De burgerwacht in 1928


jrg6blz78
(De foto is genomen voor boerderij Vliegen tegenover de kerk)

jrg6blz79

1.Toussaint Gilissen, 2. Alfred Ernon, 3. Pierre Ruwet (commandant), 4. Willem Spronck, 5. Leo Haesen, 6.Nies Bröcheler, 7. Pie Spronck (va de Gard), Joseph Janssen, 9. Hubèr Pluijmakers, 10. Joseph Lemmens, 11. Pierre Janssen, 12. Frèns Brouwers (va Tijes), 13. Sjiel Spronck, 14. Servaas Simons, 15. Leo Kengen, 15a. Pierre Daemen (va Pietsje), 16. Jan Hornesch, 17. Servaas Gilissen, 18. Sjeng Daemen (va Pietsje), 19. Joseph Vaessen, 20. Sjuul Pinckaerts, 21. Juup Bisscheroux (va Sjang va Kläöske), 22. Louis Lemmens, 23. Pie Spronck (va Trees), 24. Gieljom Lemmens (va Sjoke), 25. Sjiel Bessems, 26. Mathieu Heusschen, 27. Sjeng Heusschen, 28. Harrie Colen, 29. Gerard Lemmens (va Sjoke), 30 Sjang Nelissen, 31. Pierre Vliegen, 32. Jan Vliegen, 33. Jan Bessems, 34. Frans Claessens (met vlag), 35. Math Bessems, 36. Bèr Heijnen, 37. Frans Heuts, 38. Nicola Spronck, 39. Hay Heijnen, 40. Pierre Maasen, 41. Eugène Vaessen, 42. Hay Pirnay.

Verenigingsleven
 

De jeugd van Keer tegen Valencia en een elftal uit Turijn
Jeugdvoetbal in Cadier en Keer
door John Heijnens en Fons Meijers

In de Jaarboeken 2011 en 2012 van de Keerder Kroniek is uitgebreid ingegaan op de geschiedenis van het seniorenvoetbal in Cadier en Keer. Daarin is naar voren gekomen dat al in 1909 in Keer de eerste voetbalclub is opgericht en dat het huidige VV Keer in 1946 is opgericht, zij het nog een jaar onder de naam Keerder Sportvereniging.
In dit artikel komt het jeugdvoetbal aan de orde. Met een jeugdelftal is voor het eerst begonnen in 1950, enkele jaren na de oprichting van VV Keer. Nadat het in 1955 niet meer lukte een elftal op de been te krijgen, heeft het tot 1965 geduurd voordat een nieuwe start gemaakt kon worden.
Hoe het jeugdvoetbal in ons dorp zich in beide periodes heeft ontwikkeld is te lezen in dit derde deel over voetballen in Cadier en Keer.
De eerste jaren jeugdvoetbal
Jeugdvoetbal was in de beginjaren in ons land beperkt tot jeugd die de lagere school ontgroeid was. Bij de clubs bestond een minimumleeftijdsgrens van twaalf jaar. Deze was ingegeven door de voetbalbonden, die voetbal in georganiseerd verband voor jongens beneden twaalf jaar uitsloten omdat die daar psychisch en lichamelijk niet geschikt voor zouden zijn. De indeling van de jeugdelftallen was als volgt: A-jeugd: 15-17 jaar; B-jeugd 12-14 jaar.
In Keer is in 1950 voor de eerste keer met een jeugdelftal aan de competitie deelgenomen. Dat was op 23 september in een uitwedstrijd tegen Standaard uit Maastricht. Dit elftal werd geleid en getraind door de toen 21- jarige wedstrijdsecretaris van de VV Keer Lei Bröcheler. Die had intussen zijn jeugdleidersdiploma en scheidsrechtersdiploma gehaald. Hij werd geholpen door Math Schoenmakers.

In het seizoen 1951-1952 nam men deel met een B-elftal en in het seizoen 1952-1953, toen het eerste elftal van VV Keer voor het eerst een kampioenschap behaalde, met een A-elftal. Opvallend was dat in de jaren 1950-1952 enkele donkere jongens meespeelden, iets wat in die tijd voor de Keerder gemeenschap nieuw was. Dit waren jongens uit Nederlands Indië, die tijdelijk in pension Gorissen waren gehuisvest. De kleine supersnelle Eddy Croqé was één van hen.
 
2013blz51

Gelegenheidselftal van leiders van VV Keer.
Zittend vanaf links: Chris Fraats, Jo Nelissen, Dick Kuiper, Sjiel Pirnaij, Jean Kleijnen.
Staand: Luciën Vaessens, Bèr Lardenoije, Henk Pirnaij, Jean Goessens, Johnny Vliegen, André Meijs

Ofschoon in het algemeen door de jeugdspelers van Keer fair gespeeld werd, vloog er ook wel eens iemand uit de bocht. In het archief van de KNVB komen we tegen dat A. Beijers die aan de Rijksweg 32 woonde, een schorsing krijgt naar aanleiding van een overtreding in de wedstrijd Keer A-1 tegen S.C.G. A-1 uit Gronsveld. Ingaande 9 december 1952 werd hij voor twee wedstrijden geschorst. Hij staat hiermee te boek als de eerste jeugdspeler van Keer die geschorst werd.
                                              
Vanaf het seizoen 1953-1954 speelde de jeugd van Keer niet langer in KNVB-verband, maar werd het jeugdvoetbal georganiseerd door de decanaten. Keer viel onder het decanaat Maastricht. Zo regelden in Maastricht broeders het voetbal o.a. bij R.K.V.V.L. en R.H.C.. Men heeft in die beginperiode slechts twee jaren, tot 1955, aan de competitie deelgenomen, waarna de jeugdafdeling werd opgeheven. Het werd te moeilijk om een volledig elftal op de been te krijgen, omdat te veel jongens ’s zaterdags thuis op de boerderij moesten werken. Zo dreigden ook de broers Math en Jean Goessens een keer niet mee te kunnen doen omdat ze kooflatte (koeienvlaaien) moesten spreiden. Maar deze keer werd daar een oplossing voor gevonden door de flatte met de hulp van andere jeugdvoetballers op een andere dag te spreiden. Daardoor konden Jean en Math toch op die zaterdag meespelen.

Nieuwe start
Het heeft niet minder dan 10 jaar geduurd voordat het jeugdvoetbal in competitieverband in Keer werd hervat. Initiatiefnemer was Dick Kuiper, 'meneer Kuiper' zoals hij altijd werd genoemd. Hij vond het jammer dat de jongens van Keer niet in competitieverband konden voetballen. Hij besprak dit met zijn buurtgenoten Jo Nelissen en Luciën Vaessens, die het hier mee eens waren. Volgens onze zegsman Jo Nelissen hadden ze daarna met zijn drieën in de kapelanie een gesprek met kapelaan Van Oers, die het initiatief had genomen voor het jeugdwerk in ons dorp. Na dit gesprek in mei 1965 was de oprichting van een jeugdvoetbalclub een feit. Spoedig werd een bestuur gevormd dat bestond uit Jo Nelissen (voorzitter), Luciën Vaessens (secretaris), Dick Kuiper (penningmeester) en kapelaan Van Oers (geestelijk adviseur). Later werd het bestuur aangevuld met Chris Fraats. In de jongensschool aan de Sint-Aloysiusstraat werd een informatiebijeenkomst gehouden, waarbij de eerste leden zich aanmeldden.

In het seizoen 1965-1966 werd gelijk al met een A- en een B- elftal aan de competitie deelgenomen. Bij de A-jeugd werd een vijftal jongens uit Bemelen opgesteld en werd Jef Royen die bij de jeugd van Margraten speelde als keeper binnengehaald.
De trainer van de A- jeugd was in het eerste seizoen Luciën Vaessens en daarna Wiel Heusschen. Voorzitter Jo Nelissen was tevens jeugdleider. Luciën Vaessens werd in het tweede seizoen trainer en jeugdleider van het B-elftal.
Het eerste officiële optreden in nieuwe tenues was op zondag 11 juli 1965 op het veld Achter Leike. Zowel het B-elftal als het A-elftal speelde een vriendschappelijke thuiswedstrijd tegen Heer. De aftrap van beide wedstrijden werd verricht door kapelaan Van Oers.
Er was weliswaar ook een aspirantenelftal (C-elftal), maar dit speelde niet in de KNVB-competitie maar in een ‘vriendschappelijke competitie’ die door zeven verenigingen in onze contreien in het leven was geroepen.

2013blz53

A-1 VV Keer 1965, veld 'Achter Leike'. 
Vanaf links staand: René Visser, John Vaessen, Jean Beckers, Jo Schulteis, Jacques Van Laar, Jan Janssen, Jean Oberjé.
Gehurkt: Jean Spronck, Pierre Beckers, John Heijnens, Rinus Vliegen, Pierre Thomassen

Uitwedstrijden
Naar uitwedstrijden gingen de jongens met de fiets, maar er waren er ook, die geen fiets hadden. Daarom werd in het parochieblaadje Oonder Os een advertentie geplaatst waarin oude fietsen werden gevraagd. Dick Kuiper maakte van twee of drie oude fietsen één complete fiets en weer was een jeugdspeler geholpen. Vaak gingen de jongens met drieën op een fiets; de bestuurder, één achterop en één voorop de stang.
Bij ‘verre’ uitwedstrijden maakte men gebruik van busjes van taxibedrijf Nelissen. Vervoer door de ouders was zeker in de jaren ‘60 niet mogelijk, omdat de meeste ouders toen geen auto hadden.
Het vervoer per fiets leverde soms extra problemen op. Zo moest Luciën Vaessens eens na een wedstrijd in Eijsden weer opnieuw op de fiets terug naar Eijsden om een jas op te halen die een van ‘zijn’ spelers daar in het kleedlokaal had laten hangen. De vader van deze speler had Luciën daarop aangesproken omdat hij de trainer en dus verantwoordelijk was.

Kampioenschappen
In het seizoen 1966-1967 behaalde het B-elftal het eerste kampioenschap. Dat gebeurde in de beslissingswedstrijd tegen Eijsden die Keer met 4-1 won.
Zowel in het seizoen 1967-1968 als in het seizoen 1968-1969 werd het A-elftal de beste in hun klasse. Daarna werden nog diverse kampioenschappen in de verschillende leeftijdsklassen behaald.
Het seizoen 1976–1977 was sportief gezien een topseizoen voor het Keerder jeugdvoetbal, omdat niet alleen het A-elftal, maar ook het B- en C-elftal in dat jaar het kampioenschap behaalden. Dit huzarenstukje werd tien jaar later, in het seizoen 1986-1987, herhaald. Ook toen werden het A-, B- en C-elftal kampioen.

Grote inzet en discipline
De successen die de jeugdelftallen van Keer in al deze jaren behaalden zijn mede te danken aan de grote inzet waarmee werd getraind. In de jaren zestig trainden de jeugdelftallen al twee avonden per week. De trainers kregen in die tijd in Maastricht een tweejarige cursus. Daar leerden ze welke oefenstof ze voor welke leeftijdscategorie moesten gebruiken. Bijvoorbeeld voor twaalfjarigen die nog volop in de groei zijn is een andere oefenstof vereist dan voor achttienjarige spelers.
Bovendien kregen de jeugdspelers van Keer door trainers en jeugdleiders al vroeg bijgebracht dat goed voetbal ook de nodige discipline vereist. De spelers waren verplicht aan de trainingen deel te nemen. Wie zonder geldige reden niet op een training verscheen werd in de eerstvolgende wedstrijd niet opgesteld. Luciën Vaessens kan zich herinneren dat er tijdens een training ook wel eens dingen werden gezegd of gedaan die niet door de beugel konden. Zo een speler moest dan bij Luciën thuis komen en ”kreeg dan de oren gewassen”. En wanneer een speler tijdens een wedstrijd niet zijn fatsoen wist te houden werd hij door de trainer domweg van het veld gehaald.
Verder waren jaarvergaderingen voor alle spelers een verplicht nummer; wie zonder reden het liet afweten op de jaarvergadering kreeg een boete van vijftig cent.
Niet alleen de spelers maar ook het publiek bij jeugdwedstrijden heeft zich door de jaren heen over het algemeen gedisciplineerd gedragen. Ondanks alle opwinding bij de toeschouwers bij zeer spannende wedstrijden is het maar zelden gebeurd dat een toeschouwer zich misdroeg.

2013blz55

Kampioenselftal B-1 VV Keer, 1966-1967.
Vanaf links staand: Bèr Lardenoije, Jos Schillings, Piet Bisscheroux, Marcel Lemlijn, René Spronck, Jos Dreessens, Luciën Vaessens.
Gehurkt: Jo Weerts, Teun Janssen, Eugène Huntjens, Eddy Spronck, Henk Spronck, Rob Haesen, Huub Essers.
Dit was het eerste jeugdelftal dat kampioen werd

Stormachtige groei
In de jaren zeventig en begin jaren tachtig groeide de jeugdafdeling stormachtig. Dat was vooral te danken aan de groei van het aantal inwoners door de vele nieuwbouw die in ons dorp in die tijd plaatsvond. De belangstelling voor het jeugdvoetbal was zelfs zo groot dat in het seizoen 1975-1976 en in het seizoen 1979-1980 voor verschillende jeugdcategorieën een ledenstop moest worden ingevoerd.
In het seizoen 1974-1975 namen maar liefst 14 junioren-elftallen aan de competitie deel. Omdat deze niet allemaal gebruik konden maken van een speelveld van de VV Keer, werden de wedstrijden van de D- en E-elftallen op het voetbalveld bij het Missiehuis gespeeld.
In maart 1970 slaagden liefst 26 leden voor het diploma Jeugdleider. Heel wat jeugdleiders hebben talloze uren in het jeugdvoetbal gestoken om te zorgen dat onze jeugd op de zaterdag hun wedstrijden konden spelen.
In die bloeiperiode van het jeugdvoetbal in ons dorp stroomden twee jeugdspelers door naar profclubs; Mark Luijpers naar Roda JC en keeper Danny Wintjens naar MVV.
Eerder zijn drie spelers bij amateurclubs in een hogere klasse gaan voetballen: Pierre Thomassen uit Bemelen en Leon Bessems en John Beijers zijn bij Heer en Frans Kuiper (zoon van bestuurslid Dick Kuiper) is bij Scharn gaan voetballen.

Kas spekken
De jeugdafdeling had tot het seizoen 1979-1980 een eigen bestuur en stond financieel op eigen benen. Om de kas te spekken zijn in de loop der jaren door deze jeugdafdeling ook heel wat jeugdtoernooien georganiseerd. Op zaterdag 17 en zondag 18 juni 1967 was het eerste jeugdtoernooi. Het betrof een toernooi waar twaalf elftallen aan deel namen. De jaren daarna werden ook nog tal van toernooien georganiseerd. Alleen in 1981 was er geen jeugdtoernooi omdat men het toen niet eens kon worden met de hockeyclub over de verdeling van de inkomsten van de kantine, die toen nog door voetbalclub en hockeyclub gezamenlijk werd geëxploiteerd.

Om aan de benodigde gelden te komen werden ook allerlei acties gehouden. Zo werd voor de aanschaf van voetbaltruien, broeken, kousen en voetballen op maandag 24 mei 1965 in ons dorp huis-aan-huis een geldinzameling gehouden. Daarvoor werden uit hout gezaagde en in de clubkleuren geverfde voetballers voor een gulden te koop aangeboden.
Een andere actie was het ophalen van oud papier in Cadier en Keer maar ook in Bemelen. Dit gebeurde met auto’s en tractors met aanhangwagens. Het papier werd de ene week verzameld en opgeslagen in de schuur van de familie Nelissen aan de Limburgerstraat (nu huisnummer 37). De andere week werd het papier door het bestuur en de jeugdspelers gesorteerd, waardoor men er een hogere prijs voor kreeg. De eerste ophaalactie op 2 juni 1965 bracht 115 gulden op.
Verder ging men langs de deuren om balpennen en kerstkaarten te verkopen. Ook werd meegedaan aan de landelijk georganiseerde actie Jantje Beton, waarvan de helft van de opbrengst in eigen dorp bestemd was voor de eigen jeugdelftallen.

Jubileumfeesten
Op zaterdag 14 en zondag 15 juni 1975 vierde de afdeling jeugd haar 10-jarig bestaan. Dit werd gevierd met een koffietafel voor alle jeugdleden in 't Keerhoes. Groter van opzet was het feest dat werd georganiseerd ter gelegenheid van het 15-jarig bestaan; van 30 april tot en met 5 mei 1980. Op het Raadhuisplein werd voor die gelegenheid een grote feesttent geplaatst. Het opzetten van die tent bleek nog niet zo eenvoudig, omdat een tak van een perenboom in de weg hing. Maar door een telefoontje met wethouder Pierre Oostenbach kon worden geregeld dat de feesttent zo gedraaid werd dat de perenboom niet meer in de weg stond. Hierdoor werd wel het verkeer door de Kerkstraat gestremd. In die tijd kon dat nog zonder grote problemen. Ook de geluidsoverlast van de feesttent midden in het dorp, was toen geen punt omdat het feest van de club ook het feest van het hele dorp was.

In 1990 werd op grootse wijze het 25-jarig jubileum van de jeugdafdeling gevierd. Het feest werd gehouden in een heel grote feesttent op het sportcomplex. Dit was de laatste grote feesttent die in Keer heeft gestaan. In 2005 vierde de afdeling Jeugd haar 40-jarig bestaansfeest. Op de voetbalvelden werd een Mega-spellencircuit gehouden. Na afloop van het spellencircuit werd er in de kantine een jeugddisco gehouden met een spectaculaire lichtshow.

Naar Barcelona
Behalve aan de eigen toernooien namen de jeugdelftallen ook regelmatig deel aan toernooien bij andere clubs. Het grootste en voor de spelers van de A-jeugd het meest aantrekkelijke was het internationaal jeugdtoernooi waar 16 verenigingen aan deelnamen en dat van 11 tot 15 april 1974 in Barcelona werd gehouden. Dit toernooi was mede zo aantrekkelijk omdat de heen– en terugreis per vliegtuig werd gemaakt en omdat ook uitstapjes werden gemaakt in de omgeving van Barcelona.

2013blz58

Spanje, 1974, toernooi Barcelona.
Vanaf links staand: Wim van de Eertwegh, Arnold Kuiper, Johnny Beijers, Léon Bessems, Sjuul Gilissen, Cees Visser, John Schijns, Luciën Vaessens.
Gehurkt vanaf links: Ger Bosch, Sjeffie Nelissen, Gerard Vliegen, Roger Bessems, jongeman van Huize Sint-Joseph, Jos Schiepers.
Wat opvalt is dat het de tijd was van de 'lange kapsels'

Dat de A-jeugd van Keer aan dit grootse internationale toernooi kon deelnemen was te danken aan de toenmalige voorzitter Frans van Dooren van de jeugdafdeling. Deze was via zijn broer, pater J. van Dooren directeur van Huize Sint-Joseph, gevraagd of hij een Nederlandse jeugdclub wist die aan dit toernooi kon deelnemen. Hij heeft toen zijn eigen club aangemeld.
De wedstrijden die Keer tijdens dit toernooi heeft gespeeld waren sportief gezien geen succes. Maar dat was niet vreemd omdat gevoetbald moest worden tegen een jeugdelftal van een club van grote naam en faam als Valencia en tegen een aan Juventus gelieerde club uit Turijn. Niet alleen qua wedstrijdpeil, maar ook qua voetbaluitrusting stak het elftal van Keer met hun simpele trainingsjasjes en voetbaltassen schril af tegen de uitrusting van de topclubs waartegen Keer moest spelen. Dat deed intussen weinig af aan het plezier dat de Keerdenaren, spelers en begeleiders, aan deze trip hebben beleefd. Het was een ware belevenis.
De spelers hadden allerlei activiteiten ondernomen om deze reis, die toch ruim driehonderd gulden kostte, zelf te kunnen betalen. Van deze reis, die breed in de regionale pers is uitgemeten, is een film gemaakt.

‘Op kamp’
Het waren niet alleen de trainingen en de wedstrijden waarin veel energie werd gestoken. De leiding organiseerde in de loop der jaren ook talloze nevenactiviteiten voor de jeugd zoals het jaarlijks jeugdkamp, de toernooien en het winterprogramma.
In de beginjaren was de jaarlijkse dropping erg in. De jeugdspelers werden dan ’s avonds in het donker in de gesloten achterbak van busjes naar een geheime plek gebracht. Vanaf die plek moesten ze, al dan niet met opdrachten, zo snel mogelijk naar Keer komen. Het zal duidelijk zijn dat niet iedere groep ook echt snel terug wilde komen en dat er onderweg wel eens kattenkwaad werd uitgehaald.

Het jaarlijks jeugdkamp was voor veel spelers maar ook voor de jeugdleiders een hoogtepunt. Voor de meeste jonge spelers was het de eerste keer een nacht zonder mam en pap, wat toch niet altijd makkelijk was.
In 1973 ging de C-jeugd voor de eerste keer ‘op kamp’. Op initiatief van voorzitter Frans van Dooren werd een weekend doorgebracht in Valkenswaard, met verblijf in een blokhut. Bij die gelegenheid werd een van de trainers ’s nachts om een uur of drie gewekt door een vreemd geluid. Het bleek afkomstig van een dorstige speler die in de provisiekast op zoek was naar limonade.
Het jaar daarop, in 1974, gingen de D- en E-elftallen naar Beutenaken, waar het weekend werd doorgebracht op de zolder van boerderij Lacroix.

2013blz60

Enkele leden van de kookploeg in actie tijdens een jeugdkamp van de VV Keer.
Vanaf links: Jeanny Prevoo-Spronck (de 'mam' van het jeugdkamp), Angèle Heunen- Neederlants en Jolande Lemlijn-Geraerds

In volgende jaren zijn verschillende elftallen op kamp geweest in het naburige buitenland, maar ook in de eigen regio. Tijdens een verblijf in ‘t Leienhoes in Wijlre werden de renners van de Tour de France met een spandoek aangemoedigd.
In 1989, tijdens een weekend op kampeerboerderij ’t Bovenste Bos in Epen werd de nieuwe clubvlag van de VV Keer ingezegend door pastoor Van Frankenhuijsen. De vlag werd vervaardigd door mevrouw Stheijns, moeder van toenmalig bestuurslid Winnie Bosch.
Vanaf 1995 gingen de C-, D-, E- en F-elftallen op kamp naar de kampeerboerderij de Woushoeve in Zutendaal (België). Jeanny Prevoo-Spronck, de ‘mam’ van het jeugdkamp, was hierbij de grote regelaar achter de schermen.
Naast de weekends op kamp werden er ook regelmatig daguitstapjes gemaakt naar onder meer de Efteling, Phantasialand en het subtropisch zwembad de Hengelhoef in België. Een ware belevenis voor de A- en B-elftallen was dat zij zaterdag 26 maart 1977 naar de Hel van Deurne in Antwerpen gingen, waar de voetbalinterland België - Nederland werd bijgewoond.

Ten slotte
De jeugdafdeling van de VV Keer zal in 2015 haar 50-jarig jubileum vieren. In de afgelopen bijna vijftig jaar heeft de vereniging een bloeiend bestaan gekend. In de eerste plaats zijn er de sportieve hoogtepunten in de vorm van de vele kampioenschappen die zijn behaald in de verschillende competities. Maar hoogtepunten voor spelers en begeleiders waren ook de jaarlijkse jeugdkampen en uiteraard de deelname aan interessante toernooien, waarbij het internationale jeugdtoernooi in Barcelona boven alles uitstak.
De groei en bloei van het jeugdvoetbal in Keer zou niet mogelijk zijn geweest zonder de grote inzet van trainers en jeugdleiders en ook bestuursleden, die daarvoor veel van hun vrije tijd hebben opgeofferd.
Tot het seizoen 1979-1980 had de jeugdafdeling een eigen bestuur, maar met ingang van dat seizoen gingen de besturen van de senioren en jeugd samen en werd het één vereniging. Twee bestuursleden, die onafgebroken vanaf het begin in 1965 tot 1979 actief waren binnen het jeugdbestuur waren André Meijs, secretaris (vanaf 1966) en Dick Kuiper, penningmeester.
Een persoon die zich sinds 1982 tot op heden, dus al meer dan 30 jaar met volle overgave inzet voor de jeugd van de VV Keer is Hub Prevoo. Hij doet dit als hoofdjeugdleider (coördinator) en als lid van het bestuur van de VV Keer. Voor dit vele werk werd hij in 2000 koninklijk onderscheiden. Hij werd Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

Met dank aan: Lei Bröcheler, Jo Nelissen, Luciën Vaessens (†) en Jeanny Prevoo-Spronck

Het verenigingsleven

Meer dan een eeuw clubvoetbal
Voetballen in Cadier en Keer (deel 1)
door John Heijnens en Fons Meijers

Op 6 april van dit jaar was het 65 jaar geleden dat onze voetbalvereniging Keer werd opgericht; eerst nog even onder de naam Keerder Sportvereniging (KSV), maar sedert 1947 als V.V. Keer.
Het was een hernieuwde start van het competitievoetbal in ons dorp dat door de Tweede Wereldoorlog een aantal jaren stil had gelegen.
Voor de oorlog waren er in Keer immers ook al voetbalclubs geweest. De eerste was de Keerder Voetbalclub (KVC) die al in 1909 werd opgericht, maar die nog niet aan een officiële competitie zal hebben deelgenomen. In het seizoen 1926 -1927 is de R.K. Keerder Voetbalvereniging (R.K.K.V.V.) opgericht. Deze vereniging nam in 1934 voor het laatst deel aan de competitie. Twee jaar later kwam er een nieuwe club met de naam Keerder Boys, die in 1941 als gevolg van de oorlog is opgehouden te bestaan.
In dit en in twee volgende Jaarboeken van de Keerder Kroniek zal aandacht worden besteed aan deze geschiedenis van meer dan een eeuw clubvoetbal in ons dorp. Daarbij komen veel feiten aan de orde, maar wordt ook niet voorbij gegaan aan de vele anekdotes die over het voetbal in Keer door de jaren heen zijn overgeleverd.
 
Het begon met K.V.C.
In 1909 is in Keer de eerste voetbalclub opgericht. Deze voetbalde onder de naam Keerder Voetbalclub (K.V.C.). Dat is af te leiden uit onderstaand verslag in de Limburger Koerier van 26 juni 1909 van de ‘eerste wedstrijd’ van K.V.C. tegen Heer:
 
Cadier en Keer - Zondag om 5 uur speelde de Voetbalclub K.V.C. van hier haar eersten wedstrijd, namelijk tegen hare zustervereeniging uit Heer. Aanvankelijk stellen beide zich met 9 man op, waarbij K.V.C. zon en wind tegen heeft. Al spoedig doen hare voorwaartsen aanvallen op de vijandelijke goal, doch met geen voldoend succes. Eindelijk, na ongeveer 20 minuten spelens, weet zij door een solo-ren van haren center-voor haar eerste goal te maken. Ook de vijandelijke voorhoede zit niet stil, doch stuit telkens terug op de backs, die hun terrein goed zuiver houden. Zoo wordt met 1-0 in 't voordeel van K.V.C. gedraaid. Na half time brengt Keer wederom 9, Heer daarentegen 11 man in 't veld. Toch weet K.V.C. spoedig haar tweede goal te maken. Na eenigen tijd valt Heer een vrije schop te beurt, die goed genomen in een goal wordt omgezet, doch welke wegens off-side beslist ongeldig was. Goed gesteund door haar half backs brengt nu de K.V.C. voorhoede het spel weder op vijandig terrein en maakt niet lang daarna haar derde goal. Na nog eenige aanvallen over en weer blaast de scheidsrechter 't einde en heeft K.V.C. eene welverdiende 3-1 overwinning behaald.

Of dit het verslag is van een vriendschappelijke wedstrijd of van een wedstrijd in competitieverband is niet duidelijk. Indien het een competitiewedstrijd was, zou deze Keerder Voetbalclub in de competitie van de neutrale Limburgsche Voetbalbond hebben moeten spelen. Maar deze bond was pas een jaar eerder, op 8 maart 1908, opgericht en in het seizoen 1908-1909 deden slechts zes clubs mee aan de competitie van deze bond. Het is onwaarschijnlijk dat de Keerder Voetbalclub één van die zes clubs is geweest. Bovendien zou het zeer opmerkelijk zijn als een voetbalclub uit zo een kleine katholieke dorpsgemeenschap als Keer was, zich bij een neutrale bond had aangesloten. De katholieke kerk was immers aanvankelijk fel tegen het voetballen op zondag in competitieverband, omdat het de verplichte zondagsrust en het gezinsleven zou aantasten. En dat de Limburgsche Voetbalbond niet het predikaat katholiek had, zag de kerk als een bedreiging voor het zedelijk leven van de voetballers.
Uit een interview met Michaël Spronck (Geel va de Grèt) in het clubblad Keerbal (april 1980, jaargang 3, nummer 2) blijkt hoe primitief het voetballen rond 1920 in ons dorp er aan toe ging. Iedereen speelde in zijn eigen trui, overhemd of zelfs in de blote bast. Als de spelers allemaal een dubbeltje of kwartje bijdroegen, kon men een bal kopen die toen zo’n 4 à 5 gulden kostte. De vriendschappelijke wedstrijden werden gespeeld op een veld (weiland) op Hierebêrg. Hier werden de Keerder jongens echter door de boer weggestuurd omdat de prikkeldraad steeds kapot was. Daarom is men uitgeweken naar een weide op ’t Gruusselt. Ze moesten ook daar vóór de wedstrijd met vereende krachten de kooflatte (koeienvlaaien) en molshopen opruimen. Als er niet gevoetbald werd, was het ‘speelveld’ namelijk het domein van de koeien.

2011blz59

Een elftal van R.K.K.V.V. in 1927-1928 in blauw-rode trui en zwarte broek.
1e rij vanaf links: Sjeng Vliegen, Sjef Simons, Pierre Hornesch

2e rij vanaf links: Sjang Mingels, Sjuul Leijsen en Väös Gilissen.

3e rij vanaf links: Giel Brouwers, Guus van de Ven, Albert Schutz, Pierre Brouwers, Pierre Mingels en Wöm Beijers.

R.K. Keerder Voetbalvereniging (1926-1934)
In het seizoen 1926-1927 is de Roomsch Katholieke Keerder Voetbalvereniging (R.K.K.V.V.) opgericht. Daarmee was er in Keer voor het eerst een club die deelnam aan de officiële competitie van de Roomsch Katholieke Limburgsche Voetbalbond (R.K.L.V.B.).
Deze katholieke voetbalbond was in 1917 opgericht als tegenhanger van de neutrale Limburgsche Voetbalbond (L.V.B.). De katholieke geestelijkheid had haar verzet tegen de zondagse voetbalcompetitie intussen opgegeven en zich in plaats daarvan gericht op het propageren van een voetbalcompetitie in katholiek verband. Daartoe werden de bestaande clubs die waren aangesloten bij de neutrale L.V.B door de katholieke geestelijken gestimuleerd zich aan te sluiten bij een op te richten katholieke voetbalbond in Limburg. Dit heeft ertoe geleid dat bij de oprichting in 1917, ongeveer twintig Zuid-Limburgse voetbalverenigingen zich aansloten bij de katholieke bond.
Overigens ging het de katholieke voetbalbond aanvankelijk niet voor de wind. Dat kwam doordat de neutrale clubs betere accommodaties hadden en over mensen met meer voetbalkwaliteiten beschikten zodat hun spelpeil hoger was. De parochiegeestelijkheid bleef niettemin ook in de twintiger jaren van de vorige eeuw alles in het werk stellen om ‘katholiek’ voetbal te propageren. Dank zij deze propaganda en de massieve steun van enthousiaste ‘voetbalkapelaans’ was de R.K.L.V.B. na tien jaar, in 1927, de neutrale bond in ledental voorbijgestreefd. Daartoe behoorde vanaf het seizoen 1926-1927 dus ook de R.K.K.V.V.
Deze club nam met twee elftallen deel aan de competitie in het dekenaat Maastricht en Wyck, samen met clubs als Kimbria en Rapid uit Maastricht en clubs uit Eijsden, Heugem en Gronsveld. Later, in de jaren dertig, zouden meer dorpen uit het Heuvelland, zoals Noorbeek, toetreden tot deze competitie. De club had op 1 april 1927 34 leden.
In het seizoen 1927-1928 lag het club- en tevens kleedlokaal bij café Brouwers (Wöllempke de sjmieëd, nu Rijksweg 86).
R.K.K.V.V. speelde niet langer in eigen trui of hemd, maar in een tenue dat aanvankelijk bestond uit een blauw-rode trui met zwarte broek, maar in het seizoen 1929-1930 veranderde in een wit sporthemd en zwarte broek.
De Roomsch Katholieke Keerder Voetbalvereniging is geen lang leven beschoren geweest, want in het seizoen 1933-1934 komen we R.K.K.V.V. niet meer tegen in het archief van de R.K.L.V.B. Dat betekent dat er in ons dorp in dat seizoen niet meer in competitieverband werd gespeeld.

Een nieuw begin: Keerder Boys (1936-1941)
Na een afwezigheid van twee jaar wordt in het seizoen 1936-1937 weer deelgenomen aan de competitie. Niet meer onder de naam R.K.K.V.V. maar onder de naam Keerder Boys. Het veld lag achter Meije op een terrein van de familie Bröcheler, thans van de manege Tychon. Hoogstwaarschijnlijk was dit hetzelfde veld als dat waarop ook R.K.K.V.V. had gespeeld. Pierre Hornesch (de Roeje Hornesch) heeft op dit veld nog een been gebroken.
Het clublokaal annex kleedlokaal van de Keerder Boys was in de eerste twee jaar bij Hai Ernon, Rijksweg 22, maar vanaf het derde jaar werd dit bij het café van Pie va Tossing (Gilissen) in de Kerkstraat.

2011blz61

Een elftal van R.K.K.V.V. in 1927- 1928:
1e rij vanaf links: Guy van de Ven, Pie Bisscheroux en Giel Bessems (Peet);
2e rij vanaf links: Pie Gilissen, Sjuul Leysen, Pierre Beijers;
3e rij vanaf links: Sjaak Bessems, Math Bessems, Joseph Brouwers, Sjaak Vaessens, Harry Arbeel en Pierre Bessems (va Marij).
Het voetbalveld lag Achter Meije.

 In het seizoen 1937-1938 behaalden de Keerder Boys het kampioenschap in de tweede klasse van de R.K.L.V.B. en promoveerde naar de eerste klasse. Zondag 24 juli 1938 speelde het kampioenselftal onder grote belangstelling een huldigingswedstrijd tegen het eerste elftal van Heugem. Deze wedstrijd werd met 2-1 gewonnen. In de Limburger Koerier van 27 juli 1938 stond hierover onderstaand bericht:
Vóór den wedstrijd werd een hulde-rede gesproken door den Edelachtbaren heer Burgemeester, waarmede de besturen van de andere vereenigingen instemden. Na den wedstrijd werd het feest voortgezet in den vorm van een concert, verzorgd door de fanfare St. Blasius. Tot laat in den avond werd uiting gegeven aan een uitbundige vreugde.

Oorlogsjaren
In het seizoen 1940-1941 kregen de Keerder Boys nog een ander speelveld aan ’t Gruusselt. Maar op dit veld hebben ze niet lang gespeeld vanwege de Tweede Wereldoorlog. Ze zijn wel nog aan het seizoen 1941-1942 begonnen, maar op 17 november 1941 werd de club opgeheven.
Daarna werden er gedurende de oorlog door Keerder jongens wel in een weiland, waarin dit van de eigenaar mocht, vriendschappelijke wedstrijden gespeeld. Tegenstanders waren dan de jongens van Huize St. Joseph (de Voegdij), Bakkerbosch en elftallen van naburige dorpen zoals Eckelrade, Sint Geertruid, ’t Rooth en Honthem. De reizen naar de uitwedstrijden werden meestal te voet, met kar en paard en soms met de sjees gemaakt.

Aan de wieg van de V.V.Keer
Na de Tweede Wereldoorlog moest men tot 1946 wachten voordat men weer officiële wedstrijden kon spelen tegen andere clubs uit de omgeving. Op een zondagmorgen begin januari 1946 stonden enkele jongemannen na de Hoogmis voor de kerk bij elkaar en vonden het hoog tijd dat er in het dorp weer in competitieverband gevoetbald werd. Jeu Kessels nam vervolgens het initiatief. Geen eenvoudige taak, want vlak na de oorlog was aan alles en nog wat gebrek. Zoals toen gebruikelijk werd met een aanplakbiljet op een van de linden op het kerkplein dit voornemen aangekondigd.
Op de eerste vergadering op zaterdag 26 januari 1946 in de toenmalige basisschool (huidig Keerhoes), werd uit de ca. 25 aanwezigen een werkcomité gekozen. Dit comité bestond uit Jeu Kessels, Egid Gilissen, Nand Haesen, Leike en Bèr Bessems. Tijdens de oprichtingsvergadering op zaterdag 6 april 1946, werden de leden van het werkcomité tot bestuurslid gekozen met Nand Haesen als voorzitter en Bèr Bessems als secretaris/penningmeester. Het secretariaat is al na korte tijd overgenomen door Henk van Kan. Maar deze moest in februari 1947 in militaire dienst en mocht toen vanuit de kazerne op de Veluwe waar hij was gelegerd, slechts om de veertien dagen een weekend op verlof. Daarom heeft voorzitter Nand Haesen aan Lei Bröcheler gevraagd of hij tijdelijk het wedstrijdsecretariaat wilde verzorgen. Toen Lei antwoordde dat hij pas 17 jaar was en zodoende geen bestuursfunctie mocht uitoefenen, kwam de voorzitter met een creatieve oplossing. Hij deelde Lei mee dat zijn geboortejaar niet 1930 maar 1929 was en dat hij dus wel 18 jaar oud was en zonder bezwaar kon beginnen met de secretariaatswerkzaamheden.

2011blz63

R.K.K.V.V. vanaf 1930 in wit sporthemd en zwarte broek.
1e rij vanaf links:Pierre Vliegen, Väös Gilissen (Tossing), Sjaak Vaessen, Sjeuf Coolen, Pie Goessens ( Greune va Lumpeske);
2e rij vanaf links: Pierre Brouwers, Sjeng Vliegen, Hai Heijnen, Pie Bisscheroux, Gène Vaessen, Sjeuf Brouwers, Pierre Hornesch en Tous Gilissen.

 
Enkele financieel draagkrachtige personen in het dorp zorgden ervoor dat de benodigde centen op tafel kwamen. De eerste doelen werden kosteloos gemaakt door Pie Bisscheroux, de voormalige keeper van R.K.K.V.V. Schoenen en ballen konden destijds slechts worden gekocht met distributiebonnen. Deze bonnen werden ‘versierd’ door de toenmalige pastoor Durlinger en via zijn broer, die een schoenenzaak had in Sittard, werd een leren bal aangeschaft. De eerste voetballen waren van leer. In een van de vlakken was een strook opengelaten, waardoor de rubberen binnenbal naar binnen kon worden gebracht. Deze sleuf werd met een leren veter dichtgetrokken. Het zal duidelijk zijn dat het leer bij regenweer veel water opnam en dat de veter lelijk hard kon aankomen bij het koppen.

In juli 1946 werd de vereniging officieel door de Nederlandse Voetbalbond (N.V.B.) toegelaten onder de naam Keerder Sportvereniging (K.S.V). In het seizoen 1946-1947 werd voor het eerst deelgenomen aan de competitie; met twee elftallen.
De spelers van K.S.V. moesten de shirts, of wat daarvoor doorging, zelf meenemen evenals de broek en kousen. Een witte blouse en een zwarte broek en men kon voetballen. Deze kleuren zijn toen hoogstwaarschijnlijk gekozen omdat kleding in deze kleuren in die tijd het gemakkelijkst was te verkrijgen. Omdat voetbalschoenen duur en moeilijk te krijgen waren, werden mijnwerkerschoenen als alternatief gebruikt. Opmerkelijk was ook dat bij iedere wedstrijd een E.H.B.O.-koffer op het veld aanwezig moest zijn.
De Keerder Sportvereniging had grote moeite om een geschikte wei te vinden waarop kon worden gevoetbald. De eerste wei waarop men is gaan voetballen, was aan de Gruisveldweg (op ’t Gruusselt). Dit gebeurde na intensief zoeken en onderhandelen met de eigenaar Winthagen. Deze stelde als voorwaarde dat men maximaal één jaar van deze weide gebruik mocht maken. De Gruisveldweg is de veldweg, die begint aan de Rijksweg tussen de huisnummers 48 en 52.
Na een jaar is K.S.V. gaan voetballen op een andere wei op ’t Gruusselt, namelijk die van Jos Vaessen, toen ook bestuurslid en elftalleider. Helaas was ook deze locatie maar voor een jaar. Hier moest men voordat het veld bespeelbaar was, eerst de afrasteringspalen (bajje) verwijderen en het speelveld uitzetten. Voor elke wedstrijd moesten de kooflatte gespreid worden, want als er niet gespeeld werd liepen de koeien op het veld. Deze koeien hielden het gras van het veld kort, maar omdat ze het gras rond hun eigen flatte niet lustten, bleef dat staan. Dat gras moest daarom voor elke wedstrijd nog gemaaid worden.

2011blz65

Keerder Boys tweede helft jaren dertigin zwarte broek en blauwe trui.

Zittend vanaf links: Pierre Vliegen, Giem Vliegen, Nand Haesen.
Staand vanaf links: scheidsrechter Janssen, Sjef Vaessen, Miel Spronck, Sjiel Gilissen, Frans Weusten, Sjefke Janssen,
Sjef Spronck, Joy Vaessen, Hub Huijnen, Leike Bessems en Hay Ernon.

Nieuwe naam: V.V.Keer
De naam Keerder Sportvereniging heeft de club niet lang gedragen.
In het seizoen 1947-1948 wordt weliswaar nog aan de competitie gestart onder de naam K.S.V., maar in de tussenstand van 7 april 1947 komen we deze naam niet meer tegen. De club heet vanaf dat moment Keer. In een schrijven van de K.N.V.B. aan het Bestuur van de Afdeeling Limburg te Maastricht wordt medegedeeld dat de naam van de vereniging K.S.V. te Cadier en Keer door de K.N.V.B. werd geregistreerd als ‘Keer’.

Zoals blijkt uit het blad Officieele Mededeelingen K.N.V.B. afd. Limburg van 29 maart 1947 waren ook in dat jaar voetbalschoenen nog ‘op de bon’. ‘Uitsluitend in de Afdeeling spelende vereenigingen’ konden bonnen aanvragen voor het kopen van voetbalschoenen. Dat moest ‘bij afzonderlijk schrijven’ geschieden.

Spelers van V.V.Keer
In al die jaren dat er in Keer gevoetbald werd zijn er uiteraard veel Keerder jongens die tegen de bal getrapt hebben. En zoals bij elke club waren er ook bij de V.V.Keer spelers die wat meer talent hadden dan anderen. De meest talentvolle zijn de jeugdspelers geweest, die zijn doorgestroomd naar het betaalde voetbal en daar in het eerste elftal een basisplaats hebben gehad: Marc Luijpers (Roda JC en MVV); Jacky Vaessen (MVV) en Danny Wintjens (MVV, FC. Twenthe, Heerenveen,VVV en Fortuna).
Verschillende families waren echte voetbalfamilies waarvan nagenoeg iedere mannelijke nakomeling voetballer is geweest. Denk bijvoorbeeld aan de Pirnays, waarvan Jo, Egid (Sjielie), Henk en Sjef hebben gevoetbald en aan de gebroeders Haesen met Nand, Fer, Frietske en Frans en aan Sjo, Haj, Chrit en Sjuul Pinckers uit Honthem. Ook Jean, Harry en Mon Mourmans zowel als Sjaak, George (Sjoj) en Wiel Vaessen en Sjir en Jean Doijen hebben allemaal de kleuren van Keer verdedigd. Maar de grootste voetbalfamilie is wel de familie Spronck geweest, waarvan niet alleen de broers Jean, Eddy, Pierre, André, Hupie en Mathieu in de herenelftallen, maar ook nog de zussen Thea, Karin en Anneke in de dameselftallen hebben gevoetbald.
Harie Bisscheroux was in 1948 de eerste speler van Keer waartegen een strafzaak heeft gelopen bij de K.N.V.B. Harie werd daarbij ‘wegens ongepast optreden’ voor twee wedstrijden geschorst en tevens werd hem het recht ontzegd om als aanvoerder van het elftal op te treden.

Vaak trokken de spelers van de verschillende elftallen van Keer ook buiten de trainingen en wedstrijden veel met elkaar op. Daarbij is in de loop der jaren heel wat voorgevallen dat de teamgeest aanzienlijk heeft versterkt. Zo gingen in de jaren vijftig de spelers van het eerste elftal, toen hun wedstrijden om 13:00 uur begonnen, na de wedstrijd naar het clublokaal van Pie Gilissen. De meeste spelers bleven daar tot een uur of vijf en haastten zich daarna naar huis om zich om te kleden voor het bal dat om vijf uur, ook bij Pie, begon. Maar het overkwam spelers als Johan Bessems (va Bel) en Manuel Pirnay geregeld dat zij op zondagavond nog in voetbaltenue aan het buffet in het clublokaal zaten met of zonder overblijfselen van kooflatte aan benen, broek of hemd.

2011blz67

Huldiging kampioenselftal V.V.Keer in 1953 voor café Gilissen.

Zittend vanaf links: Bèr Bisscheroux, Sjef Heijnens, Henk van Kan, Pie Bisscheroux, pater Backus, Frans Haesen, Bèr Beckers ( trainer) en Lei Bröcheler.
Staand vanaf links: Jeu Heusschen, Mathieu Hornesch, Lucien Vaessens, Jean Doyen, Pierre Mingels, Wim Fraats, Harie Bisscheroux, Breur Geurten (Gasthuis), Pie Gilissen, Hub Lemmens, Pierre Schillings, Sjir Doyen, Johan Bessems ( va Bel), Jean Gilissen, Jo Beijers, Nic Brennenraedts, Michel Spronck (va Berpke) en Hai Pinckers (Honthem).


De spelers van het derde elftal beleefden op de eerste autoloze zondag in 1973 een onvergetelijke dag. Zij kwamen, door nood gedwongen, op het idee om met kar en paard naar de uitwedstrijd te gaan. Zo kon het gebeuren dat Jean Tillie tijdens de rust van de wedstrijd met het geleende paard van Pierre Florack rondjes om het veld liep, zodat het niet afkoelde. Na de wedstrijd, die door Keer was gewonnen, werd de thuisreis in opperbeste stemming hervat met een hapje en drankje op de wagen en onder de muzikale begeleiding van gitarist Pierre Spronck (va Mia va de Beijer).
In de jaren negentig is het een keer gebeurd, dat de spelers van Keer een list moesten verzinnen om niet te hoeven voetballen. De reden daarvoor was dat veel spelers voor de zondag dat voor de competitie moest worden gevoetbald, ook een toegangskaart hadden voor de Hierezitting die op die zelfde dag werd gehouden. Daarom moest er een manier gevonden worden om de wedstrijden in Keer niet te laten doorgaan. Toen de consul op de desbetreffende zondagmorgen de velden kwam keuren, zag hij tot zijn stomme verbazing dat de aluminium doelpalen waren doorgezaagd en de wedstrijd niet kon doorgaan. Wie de daders waren is niet bekend. Wat we wel weten is dat het vervangen van de doelpalen de vereniging niets heeft gekost.

Kampioens- en andere beladen wedstrijden
V.V. Keer heeft in de loop van de jaren heel wat wedstrijden gespeeld die van een extra lading waren voorzien en daardoor het meest in de herinnering zijn blijven hangen. Dat waren natuurlijk in de eerste plaats de wedstrijden om het kampioenschap, die in de meeste gevallen bijzonder spannend waren en daarom door talrijke supporters werden bezocht.

2011blz68

Frans Haesen (l) en Henk van Kan, apetrots op hun nieuwe voetbalschoenen. Elke week werden de veters gewassen.


Het eerste kampioenschap werd behaald in het seizoen 1952-1953 toen Keer na een zeer zwaar bevochten 4-3 overwinning op S.C.G. 2 naar de eerste klasse van de afdeling Limburg promoveerde.
Na een jaar weer in de tweede klasse van de afdeling Limburg te hebben gespeeld, werd in het seizoen 1965/1966 het verloren terrein weer snel goedgemaakt, door op Hemelvaartsdag de uitwedstrijd tegen Willem I overtuigend met 4–0 te winnen.
In het seizoen 1970/1971 is Keer het voetballen in de afdeling Limburg ‘ontstegen’ en is naar de vierde klasse van de K.N.V.B. gepromoveerd. Dit gebeurde na een zeer spannende uitwedstrijd tegen Oranje Boys (Oost-Maarland), die met 4-2 voor 500 toeschouwers werd gewonnen. Het kampioenschap kreeg extra glans omdat de vereniging in april 1971 ook haar zilveren jubileum vierde.
In het voor Keer meest succesvolle seizoen 1984/1985 promoveerde het eerste elftal naar de derde klasse van de K.N.V.B; de hoogste klasse die Keer heeft weten te bereiken. Dit kampioenschap werd behaald na een bloedstollende beslissingswedstrijd tegen Vijlen die in Eys werd gespeeld en die met 1-0 werd gewonnen voor niet minder dan 2400 toeschouwers. De kampioenen werden toen als helden in een massaal vlaggend Keer binnengehaald.
Hoe spannend deze wedstrijd was, blijkt uit onderstaand citaat van een verslag van deze wedstrijd in De Limburger van maandag 02 juni 1985:
"Op het moment dat de 2400 toeschouwers al rekenden op een verlenging gebeurde het. Met nog ruim tien minuten te spelen, kopten twee Vijlen-verdedigers finaal onder de verre uittrap van de Keerdoelman. Het leer viel voor de voeten van Nico Hermans en deze kon ongehinderd inschieten".

Nadat Keer in het seizoen 1986-1987 was gedegradeerd naar de vierde klasse, werd de club het seizoen daarop, in 1987-1988 al weer kampioen en kwam terug in de derde klasse. Dit gebeurde in de thuiswedstrijd tegen Banholtia die met 1-0 werd gewonnen (doelpuntenmaker Rudy Gilissen).
Ook de wedstrijden tegen tegenstanders uit de naburige dorpen waren altijd extra beladen. In die derby’s wilde het wel eens hard tegen hard toegaan. De dorpseer stond op het spel en dat leverde altijd een extra motivatie op om ‘er tegenaan te gaan’. Vooral tegen Sint-Geertruid en Margraten werden de mouwen opgestroopt en werd er mannelijk gevoetbald. Na afloop werden de duels nog eens onder het genot van een glas bier onder de loep genomen en verheugde men zich weer op de volgende confrontatie.

Heel bijzonder was ook de vriendschappelijke wedstrijd die donderdag 30 december 2004 werd gespeeld door een selectie van de V.V. Keer tegen V.V. Noorbeek in de Amsterdam Arena (Ajax voetbalstadion). Circa 300 supporters uit Noorbeek en Cadier en Keer reisden mee naar Amsterdam om deze wedstrijd te kunnen zien. Het initiatief voor deze bijzondere wedstrijd kwam van Jürgen Schillings en Daniel en Dominique Nuijts

2011blz70

Tweede elftal V.V.Keer kampioen in seizoen 1956/1957 op het veld Achter Leike.
Zittend vanaf links: Sjef Goessens, Pierre Mingels, Lambert Heusschen ( va de köster).
Staand vanaf links: Nand Haesen, Jean Doyen (Wiette), Lei Bröcheler, Jo Pirnay, Sjielie Pirnay, Jean Mourmans, Hub Lemmens, Pierre Schillings, Harie Bisscheroux, Jean Gilissen ( ‘t Wiet va Sjeuf), Johan Bessems (va Bel), Broer Geurten ( Gasthuis), Äödem Heusschen ( va de köster) en Sjef Weerts.

Succesvolle trainers
Keer heeft niet alleen goede voetballers binnen zijn gelederen gehad, maar ook heel wat illustere trainers die soms in het eerste elftal meespeelden (speler-trainer dus). Enkele namen: Pierre va Kusterke (Pierre Custers, ex Roda en Fortuna), Francois Herben (ex MVV), Gerard Hoenen (ex MVV) en Jo Geijselaers, (ex Fortuna en Antwerp FC), Peter Pleumeekers (ex MVV), Jan Benen (ex Fortuna) en Nico Mares ( ex MVV).
De toen nog zeer jeugdige trainer Francois Herben had in het seizoen 1965/1966 het trainerschap van Bèr Beckers overgenomen en promoveerde aan het einde van dat seizoen met Keer naar de eerste klasse van de afdeling Limburg. Overigens was Keer onder trainer Bèr Beckers in het seizoen 1952-1953 ook al naar de eerste klasse van de afdeling Limburg gepromoveerd, maar daaruit in het seizoen 1964-1965 gedegradeerd.
Onder Pierre va Kusterke is Keer in het seizoen 1970/1971 naar de vierde klasse van de KNVB gepromoveerd. Toen in het seizoen 1984/1985 het eerste elftal naar de derde klasse van de KNVB promoveerde, was Peter Pleumeekers de trainer.
Een andere ‘kampioenstrainer’ was Piet Roosenbeek. Deze bracht de club na degradatie in het seizoen 1986-1987 in het seizoen 1987-1988 al terug naar de derde klasse. Jo Geijselaars zorgde dat Keer in het seizoen 1994/1995 weer naar de derde klasse promoveerde, nadat de club in het seizoen 1988-1989 was gedegradeerd.

Elftalcommissie
Opmerkelijk in de jaren vijftig van de vorige eeuw was dat niet de trainer, maar een elftalcommissie de elftallen samenstelde. Deze commissie werd door de ledenvergadering gekozen. De leden van de elftalcommissie hoefden geen lid te zijn van de club. Lei Bröcheler weet te vertellen, dat hij na de training naar de elftalcommissie moest gaan, die ergens in het dorp zat te kaarten.

Scheidsrechters en grensrechters
De V.V.Keer heeft bij tijd en wijle profijt gehad van scheidsrechters die de club goed gezind waren. Zo werd meestal door Keer gewonnen als de scheidsrechters ‘Jansseke’, ‘de Neus’ (Joep Wouters uit Heugem), Frans Goyen uit Terblijt en Lei Franssen wedstrijden van Keer floten. Een geluk voor deze scheidsrechters was, dat er toen nog geen alcoholcontroles waren. Na de door hun gefloten (en meestal door Keer gewonnen) wedstrijden werden zij door de leden van Keer rijkelijk en natuurlijk gratis van alcohol voorzien. Ook werden ze wel eens door leden van de club thuis opgehaald en naar huis teruggebracht.
In 1946 woonde in ons dorp ook een officiële scheidsrechter van de K.N.V.B.. Het was P.H. Franssen, Limburgerstraat 158. En in 1948 mocht de toen pas 18 -jarige Lei Bröcheler al wedstrijden fluiten.
De scheidsrechter wordt geassisteerd door twee grensrechters; een van de thuisclub en een van de bezoekende club. De eerste grensrechter van het eerste elftal van V.V. Keer was Bèr Bisscheroux; een van de meest markante grensrechters die Keer heeft gehad. Bèr gebruikte zijn zakdoek als vlag en hij deed zijn werk als grensrechter meestal met een sigaar in zijn mond en als het iets kouder werd, met zijn hoed op het hoofd.

2011blz72

RKVV Keer, eind jaren veertig.
Vanaf links: Henk van Kan, Wiel Vaessen, Leike Bessems, Sjeng Brouwers (va Frèns), Joy Vaessen, Nand Haesen, Harie Bisscheroux, Pierre Vliegen, Bèr Cobben, Frits Haesen, Hub Huijnen, Jean Gilissen (’t Wiet va Sjeuf).

Geestelijk adviseurs
Dat de voetbalclubs in Keer die vanaf het seizoen 1926-1927 deelnamen aan de competitie ‘katholiek’ waren, blijkt niet alleen uit de naamgeving die begint met ‘Rooms-Katholiek’ maar ook uit het feit dat tot midden jaren zestig van de vorige eeuw deze clubs een geestelijk adviseur hadden. Dat was de kapelaan of de pastoor uit onze parochie of een pater van het Missiehuis. Deze bezochten meestal de bestuursvergaderingen en zeker de Algemene Jaarvergadering. Ook werd tot 1968 elke bestuursvergadering geopend en gesloten met de christelijke groet: Geloofd zij Jezus Christus.
In het eerste seizoen (1926-1927) had R.K.K.V.V. nog geen geestelijk adviseur, maar vanaf het tweede seizoen was dit kapelaan Jos Sohl. Bij de Keerder Boys was dat kapelaan Jac. Riemersma. Van 1946 tot 1953 was Pastoor Durlinger geestelijk adviseur van K.S.V. en V.V.Keer. Pater Backus, van het Missiehuis, van 1953 tot 1958 geestelijk adviseur, was sportief en voetbalde soms ook mee. Met pater Sjeng Jacobs, geestelijk adviseur vanaf 1958, werd na de algemene ledenvergadering een pilsje gedronken aan het buffet in clublokaal Gilissen. Kapelaan C. van Oers was actief in de jeugdafdeling. Sinds midden jaren zestig van de vorige eeuw heeft de V.V.Keer geen geestelijk adviseur meer, maar onze huidige pastoor Sjaak Smeele bezoekt wel nog de jaarlijkse feestavond.

Ten slotte
In dit eerste deel van de artikelenreeks over het voetbal in Keer zijn de clubs beschreven die sedert 1909 in ons dorp actief zijn geweest en is ingegaan op spelers en trainers, scheids- en grensrechters en geestelijk adviseurs, die om uiteenlopende redenen in herinnering zijn gebleven. Ook is aandacht gegeven aan de meest bijzondere wedstrijden van de V.V. Keer.
Het tweede deel zal handelen over de Keerder supporters en de supportersclub. Verder zal een beeld worden gegeven van hoe het voetbal in ons dorp zich heeft ontwikkeld van voetballen op een koeweide, zonder enige voorziening, tot het voetballen op de sportaccommodatie van tegenwoordig. Ook wordt ingegaan op de vele manieren waarop de V.V. Keer in de loop van de tijd de benodigde financiën bij elkaar heeft gekregen.
In het derde deel zal apart aandacht worden besteed aan het jeugdvoetbal en het damesvoetbal.

Met dank aan Lei Bröcheler, Hub en Jeannie Prevoo.

Verenigingen

Van’ koo-wéi’ tot sportveldencomplex
Voetballen in Cadier en Keer (deel 2)
 door John Heijnens en Fons Meijers

In het Jaarboek 2011 is ingegaan op de geschiedenis van de voetbalclubs die er in Keer voor de Tweede Wereldoorlog zijn geweest en op een aantal aspecten van de historie van de V.V. Keer. In dit artikel wordt een vervolg gegeven aan de beschrijving van de geschiedenis van onze huidige voetbalclub Keer. Ook nu gaat het om feiten en om overgeleverde anekdotes.

Supporters
De zondagse voetbalwedstrijd bezorgde vele Keerdenaren een aangename invulling van de zondagmiddag. Trouw werden de verrichtingen langs de lijn gevolgd en van ‘deskundig’ commentaar voorzien. Voor de tegenstander was dat commentaar niet altijd vleiend; steevast werd er hardop getwijfeld aan de voetbaltechnische kwaliteiten van de persoon in kwestie. Vooral Geel va de Graet (Spronck) en Wöm Beijers wisten als oud-spelers haarfijn hoe je een tegenstander uit zijn concentratie kon halen. Supporters van de tegenpartij die het waagden om wederwoord te geven en daarbij de term ‘boer’- een Maastrichts scheldwoord voor iedereen die niet uit de stad kwam - gebruikten, konden rekenen op een uitgebreide uitleg over de superieure kwaliteiten van de ‘boer’.
Er zijn in de loop der jaren supporters van Keer geweest die wel heel erg betrokken waren bij hun club. Zo gingen op Pinksterzaterdag 25 mei 1985 twee supporters (Henk Pirnay en Leon Wintjes) op de dag van de beslissingswedstrijd van Keer tegen Vijlen te voet naar het bedevaartsoord Wittem om bij Sint-Gerardus een kaarsje aan te steken voor de goede afloop van deze wedstrijd; niet tevergeefs, zoals verderop in het artikel blijkt. Tot de fervente supporters, die geen uit- of thuiswedstrijd oversloegen, behoorde het onafscheidelijke trio Sjeng Heusschen, Harrie Coolen en Chris Vandenboorn.
In uitwedstrijden kreeg Keer ook wel eens te maken met fanatieke supporters van de tegenpartij. Zo moesten in de uitwedstrijd tegen Valkenburgse Boys, die door Keer gewonnen werd, de spelers op de vlucht voor met paraplu’s gewapende vrouwelijke supporters van de Boys. En de uitwedstrijden tegen Celios, Amelie en RHC waren ook een geval apart. Als Keer die uitwedstrijden won, kwam het nog al eens voor dat de spelers naar huis konden lopen, omdat de supporters van de tegenpartij de banden van hun fiets leeg hadden laten lopen.
 
2012blz42

Drie trouwe supporters van de club, die tijdens de jaren ’70 en ’80 bijna alle uit- en thuiswedstrijden bezochten.
Vanaf links Bèrke Goessens, Sjeuf Coolen (va de Käol) en Sjeng Heusschen (va de Lisa)


Supportersvereniging
Op initiatief van onder meer Peter Abels, Piet Dizy, Sjeng Dubois, Henk Selij, Harrie Seegers, Geel Spronck en Bèr Weusten werd op 8 juni 1972 een supportersvereniging opgericht (Stichting Supporters V.V. Keer). Tous Gilissen werd de vertegenwoordiger van de voetbalclub binnen de supportersvereniging. De contributie bedroeg 1,50 gulden maand. Deze stichting heeft bijgedragen aan de realisatie van een aantal voorzieningen op de sportvelden en zij runde ook de eerste kantine van de V.V. Keer (zie verderop in dit artikel).
Op zondag 11 november 1973 was er vanwege de oliecrisis een autoloze zondag. Daarom werd er voor die dag door de supportersvereniging een bus besteld om naar de uitwedstrijd van Keer tegen Heerlen Sport te gaan. Veertien dagen later (weer een autoloze zondag) ging men zelfs met twee bussen naar de uitwedstrijd tegen Klimmania. Ook de wedstrijden tegen R.K.V.V.M. en Weltania werden per bus bezocht. Toen einde jaren zeventig de voetbalclub zelf de kantine ging exploiteren betekende dat ook het einde van de supportersvereniging.

Speelvelden van V.V. Keer
De in 1946 opgerichte Keerder Sport Vereniging heeft in het begin kort op een tweetal weiden aan de Gruisveldweg (op ‘t Gruusselt) gevoetbald. Op deze twee velden moesten voor elke wedstrijd de kooflatte gespreid worden, want als er niet gespeeld werd liepen de koeien op het veld.
In het seizoen 1948-1949, toen K.S.V. inmiddels was omgedoopt tot de V.V. Keer, heeft deze club een paar maanden gespeeld op een veld van Juul va Graet (Spronck) aan de Rijksweg ter hoogte van Blankenberg. Maar nog in het zelfde seizoen had men het oog laten vallen op een weiland van Joep Heusschen. Deze lag Op de Veer Boonder; ook wel Aan Hazeberg genoemd; aan het einde van het huidig voetpad dat links langs de woning van de familie Oostenbach (Eckelraderweg 1) loopt. Maar omdat deze wei niet de vereiste afmetingen had, moest ook nog onderhandeld worden met Sjaak Vaessen om een strook van zijn naastgelegen wei te kunnen bemachtigen. Na het ruilen van de nodige vierkante meters tussen beide eigenaren kon het weiland van Joep Heusschen worden afgebakend en ‘speelklaar’ gemaakt worden. De huur bedroeg 200 gulden per jaar. Mathieu Kessels stond garant voor het betalen van de huurpenningen. Op dit terrein werd gespeeld tot medio 1955.

2012blz44

Bestuur V.V. Keer in 1975 op het sportcomplex aan de Bemelerweg.
Vanaf links: Jo Mingels, Theo Hogenboom, Harry Mourmans, Tous Gilissen, Jos Weijermans, Jean Claessens, Lei Bröcheler, John Duckers, Henk Pirnaij, Jo Pirnaij en Johan Bastiaens


In deze beginjaren van de V.V. Keer ging het er nog uiterst primitief aan toe. Dat kwam alleen al door de toestand van het veld waarop gevoetbald diende te worden. De wei aan de Eckelraderweg had namelijk van het ene doel tot het andere doel al gauw een verval van een meter. Dat betekende dat de ene club voor de rust ‘bergop’ moest spelen en de andere ’bergaf’. En na de rust omgekeerd.
Bovendien was bij dit voetbalveld nog geen kleedlokaal en geen water en elektriciteit. De spelers van Keer kleedden zich daarom thuis al om. De bezoekers deden dat in het clublokaal Gilissen (Pie van Tossing) dat tot het seizoen 1959-1960 ook het ‘kleedlokaal’ van V.V.Keer was. Pie Gilissen droeg de club een warm hart toe. In de beginjaren hoefden de consumpties, die tijdens de bestuursvergadering in het clublokaal bij Pie genuttigd werden, vaak niet betaald te worden. Zijn vrouw Fien mocht dat overigens niet weten.
De enige voorziening die de V.V.Keer had, was een ‘materiaalhok’ bij Ingel Doijen aan de Eckelraderweg. Hierin werden de zware voetballen, cornervlaggen en doelnetten opgeslagen. Naast het veld lag een hoop mergel, die men gebruikte voor het uitzetten van de lijnen op het veld.

Eerste ‘gemeentelijk’ sportveld
Halverwege de jaren vijftig van de vorige eeuw was er de eerste voorzichtige bemoeienis van de toenmalige gemeente Cadier en Keer met de V.V. Keer. Op 20 mei 1954 kocht de gemeente namelijk een boomgaard (kersenweide) van de erven van Wöllem Spronck, gelegen achter Hazenhook ter hoogte van het huidige grasveld tegenover de praktijk van dokter Prevoo. Deze weide werd gekocht voor een bedrag van 23.569 gulden ten behoeve van ‘de aanleg van een terrein voor lichamelijke ontspanning en opvoeding.’ De bemoeienis van de gemeente ging overigens niet verder dan de aankoop van de wei, want voor het speelklaar maken ervan moest de club zelf zorgen. Jan Brouwers (Sjeng va Frèns) commissaris-bestuurslid moest, nadat het terrein door de gemeente ‘afgepaald’ was, de kersenbomen rooien. Henk van Kan, Lei Bröcheler en Hub Lemmens plaatsten de omrastering. Ten behoeve van het onderhoud werd de wei verpacht aan Dionisius (Nies) Bröcheler, die buiten de tijden van de wedstrijden zijn koeien op het veld liet grazen.
Voor aanvang van het seizoen 1955-1956 verhuisde de club naar deze locatie. Er werd met drie elftallen deelgenomen aan de competitie. De ‘hoofdingang’ lag aan een veldweg (de Achterweg) . De meeste spelers en supporters gingen echter via het weiland achter het café van Vic Goessens (vanaf 1958 Leike Bessems) en de sjloont (diepe greppel) naar het veld.

Ook op dit veld waren er nog weinig of geen voorzieningen. Wel werd hier in de zomer van 1955 een nieuwe ‘schuilkeet’ gebouwd. Het frame van deze keet bestond uit oude lantaarnpalen. Hiertegen kwamen planken van de houtzagerij van Sjeng va Frèns aan de Eckelraderweg. Het dak bestond uit golfplaten.
Aangezien het veld niet werd verlicht, kon men tot het seizoen 1960-1961 alleen bij daglicht buiten trainen. In de winter werd getraind in de zaal van Pie Gilissen. Deze trainingen begonnen met een rondje lopen rond het dorp. Het trainen in de zaal bestond uit lichamelijke oefeningen. Ballen werden hoog opgehangen om zodoende het springen en koppen te verbeteren. Omdat niet alle leden gymschoenen hadden (dat was een vereiste van de kasteleinsvrouw Fien Gilissen - Bormans), konden niet alle spelers aan deze trainingen meedoen. Na het trainen werd er gekaart in het clublokaal van Pie Gilissen.
Later, in het seizoen 1962-1963, kwam er een lichtinstallatie, zodat ook ’s avonds getraind kon worden. Deze lichtinstallatie bestond uit twee schijnwerpers die op elektriciteitspalen achter een doel stonden. Voordat de lichten brandden moest men eerst met enkele haspels een verbinding maken naar café Bessems waar men aangesloten kon worden op het elektriciteitsnet.
De reizen naar uitwedstrijden vonden in de beginperiode meestal te voet, met kar en paard, de sjees, per fiets of brommer plaats.
2012blz46

Kampioenschap 1985. Op Pinksterzaterdag 1985 promoveerde Keer voor het eerst naar de 3e klasse van de KNVB, de hoogste klasse waarin de vereniging ooit gespeeld heeft. Dit gebeurde na een beslissingswedstrijd tegen Vijlen (1-0) voor maar liefst 2500 toeschouwers. Daarna begon spontaan in het dorp een feest, dat het hele lange Pinksterweekend duurde. Trainer was toen de Keerdenaar Peter Pleumeekers



Tijdens de algemene jaarvergadering van 7 september 1959 werd, op last van de K.N.V.B., besloten dat het omkleden dichter bij het veld moest plaatsvinden; niet meer in het clublokaal van Pie Gilissen, maar bij café Bessems aan de Rijksweg (beej Leike). Het clublokaal bleef bij Pie Gilissen. Ook werd de vereniging door de K.N.V.B verplicht een urinoir te plaatsen.

Het heeft tot 1963 geduurd voordat de V.V. Keer een nieuw houten kleedlokaal kreeg. Dit kleedlokaal was tegen een vriendenprijs gebouwd door timmerbedrijf Schreurs (Thuur va Baaltsje) en de betaling mocht ook nog over twee jaar gespreid worden. Een probleem was wel dat in dit kleedlokaal geen stromend water was. Het water werd in melkbussen gehaald bij het café van Leike Bessems waarna de spelers zich in plastic teiltjes konden wassen. Leike heeft in die tijd ook honderden kannen thee (gratis) geleverd voor de voetballers in de rust van de wedstrijden.
De V.V.Keer heeft gedurende twaalf jaar, tot het seizoen 1967-1968, op dit terrein gevoetbald.

Huidige locatie
Voor aanvang van het seizoen 1967-1968 verhuisde de V.V. Keer naar de huidige locatie aan de Bemelerweg. De tijd dat er de hele week koeien op het voetbalveld graasden en dat voor de wedstrijd de kooflatte en molshopen gespreid moesten worden, was definitief voorbij. Bovendien werd al in mei 1967 in eigen beheer begonnen met de bouw van het nieuwe kleedlokaal. De gemeente zorgde deze keer wel voor het materiaal.
Het nieuwe voetbalveld werd op zondag 1 oktober 1967 geopend door burgemeester Jef Van Laar en pastoor Anton Berkers. Het eerste elftal van Keer speelde bij die gelegenheid een vriendschappelijke wedstrijd tegen TOG ‘57 (Tot Ons Genoegen 1957), een club uit Maastricht die intussen is opgeheven. De wedstrijdbal voor deze openingswedstrijd werd geschonken door Johan Bessems (va Bel).

Het was voor de spelers een ongekende weelde, dat ze zich op het sportcomplex konden douchen. In het begin was dit voor sommige spelers ‘een probleem’, want samen naakt onder de douche staan was men niet gewend.

2012blz48
Eerste elftal 1967. Staand vanaf links: Pierre Kleijnen, Jean Goessens, Jean Weusten, Jo Pirnaij, Jean Kleijnen, Bèr Beckers (Honthem). Zittend vanaf links: Arthur Schreurs, Henk Pirnaij, Egid Pirnaij, Michèl in de Braek, Jef Lietzman (Borgharen) en Math Tilly. De foto is gemaakt in juli 1967 op het terrein in Ingber. Keer won daar de georganiseerde seriewedstrijden. Dit soort wedstrijden werden ter voorbereiding op het nieuwe seizoen gehouden, maar ook om de clubkas te spekken

De volgende stap die werd gezet in de ontwikkeling naar een heus sportcomplex was het plaatsen van ‘echte’ lichtmasten voor de gravelhoek zodat met voldoende licht kon worden getraind. Daaraan werd door de leden van de voetbalclub al snel na de opening van het nieuwe veld gewerkt, zodat vanaf januari 1968 de spelers konden trainen onder de nieuwe lichtmasten. De tijd van 300 watt lichtopbrengst, waarmee men het op het oude veld moest doen, was nu ook voorbij.

Met de aanleg van een lichtinstallatie voor het hoofdveld werd eerst bijna zeven jaar later begonnen. De apparatuur daarvoor werd bekostigd door de gemeente Cadier en Keer. Deze nieuwe lichtinstallatie werd op dinsdag 12 december 1974 door burgemeester Van Laar officieel in gebruik gesteld.

Belangrijk voor het spekken van de kas van de V.V. Keer is het initiatief van de supportersvereniging geweest voor de realisatie van een kantine naast het kleedlokaal. Daarvoor werd een houten gebouw(tje) gebruikt, dat ze van Harrie Moonen hadden gekocht. Deze had dit als vakantiehuisje willen gebruiken, maar omdat het daar niet van was gekomen, stelde hij het ter beschikking voor het gebruik als kantine. Omdat het huisje op een chalet leek, werd de kantine ook wel ’t Chalet genoemd. Deze kantine die ook dienst deed als vergaderruimte, werd op 19 augustus 1973 door burgemeester Van Laar geopend en door pastoor Berkers ingezegend. Ze werd gerund door leden van de supportersvereniging. In het begin ging het er in deze kantine nog vrij primitief aan toe. Zo werd op een behangtafel in de open lucht eigengemaakte soep en koffie verkocht.

De supportersvereniging heeft er ook voor gezorgd dat op de nieuwe lichtmasten rond het hoofdveld een geluidsinstallatie werd geïnstalleerd. Eind 1974 zorgde de supportersvereniging er verder voor dat de kleedlokalen met gaskachels verwarmd konden worden.

Elf jaar na de opening van het eerste sportveld werd het complex uitgebreid met een tweede voetbalveld en met een hockeyveld. Deze werden op zondag 16 september 1978 officieel geopend.

Verdere uitbouw van de sportaccommodatie.
Door de sterke groei van het aantal inwoners van Cadier en Keer in de tweede helft van de jaren zeventig nam ook het aantal leden van de V.V. Keer en vooral het aantal jeugdleden enorm toe. Begin jaren tachtig nam de V.V. Keer met zes seniorenelftallen, een veteranenelftal, een dameselftal en twaalf jeugdelftallen deel aan de competitie.
Daardoor en door de hogere eisen die intussen werden gesteld aan sportaccommodaties kon niet langer worden volstaan met de toch wel primitieve kantine en waren ook de oude kleedlokalen dringend aan vernieuwing en uitbreiding toe. Daarom werd al snel nadat het tweede voetbalveld in gebruik was genomen begonnen met de bouw van een nieuwe kleedaccommodatie en van een nieuwe kantine. Op zaterdag 6 september 1980 werd deze sportaccommodatie geopend door burgemeester Van Laar. Ook de hockeyclub Hockeer en scouting Caldarium maakten aanvankelijk hiervan gebruik. Het gezamenlijk gebruik van de kantine met Hockeer duurde overigens maar een jaar. Omdat men het niet eens kon worden over de verdeling van de inkomsten uit deze kantine, kreeg de hockeyclub in 1981 een eigen kantine in het souterrain, Hokkie genaamd. En op 1 september 1988 verhuisde de hockeyclub naar haar nieuwe clubhuis. Dat betekende dat de V.V. Keer nu ook gebruik kon maken van de lokalen in het souterrain. Tevens kreeg de hockeyclub een tweede kunstgrasveld. Daardoor kreeg de voetbalclub er weer een veld bij en beschikt de voetbalvereniging sedert die tijd over drie speelvelden.
 
Eind jaren tachtig bleek de inrichting van de kantine al weer aan vernieuwing toe. Dit karwei werd opgepakt door een aantal zeer actieve leden die na een maandenlange voorbereiding tijdens de winterstop van het seizoen 1990-1991 de kantine van binnen een volledig nieuw aanzien hebben gegeven. Er werd een nieuwe bar geplaatst, nieuwe verlichting aangebracht en het geheel werd van een nieuw kleurtje voorzien. Op vrijdag 18 januari 1991 werd om 19.45 uur de volledig gerenoveerde kantine door pastoor Jan van Frankenhuijsen ingezegend.

Sedert het seizoen 1966-1967 is de locatie van de voetbalvelden ongewijzigd gebleven. Wel is in 2003 het hoofdveld negentig graden gedraaid. Dat was nodig vanwege de nieuwbouw van woningen aan de Bemelerweg (bestemmingsplan ‘t Meeldert). Zondag 24 oktober 2004 werd het ‘nieuwe’ hoofdveld in gebruik genomen. Dit gebeurde door burgemeester Harrie van Beers, die de aftrap verrichtte van ‘de kraker’ tegen R.K.V.V.M.. Maar het nieuwe speelveld was van zo een slechte kwaliteit dat op kosten van de gemeente Margraten het veld in juni 2006 helemaal opnieuw is aangelegd. Uiteindelijk kon men op het eind van het seizoen 2006-2007 weer gebruik maken van het hoofdveld.

2012blz51

Vier oprichters van de V.V. Keer tijdens het 25- jarig jubileum van de vereniging op zaterdag 19 juni 1971 in clublokaal Gilissen (Pie va Tossing).
Vanaf links; Lène Kessels-Gilissen, Jeu Kessels, Fien Gilissen-Haesen, Egidius Gilissen, Lies Bessems-Schillings, Lèike Bessems.
Op de achtergrond v.l.n.r. Pie Gilissen, Christien Kleijnen-Bessems, Anna Beckers-Schillings, Sofie Beckers-Dols. Tijdens deze avond werd ook het kampioenselftal, dat onder leiding van trainer Pierre Custers naar de vierde klasse van de KNVB promoveerde, gehuldigd
.

Geld in het laatje
Vroeger, toen Keer nog geen kantine had, was het bittere noodzaak om naast de contributie van de leden ook andere bronnen van inkomsten aan te boren. In de beginjaren waren dat naast giften van ‘welgestelde’ Keerdenaren, de opbrengsten van de jaarlijkse balavond en van de verkoop van erelid- en donateurskaarten. Vanaf de jaren zestig kwamen daar nog de opbrengsten van de toto en lotto bij. Eerst gingen de (bestuurs-)leden de toto/lotto bij de deelnemers in het dorp ophalen. Later kon men deze zelf inleveren; van 1957 tot 1970 bij Lei Bröcheler en van 1970 tot 1990 bij Jean Claessens.
Ook het ophalen van oud papier bracht geld in het laatje. In het begin werd het papier alleen door de jeugdvoetbalclub opgehaald en de opbrengst was dan ook voor de jeugdvoetballers. De eerste ophaalactie op 2 juni 1965 bracht 115 gulden op. Rondrijdende personenauto’s en tractors met aanhangwagens haalden het papier op. Na het ophalen werd het papier gesorteerd, want dan bracht het meer geld op. Toen in september 1978 het papier weinig of niets meer opbracht, is men met het ophalen hiervan gestopt.
Verder gingen vanaf 1967 de jeugdleden met balpennen en vanaf 1976 met kerstkaarten langs de deur om de kas te spekken. Ook heeft men vele jaren meegedaan aan de actie Jantje Beton, waarvan de helft van de opbrengst bestemd was voor de jeugdelftallen. Voorts werden jeugdtoernooien en verenigingentoernooien georganiseerd.
2012blz52


In 1979-1980 -1981 organiseerde de vereniging om de clubkas te spekken.
Vanaf links: Wiel Widdershoven, Tini Hermans-Spronck, onbekend , Roos Vertommen, Jean Pluijmakers, Jeanny Duckers-Brouwers, Jeannie Prevoo-Spronck. Jo Berkx is verkleed als leeuw

In 1984 deed een voor de V.V. Keer nieuw fenomeen zijn intrede: de club kreeg een hoofdsponsor. Dit was de firma M.T.C. (Maastrichts Tapijt Centrum), waarvan de directeur-eigenaar Frans Bekx woonachtig was in ons dorp. Later werden buiten het eerste elftal ook de andere elftallen gesponsord.
Dat de V.V. Keer zeer actief en ook inventief is geweest met het verwerven van inkomsten blijkt ook uit de evenementen die in het dorp zijn georganiseerd, zoals de wielerzesdaagse in zaal Joy (voormalige zaal Gilissen) in de jaren 1979 t/m 1981, kienavonden en een boerenbruiloft in 1986. Een zeer belangrijke inkomstenbron vanaf 1983 is het Volksfeest. Dit heeft zich intussen ontwikkeld tot een feest dat bijna niet meer weg te denken is uit onze gemeenschap.
Een laatste bron van inkomsten die niet onvermeld mag blijven is de subsidie door de gemeente die in de jaren vijftig voor het eerst werd verkregen. Het ging toen om een bedrag van 200 gulden. Dit bedrag was toen, anders dan tegenwoordig, niet afhankelijk van het aantal leden.

Ten slotte
De V.V. Keer heeft sedert de oprichting in meerdere opzichten een enorme groei doorgemaakt. In de beginjaren werd met twee elftallen gespeeld op een koeweide zonder enige voorziening. De sterkste groei vond plaats in de tweede helft van de jaren zeventig waardoor deze vereniging in het begin van de jaren tachtig met niet minder dan twintig elftallen, waaronder twaalf jeugdelftallen en een dameselftal, aan de competitie kon deelnemen. De koeweide is in de zeventiger en tachtiger jaren veranderd in een moderne sportaccommodatie met drie voetbalvelden en alle daarbij behorende voorzieningen.
Intussen is door de geringere groei van het aantal jeugdigen in ons dorp en door de ‘concurrentie’ van andere sporten het aantal elftallen drastisch gedaald.
Tot de sportieve hoogtepunten moeten vooral worden gerekend de wedstrijden waarin het eerste elftal kampioen werd en promoveerde van de vierde klasse naar de derde klasse van de KNVB.
Deze ontwikkeling in het Keerse voetbal kon worden gerealiseerd dank zij de grote inzet van bestuur, spelers en supporters en met ondersteuning van particuliere sponsoren en gemeente.
In de volgende Keerder Kroniek zal een artikel worden gewijd aan het jeugd- en het damesvoetbal in ons dorp.

Met dank aan Lei Bröcheler, Frans Mingels en Hub en Jeannie Prevoo-Spronck.

Het verenigingsleven

Sprokkelingen uit de historie (1944-1965)
Fanfare Sint-Blasius (deel 2)
door Jo Purnot

In het vorig jaarboek hebben wij een aantal fragmenten uit de periode 1921 – 1942 van onze fanfare Sint-Blasius beschreven. Vermeld is dat in 1942 de leden van de fanfare besloten, tegen het advies van een groot deel van het bestuur in, zich niet aan te sluiten bij de Kultuurkamer. Dit was een organisatie waar op last van de Duitse bezetter alle verenigingen die met kunst te maken hadden, zich bij moesten aansluiten. Dat betekende het voorlopig einde van de fanfare-activiteiten in ons dorp. De muziekinstrumenten werden bij de zaalhouder, Pie Gilissen (va Tossing), ingeleverd in afwachting van betere tijden. Deze braken aan nadat op 13 september 1944 ons dorp werd bevrijd door de Amerikanen.
In dit artikel nemen we de draad weer op in het jaar van de bevrijding, waarbij eerst een korte schets wordt gegeven van de situatie in ons dorp gedurende de eerste vijftien jaar na de oorlog.

Tijdsbeeld
Al snel na de bevrijding begon het normale leven weer stilaan op gang te komen. Dat gold niet voor alle gezinnen. Want de oorlog en bezetting hadden hun sporen achtergelaten. Zo moest een twaalftal gezinnen het zonder kostwinner doen, omdat de man des huizes op last van het Militair Gezag was opgepakt wegens sympathieën voor de Duitsers. Verder keerde Mathieu Speetjes van ’t Rooth, die enkele maanden voor de bevrijding wegens collaboratie tegen de bezetters door de Duitsers was opgepakt, niet meer terug. Hij kwam op 5 april 1945 in concentratiekamp Mauthausen om het leven. Ook raakte een moeder van jonge kinderen (Mia Muijtjens) een week voor de bevrijding, door schoten vanuit een vliegtuig dodelijk gewond.
Een normaal leven was ook niet weggelegd voor een aantal jonge mannen die werden uitgezonden naar Nederlands-Indië.
 
Voor vele anderen werd merkbaar dat we in een periode van wederopbouw terecht waren gekomen. Zo werden eind jaren veertig de eerste woningwetwoningen gebouwd. Keerder jongelui die een gezin wilden stichten en zelf geen huis konden bouwen, hoefden niet meer elders te gaan wonen. De betere tijden werden ook zichtbaar doordat het verkeer op de Rijksweg begin jaren vijftig steeds drukker werd.
In 1957 werd met, uitzondering van de toren, de oude parochiekerk afgebroken en een nieuwe kerk gebouwd. De bouw was voor het kerkbestuur en de parochianen wel een flinke financiële aderlating.
In diezelfde tijd werd het Groene Kruisgebouw geopend, waardoor Keerdenaren tegen een gering bedrag de kans kregen zich te douchen.
Maar er waren ook schaduwkanten. Door mechanisatie was voor vele Keerdenaren geen werk meer in het boerenbedrijf; zij moesten uitzien naar een andere baan buiten het eigen dorp.

2010blz55
Hay Kleijnen, Giel Spronck, Lambèr Heusschen en Jean Deliège

Jubilarissen in 1981


Wederopbouw van de fanfare
Al vrij snel na de bevrijding namen kapelaan Jacques Riemersma, Jan Bessems, Math Heusschen en Giem en Bèr Vliegen het initiatief om de fanfare weer op te starten. Zij besloten, op een enkele uitzondering na, alle leden van 1942 op te roepen. Het bestuur, voor zover het nog niet zelf ontslag had genomen, werd geschorst. Verder maakten zij een lijstje met namen van mannen die ze geschikt achtten om in een nieuw bestuur zitting te nemen. Pastoor Durlinger nam de taak op zich om die personen te benaderen.

Op 14 oktober 1944 vindt in het patronaatsgebouw de eerste algemene ledenvergadering plaats. De nieuw aangezochte bestuursleden stellen zich allen beschikbaar en worden bij acclamatie gekozen. Het bestuur ziet er als volg uit: pastoor Durlinger (voorzitter), Giem Vliegen (secretaris), Adam Goessens (penningmeester) en verder Jan (Joseph Hubertus) Heusschen, Sjeng Beijers, Sjeng Claassens, Jos Mourmans en Math Heusschen (de Köster).

H.J.Kuijpers, die ook tot 1942 het dirigeerstokje had gehanteerd , was bereid om de muzikale leiding weer op zich te nemen. Kort daarna begonnen op de zondagmorgen na de Hoogmis in het patronaat de repetities. Later vonden deze op zaterdagavond plaats. De leerlingmuzikanten kregen in 1944 solfègeles van Kuijpers in ’t Keerhoes, zittend op de legerbedjes van de Amerikanen die daar ingekwartierd waren.
Voor die nieuwe leden waren instrumenten nodig. Geld daarvoor was er niet. Daarom maakte het korps een rondgang door het dorp. Het resultaat mocht er zijn: 1949,50 gulden.

Eerste optredens
Op 28 januari 1945 vond het eerste optreden plaats; een concert voor de Amerikanen die in ons dorp gelegerd waren. Op 5 mei volgde in Huize Sint-Joseph een concert voor de gerepatrieerden. Dit waren veelal mannen, dwangarbeiders, die uit Duitsland waren teruggekeerd, maar niet naar huis konden omdat ‘Holland’ nog niet bevrijd was.
Verder organiseerde men begin juni een konzaer om geld in het laatje te krijgen. Ook aan de fancy fair die voor de Honthemse missionaris Oostenbach werd georganiseerd, droeg de fanfare haar steentje bij. Verder ging het korps naar Wijlre waar onze muzikanten veel succes hadden met de Calif de Bagdad. Aan activiteiten in dat eerste jaar was dus geen gebrek.

Op 3 september 1945 had de vereniging de droeve plicht een van de mannen van het eerste uur, ere-voorzitter Tossing Gilissen, naar zijn laatste rustplaats te begeleiden.

2010blz57

Huub Bessems (va Roos), Lei Bröcheler, Lambèr Heusschen (va de Köster), Wöm Aarts, Äödem Heusschen (va de Köster) en Hay Kleijnen

Op concours (1944 – 1962)
Wessem, 1948
Elk muziekkorps moet in principe een keer per zes jaar op concours. Zo een concours trekt door de extra inzet en repetities een zware wissel op de muzikanten. Bij onze fanfare was dat niet anders. Tijdens de jaarvergadering in oktober 1947 werd stevig gediscussieerd over het wel of niet op concours gaan. Uiteindelijk bleek dat het vereiste aantal stemmen (4/5 van de stemmen) niet gehaald werd; er waren twee stemmen te weinig. Maar de onwillige houding sloeg om tijdens het concert met de Leechmèskèrmes (2-3 februari), bijna vier maanden later. Het liep muzikaal zo crescendo dat bestuur en leden spontaan besloten alsnog op concours te gaan.
Het concours vond plaats 17 mei 1948 in Wessem. Op deze zonnige pinkstermaandag togen de muzikanten, vergezeld door een flinke schare supporters, naar Midden-Limburg. En het werd een succes!
De recensent in de krant schreef:
1ste afdeling fanfare Sint-Blasius Cadier en Keer. Het verplicht nummer: L’Únion fait la Force (Eendracht macht) van Louis Canivez . Goede stemming, mooie homogene klank en zeer goede nuancering. Wat een pracht bassen. Voor een 1ste afdeling een prestatie die er zijn mag. Het gekozen nummer Firenza van Gabriel Allier. Een fraai niet gemakkelijk werk, doch evenals het verplicht nummer een fraaie prestatie. Bij het slot merkten we een kleine inzinking. Dit corps maakte een uitstekende indruk, evenals de zeer muzikale leider. Bravo 1e prijs met 371 punten.

Een prima resultaat, er was een overschot van 61 punten op de vereiste 310 punten. Bij terugkomst in de late avond werden de dolgelukkige winnaars met bloemen en gejuich door vele dorpsgenoten opgewacht. Tijdens de huldiging de dag erna maakten alle Keerder verenigingen hun opwachting. De burgemeester bood namens de gemeente honderd gulden aan en de bevolking bleef niet achter; ruim zes honderd gulden was de bijdrage.

Linne, 1951
In 1951 bestond de fanfare 30 jaar, dat was een reden om in dat jaar weer aan een concours deel te nemen. Dat concours zou op 12 juni plaatsvinden in Linne. Het bestuur was zich ervan bewust dat door allerlei oorzaken het muzikale niveau in de afgelopen paar jaar behoorlijk achteruit was gegaan. En tot overmaat van ramp werden de extra repetities ter voorbereiding van het concours maar matig bezocht.
Voor de ere-voorzitter, burgemeester Huyben, was dat een reden om bij elk lid persoonlijk een brief te laten bezorgen. Met succes. Het repetitiebezoek ging er flink op vooruit.
Op 12 juni 1951 vertrokken bestuur en muzikanten, gesteund door een paar bussen supporters, naar Linne. Het resultaat mocht er zijn: Afdeling Uitmuntendheid 1ste prijs 301 ½ punten, duidelijk meer dan de benodigde 270 punten.  Negentien korpsen namen aan het concours deel en maar twee haalden een beter resultaat dan Sint-Blasius. Weer was het de Firenza-ouverture van Gabriel Allier en daarnaast de Gladiatorenmars van A. Adroit waarmee ze hoge punten scoorden. De jury oordeelde dat de samenklank, de techniek en de opvattingen van de directie uitstekend waren.
De ontvangst bij thuiskomst was overweldigend. In dichte rijen stonden de dorpsgenoten de muzikanten en de directeur op te wachten. De dag erna werd het feest voortgezet. Directeur Kuijpers werd met zijn echtgenote aan de Rijksweg opgevangen en in optocht naar het gemeentehuis gebracht. Na een toespraak van de burgemeester ging het gezelschap naar de kiosk voor de kerk waar een receptie plaats vond. Hier volgden opnieuw toespraken. Ook gaf een aantal zusterverenigingen uit de omgeving acte de presence. De stemming onder de aanwezigen steeg tot een hoogtepunt toen spontaan de cramignon gedanst werd (in Keer meestal rèi-je genoemd). Jong en oud, zelfs de burgemeester en de aanwezige priesters deden mee.

Kerkrade, 1954
Het bestuur en de leden besloten aan het eerste echte Wereldmuziekconcours te Kerkrade deel te nemen. Daar streden honderd harmonieorkesten en fanfarekorpsen uit zestien landen tegen elkaar. De geschiedenis herhaalde zich: weer werden de repetities ter voorbereiding van het concours matig bezocht. Nadat het bestuur daar een aantal leden persoonlijk op had aangesproken, ging het iets beter. Maar de voortekenen waren niet positief. Op 14 augustus gingen ze, weer begeleid door Keerder supporters, naar Kerkrade om hun muzikaal kunnen te tonen. Secretaris Sjeng Ackermans schrijft naderhand in zijn jaarverslag: door pech, zenuwen, en nervositeit werd hier alsnog een derde prijs uit het vuur gehaald. Het kon beter.
Van de cramignon dansen, zoals na het vorig succes in Linne, zal geen sprake zijn geweest.

2010blz60
Kaartmore (kaartliefhebbers). Vanaf links: Sjeng Bessems, Hub Bessems, Wöm Aarts, Nick Ubags

Cramignon (rèi-je)
In veel dorpen in onze contreien hebben cramignon en Bronk – in Keer de 2de zondag na Pinksteren - iets met elkaar. In ons dorp niet. Na de Sacramentsprocessie gaan de fanfare-uniformen weer de kast in. In andere heuvellanddorpen is dat wel anders. Daar wordt in samenhang met andere bronkactiviteiten gerèi-jd of de cramignon gedanst. Ook nog op bronkmaandag en –dinsdag.

Rèi-je of cramignon daanse gebeurt al jaren in Keer niet meer. Wanneer hier voor de laatste keer gerei-jd is, is moeilijk na te gaan. Er zijn zelfs mensen die beweren dat die traditie hier nooit heeft bestaan. Dat is een misvatting. In het archief van de fanfare staat geregeld vermeld dat de cramignon gespeeld werd. Ook bij andere gelegenheden waar de fanfare bij betrokken was, gebeurde dit. Twee voorbeelden, maar er zijn er meer:
Huldiging. — Maandagavond was er feest in Cadier en Keer. Een dubbele reden noopte daartoe. De fanfare St. Blasius heeft op het muziekconcours te Heer den lste prijs behaald in de 2e afdeeling. En “Zanglust" den 1ste prijs in de 4e afdeeling. De feestvreugde werd verder voortgezet met cramignon en dans. (Limburger Koerier, 31-08-1938)

Tijdens de installatie van pastoor Edmond Frissen op 23 april 1950 wordt de fanfare door de geestelijke en wereldlijke autoriteiten uitgedaagd om de cramignon te spelen. Er ontspint zich  een wedstrijd wie het het langste volhoudt, uiteindelijk trekt de fanfare aan het langste eind. (jaarverslag secretaris fanfare)

De voorzitters van de fanfare (1944-1962)
Pastoor Durlinger (1944-1945)
Pierre Hubert Joseph Durlinger was geboren in 1896 in Sittard. In 1942 werd hij benoemd tot pastoor van onze parochie. Tot 1950 zou hij de parochie leiden.
Hij was na de oorlog de eerste voorzitter. Geen normale situatie: de pastoor als eerste man bij het muziekkorps. Maar blijkbaar moesten er toch nog wat “scherven geruimd” worden zo vlak na de oorlog. En wie kon dat beter dan de man met het meeste gezag en de meeste invloed onder onze dorpsgenoten. Na bijna een jaar vond pastoor Durlinger dat hij zijn voorzittershamer weer aan iemand ander kon overlaten.

Sjeng Claassens (1945-1952)
Voor de opvolging van Durlinger waren twee kandidaten: Sjeng Claassens en Sjeng Beijers. Sjeng Claassens kreeg 24 stemmen en zijn tegenkandidaat vijf. De nieuwe voorzitter was bijna vijftig jaar, geboren in Margraten en veekoopman van beroep. Hij was in 1926 getrouwd met Henriëtte Gilissen, een dochter van de eerste voorzitter Tossing Gilissen. Tijdens zijn voorzitterschap ging het korps twee keer op concours (1948 en 1951) en met succes. In 1952 trad Sjeng Claassens om gezondheidsredenen af.

Sjeng Beijers(1953-1958)
Nadat Sjeng Beijers een aantal maanden het voorzitterschap had waargenomen, werd hij definitief als voorzitter benoemd. De dan bijna zestig jarige Sjeng Beijers was al sinds 1943 weduwnaar van Catharina Kevers. Hun gezin telde tien kinderen. Voorzitter Sjeng Beijers werkte meer dan veertig jaar bij houtbedrijf Caspar Vliegen in Heer. Hiervoor werd hij onderscheiden met de zilveren medaille van Oranje Nassau. Sjeng was ook de grote animator van de drumband die in 1956 opgericht werd.

Giem Vliegen  ( 1959- 1962/1964)
Maria Wilhelmus Hubertus Vliegen werd geboren in 1912. Giem had na zijn lagere school een aantal jaren op een internaat “doorgeleerd”. In het eerste bestuur direct na de oorlog was hij secretaris. Niet lang, want al vrij snel moest hij wegens drukke werkzaamheden het secretariaat beëindigen. Giem was 46 jaar toen hij het voorzitterschap op zich nam. Hij was getrouwd met Sophie Janssen en hun gezin telde zes kinderen. De periode waarin Giem voorzitter was, was een moeilijke periode voor de fanfare. Vooral het slechte repetitiebezoek en de motivatie onder de leden speelden de vereniging parten.

Nieuwe petten en een nieuw vaandel
Het bestuur moest voortdurend alles uit de kast halen om het huishoudboekje op orde te houden. Een hele klus. In het algemeen toonden de Keerdenaren zich gul naar de fanfare toe, maar in de jaren vijftig moesten de Keerdenaren ook nog een nieuwe kerk bouwen. Dit ging eveneens gepaard met steeds weer terugkerende acties en collectes.

De fanfare organiseerde in de zomer konzaere (weideconcerten) en in de winter musiceerde het korps in zaal Gilissen, waar de vereniging haar thuisbasis had. Vaak werd dit gecombineerd met een toneeluitvoering. Een aantal gemeenteraadsleden was kort na de oorlog een tegenstander van dansen, want de dansvloer was het werkterrein van de duivel. Toch kreeg de fanfare vergunning om tijdens de Lichtmiskermis van 1947 in twee zalen bal te organiseren. Later stelde de gemeenteraad zich nog wat soepeler op en kwam het voor dat de fanfare in vier cafés tegelijk bal hield.
Soms deden zich buitenkansjes voor, zo werd het korps vaker uitgenodigd in België, zoals Cheratte, Hermalle en Visé. De Belgen waren bereid hiervoor behoorlijk in de buidel te tasten.

Ondanks alle financiële perikelen lukte het in 1952 om de muzikanten uit te rusten met nieuwe petten en werd een nieuw vaandel aangeschaft. De kosten waren ruim 1000 gulden. Om dat geld bijeen te krijgen organiseerde men een konzaer en een wielerronde. De weergoden werkten niet mee, want beide festiviteiten vielen letterlijk in het water. Een financiële tegenslag.

2010blz63

Begin 50er jaren.
1e Rij, vanaf links: Martin Pieters, Leo Deliège, Pieke Hornesch, Hub Bessems (va Roos), Harrie Mourmans.
2e Rij, vanaf links: Adam en Lambèr Heusschen (va de Köster), Nick Ubags                                           

In datzelfde jaar (1952) werd H. Speetjens van ’t Rooth als bestuurslid gekozen. Geen bijzonderheid. Maar wel vermeldenswaardig is dat, omdat Speetjens de vergadering waarin hij werd benoemd niet bijwoonde, een aantal leden om één uur ’s nachts naar ’t Rooth togen om hem het nieuws te vertellen. Daar werd het kersverse bestuurslid uit bed gehaald. Deze kon die ‘geste’ blijkbaar toch op prijs stellen, want hij trakteerde de nachtbrakers op sjeenk en dröpkes. Daarna keerden deze weer voldaan naar Keer terug.

Directeuren
De muzikale leider van het muziekkorps is de dirigent, steevast ‘directeur’ genoemd. Hij is de enige binnen het korps die betaald wordt. Over zijn benoeming en ontslag wordt in een vergadering van bestuur en leden gestemd.

H.J.Kuipers (1936 – 1956)
H.J. Kuijpers volgde in 1936 directeur Werkman op en nam na de pauze in de oorlog het dirigeerstokje weer op. Hij woonde in Limmel en kwam elke week door weer en wind met zijn fiets de ‘berg op’. Kuijpers had verschillende muziekkorpsen en zangkoren onder zijn hoede, waarmee hij evenals met ‘Sint-Blasius’ mooie successen boekte. Toch zijn midden jaren vijftig een aantal fanfareleden niet meer tevreden over hem. Het repetitiebezoek en het muzikale peil werden minder en de sfeer in de vereniging zakte.
Tegen de verwachting in kwam het tijdens een vergadering in juni 1956 tot een stemming over de directeur. Van de 24 stemgerechtigde aanwezigen stemden zestien voor een nieuwe directeur, één tegen en zeven blanco. De vergadering besloot daarop directeur Kuipers per brief te ontslaan en een advertentie te plaatsen voor een nieuwe directeur.

J. Hautvast (1956-1958)
Op de advertentie kwamen heel wat sollicitaties binnen. Het bestuur nodigde er vier uit om een proefrepetitie te komen geven. De keuze viel op dhr. J. Hautvast uit Bunde. Lang duurde zijn directeurschap niet. In oktober 1958 wordt hij weer ontslagen, met 17 stemmen voor zijn ontslag en 7 tegen. Jan Bessems was het duidelijk niet met de meerderheid eens. Volgens hem was de directeur goed. Hij vond dat de leden de hand in eigen boezem moesten steken. Na het ontslag van Hautvast in 1958 volgde onder-directeur Wöm Aarts hem op; in eerste instantie voor een jaar.

Wöm Aarts (1958 – 1961) (1964-1967)
Wöm Aarts was een muzikant in hart en nieren. Hij was geboren in Heer in 1915. Hij trouwde hier met de Keerse Liza Stassen. In hun huwelijk werd een zoon, John, geboren. Wöm had in Keer een loodgietersbedrijf. In 1941 werd hij lid van de fanfare. Vanaf die tijd gaf hij ook les aan de leerlingen, hierbij later geassisteerd door Äödem en Lambèr Heusschen (va de Köster). Tijdens de perioden van Kuijpers en Hautvast fungeerde hij als ‘onder-directeur’. Wöm, die na het ontslag van Hautvast de fanfare één jaar onder zijn hoede zou nemen, bleef minsten drie jaar die functie uitoefenen.
Na het vertrek van directeur Doomen in 1964 wordt Wöm opnieuw benoemd. Van Wöm is bekend dat hij, toen het de fanfare financieel slecht ging, de helft van zijn salaris terugschonk.
In 1956, in de tijd dat het maar matig ging met de fanfare, richtte Wöm een boerenkapel op. Met die kapel ging het wel bijzonder goed. Onder zijn leiding behaalde ze in het eerste jaar al een 1e prijs in ’s Gravenvoeren. Daarna volgden nog meer eerste prijzen.

E.J. Doomen (1962-1964)
Over directeur Doomen is in het archief nauwelijks iets te vinden. Wanneer hij precies benoemd is, is niet meer in schriftelijke bronnen te achterhalen. Wel dat hij in Oirsbeek woonde en waarschijnlijk opticien van beroep was. In het jubileumboekje van 1981 komt Doomen niet in het rijtje directeuren voor. Werd men liever niet meer aan hem herinnerd? In de vergadering van september 1964 kreeg het bestuur de indruk dat hij niet helemaal voldeed aan de gestelde eisen van de vereniging. Een gehouden stemming bevestigde dat: 13 stemmen voor wegsturen en 2 stemmen voor aanblijven. Diezelfde vergadering nog wordt Wöm Aarts als nieuwe directeur gekozen.

Een jaar van verandering, 1958
Begin 1958 zat het muziekkorps weer in een dip. Innerlijke verdeeldheid en onregelmatig repetitiebezoek waren de oorzaken. Ook sommige bestuurleden kregen kritiek omdat ze te weinig aandacht hadden voor het werk van de muzikanten. Op de repetities lieten zij zich maar sporadisch zien. Uiteindelijk werd het bestuur het allemaal te veel en besloot tijdens een extra bijeengeroepen vergadering en bloc af te treden. Maar nadat een aantal prominente leden ferm op hen had ingepraat, namen ze weer achter de bestuurstafel plaats. Wel werd hieraan de voorwaarde verbonden dat er echt iets moest veranderen. Ook in het bestuur. Zo werd bijvoorbeeld een rooster gemaakt waarop vermeld stond welke bestuursleden tijdens de repetities aanwezig zouden zijn.
Een andere verandering was dat het korps zou overschakelen van een hoge naar een lage stemming. Aan dit voorstel hing wel een prijskaartje van minstens 5000 gulden, omdat hiervoor het instrumentarium grotendeels vernieuwd moest worden. Een bijna onoverkomelijk probleem. Doch de gemeente schoot te hulp en stelde na wat gesteggel met het provinciebestuur een lening van 7000 gulden in het vooruit zicht. Af te betalen in 15 jaar.

2010blz66

Bestuur in 1961.
Vanaf links, zittend: Johan Fraats (penningmeester), Jeu Kessels, Bér Speetjens, Giem Vliegen (voorzitter),
Sjeng Beijers, pater Sjeng Jacobs, Theo Hogenboom (secretaris).
Staand: Thuur Schreurs, Thei van Proemeren, Äödam Goessens, Sjiel Gilissen, Leo Boumans

De fanfare krijgt uniformen
In 1959 besloot het bestuur uniformen voor de muzikanten aan te schaffen. Het korps kon niet achterblijven bij andere korpsen in deze omgeving die deze stap al (veel) eerder hadden gemaakt. Voor de financiering werd een deel gebruikt van de lening die een jaar eerder bij de gemeente was afgesloten. Ook waren er leden die hun uniform zelf betaalden. Verder zorgde een rondgang door het dorp en de Boerinnenbond via allerlei acties voor een fiks bedrag.
Op 10 juni werden de uniformen besteld. Twee maanden later, op 15 augustus 1959, de feestdag van Maria-ten-Hemelopneming kon het korps in de nieuwe outfit erop uit. De Keerdenaren vierden op die dag kermis en traditioneel was er onder begeleiding van de fanfare een processie naar de Lourdesgrot in de tuin van het Missiehuis. Het konzaer (weidefeest) ’s avonds werd opgeluisterd door het Maagdenkoor en harmonie Heer Vooruit.

Ondanks de stemmingwijziging en nieuwe uniformen kon het korps niet echt de weg naar boven vinden. Wel vierde de vereniging in 1961 haar veertigjarig jubileum. Het feest van 13 tot 20 augustus was een succes, maar na de feestelijkheden van het robijnen jubileum beleefde de vereniging een enorme inzinking. In 1962 en 1963 waren er nauwelijks nog activiteiten.

Actie-comité om fanfare weer op de been te helpen
In 1964 wordt in een gemeenteraadsvergadering op voorstel van Winand Spronck een actiecomité ingesteld die de fanfare weer op de been moet helpen. Het comité bestaat uit pastoor Berkers, burgemeester Huyben, gemeenteontvanger van Mulken en een aantal raadsleden. De eerste vergadering van het comité en de leden van de fanfare vindt plaats medio februari 1964. Een paar weken later wordt een bestuur gekozen. Pastoor Berkers neemt het voorzitterschap op zich. Korte tijd later wordt hij als voorzitter opgevolgd door Winand Spronck. Winand verlaat ook al weer na zeer korte tijd het strijdtoneel. Begin 1965 wordt Wiel Bemer als voorzitter aangezocht. Hij verzamelt een aantal mensen om zich heen waarmee hij de fanfare weer opstuwt in de vaart der volkeren.

Ten slotte
Het bovenstaande geeft fragmenten weer uit de bewogen jaren veertig en vijftig, met een klein staartje naar de jaren zestig. Het is niet het hele verhaal van de fanfare, omdat het artikel louter gebaseerd is op schriftelijke bronnen. Voor de toekomstige geschiedschrijving is het belangrijk om de verhalen van oud-(bestuurs)leden ook vast te leggen.
De betekenis van de fanfare voor onze gemeenschap is evident. Een dorp als het onze kan niet zonder een goed muziekgezelschap en zal dus ook in de toekomst onze fanfare Sint-Blasius moeten blijven koesteren.

 

Gebruikers
5
Artikelen
2075
Artikelen bekeken hits
9486761

Today 23

Yesterday 39

Week 277

Month 855

All 182401

Currently are 24 guests and no members online

Please publish modules in offcanvas position.

Free Joomla templates by L.THEME