Kent u hem nog?
door Lei Haesen

 

Johannes (Sjang) Heuts werd op 26 oktober 1907 op ’t  Rooth geboren uit het huwelijk van Johannes Hubertus Petrus Heuts en Gertrudis Hubertina Geelen. Toen zijn vader overleed, was hij negen jaar oud. Zijn moeder hertrouwde een jaar later met Ludovicus Cobben.

jrg3blz56
Sjang huwde op middelbare leeftijd met de uit Schinnen afkomstige Hubertina Maria (Tina) Lamby. Zij zouden hun hele verdere leven blijven wonen in het in 1841 gebouwde ouderlijk huis van Sjang aan de nu verdwenen Rootherweg. Het “late” huwelijk werd niet meer met kinderen gezegend.


Aanvankelijk verdiende Sjang de kost als dagloner bij boeren, omdat zijn eigen boerderijtje met twee koeien te weinig opleverde. Zo werkte hij als knecht bij de families Deckers in Groot Welsden en Huntjens op ’t Gasthuis. Naast de kost verdiende hij hiermee zes tot zeven gulden per dag. Omdat werk bij de boeren in de wintermaanden steeds minder werd, ging Sjang op 47-jarige leeftijd in de Nekami-groeve werken. Zijn weekloon steeg naar bijna zestig gulden. Tot zijn pensionering in 1972 bleef hij bij de Nekami in dienst.
Sjang was een bedeesd persoon die echter veel wist te vertellen. Genietend van zijn pijp en leunend op het groen geverfde, smeedijzeren hek bij zijn woning, maakte hij graag een praatje met een passerende wandelaar of een nieuwsgierige toerist. Ook kon hij goed zingen en dat was vaak te horen wanneer hij op de boerderij of op het land aan het werk was. Hoewel hij op latere leeftijd nog leerde fietsen, verplaatste Sjang zich altijd te voet en met de fiets aan de hand.
Hij was een diepgelovig man. Met Sacramentsdag was hij steevast te vinden in de basiliek in Meerssen. Hiervoor ontving hij van de deken nog een onderscheiding. Ook beschouwde hij het als zijn plicht voor te gaan in gebed aan de kapel van het Rooth als er iemand was overleden. 

 jrg3blz57

         De woning van Sjang en Tina, beschermd door een (snoei-)linde

“Ik ben de laatste van de oude garde.” Deze woorden zei Sjang Heuts in 1979. Hij zou de geschiedenis ingaan als de man die als enige niet bezweek onder de aanbiedingen van Grondbezit Bemelen, een werkmaatschappij van Ankersmit, om zijn grond af te staan ten behoeve van de mergelwinning. De mergelexploitant naderde steeds dichter de voordeur van de woning van het echtpaar Heuts. De Rootherweg was onteigend, afgesloten voor alle verkeer en ook taboe voor Sjang en Tina. Op zeker moment dreigde het huis aan de rand van de groeve onbereikbaar te worden. Maar Sjang hield stand en bleef weigeren zijn huis en omliggend terrein af te staan. De mergelproducent moest een nieuwe weg aanleggen en zorgen voor water- en elektriciteitsvoorzieningen. Een kostbare “grap”.
Tijdens een bedevaart ter ere van Sint Jozef werd Sjang ziek. Hij werd opgenomen en hoewel hij nog vaker zei: “Ik ga terug naar ’t Rooth”, was hem dat niet meer gegund. Hij overleed te Heerlen op 8 november 1986. Zijn vrouw was vijf jaar eerder op ’t Rooth overleden.
De dood van Sjang betekende ook het einde van een idyllisch plekje op ’t Rooth. Wij citeren daarvoor onze dorpsgenoot en voormalig hoofd der school Hub Lemmens: “Nauwelijks was het huis leeg of baldadigheid eiste zijn tol. Ramen werden ingegooid en de gordijnen wapperden triest in de wind. Zelfs de voordeur werd uit de hengsels getild en in de wegberm gedeponeerd. En toen ik er weer langs kwam, was het hele huisje met de grond gelijk gemaakt, de bakoven en stalletjes verdwenen, de bloemen in de tuin geroofd en er woekerden de brandnetels. Wat een triest gezicht. Alles ademde een sfeer van troosteloze verlatenheid.”

Het lot van het echtpaar Heuts werd door een inwoner van Margraten op een poëtische manier beschreven. Zijn gedicht kreeg als titel mee: “Ik heb een dierbaar stukje grond waar eens mijn wiegje stond.” Dit gedicht wordt hieronder letterlijk weergegeven.

Op ’t Rooth staat er wat te gebeuren
Daar zit het gele goud
De grond gaat als het ware openscheuren
Daar wordt niet meer gebouwd.

 
Daar zijn ontploffingen heel vaak
En het dorpje trilt op zijn grondvesten
Ja, dan is het weer raak
’t Rooth leeft op zijn laatste resten.
 
Dan vallen grote en kleine brokken
Dan wordt het weer akelig stil
De meeste mensen zijn al vertrokken
Al is het niet naar hun wil.
Maar één paartje is niet weg te krijgen
Die zijn nog niet zo bang
Die willen daar hun leven lang blijven
En dat is Tina en Sjang.

Die wonen daar als het ware op een eiland
Daar langs de Rootherweg
Met een mooi tuintje en wat weiland
En een haan op een doornenheg.

Ze zitten maar in een kleine woning
                         En alles primitief
                         Maar ze ruilen niet met een koning
                         Want hun eigen grond is hun o zo lief.
Geef hun maar geld en een paleis
Zij zijn niet weg te halen
Zij zeggen: “Jullie zijn niet goed wijs
Onze grond kan niemand betalen.”
Was er op het dorpje iemand overleden
                         Dan stond Sjang altijd klaar
                         Dan heeft hij altijd vóór-gebeden
                         En was de mensen altijd dankbaar.
En mocht het toch zover komen
Dat zij weg moeten van ’t Rooth
En zij moeten elders gaan wonen
Dan betekent dat hun dood.
M.D.

                                                                                                                                                                                                   Bronnen:
Dagblad De Limburger van 1 april 1976, 6 december 1979 en 26 november 1980.
Hub Lemmens: Het huisje van Sjang Heuts (Ut wiet klief, september 1988)
Met dank aan Jo Purnot en Lei Schreurs.

 

Gebruikers
5
Artikelen
1922
Artikelen bekeken hits
5372778

Today 9

Yesterday 42

Week 209

Month 1081

All 97446

Currently are 24 guests and no members online

Please publish modules in offcanvas position.

Free Joomla templates by L.THEME