s schildersezel verschillende portretten. De werkstukken van vader en zoon spraken aan en steeds meer Keerdenaren wisten de schilders Lourens te vinden en verstrekten opdrachten voor het maken van schilderijen. Het wekt dan ook geen enkele verwondering dat in vele Keerder huisgezinnen minstens één en veelal meerdere schilderijen van hun hand te vinden zijn.

Werkstukken in musea
De faam van Ton Lourens als ‘zee- en schepenschilder’ bracht met zich mee dat zijn werkstukken in verschillende musea te bewonderen zijn, namelijk in het ‘Bevrijdingsmuseum 1944’ te Groesbeek, ‘Museum De Delft’ te Rotterdam en het ‘Marinemuseum’ te Den Helder. Zijn detaillistische schildertrant heeft geresulteerd in een uiterst nauwkeurige weergave van de werkelijkheid. Elk detail op deze schilderstukken klopt en is met uiterste precisie op het doek gezet.
Sommigen van Ton’s maritieme schilderijen zijn dan ook in opdracht van het betreffende museumbestuur vervaardigd.

Bevrijdingsmuseum 1944 Rijk van Nijmegen (Groesbeek)
De Waaloversteek 1944
Dit schilderij is enorm (qua afmetingen): 15 m x 3 meter. Het is in olieverf op doek en geeft een beeld van de oversteek van de Waal bij Nijmegen. Die oversteek vond plaats op 20 september 1944 tijdens de operatie Market Garden. De bedoeling was om parachutisten met canvasboten over te zetten om de door de Duitsers hardnekkig verdedigde bruggen over de Waal van twee kanten aan te kunnen vallen.
De totstandkoming van het imposante schilderstuk mocht zich ook verheugen in de belangstelling van de regionale pers. In verschillende publicaties werd aan Ton en het schilderstuk aandacht besteed.
Van het bestuur van het Bevrijdingsmuseum 1944 in Groesbeek ontving Ton in 1989 de opdracht om dit schilderij van de Waaloversteek te schilderen. De moeilijkheid hierbij was dat er geen enkele foto van deze belangrijke gebeurtenis bestond. De benodigde informatie ontving Ton van het museum zelf maar ook werden hem replica’s van de gebruikte oversteekbootjes getoond. Daarnaast ging Ton meermaals sfeer proeven langs de Waal. Ook maakte hij schetsen en foto’s en vervolgens een aquarel. De bedoeling daarvan was dat hij het museumbestuur daarmee kon verduidelijken hoe hij de oversteek op het doek wilde weergeven.

De idee achter het doek met de enorme afmetingen was om eenzelfde effect te bereiken als het alom bekende Panorama Mesdag te Scheveningen. Voor Ton vormde het dan ook een ultieme uitdaging om die oversteek zo beeldend en realistisch mogelijk vast te leggen.

2016 2017blz134

‘De Waaloversteek 1944’: het linker fragment

Panorama Mesdag is een cilindervormig schilderij van ongeveer 14 meter hoog en met een omtrek van 120 meter. Het schilderij (uit 1881) is een van de oudste negentiende-eeuwse panorama’s in de wereld. Het is een vergezicht op de Noordzee, de duinen, Den Haag en Scheveningen. De schilder (Hendrik Willem Mesdag) wordt gerekend tot de Haagse School en is een beroemde schilder, gespecialiseerd in het schilderen van zeegezichten.

Voor de benodigde ruimte om te schilderen had Ton in eerste instantie een schuur op het oog in Bemelen, maar uiteindelijk vond hij in de hal van de voormalige meisjesschool in de Groenstraat de ruimte die voor een dergelijk groot schilderij noodzakelijk was. Maar ook in deze aula was het opzetten van het raamwerk en het spannen van het driedubbel geweven doek een hele klus.

Vervolgens was het schilderen zelf een hels karwei, ook fysiek. Alleen maar staand schilderen was niet voldoende; vanwege de hoogte was er een ladder nodig en soms moest er zelfs liggend geschilderd worden. In het schilderij kon Ton zijn passie voor details volledig kwijt. Zo werkte hij met penselen die ook voor kleinere doeken gebruikt worden. Hierdoor komt zijn specialisme als detailschilder duidelijk naar voren. Zelfs zijn de mouwemblemen op de uniformen van de soldaten leesbaar en is het gat in een dak van een boerderij aan de overkant van de Waal zichtbaar.
Het schilderstuk geeft de Waaloversteek gedetailleerd weer. Kijkend naar het reusachtige panorama op het doek, ziet men als het ware het water bewegen en kan het angstgeschreeuw van de militairen in hun vertwijfelde onderneming soms worden gehoord.

2016 2017blz135

‘De Waaloversteek 1944’: het rechter fragment.

Aan dit enorme doek heeft Ton bijna vijf maanden – van april tot begin september 1991 – gewerkt. Het werk heeft overigens een paar weken stilgelegen vanwege een door Ton opgelopen longontsteking. Hierdoor dreigde het gevaar dat hij de deadline voor de oplevering niet zou halen. Toen het doek nagenoeg klaar was, kwam Ton tot de ontdekking dat de insignes op de mouwen van de militairen omgedraaid weergegeven waren. Ook de windrichting moest worden aangepast: in plaats van oostenwind kwam de wind die dag van het westen waardoor de rookgordijnen de andere kant opwaaiden. Ook in deze details is het perfectionisme van Ton herkenbaar.Uiteindelijk is het gelukt het doek op tijd af te krijgen. Voor het vervoer naar Groesbeek was het noodzakelijk het doek op te rollen. Vervolgens werd het op een militaire vrachtwagen geladen en naar zijn uiteindelijke bestemming vervoerd.

Schilderen in de aula van de basisschool was voor Ton ook om een andere reden een leuke gebeurtenis. De schooljeugd toonde veel belangstelling in zijn verrichtingen en meermaals kreeg hij de vraag: “Meneer, wat bent u aan het doen?”. Het bood Ton de gelegenheid om het verhaal van de Waaloversteek aan de jeugd kwijt te kunnen en bovendien genoot hij van de kinderen om zich heen.

2016 2017blz136

‘De Waaloversteek 1944’ in wording.

De oorspronkelijke bedoeling van het museum in Groesbeek was om het immense doek ten toon te stellen in een aparte nieuw te bouwen vleugel. Om deze uitbreiding te financieren werd er een actie gestart waarbij - vierkante centimeters van het doek – symbolisch – werden verkocht. Ook werden lithografische kopieën van delen van het schilderij door de van de televisie bekende veilingmeester Glerum in september 1992 geveild.Dit heeft echter niet het beoogde resultaat opgeleverd. Het monumentale werk van Ton is momenteel in het museum tentoongesteld in het grote Waaloversteek display. Prins Bernhard voelde zich zeer verbonden met het Bevrijdingsmuseum en daarom was hij de aangewezen persoon die de officiële opening van het museum heeft verricht.

Museum De Delft te Rotterdam
De zeeslag bij Camperduin (1797)
In dit museum (over de maritieme geschiedenis van Rotterdam) hangt een schilderij van Ton dat de zeeslag bij Camperduin (ten noordwesten van Alkmaar) in 1797 toont.

2016 2017blz137

Dit schilderij is in het museum te bezichtigen:
website:
www.dedelft.nl/museum

Het behoort tot één van de topstukken van het museum. Het geeft treffend een dramatische episode uit deze zeeslag weer. Het schilderij toont het vlaggenschip van de Hollandse Vice-Admiraal waarvan de masten volledig door de zware beschietingen van de Britten zijn weggevaagd en de die in brand staat. De Britten kwamen als winnaar uit de slag tevoorschijn ten koste van 220 doden en 812 gewonden. Onder de Hollanders lieten 540 mensen het leven en waren er 620 gewonden; velen werden krijgsgevangen gemaakt en naar Engeland overgebracht. Dit museum bezit ook een reproductie van een schilderij dat behoort tot de collectie van het Marinemuseum te Den Helder (zie hierna). Deze reproductie hangt prominent in het bezoekerscentrum van het museum in Rotterdam.

Marinemuseum Den Helder
De zeeslag bij Camperduin (1797)
Dit schilderij toont een andere episode van de slag bij Camperduin namelijk het gevecht tussen ’s-Lands Schip van Oorlog ‘Delft’ en het Britse linieschip H.M.S Monmouth met op de achtergrond de volledig lek geschoten Alkmaar. Het toont de situatie kort voor de overgave van de Delft. Het is een bijzonder beeldend schilderij dat de zeeslag in al zijn hevigheid weergeeft. Er is weinig fantasie voor nodig om zich midden in dit gevecht te wanen.

De zeeslag bij Camperduin heeft Ton bijzonder gefascineerd. Het is daarom te verklaren dat hij van deze slag tussen beide schepen meerdere schilderijen (in verschillende composities) heeft vervaardigd. Deze bevinden zich in particuliere verzamelingen.

Reconstructie van de Delft
Sedert jaren wordt in de Schiehaven in Rotterdam gewerkt aan een reconstructie van het achttiende-eeuwse oorlogsschip Delft. De bedoeling hiervan is niet alleen het schip in zijn oude glorie te doen herrijzen maar ook om de bij deze reconstructie vergaarde kennis te bewaren voor latere generaties. De werf waar het schip wordt nagebouwd is door het publiek te bezoeken. Insteek is dat de reconstructie van het schip – gestart in 2015 - kan worden afgerond rond 2020.

Naschrift
Vader en zoon Lourens hebben een imposant oeuvre nagelaten aan schilderstukken. Vele daarvan betreffen taferelen van ons dorp, soms ook van Honthem en ’t Rooth. Het overgrote deel van deze werkstukken is in opdracht van dorpsgenoten vervaardigd. Bijzonder is wel dat ook in het geval het gaat om schilderstukken van hetzelfde object, de compositie, de schildertechniek en het kleurgebruik verschillen. Hierbij zijn ook de verschillen zowel qua schilderstijl als beleving tussen vader Ben en zoon Ton duidelijk zichtbaar.
Het resultaat van beider werkzaamheid is een keur aan schilderijen waarin het beeld van ons dorp in de vorige eeuw - ook voor de toekomst - op canvas is vastgelegd. Wij kunnen beiden daarvoor dankbaar zijn.

Daarnaast is het uniek dat werkstukken van een Keerse schilder in de collectie van Nederlandse musea zijn opgenomen en daar geëxposeerd worden. Dat het daarbij vooral gaat om werkstukken met maritieme onderwerpen is alleszins verklaarbaar. Ton was ongeëvenaard in de gedetailleerde weergave van historische gebeurtenissen op en aan het water.

2016 2017blz139

Ton, bezig met zijn passie

Bronnen
- Market Garden, Waaloversteek, Historische uitgave no. 3 – 1992
- Dagblad De Limburger, editie Heuvelland, 4 april 1991
- Dagblad De Limburger, editie 26 augustus 1991

De schrijver dankt Margriet Beetstra-Tillie, Martin Butink, Eddy Thonon (Huis voor de Kunsten Limburg), Wino George en Loek van Tiggelen voor de door hen verstrekte informatie.

2016 2017blz80
Vanaf links: Miets Schulteis, Rita Heusschen, José Bessems.
2016 2017blz81a

Het gezin Jean en Annie Essers-Delahaye.
Achteraan, vanaf links: Maria, Sjef, Huub, Luciën, Harry. 
Vooraan, vanaf links Esmerelda, Stella, Wiel, Irma, Roswita en beide ouders.

2016 2017blz81b

Vanaf links: Wiel Bemer, Burgemeester Jef Van Laar, Mon Mourmans en Harry Fraats.
Harry krijgt een onderscheiding (1969).

2016 2017blz82a

Louis Claessen, Math Heusschen, Jan Leesens, Jo Roebroeks, Wiel Heusschen, Math Goessens, Jean Schreurs, Jean Keulen,
Jean Heusschen, Hub Engelbert, Frans Herben, Jean Bessems, Jo Schuffelaars.
Foto 1947.

2016 2017blz82b

Kinderen Tillie-Nicolaes.
Vanaf links: Bèr, Math, Henny, Mia, Jean.

2016 2017blz83a

Jean Geelen (va Pierre).

2016 2017blz83b
Kinderen Boumans:
Lucie, Annie, Marleen, Wies, Jef, Piet

 

Gebruikers
5
Artikelen
2075
Artikelen bekeken hits
9486831

Today 27

Yesterday 39

Week 281

Month 859

All 182405

Currently are 30 guests and no members online

Please publish modules in offcanvas position.

Free Joomla templates by L.THEME