Jaargang bladzijde 134
Bouwgeschiedenis en bewoners ‘Boerderij Vliegen’
Het monumentale pand Kerkstraat 139
door Lei Haesen
Het zonder hiaten in kaart brengen van de bouwgeschiedenis van een woning waarvan de vroegste delen eeuwenoud zijn, lijkt een bijna onmogelijke opgave. Dat geldt eveneens voor het opsporen van alle eigenaars en bewoners. Een bevolkingsregister zou hier eerst rond 1850 aangelegd worden, een kadaster bestond voor 1840 nog niet en van bouwvergunning had nog niemand gehoord. En dan hebben wij het nog niet over de in de loop der eeuwen uitgevoerde restauratie werkzaamheden, gedeeltelijke sloop, wederopbouw en uitbreidingen van de woning, schuur, stallen en andere bouwsels. Wij menen niettemin over voldoende gegevens te beschikken om een globale schets te kunnen geven van de bouwgeschiedenis  en de bewoners van dit monumentale pand, gelegen tegenover de kerk en bij oudere Keerdenaren bekend onder de naam ‘boerderij Vliegen’.
Foto
‘Boerderij Vliegen”
Het moet ongeveer 350 jaar geleden zijn dat het oudste deel (het woongedeelte) van het huidig pand Kerkstraat 139 gebouwd is. Het was zeer waarschijnlijk de niet bepaald onbemiddelde Maastrichtse koopman Arnold (Aert) van Geleen, in 1625 in de St. Catharinakerk te Maastricht gehuwd met Catharina Janssen, die de rechtervleugel liet bouwen. Zeker is dat hij hier in 1657 woonde, vermoedelijk eerder. Toen hij in 1669 overleed, schreef pastoor Rutten van Heer dat hij de eerste Keerdenaar was die sinds vele jaren op het koor in de kerk begraven werd. Zijn vrouw zou in 1687 in zijn graf bijgezet worden. Zij was hertrouwd met Jan Kicken, de vader van pastoor Wynand Kicken. Overigens, met enige zekerheid kan aangenomen worden dat de familie Van Geleen afstamt van de adellijke familie Huijn van Geleen, zij het door natuurlijke afstamming (bastaard).
Voor een beter begrip geven wij eerst een genealogisch fragment van de nakomelingen van Arnold van Geleen en Catharina Janssen, alleen van hen die een rol gespeeld hebben in de geschiedenis van de woning.
Arnold van Geleen
tr. Catharina Janssen
↓                                        ↓                                 ↓                                        ↓
Lemmen                              Maria                          Theodorus                    Christianus
tr.                                         tr.                                tr.                                  tr.
Joanna Haesen                   Leon. Duysens           N.N.                              Christ. V. Hinnevelt
↓                                                                           ↓
Gelis van Geleen                                                    Jan van Geleen
tr. Clara Ramaekers                                                (kanunnik te Brugge)
en
Adam van Geleen
(kanunnik te Susteren)
Reeds voor het overlijden van Aert van Geleen in 1669 woonde er ook zijn zoon Lambertus (Lemmen), gehuwd met Joanna Haesen. Het woongedeelte was geschikt of geschikt gemaakt voor huisvesting van twee gezinnen. Zijn deel had een grootte van vijf groot roeden en het deel van zijn vader (met de andere woning) was tien groot roeden.
Op een tot voor enkele decennia terug nog aanwezig glas-in-lood raam, gebrandschilderd met een alliantiewapen, was te lezen: ‘Den eersaemen Leonardus Duysens – Borgher ende bouwer der stadt Maestricht – ende Maria van Geleen sijne huysvrouwe – Op sijn Minder doet gheen Hinder’. Verder het jaartal 1681. Maria van Geleen was een zus van Lemmen. Hebben zij er na het overlijden van hun (schoon)vader ook nog enige tijd gewoond?
Foto
Het woongedeelte vanaf de binnenplaats gezien.
Het metselwerk van het rechter woongedeelte is, evenals de bakstenen gevel aan de straatzijde, rond 1995 vernieuwd.
In 1969 leende Lemmen van Geleen van zijn jongste broer, dokter Christiaan van Geleen, 1200 gulden. Christiaan van Geleen was de beroemdste telg van dit geslacht. Hij studeerde medicijnen te Leuven en praktiseerde met succes in zijn geboortestad Maastricht. Hij werd zo beroemd dat hij benoemd werd tot geneesheer van Karel II, koning van Spanje. Hij vestigde zich in Toledo. Zijn huwelijk met Christina Hinnevelt uit Munster bleef kinderloos. Zijn vermogen aan huizen, landerijen en kapitalen werd alleen al voor Maastricht en omgeving geschat op 47.000 gulden, een voor die tijd gigantisch vermogen. De dankbare erfgenamen zijn de kinderen van zijn inmiddels overleden broers en zussen.
Tot het fortuin behoorde ook de van zijn vader afkomstige eerder genoemde tweede woning met moestuin en stallingen van tien groot roeden naast zijn broer Lemmen van Geleen. De erfgenamen hadden in 1698 deze woning, samen met ruim acht bunder land in Keer en Cadier, aan hem verkocht. De kanunniken Adam en Jan van Geleen komen na de scheiding en deling in bezit van dit woongedeelte, maar verkopen in 1711 het erfdeel aan Gilis van Geleen, gehuwd met Clara Ramaekers. Leden van het geslacht van Geleen zouden meer dan honderd jaar het complex bewonen.
Inwendig resteren van de schouw nog de twee bijzondere mooi gedetailleerde schoorsteenzuilen uit de tweede helft van de zeventiende eeuw. Deze uit zandsteen vervaardigde figuren, een mannelijke en vrouwelijke, werden door vroegere bewoners Adam en Eva genoemd. In de kamer ernaast staat nog een schouw van rond 1770, waarvan de boezem van stucwerk is en de schoorsteenmantel bekleed met tegels uit rond 1800.
Foto
“Adam en Eva’
De trap in de hal dateert uit het midden van de achttiende eeuw en is een herbruikt exemplaar. De vormgeving van de leuning met de geprofileerde balusters (spijlen) is van hoge kwaliteit. De trappaal is gesneden in de vorm van een voluutslinger (spiraalvorm). Een tweede trap in het achterste gedeelte is laat achttiende eeuws. Het pand telt verder een aantal eiken paneeldeuren van rond 1800.
Het woongedeelte is onderkelderd door twee tongewelven. Het oudste dateert uit de achttiende eeuw. Het opgaand muurwerk bestaat uit mergel en het gewelf uit baksteen. Vanuit de zijwand aan de straatkant vertrekt een in de leem uitgegraven gang. Is hier sprake van een oude vluchtgang?
Foto
Oorspronkelijk een vluchtgang?
Boven en rechts van de poort op de binnenplaats zijn enkele letters en jaartallen ‘ingekrast’: JV 1724 en 1723. Mogelijk wordt hier Joannes Vrancken mee bedoeld. In 1726 kocht namelijk pastoor Christiaan van Eijck van Joannes Vrancken en echtgenote Maria van Geleen voor 800 gulden de oorspronkelijke woning van Lemmen van Geleen, samen met koolhof en weide van totaal vijf groot roeden, grenzend aan Hendrik Jehae en Joannes van Geleen en de andere erfgenamen. Van de koopsom werd een bedrag afgetrokken voor reeds verrichte herstelwerkzaamheden door de pastoor aan het huis. Waarschijnlijk had van Eijck er na zijn benoeming in 1747 tot parochieherder van Cadier al zijn intrek genomen.
Van Eijck zou de volgende jaren het complex verder uitbouwen. De jaartallen 1760 en 1764 op de hardstenen sluitstenen van de twee boogpoorten (ingang Kerkstraat en ingang Limburgerstraat) herinneren nog aan deze bouwactiviteiten. Om de kosten te kunnen betalen leende hij van het klooster Sint Anna Dal (Calvarieberg) enkele malen geld, in totaal voor een bedrag van 2600 gulden.
Tekening/plattegrond
Plattegrond van het complex rond 1972. De rechtervleugel dateert uit het midden van de zeventiende eeuw. Het in zwart ingekleurde middengedeelte werd door pastoor Van Eijck gerealiseerd en de linkervleugel werd deels gebouwd in de negentiende en deels in de twintigste eeuw.
Na het overlijden van Christiaan van Eijck op 7 april 1774 werd zijn neef Christiaan Strea tot pastoor van Cadier benoemd. Hij was een zoon uit het eerste huwelijk van Joanna van Eijck, een zus van Christiaan van Eijck, getrouwd met Hubertus Strea. De erfgenamen van de overleden pastoor Van Eijck lieten notarieel vastleggen dat pastoor Christiaan Strea gedurende zijn leven in de woning mocht blijven wonen. In plaats van huur te betalen moest hij wel de jaarlijkse rente van de hypotheekschuld (2600 gulden) aan het klooster Sint Anna Dal voldoen. Niettemin werd twee jaar later de woning verkocht aan L.G. Machuré, een Maastrichtse belegger, voor 2600 gulden. Christiaan Strea zou een nieuwe pastorie bouwen in de Limburgerstraat (nu nr. 99).
Leonard Spits (1734-1798), gehuwd met Maria Elisabeth Lemmens (1730-1813), kocht in 1786 het huis met stal, remise, hof en weide van de erfgenamen L.G. Machuré voor 4020 gulden. Zoon Mathieu Spits, kapelaan en later pastoor van Cadier, nam er na de priesterstudie ook zijn intrek. In 1826 verhuisde hij naar de overkant van de straat, waar een nieuwe pastorie gebouwd was (zie jaargang 3, pag. 42-48). Het goed bleef enkele decennia daarna onverdeeld in eigendom van kinderen van Leonard Spits, waarna het in bezit kwam van dochter Maria Anna Spits en haar echtgenoot Jan Hendrik Pluijmaekers, woonachtig in Mechelen. De woning ging nu onderdak bieden aan verschillende huurders. Zo bood het huisvesting aan kapelaan Jean Guillaume Lumens en zijn zus. Na zijn priesterwijding in 1845 was kapelaan Lumes bijna twintig jaar werkzaam in onze parochie. Ook zijn opvolger Ludovicus Aegidius Boosten, hier kapelaan tussen 1866 en 1869, vond er na zijn wijding in 1866 onderdak, samen met zijn Keerse dienstmaagd Maria Anna Schreurs. Zij was een dochter van burgemeester Jan Schreurs en Maria Anna Vliekx. Mogelijk de reden dat ook haar ouders op hun oude dag er gingen wonen om, indien nodig, van ‘oppassing’ verzekerd te zijn. Ook Maria Elisabeth Schreurs, de oudste dochter van Jan Schreurs, woonde er enige tijd met haar man Jan Pieter Sluijsmans.
Bij de deling van de nalatenschap van het echtpaar Pluijmaekers-Spits in 1860 werd hun zoon Hubert Mathieu Pluijmaekers de nieuwe eigenaar. Hij verkocht in 1875 de woning met boomgaard en twee tuinen voor totaal 4700 gulden aan Maria Agnes van Aubel (1814-1900), geboren in Moulingen uit het huwelijk van Simon van Aubel en Maria Catharina Flamand. De ongehuwde Maria Agnes betrok de woning met haar eveneens ongetrouwde broers Jan Jacob en Hendrik. In geval zij vóór haar beide broers zou komen te overlijden, liet zij in 1876 testamentair vastleggen dat deze tijdens hun leven het vruchtgebruik van haar onroerende goederen zouden krijgen. Haar neef Egidius Vliegen, zoon van haar zus Maria van Aubel en Jacobus Vliegen, kreeg het genot van de roerende goederen, Egidius Vliegen (1843-1922), gehuwd met Catharina Brouwers, ging er ook wonen. In die tijd werd het achterste woongedeelte vergroot.
Foto
De schuur met links een deel van de stalvleugel. De schuur liep aanvankelijk door tot achter de stalvleugel. De rondboogpoort wordt geflankeerd door twee deurtjes die naar ruimtes naast de din voeren. Naast het linker deurtje staat nog de oude pomp.
Maria Agnes van Aubel overleefde haar beide broers en kort voor haar overlijden werd door notaris Winterhoven te Gronsveld in 1900 de akte gepasseerd, waarbij zij het complex overdroeg aan haar neef. Deze betaalde daarvoor 4700 gulden, hetzelfde bedrag dat 25 jaar eerder door de verkoopster aan Hubert Mathieu Pluijmaekers was overhandigd. Egidius Vliegen begon gelijk met de restauratie van het stalgedeelte.
Foto
Het stalgedeelte
Een zoon van Egidius Vliegen, namelijk Johannes Jacobus Hubertus Vliegen (1873-1918), bleef na zijn huwelijk bij zijn vader, inmiddels weduwnaar, wonen. Hij was in 1907 getrouwd met Maria Agnes Spronck, dochter van Gerardus Hubertus Spronck en Maria Helena Lardinois. Na het overlijden van haar man en schoonvader werd Maria Agnes Spronck in 1922 de hoofdbewoonster. In 1930 kreeg zij vergunning voor een graanmalerij met “zakhijsinrichting”. In de ruimte links naast de poort aan de Kerkstraat is nog een deel van een aandrijfas van de hijsinrichting aanwezig. Maria Agnes Spronck overleed in 1953. Zoon Guillaume Vliegen (1912-1977), in 1941 gehuwd met Sophie Janssen, was de laatste telg van het geslacht Vliegen die het complex exploiteerde. Na zijn overlijden kwam het pand achtereenvolgens in handen van verschillende eigenaars, o.a. van Jacques Verstegen getrouwd met Victoire Gilissen.
Tenslotte
Momenteel (2002) vindt er een ingrijpende renovatie van het complex plaats, waarbij het authentieke karakter van het pand bewaard of weer hersteld wordt.
Foto
Het poortje aan de achterzijde met een fraai achttiende eeuwse klopper
Bronnen en literatuur:
Gemeentearchief Maastricht:
- Notarieel Archief, not. F.B. Demelinne, akten d.d. 31.07.1710.
- Notarieel Archief, not. W. Nijst, akte d.d. 22.10.1860, nr.383.
- Notarieel Archief, not. F.J.A 26.01.1875, nr. 8224
Rijksarchief Limburg:
- L.v.O.: Schepenbank Heer, inv.nrs.5982-5984, 5991 en 5992.
- Notarieel Archief, not. F.G.H. Brouwers, akten d.d. 05.10.1876, nrs 272-274.
- Notarieel Archief, not. F.C.H. Wintershoven, akte d.d. 23.04.1900, nr. 104.
Gemeentearchief Margraten: Archief voormalige gemeente Cadier en Keer, inv.nrs. 634-639, 718, 1652-1674.
Jacq. Geelen: Dr. Christiaan van Geleen (De Maasgouw, januari 1907)
W. Mares en J.J.  F.W. van Agt: De Nederlandse Monumenten van Geschiedenis en Kunst, deel V: Zuid-Limburg (Arnhem 1972)
Monumentenhuis Limburg: Kerkstraat 139 c.a. in Cadier en Keer – Bouwhistorisch briefverslag (Roermond 2000)
Met dank aan de huidige eigenaar (2002) Vicon-Beheer B.V. De hier opgenomen foto’s zijn eigendom van Vicon-Beheer B.V. en bereidwillig afgestaan voor publicatie in de Keerder Kroniek.
Bouwgeschiedenis en bewoners "Boerderij Vliegen"
door Lei Haesen

Het zonder hiaten in kaart brengen van de bouwgeschiedenis van een woning waarvan de vroegste delen eeuwenoud zijn, lijkt een bijna onmogelijke opgave. Dat geldt eveneens voor het opsporen van alle eigenaars en bewoners. Een bevolkingsregister zou hier eerst rond 1850 aangelegd worden, een kadaster bestond voor 1840 nog niet en van bouwvergunning had nog niemand gehoord. En dan hebben wij het nog niet over de in de loop der eeuwen uitgevoerde restauratie werkzaamheden, gedeeltelijke sloop, wederopbouw en uitbreidingen van de woning, schuur, stallen en andere bouwsels. Wij menen niettemin over voldoende gegevens te beschikken om een globale schets te kunnen geven van de bouwgeschiedenis  en de bewoners van dit monumentale pand, gelegen tegenover de kerk en bij oudere Keerdenaren bekend onder de naam ‘boerderij Vliegen’. 
jrg5blz134
"Boerderij Vliegen"

 


 

 Het moet ongeveer 350 jaar geleden zijn dat het oudste deel (het woongedeelte) van het huidig pand Kerkstraat 139 gebouwd is. Het was zeer waarschijnlijk de niet bepaald onbemiddelde Maastrichtse koopman Arnold (Aert) van Geleen, in 1625 in de St. Catharinakerk te Maastricht gehuwd met Catharina Janssen, die de rechtervleugel liet bouwen. Zeker is dat hij hier in 1657 woonde, vermoedelijk eerder. Toen hij in 1669 overleed, schreef pastoor Rutten van Heer dat hij de eerste Keerdenaar was die sinds vele jaren op het koor in de kerk begraven werd. Zijn vrouw zou in 1687 in zijn graf bijgezet worden. Zij was hertrouwd met Jan Kicken, de vader van pastoor Wynand Kicken. Overigens, met enige zekerheid kan aangenomen worden dat de familie Van Geleen afstamt van de adellijke familie Huijn van Geleen, zij het door natuurlijke afstamming (bastaard). Voor een beter begrip geven wij eerst een genealogisch fragment van de nakomelingen van Arnold van Geleen en Catharina Janssen, alleen van hen die een rol gespeeld hebben in de geschiedenis van de woning.  


Arnold van Geleen 
tr. Catharina Janssen
Lemmen  Maria  Theodorus Christianus 
tr. Joanna Haesen tr. Leon. Duysens tr. N.N. tr.Christ v. Hinnevelt
Gelis van Geleen Jan van Geleen (kanunnik te Brugge)
tr. Clara Ramaekers en
Adam van Geleen (kanunnik te Susteren)

Reeds voor het overlijden van Aert van Geleen in 1669 woonde er ook zijn zoon Lambertus (Lemmen), gehuwd met Joanna Haesen. Het woongedeelte was geschikt of geschikt gemaakt voor huisvesting van twee gezinnen. Zijn deel had een grootte van vijf groot roeden en het deel van zijn vader (met de andere woning) was tien groot roeden. Op een tot voor enkele decennia terug nog aanwezig glas-in-lood raam, gebrandschilderd met een alliantiewapen, was te lezen: ‘Den eersaemen Leonardus Duysens – Borgher ende bouwer der stadt Maestricht – ende Maria van Geleen sijne huysvrouwe – Op sijn Minder doet gheen Hinder’. Verder het jaartal 1681. Maria van Geleen was een zus van Lemmen. Hebben zij er na het overlijden van hun (schoon)vader ook nog enige tijd gewoond?
jrg5blz136

Het woongedeelte vanaf de binnenplaats gezien.
Het metselwerk van het rechter woongedeelte is, evenals de bakstenen gevel aan de straatzijde, rond 1995 vernieuwd.

In 1969 leende Lemmen van Geleen van zijn jongste broer, dokter Christiaan van Geleen, 1200 gulden. Christiaan van Geleen was de beroemdste telg van dit geslacht. Hij studeerde medicijnen te Leuven en praktiseerde met succes in zijn geboortestad Maastricht. Hij werd zo beroemd dat hij benoemd werd tot geneesheer van Karel II, koning van Spanje. Hij vestigde zich in Toledo. Zijn huwelijk met Christina Hinnevelt uit Munster bleef kinderloos. Zijn vermogen aan huizen, landerijen en kapitalen werd alleen al voor Maastricht en omgeving geschat op 47.000 gulden, een voor die tijd gigantisch vermogen. De dankbare erfgenamen zijn de kinderen van zijn inmiddels overleden broers en zussen. Tot het fortuin behoorde ook de van zijn vader afkomstige eerder genoemde tweede woning met moestuin en stallingen van tien groot roeden naast zijn broer Lemmen van Geleen. De erfgenamen hadden in 1698 deze woning, samen met ruim acht bunder land in Keer en Cadier, aan hem verkocht. De kanunniken Adam en Jan van Geleen komen na de scheiding en deling in bezit van dit woongedeelte, maar verkopen in 1711 het erfdeel aan Gilis van Geleen, gehuwd met Clara Ramaekers. Leden van het geslacht van Geleen zouden meer dan honderd jaar het complex bewonen. 

Inwendig resteren van de schouw nog de twee bijzondere mooi gedetailleerde schoorsteenzuilen uit de tweede helft van de zeventiende eeuw. Deze uit zandsteen vervaardigde figuren, een mannelijke en vrouwelijke, werden door vroegere bewoners Adam en Eva genoemd. In de kamer ernaast staat nog een schouw van rond 1770, waarvan de boezem van stucwerk is en de schoorsteenmantel bekleed met tegels uit rond 1800.
jrg5blz137
“Adam en Eva"

De trap in de hal dateert uit het midden van de achttiende eeuw en is een herbruikt exemplaar. De vormgeving van de leuning met de geprofileerde balusters (spijlen) is van hoge kwaliteit. De trappaal is gesneden in de vorm van een voluutslinger (spiraalvorm). Een tweede trap in het achterste gedeelte is laat achttiende eeuws. Het pand telt verder een aantal eiken paneeldeuren van rond 1800. Het woongedeelte is onderkelderd door twee tongewelven. Het oudste dateert uit de achttiende eeuw. Het opgaand muurwerk bestaat uit mergel en het gewelf uit baksteen. Vanuit de zijwand aan de straatkant vertrekt een in de leem uitgegraven gang. Is hier sprake van een oude vluchtgang?
jrg5blz138
Oorspronkelijk een vluchtgang?

Boven en rechts van de poort op de binnenplaats zijn enkele letters en jaartallen ‘ingekrast’: JV 1724 en 1723. Mogelijk wordt hier Joannes Vrancken mee bedoeld. In 1726 kocht namelijk pastoor Christiaan van Eijck van Joannes Vrancken en echtgenote Maria van Geleen voor 800 gulden de oorspronkelijke woning van Lemmen van Geleen, samen met koolhof en weide van totaal vijf groot roeden, grenzend aan Hendrik Jehae en Joannes van Geleen en de andere erfgenamen. Van de koopsom werd een bedrag afgetrokken voor reeds verrichte herstelwerkzaamheden door de pastoor aan het huis. Waarschijnlijk had van Eijck er na zijn benoeming in 1747 tot parochieherder van Cadier al zijn intrek genomen.Van Eijck zou de volgende jaren het complex verder uitbouwen. De jaartallen 1760 en 1764 op de hardstenen sluitstenen van de twee boogpoorten (ingang Kerkstraat en ingang Limburgerstraat) herinneren nog aan deze bouwactiviteiten. Om de kosten te kunnen betalen leende hij van het klooster Sint Anna Dal (Calvarieberg) enkele malen geld, in totaal voor een bedrag van 2600 gulden.
jrg5blz139
Plattegrond van het complex rond 1972. De rechtervleugel dateert uit het midden van de zeventiende eeuw. Het in zwart ingekleurde middengedeelte werd door pastoor Van Eijck gerealiseerd en de linkervleugel werd deels gebouwd in de negentiende en deels in de twintigste eeuw

Na het overlijden van Christiaan van Eijck op 7 april 1774 werd zijn neef Christiaan Strea tot pastoor van Cadier benoemd. Hij was een zoon uit het eerste huwelijk van Joanna van Eijck, een zus van Christiaan van Eijck, getrouwd met Hubertus Strea. De erfgenamen van de overleden pastoor Van Eijck lieten notarieel vastleggen dat pastoor Christiaan Strea gedurende zijn leven in de woning mocht blijven wonen. In plaats van huur te betalen moest hij wel de jaarlijkse rente van de hypotheekschuld (2600 gulden) aan het klooster Sint Anna Dal voldoen. Niettemin werd twee jaar later de woning verkocht aan L.G. Machuré, een Maastrichtse belegger, voor 2600 gulden. Christiaan Strea zou een nieuwe pastorie bouwen in de Limburgerstraat (nu nr. 99). Leonard Spits (1734-1798), gehuwd met Maria Elisabeth Lemmens (1730-1813), kocht in 1786 het huis met stal, remise, hof en weide van de erfgenamen L.G. Machuré voor 4020 gulden. Zoon Mathieu Spits, kapelaan en later pastoor van Cadier, nam er na de priesterstudie ook zijn intrek. In 1826 verhuisde hij naar de overkant van de straat, waar een nieuwe pastorie gebouwd was (zie jaargang 3, pag. 42-48). Het goed bleef enkele decennia daarna onverdeeld in eigendom van kinderen van Leonard Spits, waarna het in bezit kwam van dochter Maria Anna Spits en haar echtgenoot Jan Hendrik Pluijmaekers, woonachtig in Mechelen. De woning ging nu onderdak bieden aan verschillende huurders. Zo bood het huisvesting aan kapelaan Jean Guillaume Lumens en zijn zus. Na zijn priesterwijding in 1845 was kapelaan Lumens bijna twintig jaar werkzaam in onze parochie. Ook zijn opvolger Ludovicus Aegidius Boosten, hier kapelaan tussen 1866 en 1869, vond er na zijn wijding in 1866 onderdak, samen met zijn Keerse dienstmaagd Maria Anna Schreurs. Zij was een dochter van burgemeester Jan Schreurs en Maria Anna Vliekx. Mogelijk de reden dat ook haar ouders op hun oude dag er gingen wonen om, indien nodig, van ‘oppassing’ verzekerd te zijn. Ook Maria Elisabeth Schreurs, de oudste dochter van Jan Schreurs, woonde er enige tijd met haar man Jan Pieter Sluijsmans.  Bij de deling van de nalatenschap van het echtpaar Pluijmaekers-Spits in 1860 werd hun zoon Hubert Mathieu Pluijmaekers de nieuwe eigenaar. Hij verkocht in 1875 de woning met boomgaard en twee tuinen voor totaal 4700 gulden aan Maria Agnes van Aubel (1814-1900), geboren in Moulingen uit het huwelijk van Simon van Aubel en Maria Catharina Flamand. De ongehuwde Maria Agnes betrok de woning met haar eveneens ongetrouwde broers Jan Jacob en Hendrik. In geval zij vóór haar beide broers zou komen te overlijden, liet zij in 1876 testamentair vastleggen dat deze tijdens hun leven het vruchtgebruik van haar onroerende goederen zouden krijgen. Haar neef Egidius Vliegen, zoon van haar zus Maria van Aubel en Jacobus Vliegen, kreeg het genot van de roerende goederen, Egidius Vliegen (1843-1922), gehuwd met Catharina Brouwers, ging er ook wonen. In die tijd werd het achterste woongedeelte vergroot.
jrg5blz141
De schuur met links een deel van de stalvleugel. De schuur liep aanvankelijk door tot achter de stalvleugel. De rondboogpoort wordt geflankeerd door twee deurtjes die naar ruimtes naast de din voeren. Naast het linker deurtje staat nog de oude pomp. 

Maria Agnes van Aubel overleefde haar beide broers en kort voor haar overlijden werd door notaris Winterhoven te Gronsveld in 1900 de akte gepasseerd, waarbij zij het complex overdroeg aan haar neef. Deze betaalde daarvoor 4700 gulden, hetzelfde bedrag dat 25 jaar eerder door de verkoopster aan Hubert Mathieu Pluijmaekers was overhandigd. Egidius Vliegen begon gelijk met de restauratie van het stalgedeelte.
jrg5blz142                         

Het stalgedeelte

Een zoon van Egidius Vliegen, namelijk Johannes Jacobus Hubertus Vliegen (1873-1918), bleef na zijn huwelijk bij zijn vader, inmiddels weduwnaar, wonen. Hij was in 1907 getrouwd met Maria Agnes Spronck, dochter van Gerardus Hubertus Spronck en Maria Helena Lardinois. Na het overlijden van haar man en schoonvader werd Maria Agnes Spronck in 1922 de hoofdbewoonster. In 1930 kreeg zij vergunning voor een graanmalerij met “zakhijsinrichting”. In de ruimte links naast de poort aan de Kerkstraat is nog een deel van een aandrijfas van de hijsinrichting aanwezig. Maria Agnes Spronck overleed in 1953. Zoon Guillaume Vliegen (1912-1977), in 1941 gehuwd met Sophie Janssen, was de laatste telg van het geslacht Vliegen die het complex exploiteerde. Na zijn overlijden kwam het pand achtereenvolgens in handen van verschillende eigenaars, o.a. van Jacques Verstegen getrouwd met Victoire Gilissen.  

Tenslotte 
Momenteel (2002) vindt er een ingrijpende renovatie van het complex plaats, waarbij het authentieke karakter van het pand bewaard of weer hersteld wordt. 

jrg5blz143
Het poortje aan de achterzijde met een fraai achttiende eeuwse klopper

 
Bronnen en literatuur:

Gemeentearchief Maastricht:- Notarieel Archief, not. F.B. Demelinne, akten d.d. 31.07.1710.- Notarieel Archief, not. W. Nijst, akte d.d. 22.10.1860, nr.383.- Notarieel Archief, not. F.J.A 26.01.1875, nr. 8224

Rijksarchief Limburg:- L.v.O.: Schepenbank Heer, inv.nrs.5982-5984, 5991 en 5992.- Notarieel Archief, not. F.G.H. Brouwers, akten d.d. 05.10.1876, nrs 272-274.- Notarieel Archief, not. F.C.H. Wintershoven, akte d.d. 23.04.1900, nr. 104.

Gemeentearchief Margraten: Archief voormalige gemeente Cadier en Keer, inv.nrs. 634-639, 718, 1652-1674.

Jacq. Geelen: Dr. Christiaan van Geleen (De Maasgouw, januari 1907)  W. Mares en J.J.  F.W. van Agt: De Nederlandse Monumenten van Geschiedenis en Kunst, deel V: Zuid-Limburg (Arnhem 1972)Monumentenhuis Limburg: Kerkstraat 139 c.a. in Cadier en Keer – Bouwhistorisch briefverslag (Roermond 2000)

Met dank aan de huidige eigenaar (2002) Vicon-Beheer B.V. De hier opgenomen foto’s zijn eigendom van Vicon-Beheer B.V. en bereidwillig afgestaan voor publicatie in de Keerder Kroniek.

Gebruikers
5
Artikelen
2013
Artikelen bekeken hits
7036381

Today 5

Yesterday 44

Week 217

Month 217

All 121976

Currently are 20 guests and no members online

Please publish modules in offcanvas position.

Free Joomla templates by L.THEME