Het Kadaster (14) Hoeve Klein Blankenberg (1) door Jo Purnot
Oorspronkelijk was het gebied dat bij Blankenberg hoorde 100 bunders groot (1 bunder = 0,87 hectare). Maar in de dertiende of veertiende eeuw, precies weten wij dat niet, werd hiervan 24 bunders afgesplitst. Dit afgesplitste deel werd Klein-Blankenberg genoemd.
Over de exacte grenzen tussen Groot- en Klein Blankenberg, blijven wij, ondanks dat daar documenten van zijn, nog in het ongewisse.
Groot Blankenberg Het kasteel van Blankenberg heeft een aantal eeuwen gediend als hoofdverblijf van de Heren van Cadier, die, de naam zegt het al, tevens Heer (eigenaar) waren van de heerlijkheid Cadier. U weet uit vorige artikelen: Cadier was een zelfstandig dorp, gelegen ten zuiden van de Dorpsstraat-Kerkstraat, dat bij het graafschap Daelhem hoorde. Volgens een beschrijving uit 1780 lagen bij het kasteel Blankenberg, in een laagvlakte, de grote kasteelboerderij omgeven door muren, een groentetuin en een groot park. Het kasteel en de belendende gebouwen werden in 1825 door M. Pichot du PIes sis afgebroken.
Hij bouwde in datzelfde jaar een nieuw kasteel. Ook de bijbehorende boerderij, tegenwoordig bewoond door de families Van Hoven (Gerry) en Schaepman, werd toen gebouwd. Zie Keerder Kroniek, jaargang 2, pag. 186 e.v.
De oude hoeve Klein Blankenberg (Sectie B ill. 578) Het gebied van Klein Blankenberg besloeg in eerste instantie 24 bunders. Rond 1600 bleef door een verdeling daar nog 18 bunders van over. De boerderij van waaruit Klein Blankenberg werd geëxploiteerd lag in Cadier op de plaats waar nu, de in de volksmond genoemde, boerderij Boumans staat (Kerkstraat 142). Afgaande op de Trachotkaart die dateert van 1806, dus vóór de aanleg van de Rijksweg, ging het hier om een flinke grote gesloten hoeve met tuin en een grote huiswei. Daarachter lag (tegenwoordig aan de overkant van de Rijksweg) de zogenaamde Brickeweide van bijna anderhalve bunder groot.
De naam brickeweide zou er op kunnen wijzen dat hier de briekke (bakstenen) voor de boerderij zijn gebakken. Als die conclusie juist is,
dan is er sprake geweest van een bakstenen hoeve, wellicht, zoals bij de Meusenhof, afgewisseld met mergellagen. Uit een boedelbeschrijving (1872) weten wij dat de boerderij bestond uit: twee keukens, een achterkeuken, een zijkamer, drie slaapkamers (waarvan waarschijnlijk één beneden), een salon, een meidenkamer, twee zolders, nog een kamer (waarschijnlijk eerste verdieping), een kelder, een bakhuis en voederstal, een paardenstal, een koestal, varkensstallen, e sjop (open opbergplaats met dak) en een schuur.
Boerderij Boumans
Op 27 mei 1882 brak 's nachts op de boerderij brand uit. De bronnen hierover spreken zich iets tegen. Volgens de krant van die tijd, de Limburger Courier, werden het huis, de stallingen en schuren in korte tijd in de as gelegd. Verder kwamen vier paarden, twee veulens, negen koeien en zes kalveren bij de brand om. Andere documenten geven niet duidelijk aan in hoeverre de boerderij in haar geheel was afgebrand. In ieder geval dekte de verzekering de schade en werden de uitgekeerde 7434 gulden aan de opbouw van de nieuwe, huidige
boerderij besteed. Trouwens in diezelfde week brandde nog een boerderij af in ons dorp. Het gebruik van open vuur in de huizen, de bakoven, de bouwmaterialen (veel hout) en het schaarse bluswater maakten dat regelmatig woningen afbrandden. Het brandgevaar lag voortdurend op de loer. Waarschijnlijk kookte men in deze boerderij ook nog op open vuur, dus in een grote ketel die boven een vuurbak hing. Want in een boedelbeschrijving komen wij in de twee keukens en de achterkeuken geen kachels tegen, alleen een kolenbak en twee ijzeren ketels. Wel stond in de salon een cuisinière en in de (beneden)slaapkamer en in de kamer een kachel.
De huidige hoeve Klein Blankenberg De tegenwoordige hoeve, die dus dateert van 1882, is van baksteen.
Ook hier is sprake van een typische wit gekalkte carré boerderij, zoals wij die in het Zuidlimburgse land veel tegenkomen. De mestvaalt had daarin een centrale plaats. Mest was "goud" voor de boer, zeker in de tijd dat er nog geen kunstmest was. Zonder mest geen goede oogst. De graanschuur was een van de belangrijkste gebouwen van de boerderij. De schuur bestond uit d'r din (dorsvloer) en d'r wösj (bergplaats voor ongedorste garven). 's Winters werd het graan met de vlegel gedorst en met de wan van kaf en sjpiek (onkruidzaden) gescheiden. De vruchten werden, tot het moment dat ze naar de molenaar werden gebracht, op de bovenste zolder bewaard.
Volgens de monumentenbeschrijving die een aantal jaren geleden is opgemaakt hebben de kruis- en rechthoekvensters een hardstenen omlijsting. Verder zijn er tweelichtvensters met houten kozijnen uit circa 1700. Deze laatste zouden dus de brand moeten hebben overleefd...? De tuingevel, vanaf de straatzijde nauwelijks zichtbaar, dateert uit het tweede gedeelte van de achttiende eeuw. Deze was oorspronkelijk zonder verdieping, met beurtelings segmentboogvensters en segmentboogingangen in hardsteen. Boven het middenvenster bevindt zich een gebogen versiering van mergel met een borstbeeld.
De witgekalkte bakstenen tuinmuur is voorzien van steunberen.
In het woongedeelte is een inwendige schouw, waarvan de kap rust op Ionische halfzuiltjes en kraagstenen met de vermelding ANNO 1617.
Ook in de tuinvleugel zijn drie schoorsteenmantels die tweede helft achttiende eeuw zijn gedateerd. Deze hebben blauwe resp. paarse
tegels en gietijzeren haardomlijstingen, in zowel Lodewijk XIV- als XV-stijl. De stucboezems zijn in Lodewijk XV-stijl. Twee van de boezems bestaan uit schilderingen, te weten een rococo vaas met bloemen en een landschap. In het stucwerk boven de vaas is een ovaal wapenschild, beladen met een springende vos met gewende kop.
Aldus de monumentenbeschrijving.
Binnenplaats boerderij Boumans
De eigenaren van Klein Blankenberg Klein Blankenberg heeft vanaf 1381, toen het domein in bezit was van Amold van Elen, vele eigenaren gehad. Van een groot deel zijn de namen bekend.
In dit artikel nemen wij de draad op in 1732. In dat jaar is het goed in handen van de Maastrichtse familie Lenssens. In 1753 kwam het door vererving in handen van de kanunnik Jean Pierre de Paix. Hij had zijn domicilie in Aken. Na zijn dood bleef de boerderij met landerijen in de familie De Paix. In 1804 kocht Robert Eugène Massin uit Maastricht Klein Blankenberg. Na zijn overlijden kreeg de grafelijke
familie de Liedekerke het goed in eigendom. Bij de opmaking van het kadaster in 1842 was gravin De Liedekerke Marie Emilie Gabriëlle de Beaufort, echtgenote van baron Edmon de Rosen eigenaresse. Zij woonde in Hannut (provincie Luik).
(wordt vervolgd)

Hoeve Klein Blankenberg (1)
door Jo Purnot

Oorspronkelijk was het gebied dat bij Blankenberg hoorde 100 bunders groot (1 bunder = 0,87 hectare). Maar in de dertiende of veertiende eeuw, precies weten wij dat niet, werd hiervan 24 bunders afgesplitst. Dit afgesplitste deel werd Klein-Blankenberg genoemd.Over de exacte grenzen tussen Groot- en Klein Blankenberg, blijven wij, ondanks dat daar documenten van zijn, nog in het ongewisse.

 Groot Blankenberg
Het kasteel van Blankenberg heeft een aantal eeuwen gediend als hoofdverblijf van de Heren van Cadier, die, de naam zegt het al, tevens Heer (eigenaar) waren van de heerlijkheid Cadier. U weet uit vorige artikelen: Cadier was een zelfstandig dorp, gelegen ten zuiden van de Dorpsstraat-Kerkstraat, dat bij het graafschap Daelhem hoorde. Volgens een beschrijving uit 1780 lagen bij het kasteel Blankenberg, in een laagvlakte, de grote kasteelboerderij omgeven door muren, een groentetuin en een groot park. Het kasteel en de belendende gebouwen werden in 1825 door M. Pichot du PIessis afgebroken. Hij bouwde in datzelfde jaar een nieuw kasteel. Ook de bijbehorende boerderij, tegenwoordig bewoond door de families Van Hoven (Gerry) en Schaepman, werd toen gebouwd. Zie Keerder Kroniek, jaargang 2, pag. 186 e.v.

 

De oude hoeve Klein Blankenberg (Sectie B nr. 578) 
Het gebied van Klein Blankenberg besloeg in eerste instantie 24 bunders. Rond 1600 bleef door een verdeling daar nog 18 bunders van over. De boerderij van waaruit Klein Blankenberg werd geëxploiteerd lag in Cadier op de plaats waar nu, de in de volksmond genoemde, boerderij Boumans staat (Kerkstraat 142). Afgaande op de Trachotkaart die dateert van 1806, dus vóór de aanleg van de Rijksweg, ging het hier om een flinke grote gesloten hoeve met tuin en een grote huiswei. Daarachter lag (tegenwoordig aan de overkant van de Rijksweg) de zogenaamde Brickeweide van bijna anderhalve bunder groot.

De naam brickeweide zou er op kunnen wijzen dat hier de briekke (bakstenen) voor de boerderij zijn gebakken. Als die conclusie juist is, 
dan is er sprake geweest van een bakstenen hoeve, wellicht, zoals bij de Meusenhof, afgewisseld met mergellagen. Uit een boedelbeschrijving (1872) weten wij dat de boerderij bestond uit: twee keukens, een achterkeuken, een zijkamer, drie slaapkamers (waarvan waarschijnlijk één beneden), een salon, een meidenkamer, twee zolders, nog een kamer (waarschijnlijk eerste verdieping), een kelder, een bakhuis en voederstal, een paardenstal, een koestal, varkensstallen, e sjop (open opbergplaats met dak) en een schuur.

jrg6blz185

Boerderij Boumans

 Op 27 mei 1882 brak 's nachts op de boerderij brand uit. De bronnen hierover spreken zich iets tegen. Volgens de krant van die tijd, de Limburger Courier, werden het huis, de stallingen en schuren in korte tijd in de as gelegd. Verder kwamen vier paarden, twee veulens, negen koeien en zes kalveren bij de brand om. Andere documenten geven niet duidelijk aan in hoeverre de boerderij in haar geheel was afgebrand. In ieder geval dekte de verzekering de schade en werden de uitgekeerde 7434 gulden aan de opbouw van de nieuwe, huidige 
boerderij besteed. Trouwens in diezelfde week brandde nog een boerderij af in ons dorp. Het gebruik van open vuur in de huizen, de bakoven, de bouwmaterialen (veel hout) en het schaarse bluswater maakten dat regelmatig woningen afbrandden. Het brandgevaar lag voortdurend op de loer. Waarschijnlijk kookte men in deze boerderij ook nog op open vuur, dus in een grote ketel die boven een vuurbak hing. Want in een boedelbeschrijving komen wij in de twee keukens en de achterkeuken geen kachels tegen, alleen een kolenbak en twee ijzeren ketels. Wel stond in de salon een cuisinière en in de (beneden)slaapkamer en in de kamer een kachel.

De huidige hoeve Klein Blankenberg
De tegenwoordige hoeve, die dus dateert van 1882, is van baksteen. Ook hier is sprake van een typische wit gekalkte carré boerderij, zoals wij die in het Zuidlimburgse land veel tegenkomen. De mestvaalt had daarin een centrale plaats. Mest was "goud" voor de boer, zeker in de tijd dat er nog geen kunstmest was. Zonder mest geen goede oogst. De graanschuur was een van de belangrijkste gebouwen van de boerderij. De schuur bestond uit d'r din (dorsvloer) en d'r wösj (bergplaats voor ongedorste garven). 's Winters werd het graan met de vlegel gedorst en met de wan van kaf en sjpiek (onkruidzaden) gescheiden. De vruchten werden, tot het moment dat ze naar de molenaar werden gebracht, op de bovenste zolder bewaard.

Volgens de monumentenbeschrijving die een aantal jaren geleden is opgemaakt hebben de kruis- en rechthoekvensters een hardstenen omlijsting. Verder zijn er tweelichtvensters met houten kozijnen uit circa 1700. Deze laatste zouden dus de brand moeten hebben overleefd...? De tuingevel, vanaf de straatzijde nauwelijks zichtbaar, dateert uit het tweede gedeelte van de achttiende eeuw. Deze was oorspronkelijk zonder verdieping, met beurtelings segmentboogvensters en segmentboogingangen in hardsteen. Boven het middenvenster bevindt zich een gebogen versiering van mergel met een borstbeeld.De witgekalkte bakstenen tuinmuur is voorzien van steunberen.
In het woongedeelte is een inwendige schouw, waarvan de kap rust op Ionische halfzuiltjes en kraagstenen met de vermelding ANNO 1617. Ook in de tuinvleugel zijn drie schoorsteenmantels die tweede helft achttiende eeuw zijn gedateerd. Deze hebben blauwe resp. paarse 
tegels en gietijzeren haardomlijstingen, in zowel Lodewijk XIV- als XV-stijl. De stucboezems zijn in Lodewijk XV-stijl. Twee van de boezems bestaan uit schilderingen, te weten een rococo vaas met bloemen en een landschap. In het stucwerk boven de vaas is een ovaal wapenschild, beladen met een springende vos met gewende kop.Aldus de monumentenbeschrijving.

jrg6blz187

Binnenplaats boerderij Boumans

De eigenaren van Klein Blankenberg
Klein Blankenberg heeft vanaf 1381, toen het domein in bezit was van Amold van Elen, vele eigenaren gehad. Van een groot deel zijn de namen bekend. In dit artikel nemen wij de draad op in 1732. In dat jaar is het goed in handen van de Maastrichtse familie Lenssens. In 1753 kwam het door vererving in handen van de kanunnik Jean Pierre de Paix. Hij had zijn domicilie in Aken. Na zijn dood bleef de boerderij met landerijen in de familie De Paix. In 1804 kocht Robert Eugène Massin uit Maastricht Klein Blankenberg. Na zijn overlijden kreeg de grafelijke 
familie de Liedekerke het goed in eigendom. Bij de opmaking van het kadaster in 1842 was gravin De Liedekerke Marie Emilie Gabriëlle de Beaufort, echtgenote van baron Edmon de Rosen eigenaresse. Zij woonde in Hannut (provincie Luik).
(wordt vervolgd)

Gebruikers
5
Artikelen
2065
Artikelen bekeken hits
8090040

Today 21

Yesterday 34

Week 55

Month 355

All 145665

Currently are 31 guests and no members online

Please publish modules in offcanvas position.

Free Joomla templates by L.THEME