Keerder dialect

Een vogelnaam verdwijnt
De mêrkef (vlaamse gaai)
door Jo Purnot

In ons dialect komen wij woorden tegen die helemaal niet lijken op hun Nederlandse versie. Het zijn vaak déze woorden die een groot risico lopen te verdwijnen. Jammer, want hierdoor gaat weer een stukje volkscultuur verloren.
In dit artikel besteden we aandacht aan het woord “de mêrkef”, de dialectversie van de Vlaamse gaai.

De mêrkef
Ongetwijfeld is voor velen de mêrkef de mooiste van de kraaienfamilie. Dit komt vooral door de ietwat onnatuurlijk blauwe kleur op de vleugels.
De laatste jaren zien we de mêrkef, die in de bossen rond ons dorp zijn leefgebied heeft, óók steeds meer in de bebouwde kom. Vooral op de Groenerein, ’t Meeldert en omgeving, maar ook in andere straten, is deze vogel dagelijks te zien. Een voorwaarde is wel dat er enkele hoge bomen in de buurt staan, het is immers van oorsprong een bosvogel.

2007blz85

Tekening Jean Keulen

 

Dorpelingen die nootjes, zoals ongebrande pinda’s, buiten leggen, hebben de mêrkef vaak te gast. Uit eigen ervaring weten wij dat als de mêrkefe de nootjes eenmaal hebben ontdekt, zij met tweeën of drieën af en aan blijven vliegen, totdat alles op is. Ook heeft de mêrkef, althans in onze tuin in de Julianastraat, zich in de afgelopen jaren ontwikkeld van een schuwe vogel tot een vogel die alleen nog wegvliegt wanneer iemand in zijn buurt beweegt. Wel protesteren de overige tuinvogels heftig tegen zijn aanwezigheid, wanneer ze in de nabijheid hun nest hebben. Zij vertrouwen de mêrkef niet, omdat hij evenals zijn ‘neef’ de aekster (ekster) als nestrover bekend staat.

De naamgeving
De naam mêrkef en varianten daarop, komen in Zuid-Nederland en in Vlaanderen veel voor. Vogels hebben hun naam vaak te danken aan bepaalde eigenschappen of het geluid dat ze produceren. Dit geldt ook voor de mêrkef; hij staat bekend als een schreeuwerige vogel die een enorme herrie kan maken, maar daarbij ook nog eens andere vogels kan imiteren. Iedereen die geregeld in het bos komt en zijn oren de kost geeft, kan daarover meepraten. Zeker in het voorjaar als tijdens de baltsperiode de mannetjes achter de vrouwtjes aanjagen.
De meest gangbare theorie is dat de naam mêrkef is afgeleid van een Oud-Germaanse benaming die ontleend is aan de figuur Markolf in Middeleeuwse verhalen, een soort nar en praatjesmaker.

De mêrkef heeft van vogelliefhebbers nog twee bijnamen gekregen: de ‘boswachter’ en de ‘bosbouwer’. De eerste bijnaam dankt hij aan het feit dat hij bij onraad andere vogels door zijn geschreeuw waarschuwt. De tweede bijnaam komt omdat hij overal in het bos eikennootjes in de grond stopt en ze daarna niet altijd ophaalt. Daardoor zorgt hij ervoor dat nieuwe eikenboompjes kunnen ontkiemen.

Ten slotte
Opvallend is dat de huidige generatie Keerder vogelliefhebbers het woord mêrkef nauwelijks meer gebruikt. Kennen zij de dialectnaam niet meer of gebruiken zij net zo lief de Nederlandse versie? Hoe het ook zij, door in het verenigingsblad van onze Natuurvereniging, ’t Wiet Klieëf, naast de Nederlandse naam Vlaamse Gaai ook steeds de Keerder variant mêrkef te noemen, proberen we de naam voor de Keerdenaren te bewaren. Wij hopen daarmee te bereiken dat onze Keerder natuurliefhebbers niet alleen belangstelling hebben voor onze inheemse planten en dieren, maar ook de daarbij behorende dialectwoorden, die hier al honderden jaren gebruikt worden, in ere zullen houden.

Gebruikers
5
Artikelen
2065
Artikelen bekeken hits
8097740

Today 22

Yesterday 50

Week 189

Month 489

All 145799

Currently are 28 guests and no members online

Please publish modules in offcanvas position.

Free Joomla templates by L.THEME